Creatief met Corona 11. Kleine genoegens in verwarde tijden

Kleine genoegens in verwarde tijden
door Bert Dekkers

Verwarde tijden: "willen de beste stuurlui svp thuis blijven"

Van een vorige huisarts, met wie ik nog een blauwe maandag het bestuur van een vrijwilligersorganisatie deelde, kreeg ik direct na pensionering al het advies bijeenkomsten met seniore familie of vrienden vooraf te voorzien van de afspraak: "maximaal één kwartier PHPD: Pijntje Hier, Pijntje Daar". Een soortgelijke afspraak lijkt me in Corona-tijden ook verstandig over de virusbestrijding. Niet om weg te willen kijken van alle ellende die vooral bij ouderen én kleine zelfstandigen diep zal aangrijpen. Maar vooral vanuit het idee dat het de zaak niet verder helpt, als we de gehele dag de verrichtingen bediscussiëren van de beste experts, die we gelukkig in Nederland op dit gebied hebben. En wat de berichtgeving betreft: wat missen we toch een objectieve, afstandelijke nieuwslezer als Fred Emmer of Philip Frederiks met zijn droge humor; het NOS-Journaal als feitelijke aanvulling op alle emotie-TV!

Voor het afhechten van de Corona-crisis sluit ik me graag aan bij de boodschap van een verpleger vanuit een ziekenhuisraam, maandagochtend 23 maart, via Twitter: "Laten we voor de komende week de volgende taakverdeling afspreken: wij gaan aan het werk, jullie blijven netjes thuis".

Bij dat thuisblijven wil ik drie kleine genoegens delen die nu in kleine kring al veel voldoening op kunnen leveren en die, na de crisis, weer met grote gezelschappen gedeeld kunnen worden.

Hamsteren? Weet wat je binnenhaalt

Hamsteren is recent in een kwaad daglicht komen staan, sinds een nederig artikel als toiletpapier in de dagkoersen ongekende hoogten bereikte en voor laatkomers lege schappen opleverde. Wij hebben, moet ik bekennen, zelf ook wel enige ervaring met hamsteren. Pas getrouwd, in 1974, moesten wij echt op de kleintjes letten en elk dubbeltje omdraaien. Maar we kwamen in de gelegenheid om boodschappen te doen in de groothandel in Breda. Zo goedkoop! Je moest alles wel per doos meenemen, bijvoorbeeld de blue band. Het juiste aantal (48 per doos?) ben ik vergeten, maar we zaten voor ons twee met een voorraad voor zeker een jaar. Zo ook met de aardappelen: een zak van 50 kg als wintervoorraad direct  bij de boer in Kruisland, West-Brabant, afgehaald. Zo goedkoop! Halverwege het eerste stookseizoen liepen de aardappelscheuten over de, veel te warme, vliering en is het restant op de composthoop beland. Sindsdien beperken we het hamsteren tot een paar essentiële zaken zoals daar zijn: dierbare herinneringen, kookboeken en mooie biotopen. Zij zijn onontbeerlijk voor de drie kleine genoegens waarmee wij zorgelijke tijden het hoofd bieden: 'goed eten', 'boekenschrift' en 'tuinreservaat'.

Goed eten

Wij houden gelukkig allebei van 'koken en lekker eten'. Onderdeel van die hobby is het verzamelen van alles wat behulpzaam kan zijn: kooktijdschriften, recepten, smaakherinneringen en, natuurlijk, kookboeken. Ik kan er inmiddels aardig wat plankjes mee vullen. Voor wie ze goed leest, ligt daar de wijsheid van vele generaties in opgeslagen. Neem bijvoorbeeld een spreekwoord dat we afgelopen maand vast wel een paar keer tegen elkaar gezegd hebben: 'maart roert zijn staart'. Wij denken dat dat op het wispelturige weer slaat, maar het zeer interessante boekje van Christianne Muusers: Het verleden op je bord. Vijf eeuwen receptuur uit de culinaire collectie van de Koninklijke Bibliotheek biedt andere inzichten, ontleend aan het Visboeck van de Scheveningse vishandelaar Adriaen Coenen (1514-1587). Het gezegde is volgens deze 'In maart roert de eerste elft zijn staart'. Dat is het begin van het seizoen voor elft. Inmiddels is deze vis in onze wateren vrijwel uitgestorven, maar de receptuur van toen is nog steeds bruikbaar voor een puur Hollandse vis: 'peterseliesaus bij gepocheerde snoekbaars'  (Muusers, p.24).

Tegelijkertijd zijn onze eetgewoonten sinds die 16e eeuw wel drastisch veranderd. Werp bijvoorbeeld eens een blik in Recepten voor de Fijne Keuken der 's-Gravenhaagsche Vakschool voor Meisjes (C. Goldenberg en M.B. van Doorne-Struwe, 1925). Dit kookboek kreeg ik van een oud-collega, wiens grootmoeder in een deftige Haagsche familie huishouden en keuken had bestierd.  In de aftrap wordt meteen de toon gezet met "Middagmaaltijden. Het [menu] bestaat tegenwoordig uit minder schotels dan vroeger het geval was; toen waren er wel 10-12 gangen, terwijl dat getal nu tot 6, hoogstens 8 gangen teruggebracht is" (p.1). Niet dat mijn (voor)ouders dit kookboek benutten voor hun maaltijden, de 'fijne keuken' was nog niet aan hen besteed, als ze er al tijd voor gehad zouden hebben. Hooguit zullen zij voor hoogtijdagen het NCB-kookboek geraadpleegd hebben dat in de 30'er jaren tot stand kwam. Het was de plattelandstegenhanger van het 's Gravenhaagse en geheel gericht op het bijbrengen van zuinige keukenvaardigheden en op 'verbetering van het plattelandse leven', zoals het voorwoord voor de 2e druk (1938) meldt. Het NCB-kookboek is indirect nog steeds de basis van ons koken via mijn Brabantse schoonmoeder die het op de huishoudschool (ook zo'n NCB-initiatief tot 'verbetering van het plattelandse leven'!) als kookkunst meekreeg. Elke winter genieten wij nog van de onvolprezen rode kool (p.59), al passen wij de kooktijden wel aan: de kool zelf is ook drastisch veranderd.

In mijn verzameling boeken over 'koken en lekker eten' neemt Baggini een ereplaats in. De man is Brits filosoof en neemt onze eetgewoonten grondig onder de loep in The virtues of the table. How to eat and think (Granta 2014), in het Nederlands uitgebracht onder de titel Deugden van de tafel. Een filosofie van het eten. Voor Julian Baggini is 'goed eten' onverbrekelijk verbonden met duurzaamheid en hij ontleedt dat begrip  in drie waarden: 'seasonal', 'organic' en 'local'. Als rechtgeaard filosoof laat hij zien dat het om vaak conflicterende waarden gaat. Als je aan alle drie  streng vasthoudt bij alle maaltijden, wordt het leven voor een gastronoom, wat Baggini ook is, toch wel erg saai. Ik herinner me uit mijn jeugd dat in augustus, als de bonen geoogst kunnen worden ('seizoensgebonden'), wij wekenlang boontjes voorgeschoteld kregen, zelfs als je de hele ochtend als scholier al geholpen had met het bonen plukken. Mijn relatie met boontjes is daarna jarenlang nogal gespannen geweest.

Ondanks die ervaring is het een plezier door het jaar heen de drie waarden voor ogen te houden en met plezier je maaltijden te nuttigen zonder veel weg te gooien.

Wat mij betreft is de mantra: weet wat je eet en geniet ervan:

  • 'Seizoensgebonden' betekent weinig 'vlieguren', weinig CO2-uitstoot en nog goedkoop ook. Levert ook bijzondere lekkernijen zoals in februari de skrei, een kabeljauw-soort die in de eerste maanden van het jaar uit de koude noordelijke poolwateren naar de omgeving van de Lofoten komt om te paaien. De Noorse visserij-autoriteiten bezien jaarlijks het quotum dat, mét duurzaam MSC-label, gevangen kan worden zonder dat de visstand grote risico's loopt. Onze lokale visboer in de Dorpsstraat zorgt dan dat wij zo'n bijzonder visje op ons bord kunnen krijgen.
  • 'Organisch': weinig belastend voor de natuur, vriendelijk voor flora en fauna; gelukkig worden kwaliteit én smaak van alle organische/biologische producten steeds beter.
  • 'Lokaal': de producent, en in het voorbeeld van de skrei onze lokale visboer, laat zien wat er voor nodig is om zo'n product te brengen.

Bij 'goed eten' horen goede rituelen, alle genoemde boeken besteden hier ruim aandacht aan.  'Goed eten' vraagt aandacht in aankoop en voorbereiding en dan: 'Aan tafel!'

Boekenschrift met 'Plezierfactor'

Een heel bijzondere vorm van herinneringen hamsteren is het boekenschrift. Geïntroduceerd door Felix Eijgenraam ("De Plezierfactor") in het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad van 22 december 1989 houden wij nu al weer dertig jaar lang nauwkeurig bij welke boeken we door het jaar heen lezen en waarderen volgens zijn systeem van 0, 1, 2 of 3 sterren. Felix Eijgenraam hield in genoemd artikel (dat ik natuurlijk heb bewaard!) een krachtig pleidooi voor het opzetten van een boekenschrift. Het vergt enige discipline om steeds weer een uitgelezen boek te registreren, zowel qua aantal bladzijden als qua waardering, maar als na verloop van tijd wat cijfermateriaal is opgebouwd wordt het steeds interessanter. Aan het eind van het jaar kun je naar believen de nodige statistieken opzetten: totaal aantal pagina's gelezen, uitgesplitst naar waardering, naar schrijver, naar taalgebied als je zou willen etc. Uiteindelijk kan de totale plezierfactor per jaar  (aantal pagina's x waardering) het boeiendste cijfer zijn waar het om draait. Eijgenraam zegt: "Het is bij uitstek de nietsontziende volledigheid, die een boekenschrift tot een boeiend of zelfs ontroerend document kan maken. Zelfs de hiaten zijn veelzeggend, ze verhalen van depressie, verliefdheid of drukte op het werk." Afgelopen januari ben ik dus aan mijn 31ste boekenschrift begonnen en kan ik de uitspraak van Eijgenraam volmondig beamen. In het eerste jaar (1990) boekte ik een totaal van 3462 pagina's met een plezierfactor van 1,62. Er was één roman die de volle 3 sterren behaalde: De kroongetuige van Maarten 't Hart op een totaal van dertien gelezen boeken in dat jaar. Het duurde dan tot augustus 1993 eer ik de volgende 3 sterren noteerde, dit keer voor Willem Frederik Hermans voor zijn Onder professoren uit 1975. Er waren jaren van grote drukte, tot uiting komend in een dip in het boekenschrift: in 1997 kwam ik niet verder dan 1793 pagina's. Dat was dan ook een heel turbulent jaar met verandering van werkkring. Scherp contrast daarmee is 2019, het jaar waarin ik alle vrijwilligerswerkzaamheden afrondde. Ik noteerde ik in de dertigste aflevering van mijn boekenschrift een record van 10.582 pagina's met als absolute topper Churchill. De Biografie van Andrew Roberts: 1171 pagina's en de volle 3 sterren.

Tuinreservaat

Als laatste genoegen werken wij al jaren aan een tuinreservaat in onze stadstuin: hoe realiseer je dat? De toegangspoort tot onze achtertuin wordt, met enige trots, gesierd met het bordje 'tuinreservaten.nl. De achtertuin grenst aan een verborgen stuk wildernis langs het tracé van de Randstadrail. Wildernis en tuinaanleg samen vormen een rijke bron van natuurlijke diversiteit. De Randstadrail biedt ons een prachtige verbinding met de regio voor winkelen, werken en recreëren. Onbedoeld vormt het tracé ook een groene ecologische zone, waarlangs vogels , insecten en zoogdieren vrijelijk kunnen foerageren en bewegen over een relatief groot gebied. Net als mensen hebben onze flora en fauna een paar voorwaarden om te blijven bestaan, als individu én als soort. Minstens gaat het dan om voedsel, een schuilplaats en enige rust. Juist het Randstadrailtracé biedt die in ruime mate. Achter onze rij huizen vind je aan beide zijden van het spoor diepe achtertuinen tegen de geluidswal aan. Tussen die tuinen en het feitelijke spoor levert dat een heerlijk, ondoordringbaar struweel. Alles bij elkaar een groene strook van zo'n honderd meter breed, waar de stadse drukte op afstand blijft. Een paradijs voor natuurlijk leven. Wat dan nodig is, zijn tuinbezitters die daarin nog een handje helpen.

"Is mijn tuin een tuinreservaat?" Antwoord op deze vraag vind je via tuinreservaten.nl: als je op 7 of meer van de 10 gedefinieerde natuurkenmerken positief scoort, dan kun je je tuin voordragen als 'tuinreservaat'. Je komt hierover meer te weten op de website van Vogelbescherming/JaarrondTuintelling. In Zoetermeer en omgeving zijn er al veertien, maar vogels, vlinders en insecten kunnen er nog veel meer gebruiken. En je tuin hoeft echt niet persé aan het Randstadrail-tracé te liggen (al helpt dat wel!). Als je eigen tuin te klein is en grenst aan gemeentelijk groen kun  je natuurlijk bekijken of je met adoptie-groen je leeftuin kunt uitbreiden. Vooral als je dat samen met je buren doet, kan er iets moois ontstaan. In een tuinreservaat help je de natuur door vrije doorgang naar de omgeving, zo weinig mogelijke verharding en natuurlijk: voedsel en water. Elk tuinreservaat helpt. Veel insecten, vogels en zoogdieren zijn zo langzamerhand aangewezen op de stad. Alle groene plekken in de stad zijn hierin van belang. Maar tuinreservaten geven dat mooie extra, zeker als je nog wekelijks meedoet aan de vogeltelling. Met je goede zorgen gaan ook de meer bijzondere soorten je tuin aandoen. Wij konden al putters, groenlingen en zelfs een goudhaantje bewonderen.

Kortom: kleine inspanningen worden vorstelijk beloond!

--

Bert Dekkers is gepensioneerd socioloog, tuinier, amateur-kok en verwoed lezer, vooral van biografieën

--

Creatief met Corona

Hoe komen we deze bizarre tijd door? Op initiatief van auteur Reinold Vugs publiceert boekenplatform Bazarow.com elke werkdag rond de klok van 16.00 uur een nieuwe of bestaande tekst van schrijvers, medewerkers óf lezers. Het  het mogen ook schilderijen, tekeningen, collages of foto's zijn.  

Het doel van Creatief met Corona volgens Reinold: “Het belangrijkste is dat de bijdragen inspireren, prikkelen of wellicht troost bieden en lezers voor een moment wegvoert uit de dagelijkse werkelijkheid.” 

Zelf meedoen? Kijk hier hoe! 

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden