Over normaliteit en andere afwijkingen

Auteur(s): Paul Verhaeghe
Taal: Nederlands
0,15/5
1 recensie
Over normaliteit en andere afwijkingen
Over normaliteit en andere afwijkingen

Recensie

Aantal recensies: 1

Recensie door: Jeanette van de Lindt
3/5

Is normaal wel zo normaal?

[Recensie] Een klein en taai boekje. Althans, voor de leek. Over normaliteit en andere afwijkingen leest niet zomaar even weg. De 110 pagina’s staan vol met stellingen, verwijzingen en begrippen die in de psychoanalyse wellicht heel normaal zijn, maar die de doorsnee lezer vaak weinig zeggen. Het is daardoor een essay voor filosofen, psychiaters en psychoanalytici. En de wat hoger geschoolde denkers die zich met deze materie bezighouden. Over normaliteit en andere afwijkingen is het 21ste deel uit een reeks filosofische essays in de serie ‘Nieuw licht’.

De insteek is dat een klassieke tekst, in dit geval de Geschiedenis van de waanzin van de Franse filosoof Michel Foucault, tegen het licht van de huidige tijd wordt gehouden. De psycholoog-psychoanalyticus en Gentse hoogleraar Paul Verhaeghe bespreekt in eerste instantie de dissertatie van Foucault (uit 1961, maar opnieuw uitgegeven in 2013) en vraagt zich als gevolg daarvan af: ‘Wat is normaal?’

Verhaeghe constateert dat het aantal mensen dat een van ‘normaal’ afwijkende diagnose krijgt, de afgelopen jaren enorm is toegenomen. Bovendien worden veel afwijkenden (zoals hij hen noemt) nog altijd gediagnosticeerd volgens methodes uit de eeuwen die achter ons liggen.

Verhaeghe onderzoekt het feit dat we vaak bang zijn voor mensen die anders zijn, en die wij niet als ‘normaal’ zien. Waarom is dat? Zijn we onbewust bang dat we meer lijken op degene die afwijkt dan ons lief is? In de zeventiende en achttiende eeuw drong het meer dan ooit door dat er mensen met afwijkend gedrag rondliepen. Opsluiten was een veel gebruikte methode om deze mensen uit de maatschappij te halen. Vanaf ongeveer 1900 dachten de artsen dat veel ziekten uit het brein voortkwamen en dat het een kwestie van tijd was voor men de oorzaak en dus ook de genezing zou ontdekken. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werden ten behoeve daarvan nog verschrikkelijke behandelmethodes gehanteerd.

Wat opvalt, is dat de patiënten voornamelijk lastige vrouwen waren. Zo tegen 1950 waren 20.000 mensen behandeld met de bizar wrede procedure ‘preorbitale lobotomie’. Een ijspriem werd via een ooghoek de hersenen ingestoken en heen en weer bewogen. Het werkte. De meeste patiënten waren daarna levende kamerplanten. Voor deze methode werd zelfs de Nobelprijs voor de Geneeskunde uitgereikt. Overigens werd dat later als een grote vergissing beschouwd.

Zoals al eerder gezegd, leest het boek niet vlot weg. Er valt ook heel wat te overpeinzen, want Verhaeghe kan in een paar zinnen veel stof tot nadenken op het bord van de lezer gooien. Hij verzet zich tegen het al te makkelijk gebruik van pillen en spoort de psychiatrie aan om structurele veranderingen door te voeren. Met name op het gebied van kinderzorg en arbeidsorganisatie. Dat laatste omdat steeds meer mensen verkeerde keuzes maken en om die reden (bijvoorbeeld door een burn-out) uitvallen. Deze en andere mensen – die vervolgens de diagnose ‘niet normaal’ krijgen – kunnen en moeten beschermd worden door hun omgeving, de artsen en zeker door de werkgever.

Over normaliteit en andere afwijkingen zet de lezer aan het denken. Al moet je dan wel, in ieder geval als leek, sommige stukken wel tweemaal lezen. Toch geeft dat niet, want het is een materie die onze aandacht meer dan waard is.

Eerder verschenen op Hebban.nl

Samenvatting

Zodra er een ‘verwarde man’ in het nieuws opduikt staat er een leger aan journalisten en deskundigen klaar om hem psychologisch te duiden. Maar gaat het de tv-psychologen en -psychiaters eigenlijk om de verwarde, of om de ‘gewone man’? Ik ben toch niet gek?! Waar komt de angst voor het abnormale en irrationele vandaan? Vrezen we de ander, of worden we onzeker over hoe normaal we zelf eigenlijk zijn?In Geschiedenis van de waanzin (1961) wijst de Franse filosoof Michel Foucault de zeventiende en achttiende eeuw aan als het begin van de systematische bestudering van de waanzin. Het denken over de mens wordt een denken in termen van aandoeningen. Steeds meer gedrag krijgt een pathologisch etiket. Want zodra gekte een naam heeft, is het weer gewoon.

Paul Verhaeghe meent dat we ons niet gek moeten laten maken door deze pathologiserende trend en herschrijft onze geschiedenis van de waanzin.

Toon meer Toon minder
€ 14,99

Verwachte leverdatum: woensdag 01 april


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789044643220
Verschijningsdatum
november 2019
Druk
1
Aantal pagina's
96 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
740: Mens en maatschappij algemeen
Thema's
  • Filosofie en religie
  • Filosofie

Uitgever
Prometheus

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden