Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Jessica Durlacher’s De Stem: gehoord of overschreeuwd?

woensdag 10 februari 2021

Op 19 januari 2021 werd De stem gepubliceerd, een boek geschreven door Jessica Durlacher. Een controversieel boek, blijkt uit recensies. Opvallend is dat het NRC het boek afkraakt, terwijl de Volkskrant lovend is. Hoe lezen deze recensenten dit boek en welke conclusie valt hieruit te trekken?

Jessica Durlacher is een kleinkind van Holocaustslachtoffers en dochter van een Auschwitz-overlever. Het is niet vreemd dat grote thema’s als ‘oorlog’ doorschijnen als onderwerpen in haar romans. Zo ook in haar recente roman De stem, een boek waar ze door de ogen van Zelda Wagschal het verhaal van een familie vertelt. De Joodse Zelda en Bor trouwen, in het bijzijn van hun kinderen, in New York, op het dak van een wolkenkrabber, op 11 september 2001. Net nadat de bruidegom traditioneel een glas heeft gebroken, boort het eerste vliegtuig zich in het World Trade Center, op ongeveer 100 meter afstand van waar de trouwerij plaatsvindt. De toon van het boek is gezet: het is oorlog. Enkele jaren later ontmoet de familie de Somalische Amal, die ze direct aannemen als oppas. Amal is devoot moslima, mooi (met een huid zwart als ebbenhout), lief, welbespraakt en een meer dan verdienstelijk zangeres. Op aandringen van de familie Wagschal doet Amal mee aan een talentenjacht op tv. Wanneer Amal daar een Islam-kritisch statement maakt, staat haar wereld door bedreigingen plots op zijn kop, en die van de familie Wagschal met haar. 

NRC-recensent Thomas de Veen leidt zijn recensie van De stem in met de binnenkomer: Een van de meest omstreden thema’s in het politieke discours heeft nog geen overtuigende Nederlandse roman opgeleverd: de angst voor de islam. Hoe zou dat komen?” De recensie, die het boek met een 1 uit 5 bolletjes beoordeelt, focust zich op twee onderdelen: schrijftechniek en symboliek. Over de schrijfstijl beklaagt De Veen zich aan de hand van een onduidelijk voorbeeld. Het feit dat zinnen die op naam staan van protagonist Zelda in de je-vorm staan is een indicatie, volgens De Veen:

“Er valt iets op aan die zinnen: die je-vorm. De verteller, moeder Zelda, ‘weet’ kennelijk precies wat de aangesprokene, haar oudste zoon, op dat moment denkt. Dat wekt het wantrouwen van de lezer, die weet: ze projecteert haar eigen indrukken op hem.

De welwillende lezer kan daar een interessante literaire techniek in zien: zo krijgt deze vertelster iets onbetrouwbaars. Wat te koppelen valt aan het vliegtuiggeluid, waarvan zij ook al wist dat ‘we’ dat in ‘onze’ ingewanden voelden (alsof zij kan voelen wat iedereen voelt). Een sceptischer lezer zou er ook slodderige schrijftechniek in kunnen zien, in de je-vorm een foefje dat vooral sentiment oproept – er zijn meer stilistische twijfelgevallen in dat hoofdstuk.”

De Veen acht zichzelf geen welwillende lezer en dat laat hij blijken. Hij schept hier een verwachting dat personages perfect moeten zijn, onbevooroordeeld, weloverwogen en bovenal, betrouwbaar. Overigens is het niet vreemd om te verwachten dat als er meerdere vliegtuigen op een gebouw invliegen, dat iedereen in de buurt dat toch in lijf en leden voelt. De andere stilistische twijfelgevallen houdt De Veen ons tegoed.

De punten die De Veen aanbrengt wat symboliek betreft, vallen te verdelen onder othering en ‘groteske symboliek’. Met ‘groteske symboliek’, bedoelt De Veen de vergelijking tussen Amal en Anne Frank, die in het boek wordt getrokken doordat Amal bijvoorbeeld in een huisje in de achtertuin komt te wonen (het Achterhuis) om te schuilen voor bedreigingen uit de moslimgemeenschap, en dat ze door Zelda in een bijzin “onze nieuwe Anne Frank” wordt genoemd. Het groteske van deze vergelijking is waar het voor De Veen begint te wringen. 

De othering vindt plaats in de beschrijving van personages. Zo is Amal een “zwarte prinses” met “een huid zo zwart als ebbenhout en lippen zo rood als bloed.” Wanneer een personage beschreven moet worden en haar huidskleur is belangrijk voor het plot, is het relevant om dit te vermelden. Toegegeven, deze omschrijving is stereotyperend en clichématig; helemaal wanneer de huidskleur van witte personages niet wordt benadrukt bij het omschrijven van dit personage. Deze omschrijvingen vallen echter wel te ‘verklaren’. Het vertelperspectief van dit boek is vanuit Zelda en we hebben reeds besloten dat Zelda trekjes heeft van een onbetrouwbare verteller. Wat vertelt het feit dat Zelda een onbetrouwbare verteller is ons, en is dit erg? Laten we kijken naar de recensie van De stem door Bo van Houwelingen in de Volkskrant, die veel positiever is.

Van Houwelingen laat in haar lezing zien dat een welwillende lezer niet loodrecht tegenover een kritische lezer hoeft te staan. Ze onderschrijft, in een recensie die vier uit vijf sterren geeft, ook het onbetrouwbare vertellerschap van Zelda, maar benadrukt juist de kracht van de onbetrouwbaarheid: “De twijfelende, hypocriete, aardige, beschaafde, redelijke, onredelijke, boze, slimme, naïeve, gekwetste, verveelde, geërgerde, zelfkritische, zelfzuchtige Zelda is het grijs waaraan deze roman zijn geloofwaardigheid ontleent.” Van Houwelingen leest in Zelda de strijd die in velen woedt en legt in haar recensie de kern van De stem bloot; het is niet zwart-wit, het is niet zo simpel als welwillend of kritisch. Hiermee laat ze zien dat het logisch is dat Zelda een onbetrouwbare verteller is. Zijn we niet allemaal onbetrouwbare vertellers van ons eigen verhaal? Een mooie koppeling die Van Houwelingen maakt is die van het boek naar de realiteit en de nuance waarmee dat gepaard moet gaan: 

“Zo bezien is Zelda de verpersoonlijking van de labiele houding van het verlichte Westen ten opzichte van de radicale islam. We willen zó graag het goede doen – tolerant zijn maar ook principieel, humaan maar ook reëel, niemand kwetsen maar wel vrijuit spreken, ons inleven maar niet goedpraten – maar hóé? De paradox van onze idealen verlamt ons: hoe kun je vechten voor vrijheid en gelijkheid als dat ten koste gaat van precies die idealen?”

Kortom: het is niet erg om een kritische lezer te zijn, zonder critici is er immers geen maatstaf. Van Houwelingen laat in haar recensie zien dat wanneer literatuur daadwerkelijk maatschappelijke problematiek aankaart, het misschien wel goed is om tevens een welwillende lezer te zijn om zo aan het denken gezet te worden en wellicht zelfs tot debat over te gaan.

Van Houwelingen: “Deze roman geeft geen oplossingen. De oorlog, vertelt De Stem, moet uiteindelijk in ons eigen hoofd uitgevochten worden.”

--

Daniël Klok

 

Klik alhier voor de NRC-recensie door Thomas de Veen

En hier voor de Volkskrant-recensie door Bo van Houwelingen

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden