Creatief met Corona 15. De tuien van R'lyeh

De tuinen van R’lyeh
Johan Klein Haneveld

Witte takken, als de handen van een afgekloven skelet, reikten naar me omlaag en dreigden zich in mijn uitrusting te haken. Op sommige plekken hingen slijmerige bruine plukken die wuifden alsof ze een eigen leven bezaten. Ik had wat flitsen kleur gezien, iets dat snel in een schuilplaats dook, maar verder was het woud volkomen uitgestorven. Geen geluid klonk er, niets bewoog. Ik zag niks dan bleke stammen. Onder mij bevond zich een pad van zand en schelpen, waarvan de meeste tot gruis waren vergaan. Het liep naar beneden af tussen twee rotswanden en verdween in de schemering. Hoewel de temperatuur nog aangenaam was, voelde ik een plotselinge kilte tussen mijn schouderbladen, alsof ik door vreemde ogen werd bespied. Ik hield mijn adem in en tuurde ingespannen. De schaduwen bleven echter leeg. 

Uiteindelijk liet ik een stroom van bellen ontsnappen. Fonkelend als diamanten stegen ze op. Ik keek op de duikcomputer op mijn mijn linker onderarm en zocht vervolgens het ventiel van mijn trimvest dat zich ergens op mijn borst bevond. Met een druk op de knop deed ik lucht in mijn vest lopen. Ik steeg op. De wanden van de onderzeese kloof gleden aan weerszijden van me aan me voorbij, de koraalskeletten lieten me ongehinderd passeren. Ik had weer alle kanten op vrij zicht, een helder blauwe wereld onder een dak van felle spiegeltjes. Het was alsof ik me in de open oceaan bevond. Het rif onder me was namelijk wit als krijt, volkomen afgestorven. De myriaden vissen van allerlei kleuren die er hadden samengeschoold waren verdwenen, op een enkele schuwe achterblijver na. Alleen algen voelden zich op deze plek nog thuis. 

Ik dreigde te snel omhoog te gaan en trok aan het koord dat lucht deed ontsnappen. Nog een kleine scheut erbij om niet te zinken en ik bleef zweven. Een blik op de computer leerde me dat ik nog voor twintig minuten zuurstof over had. Genoeg om terug te komen bij het schip dat een eindje achter mij dreef op een kolom van schaduw. Rechts van mij steeg een slinger bellen op. Hoe dichter ze bij het oppervlak kwamen hoe platter ze werden, als uit glas geblazen paddenstoelhoeden. Een donker silhouet verscheen. Noah. Ik zag de witte fles op de rug, het zwart met blauwe neopreen van het duikpak en achter zijn bril het wit van zijn ogen in zijn donkere gelaat. Ik vroeg me al een poosje af waar hij was gebleven. Ik zette mijn duim en wijsvinger tegen elkaar, met de andere vingers uitgespreid, het gebaar voor: ‘Alles goed?’ Hij maakte een wuivende beweging met zijn platte hand. Nee dus. Vervolgens wees hij naar beneden en stak vervolgens zijn duim omlaag. Ik maakte hetzelfde teken als zojuist. Ik zou hem achterna komen.

Met trage bewegingen van mijn vinnen en mijn armen gekruist voor mijn borst zwom ik naar Noah toe. Hijzelf liet al lucht uit zijn trimvest lopen en begon te zakken. Op zijn plek aangekomen, volgde ik zijn voorbeeld. Vanuit het heldere zonlicht kwam ik terecht in een dode, grijze schemering. Ik wist niet of deze koraalspleet daadwerkelijk smaller was dan degene die ik eerst verkend had, of dat het alleen zo leek omdat we nu met z'n tweeën de nauwe ruimte vulden. In elk geval kwamen verborgen claustrofobische gevoelens boven. Ik wilde niets liever dan direct weer opstijgen. Noah daalde daarentegen steeds verder af. Ik moest hem wel volgen. De wanden om me heen deden me denken aan het marmer van een mausoleum. Ik merkte dat ik mijn adem inhield. Mijn duikpartner kwam onder mij tot stilstand. Ik blies weer wat in mijn trimvest en kwam naast hem zweven. Ik was echter net te laat geweest met het remmen van mijn afdaling en moest mijn hand uitsteken om te voorkomen dat ik de schelpenbodem raakte. Meteen kwam van die plek fijn wit stof omhoog zetten. Het gaf het water een melkachtig aspect, maar niet genoeg om mijn zicht te belemmeren.

Noah wees. Zijn ogen keken me van achter zijn masker aan alsof hij iets van me verwachtte. Ik slikte. Wat ik zag was een bruinrode worm ongeveer zo breed als mijn pols, die licht pulseerde. Het begin en het einde ervan waren niet te zien. Achter mij verdween de meanderende tentakel uit het zicht om een bocht van de kloof. Voor mij loste hij op in de blauwe diepte. Noah wees. Hij wachtte niet op mijn oké-teken maar begon te zwemmen. Mijn hart bonkte in mijn keel en mijn adem leek een storm in mijn apparaat. Als de wereld om ons heen nog kleur had bezeten, dan zou die nu zijn verdwenen.

Ik wierp opnieuw een blik op mijn computer. We bevonden ons al op vijfentwintig meter diepte. Nog even en we zouden decompressiestops moeten maken om veilig boven te kunnen komen. Daar had ik in elk geval niet genoeg lucht meer voor. Ik ging naast Noah zwemmen, trok zijn aandacht en stak mijn duim op. Er leek een schok door hem heen te gaan. Hij keek naar de organische kabel. We hadden ondertussen het einde van de onderzeese kloof bereikt, maar niet het einde van de worm. Zijn lange lichaam slingerde verder over de met dode schelpen bestrooide helling. Nog steeds trilde hij, als een darm die een vloeistof pompte. Hij leek naar beneden toe zelfs breder te worden, minstens zo dik als mijn dijbeen. Het einde was verborgen in de diepte. Als er inderdaad ergens een einde aan kwam.

Noah keek op zijn dieptemeter en vervolgens op zijn horloge. Hij was een van de weinigen in ons team die geen computer gebruikte. Vervolgens ontspande hij. Hij keek hij mij aan en gaf het signaal met zijn duim en wijsvinger. Opluchting maakte zich van me meester. Ik blies lucht in mijn vest en terwijl ik op mijn scherm mijn snelheid controleerde, steeg ik op. Mijn duikpartner volgde mij. Ik zag hem echter af en toe omlaag kijken, alsof hij hoopte nog een glimp op te vangen van zijn bizarre ontdekking.

Ik liep naar het voordek, gekleed in mijn badpak en mintgroene shorts, slippers aan mijn voeten en een zonnehoed op, ook al hing de zon al groot en oranje boven de horizon. Ik had twee reeds geopende biertjes bij me. Grote druppels condenseerden op het groene glas.

Noah zat in een van de plastic strandstoelen, zijn handen achter zijn hoofd, starend naar de horizon, gekleed in een verkleurd T-shirt van een duikmerk. Ik zette een flesje naast hem neer en liet me in de tweede stoel zakken. De eerste teug van de drank was een bijna hemelse ervaring, de kou een groot contrast met de hitte, die ook nu het avond werd drukkend bleef. Ik slaakte een diepe zucht. Vervolgens keek ik opzij. Mijn duikpartner had zich niet bewogen. Zijn borstelige wenkbrauwen waren gefronst en ik zag dat hij op zijn onderlip beet.

‘Wat denk je dat het was?’ vroeg ik, nadat ik een tweede slok had genomen.

Mijn collega knipperde met zijn ogen en draaide zich naar me om. Hij moest duidelijk moeite doen om te glimlachen. ‘Oh, hee, Dian, ik had je niet gezien.’ Hij keek naast zich omlaag. ‘Dank voor het biertje.’

‘Geen probleem,’ knikte ik. Maar zo snel liet ik me niet van mijn onderwerp afbrengen. Ik wees naar hem met de hals van mijn flesje. ‘Serieus. Wat was dat ding? Een kabel? Een buis? Het leek te leven.’

‘Ik denk de hele tijd aan niets anders.’ Noah zuchtte. ‘Ik heb nooit iets gezien dat er ook maar op lijkt. Het zag er niet uit als iets kunstmatigs. Bovendien bevinden we ons aan de rand van het Groot Barrièrerif. Er zijn in een cirkel van honderden kilometers geen fabrieken of installaties.’

Ik schudde mijn hoofd. ‘Maar als het iets levends is, is het een onbekende soort. Groter dan enig ander wezen dat we kennen, zelfs de blauwe vinvis.’

‘Misschien is het een soort alg, of zeewier. Er duiken heel wat vormen op in de gebieden waar het koraal verdwenen is.’

‘Op meer dan vijfentwintig meter diepte?’

Mijn collega vertrok zijn gezicht. ‘Ik weet het ook niet. Maar wat het ook is, wij zijn de eersten die het hebben waargenomen. Geen enkele studie van het rif heeft dit fenomeen beschreven. De onderzoekers zijn ook vaak in dit gebied geweest. Dat betekent dat die worm of wat het ook is, pas is gaan groeien toen het verblekingsproces al lang en breed was begonnen.’

‘Het leek erop alsof hij uit de diepzee kwam, van het continentale plat of nog verder. Ze zeggen dat het grootste deel van de oceaanbodem nooit in kaart is gebracht.’

‘Dat hoeft ook niet om te weten dat het er kaal en doods is, met alleen wat zee-egels en zeekomkommers.’

Ik wist dat hij gelijk had, maar mijn verbeelding werd nog altijd gegrepen door het idee dat zo’n groot deel van onze planeet onbekend terrein was; dat we meer wisten van het oppervlak van de maan dan van de bodem van de zee. Het was een van de redenen dat ik voor dit onderzoeksveld had gekozen. Ik volgde ook elke ontdekking, of gerucht van een ontdekking, op mijn vakgebied. ‘Heb je gehoord van die satelliet die midden in de Stille Oceaan een ondiepte vond die er eerst niet was?’

‘Ik heb het gelezen omdat jij het getweet had’, antwoordde Noah. ‘Maar het plateau ligt nog steeds dieper dan duizend meter. En er zijn vulkanen onder water, dat weet jij net zo goed als ik.’

‘Vulkanen die een volkomen cirkel vormen, met een egaal platte bovenkant?’

Hij pakte zijn biertje, nam een slok en veegde met de rug van zijn andere hand zijn mond af. Hij keek nog steeds ernstig. ‘Wat wil je dan dat ik zeg? Dat het R’lyeh is, de stad waar Cthulhu slaapt?’

Ik ging rechtop zitten. ‘Ik wist niet dat je een horrorkenner was!’

‘Ik heb er genoeg van meegekregen. Dacht je dat ik alleen maar didgeridoo speelde? Of met de boemerang oefende? Dan was ik nooit hier terechtgekomen.’ Met een wijd gebaar duidde hij het rood glanzende oppervlak aan van de oceaan.

‘Ik heb je gewoon nooit eerder over Lovecraft gehoord,’ zei ik verontschuldigend. Ik kreeg een idee. ’Bevatten de verhalen van je volk, jullie droomtijd, niet iets over dat nieuwe plateau? Ik weet dat ze gebruikt werden om informatie over de omgeving over te dragen en dat ze in die teksten details hebben gevonden die bijna vijftienduizend jaar oud zijn. Ze vertellen over schiereilanden en kustlijnen die al duizenden jaren onder water staan.’

Noah haalde zijn schouders op. ‘Ja, generaties droegen op die manier geografische gegevens aan elkaar over. Maar de zeespiegel was op zijn laagst 120 meter onder die van tegenwoordig. Ze zeggen niks over een plateau op duizend meter diepte.’

‘Als ik me goed herinner waar die ondiepte zich moet bevinden,’ mompelde ik, ‘en ik trek de lijn van die vreemde buis of worm door, dan komt die ongeveer op dezelfde plek uit.’

‘Dat was precies waar ik over nadacht toen jij opdook,’ gaf mijn collega toe. Hij had het nog bijna volle flesje weer weggezet en staarde voor zich uit. Achter ons ging de zon onder en boven de oostelijke horizon verschenen de eerste starende sterren. ‘Wat wij zagen leek een soort voelspriet. Een tentakel. Alsof iets uit de diepte kwam onderzoeken hoe het er voorstond met het Groot Barrièrerif.’

‘En wie heeft er nu teveel verbeelding?’

‘Heel grappig, Dian,’ mompelde Noah, ‘maar ik heb geleerd dat de natuur niet iets doods is, grondstoffen die mensen kunnen gebruiken zonder consequenties. Overal bevinden zich heilige plaatsen, waar de geesten van onze voorouders hun aanwezigheid nog laten gelden. We worden geacht er respectvol mee om te gaan.’

Dezelfde huivering die ik had gevoeld tijdens de duik legde zich ook nu over mijn schouders. Ik nam een slok, maar het bier had zijn smaak verloren. ‘Wat wil je daarmee zeggen?’

Zijn gezicht was een open boek, waarin ik een diepe vertwijfeling kon lezen. ‘Heel zorgvuldig hebben we als mensheid niet voor het koraal gezorgd, of wel?’

--

Johan Klein Haneveld is schrijver van SF en Fantasy verhalen en boeken. Bovenstaand verhaal komt uit zijn nieuwe bundel Ruisreizigers en andere verontrustende verhalen.

 

Creatief met Corona

Hoe komen we deze bizarre tijd door? Op initiatief van auteur Reinold Vugs publiceert boekenplatform Bazarow.com elke werkdag rond de klok van 16.00 uur een nieuwe of bestaande tekst van schrijvers, medewerkers óf lezers. Het  het mogen ook schilderijen, tekeningen, collages of foto's zijn.  

Het doel van Creatief met Corona volgens Reinold: “Het belangrijkste is dat de bijdragen inspireren, prikkelen of wellicht troost bieden en lezers voor een moment wegvoert uit de dagelijkse werkelijkheid.” 

Zelf meedoen? Kijk hier hoe! 

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden