Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Bazarow feuilleton: Zes broers en een zus. Hoofdstuk 17

zondag 3 januari 2021

De dokter op bezoek. En een echtelijke ruzie. Maar niet heel echt, dit keer

Zes broers en een zus is nu te koop bij Bazarow

Onze dokter, Westerbaan heette hij, was zeer geliefd. Hij kwam af en toe ook zomaar even langs. Om te kijken hoe het ging, zei hij dan. En dan dronk hij een kopje thee met onze moeder. De eerste de beste keer dat hij bij ons aan huis kwam was met de bevalling van Pim, bij Mirjam d’r geboorte was zijn voorganger erbij geweest, een kleurloze man, vakkundig, maar saai. Pim wilde er niet uit, hoe symbolisch! Z’n hoofd was te groot. De dokter heeft staan sjorren en trekken tot hij erbij neerviel. Letterlijk. Het duurde uren. En toen het joch er eenmaal uit was, is de dokter op de vloer gaan liggen om bij te komen.

En moeder gaf geen kik. Nu ja, bij wijze van spreken dan. Ze zal best wel gekermd hebben, maar Westerbaan liet nooit na zijn bewondering voor haar volharding te uiten. Hij èn zijn collega’s, dat verzekerde hij, hadden nog nooit zoiets meegemaakt. Ze had natuurlijk in het ziekenhuis moeten bevallen, maar dat was achteraf gepraat. En al haar volgende kinderen werden trouwens ook thuis geboren.

De enige die het echt niet kon verdragen, was vader. Die is de krant gaan lezen.

‘Je bent toch niet weer zwanger, he, mevrouw Van Hargen?’ vroeg Westerbaan vaak. ‘Het is wel goed zo, met die zes kinderen van je. Ik kan je er bij helpen, he?’ Dan volgde een veelbetekenende knipoog.

‘Dat hoeft niet, dokter. Dank u.’ Moeder klaagde nooit en verzekerde de dokter dat alles in kannen en kruiken was. Soms, heel soms, brak ze en begon ze te jammeren, om plots en even onverwacht haastig op te staan en te zeggen dat haar huishouden wachtte. Hoofdschuddend verliet de dokter dan ons huis. Onder protest. En met de belofte dat hij morgen wel weer even aan zou komen. Maar daar had de beste man een veel te drukke praktijk voor. Zeker met onze vader erbij.

‘En Adri?’ vroeg hij vaak, ‘gedraagt die zich de laatste tijd nog een beetje?’

‘Het gaat,’ antwoordde moeder steevast en ietwat lijzig. ‘Het gaat.’

Hij had altijd goede raad, die dokter met z’n kalende kop. Hij vroeg ons één voor één of er nog wat was, want, wist hij, er is altijd wel wat, maar bijna alles ging vanzelf wel weer over, dat verzekerde hij ons – waarschijnlijk had moeder die woorden en dat geruststellende toontje van hem overgenomen, omdat het zo goed hielp. Wij, de kinderen, waren altijd rustiger als de dokter langs was geweest, dat viel moeder wel vaker op. Later dacht ik soms wel eens dat zij verliefd op hem was, maar daar heb ik nooit een bewijs van gezien, toch zou het helemaal niet zo gek zijn. Die dokter was in bijna alles de antipode van onze vader. Rustig, kalm, vriendelijk, en in anderen geïnteresseerd. Hij woonde in een grote villa aan de Prinses Marielaan. Als je daar kwam was je meteen onder de indruk. Die man moest wel razend knap zijn! Zelfs mijn vader vond hem sympathiek. Nu had vader toch wel ontzag voor artsen, omdat ze zo geleerd waren en, belangrijker, een eind met hem meedachten en luisterden. Maar als vader thuis was bleef dokter Westerbaan nooit lang. Zoals niemand langdurig met m’n vader wilde verkeren, ook wij niet, maar wij hadden nu eenmaal de pech dat we met hem in huis woonden, zijn kinderen waren. Een voorbeeldige huisarts was het, onze dokter Westerbaan. Toch is het niet goed afgelopen met hem. Nog geen vijftig jaar oud kreeg hij kanker en moest er een been afgezet worden. Hij verhuisde naar Canada en verloor daar aan dezelfde ziekte ook zijn andere been. Nee, niet alles ging vanzelf weer over. Onze moeder wilde het er niet over hebben. Het deed haar zichtbaar verdriet.

 Mirjam babbelde wat met tante Tonnie – het ging volledig langs me heen.

Ik heb een shock gehad, kon ik alleen maar denken. Maar dat was geweldig, iets unieks. Ik voelde me altijd al speciaal, specialer dan de anderen, maar dit was een bevestiging, dit namen ze me niet meer af. Nu had ik een keer de touwtjes in handen! Als iedereen een vorm van toneel speelde, nou, dan waren ze nog niet klaar met me. Ik speelde geen toneel, ik was echt, honderd procent echt. Ik zou ze de stuipen op het lijf jagen. En ik maakte er een verhaal bij. Ik zou ze allemaal wel eens vertellen hoe het werkelijk in elkaar stak. Mij konden ze niet langer voor de gek houden!

‘Kom je weer mee naar huis?’ vroeg m’n zus. ‘Mamma is weer oké en rustig. Er is nu niks meer aan de hand.’

‘Nee, ik blijf nog even hier.’ Ik was ergens bang dat mamma boos zou zijn dat ik een heisa gemaakt had.

‘Dat is goed, hoor,’ zei tante Tonnie.

Pas een uur, twee cola en nog een bakje chips later, toen hun vader ome Jan thuiskwam, ging ik ervandoor. Ome Jan wankelde een beetje, keek glazig uit z’n ogen en brabbelde onverstaanbare woorden. Dat vond ik een beetje eng, ook al was hij de vriendelijkheid zelve. Hij had ook meteen weer een mop paraat. Over een Fransman, een Belg en een Duitser, die mochten zeggen waar ze een zwembad mee wilden vullen. Met champagne! riep de Fransman en nam een duik in de bubbels. Met bier, zei de Belg en dook in het schuimende vocht. Dat wilde de Duitser daarna ook wel, maar hij gleed uit op de rand van het zwembad en riep: Scheisse!...

Ome Jan moest er zelf langdurig om grinniken en z’n ogen werden er helemaal vochtig van. Die grappen deed hij in de kroeg op.

Mamma was niet boos, integendeel zelfs. Ze omhelsde me en gaf me een dikke zoen. ‘Ik liet me even gaan,’ sprak ze, ‘maar het ging vanzelf weer over. Heb ik je zo laten schrikken? Je hoeft niet bang te zijn. Waarom zou je bang zijn? Ik ben er toch, gekkie?’

‘Ik heb lekker cola en chips op,’ zei ik.

‘Dat dacht ik wel,’ klonk het zo neutraal mogelijk.

Toch eindigde die dag nog in mineur. Vader kwam thuis toen wij al op bed lagen en dat zinde moeder niet. ‘Op tweede kerstdag, ben je helemaal?! We hebben een gezin hoor, en die jongens hebben een vader nodig… Je gaat altijd maar de hort op. Lekker makkelijk!’

‘Ach wat, ik ben altijd aan het werk!’

‘Op tweede kerstdag?’

‘Nee, vandaag niet. Mag ik ook eens een keertje?’

‘En ik dan? Ik zit altijd met die jongens. Hoe denk je dat dat voor mij is?’

‘Je geeft meer om de jongens dan om mij. Altijd de jongens…’

‘Vind je het gek?’

‘Dus het is zo! Je ontkent het niet eens!’

‘Ach man, met jou valt niet te praten…’

‘Daarom vind je het ook fijner als ik weg ben. Ja, geef het maar toe!...’

Ik wilde het niet horen, maar hun twee stemmen botsten in mijn hoofd en dat deed pijn. Ik was meteen klaarwakker en sloop de gang op. Boven aan de trap ging ik met opgetrokken knieën en eigenlijk tegen mijn zin zitten luisteren. Raar vond ik dat ergens, dat ik het dan toch deed, maar ik moest weten wat er speelde, anders zou ik de situatie ook nooit kunnen bezweren, want daar was ik op uit, al wist ik absoluut niet hoe: bidden hielp niet erg. Hoe vaak had ik God ’s avonds in m’n bed al niet gevraagd dit in Zijn naam te laten ophouden? We gingen toch naar de kerk en zo? Ik bad toch ijverig? Waarom greep Hij dan niet in?

Even later voegde Frans zich bij me. Hij keek droevig en bezorgd uit zijn ogen en had zijn onderlip over zijn bovenlip gedaan – dat was een van zijn zenuwtrekjes.

‘Ik ben bij Niek geweest,’ zei vader doodleuk. Ome Niek, die in Den Haag woonde, was getrouwd met zijn zus Connie, maar die door iedereen altijd Zus werd genoemd. Ome Niek was een echte Hagenees, joviaal, getapt, maar tante Zus, dat was een geval apart – zoals al zijn zussen een geval apart waren. Tante Zus had een mager bekkie met te grote grijze tanden en kneep je helemaal fijn als ze je te pakken kreeg om je een dikke smakkerd te geven. Dus haar ging je wel uit de weg. Als een echte Haagse tante was ze steevast omgeven door een wolk parfum – en niet de slechtste, want ze had zo haar verlangens – en stak zichzelf in nette maar ietwat ordinaire kleren. Zo droeg ze altijd gouden bedeltjes, waardoor haar bewegingen, net als bij een kat met een belletje, steeds gepaard gingen met gerinkel. Die had ze van ome Niek gekregen, vast als grap: kijk uit, daar komt ze aan! O, hij gaf haar alles wat ze wilde – en dat was nogal wat. Hij vond dat een man dat moest doen. Zijn vrouw, wat een verschrikkelijk loeder het verder ook kon wezen, mocht niks tekortkomen. En zij liet daar geen gras over groeien.

‘Wat heb je er al die tijd gedaan dan?’ wilde moeder weten.

‘Nou, zitten ouwehoeren. Wist je dat ze weer een nieuwe keuken hebben? Die zus van mij weet wel wat ze wil. Ook al heeft ze een hekel aan koken. ’t Is niet te geloven… Niek heeft gister ook weer in de keuken gestaan. Ze voelde zich niet goed. Of misschien voelde ze zich daar wel te goed voor, die zus van me. Je kent d’r. Nou ja. Niek had een haas geregeld bij een vriend van hem. Nou, dan weet je het wel...’ Voor mijn geestesoog zag ik mijn vader knipogen. ‘…Ja, gebraden en al. En ik moet zeggen: het was mals vlees. Veel lekkerder dan konijn eigenlijk.’

‘Maar ook veel duurder,’ zei moeder. ‘En jij wil zelf altijd konijn. Zit ik me daar met dat konijn…’

Gestommel. Wat gebeurde er? Wat deed moeder of was het vader?

‘O, die eet ik morgen wel op.’

‘Je moet niet zoveel eten, je wordt veel te dik.’

‘Nou en dan nog? Gun me mijn pleziertje. Kom op, zeg. Jij ook altijd.’

‘Moet jij nodig zeggen.’

‘Wat dan? Wat?!’

Nee, daar gingen ze… Ik huiverde, Frans kneep in zijn handen.

Stilte. Een lange, spannende stilte.

‘We hebben plaatjes gedraaid. Jaap heeft een prachtige pick-up.’

Moeder zei iets. Onverstaanbaar.

‘Bach natuurlijk. Ja, en dat plaatje wat die jongens hebben. Hoe heet het? Shiter wait pil of zoiets. Dat is gewoon Bach! Die langharigen hebben dat gewoon gejat. Kijk, die Beatles, dat is misschien nog wel aardig. Liefdesliedjes. She loves you… Nou, m’n reet! Dat gaat allemaal over. Maar daar zijn ze jong voor.’

Gemompel van moeder.

‘En Jaap heeft heerlijke sigaren. Van die dikke. Ik heb er drie op. Zalig. Maar daar heb ik het geld niet voor.’

‘Ik ruik het. Je stinkt een uur in de wind. Ga maar douchen.’

‘Nu? Ik ga nu niet meer douchen. Wat een flauwekul. Vroeger douchten we nooit. Daar hadden we niet eens van gehoord.’

Stilte.

‘Dus je hoeft met de kerst geen konijn meer?’

‘Ach, jij met je konijn!’

‘Ik? Jij! Dat moet altijd van jou! Nee, nou wordt ie mooi.’

‘Verdomme, is dat nou zoveel gevraagd?! Zo’n mager konijn. Sjonge-jonge…’

‘O, dan koop ik wel haas. Maar dan moet jij niet meer zeuren over de rekening van de slager.’

‘Hou maar op, ’t is al duur genoeg deze maand.’

‘Precies.’

‘Ik ga de krant lezen. Laat je me?’

‘Je zoekt het maar uit. Ik ga naar bed. De kinderen hebben vakantie.’

‘Zij wel.’

‘Ach man.’

Frans en ik haalde opgelucht adem. De echte storm bleef uit dit keer. ‘Het valt mee,’ fluisterde Frans. Ik knikte. We stonden vlug op en slopen zachtjes naar onze kamer.

 

De volgende aflevering:

Oudejaarsdag: de vlam in de pan

 

Over het boek

Zes broers en een zus is een familiegeschiedenis. Maar een ongewone. Het gaat om een armelijk gezin uit de enige achterbuurt die het welvarende Wassenaar rijk is. De vader is even gecompliceerd als gek. Een intelligente dwaas. De moeder is eenvoudig en zorgzaam. Een vrome ziel. Samen moeten ze het zien te rooien in dat te kleine huis met meer kinderen dan ze aankunnen. Bijna allemaal jongens en stuk voor stuk druktemakers. Zes broers en een zus is een portrettengalerij van karakters, gezien door de ogen van een scholier. Het is binnen de Nederlandse literatuur het enige verhaal van een katholieke familie in de bloei van het verval. Een levendig verhaal. Even tragisch als hilarisch. En dat alles in een soepele stijl, vol prachtige anekdoten en schitterende dialogen. Het schrijfplezier spat ervan af. 

Over de auteur

Van Marc Schoorl (Wassenaar, 1962) verschenen in onder meer De Gids, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer literaire artikelen en beschouwingen. De laatste tien jaar werkte hij vooral aan zijn ‘grote trilogie’ Autobiografie van een romanpersonage. Deel 1 is Zes broers en een zus dat in december 2020 verschijnt. Het wordt als feuilleton gepubliceerd op Bazarow.com, elke woensdag en zondag rond de klok van 9.00 uur.
Deel 2 en 3 zullen in 2021 verschijnen.

--

Lees hier de proloog van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 1 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 2 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 3 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 4 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 5 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 6 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 7 van Zes broers en een zus

lees hier hoofdstuk 8 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 9 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 10 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 11 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 12 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 13 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 14 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 15 van Zes broers en een zus

Lees hier hoofdstuk 16 van Zes broers en een zus

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden