Creatief met Corona 13. Het 1,5 meterleven ofwel...

Het 1,5-meterleven ofwel:

Monsieur Hulot en de Herijking van Vrijheid, Gelijkheid en Verwantschap

Door Bas Aghina

Als je na vier dagen – we spreken begin april – er weer eens op uit trekt voor de inwendige mens dan merk je het op straat, in de winkel en voor het stoplicht: wij maken meer oogcontact en dat is belangrijker dan ooit. Je voelt dat hier iets gebeurt, dat ook het zoveelste bewijs is dat wij nu in een heel andere wereld leven dan zo’n drie weken geleden. Waarom maken wij meer oogcontact? Is het om te zien of wij wel de nodige anderhalve meter afstand houden? Zolang we gewoon ruime afstand houden is het toch niet nodig om opeens aandachtiger te bewegen in het openbaar? Want een bepaalde afstand innemen doen wij instinctief al bij sommigen. Iedereen die krantenabonnementen of goede doelen aan de man en vrouw heeft gebracht, in verkiezingstijd heeft staan flyeren of dit venten heeft ondergaan, weet wat ik bedoel. Alleen, dat afstand houden lukt lang niet bij iedereen en dat is nu juist wél de opdracht.

Omdat wij ons nieuw gedrag moeten aanleren voor een zaak van gezond, ziek of erger, moeten het verstand om hulp gevraagd worden. Veilig thuisgekomen zoomen wij in op afstand houden, en zien dan op drie niveaus iets gebeuren.

Allereerst lezen wij elkaars lichaamstaal beter bij één-op-één ontmoetingen om te zien hoe wij ervoor staan: fysiek – zijn er betraande ogen zonder emotie, wordt er gehoest of gesnuft? – en in ons gemoed en onze bedoelingen. Omdat beiden de ongemakkelijkheid herkennen en erkennen, glimlachen wij vaker, al is het soms onwennig. Ook om de ander zo te laten zien dat we geen vreemde, plotselinge bewegingen gaan maken, die ongewild tot botsingen kunnen leiden.

Ten tweede, willen wij ruimte voor de ander maken, zoals wij ook verwachten dat zij of hij dit doet, zodat ieder de ingeslagen weg kan vervolgen naar het brood van de dag en soep voor de avond. Wat onhandig maar met de beste bedoelingen, bewegen wij ons in het nieuwe 1.5-meterleven. In deze tijden voelen wij ons – van straatveger tot staatshoofd – “Nationwide” verdwaald in een vreemde, vaak duistere film. Zonder de huidige tragische dynamiek te betwisten – Dickens’ “It’s the best of times, It’s the worst of times” wringt zich tussen de regels door naar voren – waan je je soms ook plots in een Tati-film.[1] Monsieur Hulot, Jacques Tati’s alter ego, is meestal verdwaald, naar rechts beleefd buigend en links deuren openhoudend in een Frankrijk dat vooroorlogs familiegedoe wilde verruilen voor de moderne tijd van een heldere en soms genadeloze moraal van efficiënt beton, staal en glas. De onhandige Hulot met eeuwig hoedje, pijp en regenjas, zoekt zijn weg in kantoortuinen, hightech keukens vol zelfopenende deurtjes – we spreken 1958! –  drukke rijbanen, familiestranden en hotels, in een mensenmassa die ogenschijnlijk wél weet hoe zij zich moet voortbewegen. Sinds half maart zijn wij allemaal een beetje meneer of mevrouw Hulot geworden. Behalve een bron van plezier en inspiratie – Mr. Bean is duidelijk familie – zijn Tati-films zoals “Mon Oncle” en “Playtime” nu sociaal lesmateriaal voor ons 1,5-meterleven.[2]

Wie nu sociaal is, houdt fysieke afstand, maar verkleint zo de psychische afstand tot elkaar. En dat is het derde wat gebeurt: wij ontmoeten elkaar nu meer van gelaat tot gelaat, om het met Levinas te zeggen.[3] Daarom beweer ik dat de kwaliteit van onze ontmoetingen in de publieke ruimte nu juist kan groeien. Op gepaste afstand voelde ik mij gesteund toen ik via een “gelaatsessaytje” (op FB) vroeg of deze ervaring herkenbaar is of slechts gratuite voorjaarsmijmeringen zijn van een idealistische filosoof; het leverde mooie reacties op zoals:

“Heel herkenbaar (…) en eigenlijk heel mooi (…) vooral als je ook een andere hondenbezitter tegenkomt (…) het besef groeit dat we juist nu tot elkaar veroordeeld zijn in dit eindig bestaan (…) de publieke ruimte in de supermarkt is JUIST afgenomen (…) bijna twee mensen met elkaar op de vuist zien gaan (…) kan deze welgemeende vriendelijkheid zo blijven a.u.b. (…) wat paradoxaal. Afstand maar toch dichtbij (…) Nu bepalen met Berlin (niet Irving, componist van o.a. White Christmas, maar Isaiah, de filosoof, redactie) wat vrijheid inhoudt. Dat dansje om elkaar heen is de kern (…) nu wel uitkijken voor disciplinerende keuzes (met Marli Huijer en Noah Harari) die langer blijven (ook na deze crisis, redactie) (…) hoe willen wij onze gezondheidszorg en democratie inrichten en wat dat betekent in tijden van pandemieën en andere dreigingen (…) verbonden op afstand zijn.”[4]

Bedankt Jan, Lutske, Louis, Maureen, Arjan, Elly, Babs, Maarten, Marieke, Roeland en Ineke: bedankt voor deze eerlijke en toegankelijke antwoorden in deze tijd van het houden van fysieke afstand. Deze reacties laten óók zien dat wij ons al die tijd (onbewust?) al hebben voorbereid via sociale media in “het tussen haakjes” kunnen zetten van de fysieke component van ons bestaan. We kunnen nu de lichamelijke bewegingsvrijheid in het sociale deels “offeren” ten gunste van het verruimen van onze mentaal-sociaal vrijheid.[5] Immers, inmiddels zijn wij vaak volleerde mediale mensen, die hun fysieke sociale ruimte nu kunnen inzetten ten gunste van anderen, als het aardige zusje (?) van ons egocentrische “dikke-ik”.[6] Ingetogenheid, zich inleven en andere – het mag wel eens gezegd worden – deugden met religieuze (voor)ouders, komen nu goed van pas. Of liever gezegd: zij laten ons de Koninklijke weg zien door de sociale ruimte, culminerend in de “dansende balans” tussen vrijheidsuiting en verantwoordelijkheid. Is het nu verantwoord zomaar te gaan rennen, zonder aanziens des persoons? De balans tussen mijn eigen ‘ik ren mij rot’ en andermens ‘ik blijf vrij van jouw inmenging binnen anderhalve meter’ balanceert nu op verantwoordelijkheid en prudentie. De ene kan nu niet zonder de andere. Het is nu niet de tijd om in daden moreel te gaan hinkelen, wel om de dans in te zetten.

En deze “dans” is nodig, want buitengekomen zitten wij allemaal in hetzelfde schuitje: om de situatie in te schatten en elkaars gelijkwaardigheid te benadrukken, moeten wij elkaar beter peilen in vrijheden en verantwoordelijkheden. We ontkomen er niet aan ons sociale zelf te herijken, dus: waarom dit niet in kleine kring uitproberen, alsof wij weer kinderen zijn die met hulpwieltjes leren fietsen in de kamer? Een beetje burger begint daarmee binnenshuis te oefenen. Op je huisgenoten, je huisdier of om makkelijker te beginnen: die dure vaas van oma; daar mag toch niemand bij in de buurt zitten. Sinds 31 maart de WHO adviseert om ook thuis de anderhalve meter bubbelbuffer te eerbiedigen, is het dansen thuis al begonnen.

Nog iets kan gebeuren: ons 1.5-meterleven kan ons aanzetten tot een spirituele oefening van klooster- en/of Zen-achtige “mindfulness”. Pas als ik ten opzichte van willekeurig welk object mijzelf, zonder te forceren, op anderhalve meter afstand natuurlijk weet te bewegen en ermee kan communiceren, ben ik gereed naar buiten te gaan. Ons 1.5-meterleven maakt ons gelijkwaardig in het herijken van onze vrijheidsuitingen, de spontane en de projectmatige en laat zo ook meteen onze onderlinge verwantschap zien… Als wij dit besef durven toelaten en doordenken in onze “verstilling” thuis, in de straten en onze bovenkamer, dan beseffen wij het: wij zijn eigenlijk bezig Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap (moderner: Verwantschap) te herijken. Verwant zijn wij in ieder geval op biologisch niveau: wij kunnen elkaar aansteken. Maar ook anders: wij delen dezelfde tijd, planeet en opdracht iets moois van het leven te maken. En C als gelijkmaker bewijst dat wij ook Gelijk zijn, waarbij dit ook slechts een begin is, want gelijkwaardigheid laat zich verder positief uitwerken. En over onze vrijheid hebben wij ons voor nu al genoeg geuit. Mijmeren en mediteren op deze Democratische Drie-eenheid, kunnen ons kompas zijn in deze vreemde wateren. Mocht deze bewering te ver gaan; het zijn ook tijden die verre van normaal zijn.

En hoe laten wij elkaar herkenbaar zien dat wij met deze herijking van waarden bezig zijn? Door het maken van een buiging; niet de koloniale, onderdanige, blikvermijdende, wel de wederzijdse democratische, gelijkwaardige variant, met twee handen voor de borst omhooggericht. De buiging voor anderen, de Ander, als in: de naam voor iedereen tot en met, zo je denkt, wilt of voelt, een deze wereld overstijgend wezen. Buigen voor het Andere, als in: de organische en anorganische natuur. Deze buiging houdt de afstand in stand en laat toch de gewenste sociale toenadering zien. Zoekend naar oogcontact brengen wij onze gelaten dichterbij elkaar. Alleen, dit soort buigen maakt dat wij nog verder van elkaar moeten gaan staan. Worden wij namelijk te enthousiast in onze goede bedoelingen, veranderen wij in een ogenblik binnen de 1,5-meter grens van bondgenoot in mogelijke wondgenoot. En dat was nu net niet de bedoeling.

De balans tussen sociaal-fysiek-lichamelijke vrijheid en sociaal-mentale vrijheid, daar gaat het om. De vrijheid in en van de geest(en). Deze gaat als een pendelklok heen en weer, waarbij wij ons telkens de vraag kunnen stellen: welke vrijheid is welk risico waard, voor mijzelf en voor anderen? En hoe zit dat met jou? Op dit niveau, verandert onze stuntelfilm weer in een oorlogsepiek: who can tell friend from foe? Liever stel je jezelf dan de vraag: hoe kan ik mijn lichamelijke bewegingsvrijheid inruilen voor sociaal-mentale avonturen en ook dieper gaan? Mij onderdompelen in eigen deels verborgen talenten-bewonderbaar-op-afstand en die van mijn huis- en planeetgenoten, op zoek naar onvermoede vergezichten, betoverende klanken en ervaringen van ons bestaan? Zo bezien vergroot het fysieke 1,5-meterleven ons mediale leven met 1,5-Gb. Mind over matter?

Het is een ironie van de geschiedenis, dat wij in het jaar van 75 jaar vrijheid ons eigen leven zo aan banden moeten leggen, om te ontdekken dat alle vrijheid relatief is, dat ook onze eigen vrijheid een familie is van verschillende verwanten, die gelijkwaardig zijn.

Allez, het wordt nu tijd Monsieur Hulot te gaan zien. Om daarna onze nieuwe groet uit te proberen op huisgenoten en objecten.[7] En voor wie echt weinig ruimte heeft: wellicht volstaat een lichte knik – en oogcontact – van een glimlachend gelaat en een hoofd dat danst, vol van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Dat wordt oefenen; nou en? Samen leven is het waard.

--

Sebastiaan Aghina werkt als publicist/schrijver, organisator/manager en docent/onderzoeker in o.a. het (beroeps- en volwassenen)onderwijs (o.a. Volksuniversiteit Amersfoort), de zorg en het publieke domein.

Strip: Thymen Aghina.

Recent publiceerden Sebastiaan (vader) en Thymen (zoon) het kinderboek Surrealinea, De Zwevende Stad

Noten

[1] Charles Dickens begint met deze bijna oudtestamentische zin zijn meesterwerk A Tale of Two Cities (1859) over het wel en wee van twee dubbelgangers in respectievelijk London en Parijs ten tijde van de Franse Revolutie.

[2] Zie voor leven en werk van de grootmeester van de stille filmlach Tati, half-Russisch en half-Nederlands geboren als Jacques Tatischeff (1907 – 1982): https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Jacques_Tati

[3] De filosofie van de dialogische relatie als basis voor bestaan én het morele appel dat uitgaat van de ontmoeting van het gelaat van de Ander, is ontwikkeld door Emmanuel Levinas (1906 - 1995) de Franse fenomenologische filosoof. Voor een actuele toegang tot zijn werk zie: Renée van Riessen, Van zichzelf bevrijd. Levinas over transcendentie en nabijheid, Sjibbolet Filosofie, Amsterdam, 2020 of anders Theo de Boer, Tussen filosofie en profetie: de wijsbegeerte van Emmanuel Levinas, Ambo-Wijsgerig, Bilthoven, 1976 en latere drukken.

[4] Marli Huijer is huisarts en voormalig Denker des Vaderlands bekend; Yuri Noah Harrari is (cultuur)historicus en bestsellerauteur, bekend van o.a. Deus.

[5] Het tussen (…) zetten, is geïnspireerd op het werk van Edmund Husserl (1859 – 1935), filosoof en “aartsvader” van de fenomenologie. Hij zette het zijn van de wereld en de dingen zolang tussen (…) op zoek naar het beschrijven en begrijpen van de fenomenen.

[6] Dank aan Harry Kunneman voor de beeldspraak van het “dikke-ik”, zie o.a. Harry Kunneman, Voorbij het dikke-ik. Bouwstenen voor een kritisch humanisme, SWP Uitgeverij, Amsterdam, 2015.

[7] Dit heet ook wel de Soendanese groet, ook zo benoemd en uitgevoerd door de Koning in het recente staatsbezoek aan Indonesië.

--

Creatief met Corona

Hoe komen we deze bizarre tijd door? Op initiatief van auteur Reinold Vugs publiceert boekenplatform Bazarow.com elke werkdag rond de klok van 16.00 uur een nieuwe of bestaande tekst van schrijvers, medewerkers óf lezers. Het  het mogen ook schilderijen, tekeningen, collages of foto's zijn.  

Het doel van Creatief met Corona volgens Reinold: “Het belangrijkste is dat de bijdragen inspireren, prikkelen of wellicht troost bieden en lezers voor een moment wegvoert uit de dagelijkse werkelijkheid.” 

Zelf meedoen? Kijk hier hoe! 

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden