Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Bazarow feuilleton: Zes broers en een zus. Hoofdstuk 15

zondag 27 december 2020

Moeder dreigt met een mes & lekker doktertje spelen met de buurmeisjes. ‘Smells like teen ass!’

De tweede kerstdag moesten we weer naar de kerk, al ging vader zelf niet mee. In de kerk zag ik Susanne met haar ouders, dat was voor het eerst. Ik zwaaide voorzichtig. Ze zwaaiden niet terug. Zagen ze me niet? Dat kòn toch niet. Nou ja, het was wel heel druk.

Na onze thuiskomst was vader opeens weg. Niemand wist waar hij heen was, hij had ook niks aangekondigd. Dat gebeurde wel vaker. ‘Geniet er maar van,’ zei mamma met toch iets zorgelijks in haar stem. En dat deden we. De ton met Lego werd over de grote tafel leeg gekieperd, we maakten tekeningen en ruimden daarna alles op om een tafeltennistoernooi te houden. Allemaal dingen die vader hinderlijk vond. Vooral ook omdat we onderling overal ruzie over maakten. Mirjam ging daarom vaak naar een vriendin toe. Maar ja, dat had je, vond moeder, met zoveel jongens in huis. Af en toe zag ze zich gedwongen tussenbeide te komen of zelfs een flinke tik uit te delen.

Toch ging het ook die dag mis vlak voor het eten. Pim haalde dezelfde grap uit, ik vond het wel stoer, hij maakte weer een kruis met z’n mes en vork en toen ging moeder onverwacht helemaal over de rooie. ‘Hou daarmee op!’ riep ze ‘Je haalt het bloed onder m’n nagels vandaan, verdomme! Straks krijg ik het weer aan de stok met je vader en moet je dan eens zien. Maar jij, jij hebt ook overal schijt aan, hè?... Ik zal je… Wat? Ik rijg je aan het mes!’ riep ze en hield inderdaad haar tafelmes omhoog. ‘Kom hier… Ik zal je krijgen!’ riep ze en haar ogen schoten vuur.

We schrokken ons lam.

Pim deinsde achteruit en Mirjam riep moeder tot de orde, maar zij bleef als een waanzinnige voor zich uit staren. Naar haar doel. Naar Pim, de oudste en meest ongehoorzame zoon. In een totale concentratie, zoals je een kat wel eens ziet loeren. Het was heel eng.

Opeens sprong ik op en gilde: ‘Mamma is gek geworden! Mamma is gek geworden!’

Ik ontvluchtte het huis, rende door de schuur en liep het laantje in. Waar moest ik heen? Naar ome Jan en tante Bets? Maar daar was ik die ochtend nog geweest met Geerie. We hadden onze snoepjes al gehad. Ze zagen me al aankomen: zo, ben je daar nu al weer?... Nee, dat zou mamma ook niet goed vinden. Dan zou ze nog bozer worden en misschien nog wel gekker gaan doen! Bovendien, ’t was veel te ver weg, het hele laantje uit. Dat duurde minuten. Kostbare minuten. Levensgevaarlijke minuten.

Zonder er verder echt bij na te denken schoot ik de schuur van de buren in, één deur verder. Misschien kon tante Tonnie, de buurvrouw, mamma weer tot de rede brengen, flitste het door me heen. Want zij spraken elkaar nog wel eens over opvoeding en zo, over de heg heen, als echte buurvrouwen. Tante Tonnie had met ome Jan tenslotte ook een groot gezin. Dat was nogal vreemd. Wij hadden als oudste een zus en verder vijf broers, en zij hadden als oudste een zoon en verder vijf meiden. Wij wisten niet beter, maar iedereen begon daar altijd over. Dat twee van die grote gezinnen pal naast elkaar woonden en zo’n opvallende samenstelling hadden, precies gespiegeld! Iemand, een volwassene, een oudere man, ik was vergeten wie precies, had mij wel eens gevraagd of onze ouders de kinderen soms uitwisselden, om de meisjes bij de meisjes en de jongens bij de jongens te houden. Die figuur moest erg lachen om zijn eigen opmerking, maar ik was er een tijdje door van slag. Stel je voor dat het waar was?! Ja, zou dàt soms het grote geheim zijn, de reden van alle onbegrijpelijkheid? Van dat rare rollenspel. De enige echte, dat was ik. Daar was ik zeker van. Nu ja, bijna zeker. Want zelfs ik voelde me soms gedwongen me anders voor te doen. Als ik aardig wilde zijn bijvoorbeeld. Heel verwarrend was dat, als ik erover nadacht. Een beetje griezelig ook.

Waaròm moest die oudere man trouwens zo lachen om z’n vraag? Wist hij meer dan ik wist? Kijk, daar had je het weer! Want zo ging het toch altijd bij volwassenen? Het maakte me bang.

Het was m’n zus Mirjam, die me erover geruststelde. Het was echt niet zo, zei ze, het was gewoon toeval. En nee, de volwassenen bewaarden geen geheim over het leven. Wat dacht ik wel niet? ‘Je hebt te veel fantasie,’ zei ze. ‘Er is helemaal geen geheim.’ Maar ja, wat nou als zij ook in het complot zat? Als iedereen erin zat, zelfs Geerie. Iedereen. Behalve ik. Hoe kon je daar ooit achter komen? Want met Geerie had ik het er ook wel eens over gehad, maar die vond het flauwekul, die begreep niet eens waarover ik het had. Ja, eenzaam, dat voelde hij zich ook wel, buitengesloten ook zelfs. ‘Maar dat ligt aan mij, omdat ik anders ben. De jongste, minder.’ Hij wreef erbij over z’n neus en stond een beetje te schokschouderen. ‘De rest,’ zei hij, ‘verzin je.’ Het klonk als een verwijt. Er school ook agressie in zijn toon. Hij wilde er verder duidelijk geen woord meer aan vuil maken. Wat betekende dat ik hem er bij gelegenheid heel goed mee zou kunnen plagen. Zo leerde ik zijn zwakke plekken kennen. En dat waren er nogal wat.

 De Beinmannetjes, zo heetten de buren, terwijl het toch vooral vrouwspersonen waren. Maar het was nu eenmaal zo dat de vader Jan Beinman heette. Jan Beinman de bakker. We speelden wel eens met zijn kinderen, maar niet zoveel, niet veel meer dan met de andere buurtkinderen. Al had ik in dat najaar samen met m’n broer Johan doktertje gespeeld met onze buurmeisjes Truusje en Tanja. Dat was in hun schuur, waar van alles lag: oud tapijt, rollen behang waar de repen van af hingen, een kapotte huishoudtrap, een gammele schommelstoel, emmers, een zinken teil, wat hout en een heleboel lege flessen. Tegen een wand stonden een paar fietsen. Het rook er naar schimmel en het was er een altijd beetje donker omdat er vieze gordijnen hingen voor de ruit. Die dag was het trouwens zwaarbewolkt, met af en toe fikse buien, daarom gingen we spelen in hun schuur. De trap legde we op wat balken die we op hun beurt lieten rusten op de teil en de schommelstoel die we op z’n kant zetten.

Johan was de dokter van Tanja en ik van Truusje. Geerie was onze verpleegster. Hij moest de apparatuur aangeven: een knijper, een hamer en zo nog wat. Soms deden we maar of we iets in onze handen hadden. We deden hun truitjes omhoog en keken hun navel na. Volgens Johan zei de vorm daarvan wat over je gezondheid, zelf wist ik te vertellen dat sommige mensen – heel weinig maar en dan vooral in Afrika – geboren worden met een oog in dat kuiltje, maar de anderen weigerden dat te geloven ondanks mijn erewoord en stemverheffing. Daarna schoven we hun onderbroekjes wat naar beneden. ‘Interessant, interessant,’ zei Johan daarbij. Geerie, in verlegenheid gebracht, keek een beetje weg en bezag het uit zijn ooghoeken. De meisjes deden giechelig, en Johan en ik waren ook wel lacherig, maar meer vervuld van een vreemd soort opwinding. ‘Dit verdient nader onderzoek,’ zei Johan een beetje geleerd – het klonk heel echt. ‘Waarom dan?’ vroeg Tanja, de oudste en brutaalste, en ze proestte het uit. Ik vond Truusje veel liever, ze had van die leuke bolle wangen en mooie ogen. Ach, zoals ze keek naar de binnenkant van het pannendak terwijl mijn vinger over haar schaamlippen gleed, zo lief en rustig. Johan had me al verteld dat je vinger er een heel klein stukje in kon, maar dat vond ik te eng, dus vroeg ik Geerie om een stokje. Die kon inderdaad een klein stukje naar binnen, maar Truusje zei dat ze dat niet goed vond en dus trok ik het stokje meteen beschaamd weer terug. Ik hoorde Tanja zeggen dat ze niet wilde dat Johan de hamer op haar buik legde: dat vond ze te koud. Toen zei Johan dat we eraan ruiken moesten, want dat was ‘heel belangrijk’. Waarom, zei hij er niet bij. Desondanks rook ik aan Truusje d’r kutje. Het was een beetje viezig misschien, maar toch niet onaangenaam. ‘Wat ruik jij?’ vroeg Johan.

‘Een beetje eh… plaslucht en nog iets.’ Toen ik opkeek zag ik Truusje glimlachen.

‘Jaah, dat andere,’ zei Johan, ‘dat is interessant. Dat is vrouwelijkheid.’ Het klonk heel gewichtig en inderdaad machtig interessant. ‘Vrouwelijkheid.’ Alsof het iets magisch was, ook weer iets geheimzinnigs. O, natuurlijk wist ik al wel dat meisjes heel anders waren dan jongens, maar het was verdomd lastig om precies te zeggen waar hem dat nou in school. Bovendien rook m’n eigen piemel ook naar plas en nog iets anders. Lekker wel. Jammer dat het van moeder nooit mocht, d’r aan frummelen en dan ruiken.

‘Waaròm hebben zij eigenlijk geen piemel?’ wilde ik van Johan weten.

Tanja riep me lachend toe. ‘Omdat wij wel zonder zo’n slurf kennen! Ja, wie gaat er nou met een zak tussen zijn benen lopen? En die dan elke avond wassen! Jongens zijn zakkewassers!’ Ze gierde het uit.

Ook Truus moest erg lachen. Ik zag dat haar ogen er nat van werden en nòg groter leken.

En wij jongens stonden er maar een beetje bij. De regen kletterde op de pannen van het dak.

‘Jullie moeten jullie omdraaien,’ zei Johan toen. ‘We moeten jullie billen inspecteren.’

Tot mijn verbazing deden ze wat hen gevraagd werd en ik keek naar de blote billen van Truusje. Prachtig rond en vlekkeloos, maar wel met een mooie, ja levendige kleur. Gezonde billen, dat zag je zo. Ik liet mijn hand erover glijden en keek naar wat Johan aan het doen was: hij deed de billen van Tanja uit elkaar. ‘Hm,’ zei hij fronsend en met een prachtig gespeelde ernst, ‘hm.’

‘Is er iets mis met m’n reet?’ vroeg Tanja opnieuw lacherig met haar schelle stem, waar ik, besefte ik op dat moment weer eens, een hekel aan had.

‘Nee,’ antwoordde Johan, ‘al weet ik dat nog niet zeker.’ Hij richtte zich tot mij: ‘We moeten weer ruiken.’

Ik aarzelde, bleef liever over die mooie billetjes aaien, maar wat moest dat moest, dat was het spel, dus boog ik me opnieuw voorover en duwde m’n neus voorzichtig tussen haar billen.

‘Ruik jij ook een beetje poep?’ vroeg Johan toen aan mij.

We grinnikten en de meisjes bescheurden zich opnieuw.

Johan en ik wisten allebei niet zo goed wat we ermee aan moesten, keken elkaar wat verlegen in de ogen. Geerie was al weggegaan, dus moesten we uitkijken: stel je voor dat hij mamma erbij ging halen! Die jongen had altijd zo zijn eigen ideeën. Het was allemaal wat merkwaardig, het begon al met die schuur. Die halfduistere ruimte rook al zo vreemd, naar kelder en nat bos. Het was echt een geheimzinnige plek.

‘We zijn klaar met ons onderzoek,’ verklaarde Johan. ‘Jullie kunnen uh… De uitslag krijgen jullie volgende week.’ Wat kon hij dat toch goed, doktertje spelen, en als dokter praten.

Het was zachter gaan regenen, van drup-drup-drup, en het had ineens iets triestigs. Ook de zusjes zochten elkanders blikken. Zelfs zij leken nu toch even verlegen met wat er gebeurd was. Ja, ik meende zelfs iets van angst in hun ogen te zien.

‘Cor,’ zei Johan toen, met opeens ook iets ongemakkelijks in zijn stem, ‘en ik moeten naar huis, eten.’

Het is daarna nooit meer gebeurd en we hebben het er ook nooit meer over gehad. Want het was ‘ons geheim’ bezwoer Johan me. Maar in de maanden erna moest ik er nog vaak aan denken.

 

 

De volgende aflevering:

De eerste schrik van zijn leven en een verzinsel

 

 

 

Over het boek

Zes broers en een zus is een familiegeschiedenis. Maar een ongewone. Het gaat om een armelijk gezin uit de enige achterbuurt die het welvarende Wassenaar rijk is. De vader is even gecompliceerd als gek. Een intelligente dwaas. De moeder is eenvoudig en zorgzaam. Een vrome ziel. Samen moeten ze het zien te rooien in dat te kleine huis met meer kinderen dan ze aankunnen. Bijna allemaal jongens en stuk voor stuk druktemakers. Zes broers en een zus is een portrettengalerij van karakters, gezien door de ogen van een scholier. Het is binnen de Nederlandse literatuur het enige verhaal van een katholieke familie in de bloei van het verval. Een levendig verhaal. Even tragisch als hilarisch. En dat alles in een soepele stijl, vol prachtige anekdoten en schitterende dialogen. Het schrijfplezier spat ervan af. 

Over de auteur

Van Marc Schoorl (Wassenaar, 1962) verschenen in onder meer De Gids, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer literaire artikelen en beschouwingen. De laatste tien jaar werkte hij vooral aan zijn ‘grote trilogie’ Autobiografie van een romanpersonage. Deel 1 is Zes broers en een zus dat in december 2020 verschijnt. Het wordt als feuilleton gepubliceerd op Bazarow.com, elke woensdag en zondag rond de klok van 9.00 uur.
Deel 2 en 3 zullen in 2021 verschijnen.

--

Lees hier de proloog van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 1 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 2 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 3 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 4 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 5 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 6 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 7 van Zes broers en een zus

lees hier hoofdstuk 8 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 9 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 10 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 11 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 12 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 13 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 14 van Zes broers en een zus

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden