Dansen op de vulkaan met de CPNB

Mijn eerste boekenbal

Corona, de al maar voortdurende oorlog in Syrië, de klimaatopwarming, dalende beurzen, rechtse, linkse en religieuze extremisten die het politieke klimaat verzieken, opkomend racisme, antisemitisme en homo- en vrouwenhaat, Erdogan, Trump en Poetin die spelen met vuur; en de wereld die letterlijk twee maanden in brand stond in Australië…

Terecht dat de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) in de Boekenweek dit jaar schrijvers én lezers wilde inspireren met het prikkelende thema Rebellen en dwarsdenkers. “Dat kunnen we gebruiken,” dacht ik. “De wereld van gisteren is drastisch aan het veranderen en wat eraan zit te komen stelt verre van gerust. Dus denkers en schrijvers, kom op, kruip in de pen. Red de wereld!”

Geïnspireerd door dit mooie thema toog ik afgelopen vrijdag naar het Boekenbal (mijn eerste), dat traditioneel de Boekenweek opent. Ik had geen idee wat ik mocht verwachten. Als verslaggever van Bazarow Magazine/De Leesclub van Alles had ik kaartjes gekregen voor ‘de rode loper’ en voor het bal. Bij het meest interessantste deel, het programma in de grote zaal van het Internationaal Theater bij het Leidseplein in Amsterdam waren te weinig plaatsen en mochten alleen de verslaggevers van de gevestigde media naar binnen. Bij binnenkomst werd ik meteen naar de rode loper, die groen bleek te zijn, gedirigeerd. En zo bevond ik me opeens tussen echte fotografen en journalisten van De Telegraaf en Privé met enorme joekels van fotocamera’s. Ook filmploegen van RTL, Het Journaal en Jinek stonden klaar om in actie te komen. En wat had ik voor apparatuur bij me? Niets anders dan een verouderde iPhone 5 miniformaat, waarmee het me doorgaans nog niet eens lukt om de hond te fotograferen, als ik dat al zou willen.

Na een half uur wachten kwamen de sterren van de avond langs, onze nationale schrijvers, honderden bij elkaar. Natuurlijk de twee schrijvers van de boekenweekboekjes: Annejet van der Zijl en Özcan Akyol, zij openden de rij. Alle schrijvers hadden hun beste kleren aangetrokken en het leek erop dat verschillende damesschrijvers een onderlinge wedstrijd hielden om er zo bloot mogelijk uit te zien. Alma Mathijsen won deze wedstrijd met verve. Geen idee of dit rebels is of dwarsdenkend, ze zagen er in ieder geval prachtig uit. Je hebt overigens twee soorten schrijvers weet ik nu. Zij die heel graag poseren, en zij die dat helemaal niet graag doen. De eerste deden er 10 minuten over om over die groene loper van 10 meter te komen, de tweede 2 seconden. Met al het geflits om me heen ben ik ook maar wat foto’s gaan maken, wat moet je anders. Toen mijn collega-paparazzi doorkregen dat ik ook kiekjes wilde schieten en hen in de weg begon te lopen was hoongelach mijn deel.

De klok van negen uur naderde en het programma in de grote zaal zou snel starten, maar ik mocht niet binnen en dan zou ik me twee uur moeten gaan vervelen. De persvoorlichter die ik aanschoot wist nog wel een plekje op een trapje achterin de zaal. Hij had ook wel door dat de CPNB het bij mij niet van de foto’s moest hebben om de propaganda-doelstellingen van de organisatie te realiseren. Ik sneakte naar binnen en daar zat ik dan, tussen al die grootheden van de Nederlandse letteren, nederig op een trapje.

Het programma opende met een filmpje van een grote motor met dito man die door Amsterdam rijdt, onder de muziek van Born to be wild. De motorrijder pikt een dame op en ziet enkele schrijvers op zijn weg die hem vriendelijk groeten. Bij het theater stapt hij af en doet hij zijn helm af. Het is de hoogbejaarde Jan Cremer. Tijdens het ritje zoemt de camera herhaaldelijk in op de kilometerteller. Cremer rijdt niet harder dan 40km. “Een veilige snelheid voor de bejaarde schrijver,” denk ik. “Als hij nu met 140 over de grachten had gecrost…” Maar zijn collegaschrijvers zijn enthousiast, de zaal klapt en joelt.

Dan neemt Eveline Aendekerk, de directeur van de CPNB het woord. Ze vertelt over de redenen achter het thema. In het donker kan ik nauwelijks aantekeningen maken, veel van wat Aendekerk zegt gaat daardoor verloren. Ik citeer wat er op de website van de CPNB staat over Rebellen en dwarsdenkers: “Het lef van schrijvers om taboes te doorbreken en een steen in de vijver te gooien is van levensbelang voor onze samenleving. Zij zetten aan tot nadenken, zodat lezers begrip ontwikkelen voor anderen en minder vasthouden aan vooroordelen. Het zijn de rebellen en dwarsdenkers die het verschil maken, die uit de gebaande paden breken en verandering in gang zetten.” Mooie woorden. Ik kan het er alleen maar mee eens zijn.

Aendekerk bedankt een aantal mensen, zoals de schrijvers van de boekenweekboekjes. Ze eindigt met Jan Cremer, die ze de grootste rebel noemt van de Nederlandse letteren. “Ja, met 40km op je motor komen aanrijden,” denk ik weer. “En hoezo is Jan Cremer nu een voorbeeld van rebellen voor deze tijd? Omdat hij wat over seks, drugs en rock&roll durfde te schrijven, met als grootste gevaar voor eigen leven dat zijn boek een gigantische bestseller werd? Waarom geen aandacht voor rebellen in landen waar geen vrije pers is, waar schrijvers en journalisten vermoord worden? Waar schrijven er nog echt toe doet?” Ik begin me te ergeren.

Hierna volgde een filmpje met zo ongeveer alle denkbare clichés over ongehoorzaamheid en protesten. Gandhi, Martin Luther King en Wim Kok, anti-kernwapendemonstraties en krakersrellen, alleen maar beelden van de 20ste eeuw, beelden van toen een groot deel van de schrijvers aanwezig op het Boekenbal nog geboren moest worden of op de kleuterschool zat. Geen voorbeelden van rebellen uit deze tijd, in landen waar schrijven risico lopen is. Kon de CPNB die niet vinden?

Dan verschijnt Arjan Lubach op het toneel en iets later rapper Fresku. Ze brengen een rap over het slavernijverleden van Nederland, belangrijk, maar weer wordt er naar het verleden gekeken. Ellen Deckwitz draagt haar mooie gedicht Rebel voor. Maar toch lijkt het allemaal niet echt van de grond te komen. Dat komt natuurlijk ook door het al veel besproken Boekenweekessay van Özcan Akyol. Eus wilde het niet over de wereld in brand hebben. Nee, de gevierde schrijver wilde het hebben over het schrijverswereldje in Nederland dat te academisch en te weinig sexy is naar zijn mening. En dus praten we al een week in alle praatprogramma’s en in elke krant over dit gedoe, en niet over engagement, niet over rebelse en dwarse ideeën. Promenade van Diederik Ebbinge had er een topuitzending over kunnen maken met een enorme Eus-lus.

De avond daar in Amsterdam wordt nog enigszins gered door misschien geen dwarse maar in ieder geval wel een hele intelligente denker. Tijdens zijn speech maakte filosoof en schrijver Maxim Februari korte metten met het thema van de Boekenweek: “Echte rebellerende schrijvers, die zitten hier niet in de zaal, die hebben wel wat anders te doen.” Luid applaus volgde, sportief van de aanwezige schrijvers. Dat dan weer wel.

Ik merkte dat ik veel te serieus werd voor een Boekenbal en verzandde in mijmeringen: “Het probleem in Nederland is natuurlijk dat je alles mag en kunt zeggen, sterker nog alles wordt gezegd en vaak en veel ook. De meest extreme standpunten vervuilen de sociale media waar mensen tot de grond worden afgebrand, of erger, worden bedreigd.”

Na afloop van het zaalprogramma vroeg ik Freek de Jonge, die vorig jaar nog een rel op het Boekenbal veroorzaakte door te eisen dat de schrijvers in opstand kwamen tegen Forum voor Democratie, waarom hij op dit jaar niet van zich liet horen? “Als het over de rebellie zelf gaat, moet je je mond houden,” was zijn antwoord.

“In tijden waarin alles gezegd kan worden, zijn de echte rebelse denkers misschien degenen die besluiten om af en toe hun mond te houden”, dacht ik - Freek de Jonge nakijkend.

Op het Boekenbal werden alle zorgen even vergeten. Ik vroeg een jonge schrijver nog naar haar mening over het thema: “Best wel leuk.” “Maar gaat het nu niet teveel over het schrijverswereldje en niet over echte problemen?” probeerde ik een echt goede journalist te zijn en door te vragen. De schrijver, die normaal best kritisch en geëngageerd is, wilde niet antwoorden. “Waarom moet ik dat weten?” lachte ze. “Jij bent een schrijver,” probeerde ik nog…

De dansvloer lonkte, even niet de wereldproblematiek, even niet dwarsdenken, maar lekker feesten, met alle schrijvers bij elkaar, dansen op de vulkaan die op uitbarsten staat, samen met de CPNB.

Na nog een uurtje rondlopen en drie veel te koude Heineken 0.0 biertjes zag ik opeens dat de grote Nederlandse romancier TB, tevens fractieleider van een van de gemeenste politieke partijen die bezig is om de Nederlandse samenleving met nepnieuws en extreme praatjes te ontwrichten, ook aanwezig was. Charmant als hij is liep hij rond, praatje hier, praatje daar, de meeste schrijvers vonden het allemaal best. Er viel geen onvertogen woord. Freek de Jonges optreden van het vorige jaar was helemaal vergeten.

Ik dacht: “Nu is het tijd om naar huis te gaan. Dadelijk ontploft er iets en word ik met deze man daar dood gevonden, hoe leg ik dat mijn kleinkinderen later uit.” Bij het weggaan op de trap naar beneden, stond hij daar nog, met zijn vriendin. “Naar buiten en snel,” dacht ik weer. Het leek me de enige passende rebelse daad van dat moment.

PS. Ik zie pas later bij het terugkijken van het filmpje dat de dame achterop de motor bij Jan Cremer de directeur is van het CPNB.

--

Roeland Dobbelaer is filosoof en hoofdredacteur van DLVA/Bazarow Magazine

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden