Creatief met Corona 21. Jimmy als dienaar der dieren

Jimmy als dienaar der dieren

Waarin duidelijk wordt waarom het spreekwoord luidt ‘beter een palm in de hand, dan een steen aan je staart’

Door Kees Bals

Die dag, toen Jimmy op weg was naar zijn goede vriendin Sneeuwwitje, bleef het slingeraapje luisteren bij de mooie vogels die mooi zingen.

Ja, dacht hij, wat zingen de mooie vogels toch mooi.

Juist vandaag wilde hij naar ze blijven luisteren, terwijl hij andere dagen de mooie vogels alleen even gedag zei. Waar deze dag in verschilde? Hij wist het niet. Misschien wat het omdat hij zo slecht had geslapen, of omdat hij van het slecht slapen een beetje hoofdpijn had gekregen, of omdat hij door de hoofdpijn later was dan andere dagen, waardoor hij zijn kommetje melk nog niet had gedronken? Hij had geen idee. Of misschien kwam het door al dit soort gedachten, dat hij daardoor zo slecht sliep, waardoor hij hoofdpijn kreeg, waardoor...? Nou ja, het enige wat hij zeker wist was dat dit zo’n dag was waarop hij het nodig had om even te kijken en te luisteren naar de mooie vogels die zo mooi zingen.

De mooie vogels zagen dat ze publiek hadden en kwamen uit de struiken naar voren, zongen nog mooier en poetsten hun veren nog mooier op.

‘Oh...’ zei Jimmy, ‘wat zijn jullie toch mooi en wat kunnen jullie toch mooi zingen.’

‘Ja,’ zeiden de mooie vogels, ‘niemand is zo mooi als wij. Zeker jij niet. Moet je jezelf zien met je rare mombakkes en je knooporen en die vieze vacht waaraan je niet eens kunt zien of die bruin of zwart is. Jij bent een schooier.’

Jimmy wist niet wat het was. Was het dat hij laat was, dat hij slecht had geslapen of dat hij een beetje hoofdpijn had? Op andere dagen zou hij hebben gelachen om de woorden van de mooie vogels, of boos zijn geworden en een slim plannetje hebben verzonnen, maar deze dag was het alsof er ineens een zware steen aan zijn staart hing waardoor die met een klap op de grond viel. Terwijl hij doorliep naar Sneeuwwitje kostte elke stap die hij zette hem driedubbel kracht omdat hij die steen meesleepte.

‘Wat is er met jou aan de hand?’ vroeg zijn vriendin de koe, toen Jimmy de laatste melk uit het kommetje likte.

‘Ach,’ zei Jimmy, ‘het is niet dat ik zo laat ben, of dat ik slecht heb geslapen en een beetje hoofdpijn heb, maar het is dat ik een lelijke schooier ben.’

‘Hoe kom je daarbij?’ vroeg Sneeuwwitje.

‘Dat zeggen de mooie vogels,’ antwoordde Jimmy.

‘Maar wat vind je van mij?’ vroeg Sneeuwwitje en ze strekte haar hele lijf, stak haar kop een beetje in de lucht en zwiepte sierlijk met haar staart zoals alleen echte dames dat kunnen.

‘Eh...’ zei Jimmy.

‘Vind je mij niet mooi?’ zei Sneeuwwitje. ‘Kijk eens hoe mooi strak, glimmend zwart ik ben en hoe mijn witte vlek dat zwart nog zwarter maakt. En kijk eens naar mijn prachtige dijen. Er is geen dier in het dorp dat zulke stevige dijen heeft.’

‘Ja,’ zei Jimmy, ‘jij bent zó mooi.’

‘Kom,’ zei Sneeuwwitje, terwijl ze haar blik over de schoolwei liet gaan, ‘hier heb ik genoeg gegraasd. Ga je mee naar het huis van de kinderen?’

‘Een moment,’ zei Jimmy en hij sprong in een palm, brak een tak af en hield die boven Sneeuwwitjes rug.

Zo kwamen ze over het pad waar de mooie vogels zaten. Sneeuwwitje liep nog iets langzamer dan ze altijd al deed en ze wiegde nog meer met haar billen. Jimmy liep achter haar en wuifde haar koelte toe met zijn palmtak.

De mooie vogels zetten grote ogen op toen de twee langskwamen.

‘Wat is hier aan de hand?’ kwetterden ze.

‘Kijk eens naar haar karaktervolle kop,’ zie Jimmy, ‘en haar slanke poten. Zo’n mooi dier verdient een dienaar.’

‘Huh...’ zeiden de mooie vogels. ‘Wat denkt ze wel?’ En ze gingen door met mooi zijn en mooi zingen.

Op het weitje bij huis van de kinderen kwamen Jimmy en Sneeuwwitje Arga tegen.

‘Leuk jullie te zien,’ zei Arga. ‘Ik bleef graag met jullie praten, maar ik stond net op het punt om naar de schoolwei te gaan om daar kikkers te vangen.’

‘Ga je te voet?’ vroeg Jimmy. ‘Dan loop ik gezellig met je mee.’

Even later wandelden Jimmy en Arga langs de mooie vogels. De zilverreiger voorop, Jimmy erachter, terwijl hij de palmtak boven haar hield.

‘Wat nu weer?’ zeiden de mooie vogels.

‘Kijk eens hoe smetteloos wit Arga is,’ zei Jimmy, ‘en hoe mooi ze loopt op haar ranke poten. Ze is net een danseres.’

‘Nou ja...’ zeiden de mooie vogels.

Zo ging het door. Jimmy liep op en neer over het pad met telkens een ander dier onder zijn palmtak. Eerst met Simon de slang, die zo mooi groen was en prachtig kon kronkelen. Daarna met de ene Sofie en de andere Sofie, de twee honden die precies op elkaar leken en zo mooi tegelijkertijd hun poten optilden en met hun staart zwaaiden. Dan met Eildert, waar Jimmy achteraan moest rennen, want hij vloog, maar kijk eens hoe mooi de uil vloog, zonder zijn vleugels te gebruiken en helemaal zonder geluid. Telkens als Jimmy voorbij kwam werden de mooie vogels weer een beetje stiller en op het laatst zaten ze bij elkaar gekropen op een tak met hun kopjes verscholen tussen hun vleugels, in spanning te wachten wie de volgende zou zijn met wie Jimmy langs liep.

‘Jimmy,’ vroegen de mooie vogels voorzichtig, ‘wil je ook met ons wandelen?’

‘Hmm...’ zie Jimmy, terwijl hij kritisch naar de vogels keek, zijn hoofd steunend op zijn staart. ‘Misschien... Jullie hebben wel iets moois, geloof ik. Maar willen jullie wel wandelen met zo’n lelijke schooier als ik?’

‘Maar Jimmy,’ zeiden de mooie vogels, ‘jij hebt juist van die prachtige ogen en je staart is echt een wonder.’

‘Ik kan jullie niet goed verstaan. Wat zeiden jullie?’ zei Jimmy, die met zijn staartpunt in zijn oor peuterde.

‘Dat je zulke mooie ogen hebt en zo’n mooi staart, en dat die knoopoortjes je gezicht zo grappig maken.’

‘Ik wil heel graag met jullie wandelen,’ zei Jimmy.

Jimmy liep nog trotser, terwijl de mooie vogels onder zijn palmtak om elkaar heen dwarrelden en hun allermooiste lied zongen.

‘Wat zijn jullie toch mooi, mooie vogels,’ zeiden de dieren als ze voorbij kwamen, ‘en wat zingen jullie mooi.’

‘Ach,’ zeiden de mooie vogels, ‘dat valt wel mee. Moet je eens kijken naar de dienaar die de palmtak voor ons wil dragen: wat een glinsterende ogen hij heeft en wat een prachtige, zachte, bruinzwarte vacht.’

--

Kees Bals Kees Bals is journalist, eindredacteur, recensent voor De leesclub van alles en schrijft proza.

--

Dit is de laatste aflevering van Creatief met Corona. Ruim vier weken konden we genieten van bijdragen (gedichten, verhalen, essays) van onze lezers waarvoor onze hartelijke dank. 

 

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden