Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

De meeste mensen deugen

Een nieuwe geschiedenis van de mens

Auteur(s): Rutger Bregman
Taal: Nederlands
2 recensies
De meeste mensen deugen
De meeste mensen deugen
De meeste mensen deugen

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Twan Lieshout van

Naar een kantelend mensbeeld

[Recensie] “Een nieuwe geschiedenis van de mens”, niets minder belooft historicus Rutger Bregman in de ondertitel van zijn nieuwste boek De meeste mensen deugen. Bregman, toch al niet bang om ergens een grote klap op te geven, getuige eerdere boeken als Gratis geld voor iedereen, of zijn optreden in Davos, waar hij alle rijken vertelde dat ze beter kunnen stoppen met charity en gewoon belasting moeten gaan betalen. In De meeste mensen deugen gaat daar nog een schepje bovenop, door te veronderstellen dat hij een compleet nieuw mensbeeld gaat scheppen. Een prettige, on-Nederlandse ambitie, die alleen daarom al te prijzen valt. Blijft hij overeind?

Beschaving

Ja en nee. Om met het positieve te starten: Bregmans scope rijkt ver. Niets wordt uit de weg gegaan – van sociale psychologie en criminologie, tot archeologie en geschiedenis. Bregmans betoog, niet geheel verrassend met deze titel, is dat in een groot deel van het wetenschappelijk onderzoek en in de samenleving in het algemeen een verkeerd beeld is neergezet. Zodra het zogenaamde vernislaagje beschaving is losgelaten, zouden mensen niet te vertrouwen zijn, en veranderen in agressievelingen in een samenleving waarin iedereen elkaar bedriegt, bedreigt, besteelt en vermoordt. Dit beeld kantelt wanneer je dieper de wetenschap induikt, betoogt Bregman. Want vele verschillende studies, van het gedrag van niet schietende soldaten, copulerende primaten, tot aan psychologische experimenten: de mens deugt juist wél en wil van nature de ander graag helpen.

Om dit aan te tonen komt Bregman met een keur aan voorbeelden, sommige bekend (de verbroedering tussen frontsoldaten in de Eerste Wereldoorlog tijdens Kerstnacht), andere op basis van eigen onderzoek. In die laatste categorie zitten prachtige nieuwe casussen, bijvoorbeeld het waargebeurde verhaal van een groepje kinderen uit het Pacifische eilandje Tonga dat op een dag schipbreuk lijdt. In tegenstelling tot William Goldings klassieker Lord of the Flies, blijken de kinderen op basis van samenwerking en vriendschap het anderhalf jaar op een onbewoond eiland vol te houden. Bregman ontkracht in het boek meer mythes, waaronder de beroemde Amerikaanse psychologische experimenten zoals het Stanford-experiment, waarin een gevangeniscultuur wordt nagebootst. Ook hier is de conclusie: mensen blijken te vertrouwen. Zolang het experiment niet verstoord wordt, blijken mensen graag samen te werken.

Empathie

Het leidt tot een interessante en hoopgevende conclusie: onze systemen, nu ingericht op bestraffing (gevangenissen) en wantrouwen (uitkeringen) moeten we drastisch hervormen. Empathie, vertrouwen en het in contact brengen van mensen, moeten centraal staan. Want systemen reproduceren zich, aldus Bregman, waardoor sympathieke systemen sympathieke mensen voort zullen brengen. Het boek sluit af met een aantal leefregels die de lessen van het boek nog eens resumeren, waarvan de sterkste is dat het idee dat de meeste mensen deugen – wat velen van ons in het dagelijkse leven toch vaak zullen meemaken – het nieuwe realisme is, en niet het gejammer van rechts-libertaire praatjesmakers die ieder sociaal beleid in de hoek willen drukken als ´onrealistisch´.

‘Homo puppy

Kortom, Bregman heeft inhoudelijk een interessante boodschap te vertellen, die absoluut het lezen waard is. Maar dan moet je wel het boek kunnen doorkomen. En dat valt niet altijd mee. Dat ligt voornamelijk aan Bregmans stijl en manier van argumenteren. Het is overduidelijk dat Bregman vlot kan schrijven. Misschien iets te vlot, wat al op andere plekken tot kritiek leidde: ultrakorte zinnen, een Amerikaans aandoende stijl en veel nadruk op zijn eigen persoon als hoofdpersonage die op onderzoek uitgaat, zichzelf verrast en overtuigt. Bregman lijkt de lezer daarmee niet echt serieus te nemen, en denkt hem wel erg aan het handje te moeten nemen. Zelf werd ik al na drie keer allergisch voor het woordje ‘homo puppy’ (de wél samenwerkende, aardige mens), dat daarna nog 40 keer zou volgen.

Vervelender zijn echter de inmiddels wel klassieke Correspondent-stromannen. Bregman tuigt een voor de lezer nog onbekende maar machtige vijand op, kent deze een haast absoluut intellectueel gewicht toe dat de wereld altijd klakkeloos heeft geaccepteerd, totdat ridder Bregman de lezer redt en de stropop overtuigend omverrijdt (overigens vaak met de lans van andere wetenschappers). Zo zou de moord in New York op ene Kitty Genovese, waarbij vele ooggetuigen niets deden, wereldnieuws zijn geweest, en het boek van journalist Malcolm Gladwell hierover een soort autoriteit in de psychologie. Later blijkt het allemaal niet waar te zijn geweest – ´schokkend´, aldus Bregman, die de lezer ook nog een leesinstructie mee wil geven. Pagina´s lang gaat Bregman hierop door, om vervolgens te concluderen dat het negatieve mensbeeld in de krant moest vanwege het opkrikken van de oplage. Het is allemaal leuk speurwerk, maar het is allemaal zeer de vraag waarom dit nu precies zo essentieel is. Want noch de ontmaskering van dit verhaal over Kitty Genovese, noch die van de Amerikaanse psychologische experimenten geven een antwoord op de door Bregman zelf opgeworpen vraag hoe de Holocaust heeft kunnen ontstaan. De bewijslast wordt zodoende overal wat dun.

Burgeroorlog

Daarnaast selecteert Bregman wel erg opzichtig vooral het bewijs dat hem uitkomt of wat hij later kan ontmaskeren. Zo voert hij bijvoorbeeld George Orwell op, die in de Spaanse burgeroorlog meevecht. Orwell beschrijft dat de meeste soldaten elkaar willen missen tijdens de vuurgevechten. Zie je, stelt Bregman, weer een bewijs dat mensen elkaar niets aan willen doen. Nu is de (Spaanse) burgeroorlog bij uitstek een interessante casus voor Bregmans stelling. Want een burgeroorlog, daar valt inderdaad het vernislaagje orde en gezag weg. En wat gebeurt er dan? In plaats van het rustige Aragon-front van Orwell te beschrijven, had Bregman beter eens kunnen inzoomen op een voor zijn theorie Popperiaanse zwarte zwaan. Bijvoorbeeld de massale moordpartijen die zich direct na het uitbreken van de nationalistische opstand aan beide zijden voltrekken. Zowel door leger en milities, als tegen uitdrukkelijk bevel van autoriteiten werden zowel oude persoonlijke vetes als ideologische twistpunten opgelost door de limpieza (‘de schoonmaak’), moordpartijen op ongekende schaal. Zoals een militielid later herinnerde: ‘noch ik, noch iemand die ik kende, noch de leiders, deden iets om de moorden en de brandstichtingen te verhinderen. Zwijgen, voorzichtigheid of onverschilligheid was de algemene houding (…)’[i]. Dit soort tegenbewijs is niet te vinden in het boek van Bregman. Bregman shopt naar het hem uitkomt in historische bewijslast, en dat maakt dat je het als lezer soms niet meer helemaal vertrouwt.

Zodoende is De meeste mensen deugen enerzijds een absolute aanrader. De ambitie om op een holistische manier het nog immer actuele neoliberale discours (dat ieder mens een nietsontziende egoïst is) aan te vallen, is zeker te prijzen. Bregman komt met veel aardige anekdotes en heeft behoorlijk wat bewijs bijeen weten te sprokkelen om op zijn minst de meest standvastigen toch te doen twijfelen. Anderzijds zou het prettig zijn als zijn volgende boek de stromannen thuis laat en de auteur zich beseft dat zijn lezerspubliek ook voorkennis en intellectuele bagage kan hebben. Concluderend: ondanks de vermoeiende stijl schraagt De meeste mensen deugen het denken over mensbeelden, en de relevante vraag “is de mens van nature goed of kwaad”. En aangezien dit de missie van Bregman was, is het zodoende een geslaagd boek geworden. 

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

  1. Zie Hugh Thomas, De Spaanse Burgeroorlog, AMBO Anthos Uitgevers Amsterdam, 2006, p. 198-213, citaat p. 212.

Recensie door: Zoë Spaaij

Begin met vertrouwen

[Recensie] Rutger Bregman begint zijn boek De meeste mensen deugen met de aankondiging dat de lezer hierin gaat kennismaken met ‘een radicaal idee’. Wat dit radicale idee is? Hij pleit voor een positief mensbeeld en voor meer vertrouwen in de medemens. Maar is dit werkelijk een radicaal idee?

Het gevaar van een negatief mensbeeld
Bregman begint zijn boek met de observatie dat we er tegenwoordig ten onrechte van uitgaan dat de meeste mensen niet deugen, oftewel dat de meeste mensen slecht zijn. Volgens Bregman is dit negatieve mensbeeld gestoeld op onjuist bewijsmateriaal en onjuiste aannames. Bregman laat door voorbeelden zien dat de meeste mensen vaak juist niet alleen aan zichzelf denken, maar empathisch zijn voor hun medemens en dus ‘deugen’. Deugen staat voor Bregman gelijk aan vriendelijkheid. Met zijn pleidooi tracht hij een alternatief te geven voor een negatief mensbeeld dat volgens hem de samenleving domineert.

Een algemeen gedeeld negatief mensbeeld heeft allerlei consequenties voor onze samenleving. Zo zijn niet alleen de burgers wantrouwender tegenover elkaar, ook wantrouwt de staat zijn burgers. Een voorbeeld hiervan zijn alle administratieve regels rondom uitkeringen. Men gaat ervan uit dat mensen misbruik maken van het sociale vangnet. Dit wantrouwen tegenover elkaar werkt misbruik juist in de hand, waardoor een neerwaartse spiraal ontstaat. Bregman analyseert scherp dat verwachtingen vaak de realiteit beïnvloeden. Wanneer ik van iemand verwacht dat hij zich slecht zal gedragen, zal ik dat uitstralen en zal dit er eerder toe leiden dat mensen zich slecht gaan gedragen. Bregman betoogt dat het beter is om ervan uit te gaan dat de meeste mensen deugen. Wanneer wij hiervan uitgaan, gaan de meeste mensen zich ook deugdzamer gedragen. Bregmans radicale idee is een pleidooi voor een positiever mensbeeld, voor meer vertrouwen in de medemens.

Niet slecht maar bedorven
Een argument tegen dit radicale idee is natuurlijk dat er ook mensen bestaan die aantoonbaar wandaden plegen. Bregman zoekt de oorzaak van deze verschrikkelijke daden niet in de menselijke natuur. Daarmee sluit hij zich aan bij denkers als Hannah Arendt, die een nazi als Eichmann niet direct een monster vond. Volgens Bregman is niet de mens slecht, maar is het de samenleving die de mens heeft ‘bedorven’. Mensen gingen namelijk samenleven en creëerden het idee van ‘bezit’. Door bezit ging men ook vechten voor dit bezit en ontstonden er oorlogen. Een kritiek op bezit en de werking van bezit is interessant in het licht van deze tijd, waarin bezit en het hebben van bezit de boventoon voert. Bezit gaat namelijk niet alleen over het bezitten van goederen, maar ook over het bezitten van land. Met de vluchtelingencrisis tegenwoordig en het tegenhouden van vluchtelingen aan de grens kan men zich inderdaad afvragen of het bezitten van land niet meer kwaad doet dan goed.

Bregman wijst niet alleen het hebben van bezit aan als de boosdoener, maar ook de corrumperende werking van macht. Volgens hem zijn inderdaad de meeste mensen niet slecht, maar zodra mensen macht krijgen, kunnen zij zich slecht gaan gedragen. Door de corrumperende werking van macht zijn mensen dus in staat tot slechte dingen, zoals het voeren van oorlog.

Bregmans argument voor de corrumperende kracht van macht is in deze tijd relevant. Want als macht corrumpeert, moeten we dan niet oppassen voor mensen die al te graag macht willen? Zou het misschien goed zijn om voortaan diegenen de macht te geven die hier niet voor willen vechten? En moeten wij dus politici uitdagen om in plaats van te strijden voor macht, zich verantwoordelijker op te stellen?

Door de mens niet als intrinsiek slecht te beschouwen, geeft Bregman mensen een stuk verantwoordelijkheid terug dat hen door een negatief mensbeeld is afgepakt.

Bregmans ‘bewijzen’
Ondanks alle mooie ideeën die Bregman vertelt, heb ik ook een paar dingen op te merken over De meeste mensen deugen. Ten eerste is er Bregmans drang om zijn stelling wetenschappelijk te bewijzen door middel van anekdotes en samenvattingen van sociologisch en psychologisch onderzoek. Alle onderzoeken die hebben getracht te bewijzen dat de mens intrinsiek slecht is, haalt hij onderuit. Daarbij is het prijzenswaardig dat hij het veel aangehaalde Milgram experiment van zijn voetstuk haalt, maar nieuw en radicaal is dit niet. Bregmans bewijsdrang, zijn constante poging om zijn stelling dat de meeste mensen deugen te onderbouwen met wetenschappelijk onderzoek, wijst naar een tendens binnen de sociale wetenschappen, namelijk die van het ‘wetenschappelijk’ maken van een betoog. Een betoog wordt veelal pas als goed gezien als het met statistiek onderbouwd is en Bregman gaat mee met deze trend. Dit vind ik jammer, want zijn kernboodschap – koester vertrouwen in plaats van wantrouwen – sneeuwt onder in alle statistiek. Het zijn niet de onderzoeken die hij aanhaalt en de bewijzen die mij duidelijk maken waarom het belangrijk is om aan te nemen dat de meeste mensen deugen, maar zijn analyse dat een positief mensbeeld leidt tot een betere samenleving. Tegenwoordig zie je in het publieke debat veel argumenten die zijn gebaseerd op een negatief mensbeeld, of het nou gaat om straffen, uitkeringen of subsidies. Zijn voorbeelden van bedrijven en instanties die uitgaan van een positief mensbeeld zijn in tegenstelling tot de aangehaalde psychologische onderzoeken verhelderend. Niet omdat ze ‘wetenschappelijk bewijs’ zijn voor een positief mensbeeld, maar omdat zij laten zien dat het ook anders kan.

Stel dat de meeste mensen aardig zijn
Er is nog iets wat ik minder overtuigend vind aan Bregmans betoog. Zijn stelling dat hij met dit boek een radicaal idee en een nieuw realisme oppert, vind ik te stellig. Ten eerste denk ik dat Bregman onjuist veronderstelt dat de meeste mensen denken dat mensen niet deugen. Ik ken genoeg mensen die er niet van zijn overtuigd dat de meeste mensen niet deugen. Nu is dit statistisch niet representatief, maar ik vraag mij toch af of Bregman daadwerkelijk zo tegen het mensbeeld van anderen ingaat. Is het niet zo dat vooral een klein groepje opiniemakers dit negatieve mensbeeld aanhangt, terwijl het overgrote deel van de samenleving juist een positief mensbeeld heeft?

Daarnaast vraag ik mij af wat Bregman precies bedoelt met ‘deugen’. Misschien had hij zijn boek beter ‘Waarom de meeste mensen aardig zijn’ kunnen noemen. Deugen impliceert een soort intrinsieke goedheid, die verder gaat dan enkel empathie tonen voor onze medemensen. Bregmans definitie van deugen beperkt zich tot hoe de mens functioneert binnen de samenleving.

Toch vind ik vooral Bregmans pleidooi voor meer vriendelijkheid en minder wantrouwen tegenover onze medemensen hoopvol en in ieder geval een goed vertrekpunt. Het negatieve mensbeeld dat Bregman bestrijdt in zijn boek heeft namelijk flink wat consequenties voor ons samenleven met elkaar en daarom is zijn boek voor iedere politicus of beleidsmaker een aanrader.

Laten wij in navolging van Bregman vooral proberen meer vertrouwen te hebben in elkaar om te zien wat er dan gebeurt.

Eerder verschenen op iFilosofie.nl

Samenvatting

De mens is een beest, zeiden de koningen. Een zondaar, zeiden de priesters. Een egoïst, zeiden de boekhouders. Al eeuwen is de westerse cultuur doordrongen van het geloof in de verdorvenheid van de mens.

Maar wat als we het al die tijd mis hadden?

In dit boek verweeft Rutger Bregman de jongste inzichten uit de psychologie, de economie, de biologie en de archeologie. Hij neemt ons mee op een reis door de geschiedenis en geeft nieuwe antwoorden op oude vragen. Waarom veroverde juist onze soort de aarde? Hoe verklaren we onze grootste misdaden? En zijn we diep vanbinnen geneigd tot het kwade of het goede?

Adembenemend, weids en revolutionair – De meeste mensen deugen herschrijft niet alleen de geschiedenis, maar werpt ook nieuw licht op onze toekomst.

Reacties:

‘Een indrukwekkend boek.’

– Jan Terlouw

‘Rutger Bregman sleept je mee.’

– Geert Mak

‘Of je het nou eens of oneens bent met Rutger Bregman, hij is een belangrijke stem binnen onze generatie. Fascinerend boek, lees het.’

– Tim Hofman

‘Cynici en zwartkijkers kunnen inpakken. Een heerlijk boek voor iedereen die echt realistisch wil zijn.’

– Beatrice de Graaf

Toon meer Toon minder
€ 25,00

Verwachte leverdatum: dinsdag 27 oktober


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789082942187
Verschijningsdatum
september 2019
Druk
1
Aantal pagina's
528 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
320: Literaire non-fictie algemeen
Thema's
  • Geschiedenis en archeologie
  • Geschiedenis
  • Algemene en wereldgeschiedenis
Categorieën

Uitgever
De Correspondent BV

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen