Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Nog een laatste keer Zes broers en een zus

zondag 17 januari 2021

Woensdag jl. verscheen bij Bazarow de laatste aflevering van het feuilleton Zes broers en een zus. Maar de schrijver gaat hier wel gewoon door en komt wekelijks ‘Uit de hoek’ met een bijdrage uit zijn literair angehauchte notities. Leuk, origineel, anders, satirisch en erudiet. Onthouden dus! En in de gaten houden: ‘Uit de hoek’…

‘En nou is het afgelopen uit!’ zou de moeder in het boek Zes broers en een zus uitroepen. Ik roep het haar na. Want het is mooi geweest. Met dat feuilleton. Mocht u er plezier in hebben gehad, dan verzoek ik u het boek aan te schaffen. Want deze schrijver moet verder. En er moet brood op de plank. Zo ordinair is het. Zo banaal kan het leven zijn. Zeker in coronatijd. Want het werk waar ik eigenlijk mijn brood mee verdien ligt helemaal stil en een uitkering geniet ik niet.

Maar ik geniet wel van schrijven. En als het goed is heeft u dat gemerkt, want ik heb van alle kanten gehoord dat het boek zelf ook zeker zijn vermakelijke kanten heeft. En de meesten zijn ook nieuwsgierig hoe het de personages verder afgaat in het leven.

Ik zal een tipje van de sluier oplichten.

In deel 2, Zo vader, zo zoon getiteld, wordt Cor snel groot en (bijna) volwassen. En datzelfde geldt voor zijn broers en zus. Jong-volwassenen zijn het.

En de vader gaat onverstoorbaar verder als… gestoorde stoorzender. Want beter maakt hij er het in de volgende delen zeker niet op. Onder veel meer speelt zijn geheel eigen godsdienstwaanzin daar een rol in.

De bloei van de popmuziek komt wat nadrukkelijker aan bod. Inclusief de oude platenzaken, het tv-programma Toppop (‘Yeah!’) en een nieuw fenomeen als Jesus Christ Superstar. Maar het zijn vooral de hormonen die de jonge gebroeders Van Hargen en hun vriendenkliek een eh… worst voorhouden. En op de achtergrond speelt nog steeds de oorlog – en daar weer achter iets nòg wereldomvattenders: de dood. Maar een somber boek is het niet. Wel levendig.

Om de moed erin te houden krijgt u gratis en voor niks een fragment uit deel 2.

Zie hieronder.

--

Een hoogoplopend gesprek tussen jongens over brommers, muziek, film & nog zo wat. Vader voert natuurlijk het allerhoogste woord. Maar is God nu een open vraag of multiple choice? ‛Want je hebt Jahweh, God, Allah, Boeddha... en noem maar op.’

Ramon zei dat Zundapp wél een heel goed merk was. Maar daar waren de meningen over verdeeld. En toen ging het een tijd lang over de kwaliteiten en voor- en nadelen van de Puch, Zündapp, Kreidler en de Tomos.

Een voor een dropen mijn vrienden af. Ze hadden nog wat anders te doen.

En daarna ging het over Honda, Suzuki en Kawasaki.

Toen ging Daan er ook vandoor. Ook met een smoes: hij moest zijn vader’s auto nog wassen. Want dat was ie vergeten. Zogenaamd.

Vader was intussen beneden gekomen en merkte bijna en passant op dat al die merken afkomstig waren van Japan en Duitsland. ‛De grote agressors van de Tweede Wereldoorlog. Hoe kan dat?’

‛Agressie is kracht,’ zei ik voordat ik het wist.

‛Hoe bedoel je?’

Ja, nou, dat wist ik niet precies. ‛Voor een motor heb je kracht nodig. En dus agressie.’

‛Interessant,’ zei vader. Hij was in een goeie bui. Een zeldzaam goeie bui.

‛Dat ben ik niet met u eens,’ zei Mirjam. ‛Liefde is kracht. Maar een zachte kracht. Henriëtte Roland Holst heeft daar een prachtig gedicht over geschreven.’ Ze declameerde een beetje plechtig, ouderwets bijna: ‛De zachte krachten zullen zeker winnen.’

‛Ach jij,’ merkte Pim op, ‛jij bent gewoon verliefd.’

‛Nou, en wat is daar mis mee?’

‛Daar is niks mis mee,’ antwoordde moeder streng.

Mirjam, op diezelfde wat plechtstatige toon: ‛Liefde is de zin van ’t leven der planeten... Uit datzelfde gedicht,’ knikte ze vol overtuiging.

‛Onzin kost honderd scheten,’ zei Geerie opeens.

Geniaal! Iedereen lag dubbel. Hij schrok ervan en werd helemaal rood, wat aanleiding was voor een nieuwe lachsalvo.

‛Henriëtte Roland Holst, die Mina maakt het werkelijk het dolst,’ zei vader.

En daar gingen we weer. Mijn vrienden waren te vroeg weggegaan!

En toen kwam het gesprek alsnog op muziek. Verdorie!

De vraag was wat het toppunt van pompeusheid was in de muziek. Want Pim vond Genesis, Yes, Focus allemaal overdreven gedoe. ‛Bowie ook trouwens. Geef mij maar de Raw Power van Iggy Pop en The Stooges. Als je het nou over echte pop wil hebben.’ 

‛Wagner!’ zei vader. ‛Wat dacht je daarvan? Totaal overspannen werk.’

‛Dat vind ik juist wel wat voor u,’ antwoordde Pim.

‛Voor mij? Hoezo?’

‛Nee, Deodato,’ oordeelde Henry van Tricht. ‛Van die Silan-wasverzachter-reclame. Dat is wel het toppunt.’

‛O, dat vind ik juist wel mooi,’ bekende vader.

‛Zie je wel!’ reageerde Pim meteen. ‛Pure bombast. Een nepbom vol ballast.’

‛Heb je last van je ballen?’ gekscheerde Wim.

Helaas was zijn broertje Ben al weg, want anders had hij ook zoveel plezier kunnen hebben over die opmerking.

‛Maar dan moet je niet vergeten,’ zei Ramon serieus, ‛tot het een bewerking is van klassieke muziek...’

‛Klopt,’ zei vader, ‛van Richard Strauss. Kom, hoe heet dat stuk ook alweer?...’

‛Dat weet ik niet, meneer Van Schagen, maar wat ik wel weet is dat Deep Purple het ook gebruikt in het nummer River Deep en dan is het helemaal niet zo pombastisch... uuhhh...’ In zijn enthousiasme struikelde hij over zijn eigen woorden. ‛En het is ook de openingsmuziek van A Space Odyssey, de film van Kubrick.’

‛Van een koekblik?’ probeerde Geerie leuk te doen, dit keer zonder succes. Niemand lachte of ging eropin. De angst spatte van zijn ogen, maar niemand die erop lette. Behalve ik.

Ramon ging verder: ‛Met dat begin, als die apen ruzie krijgen. De opkomst van de mensheid heet dat.’

‛Geef mij maar Planet of the Apes.’ Sylvain. ‛Veel leuker en niet van dat moeilijke gedoe, maar wel spannend en sensationeel.’

‛Precies: Kubrick is ook bombast,’ viel Pim hem bij. 

‛Zó, jij durft. Maar dat begin is niet minder dan geniaal! Tot die aap het gereedschap uitvindt: een oud bot. En tot ie dan een ander er de hersens mee inslaat. Dank je de koekoek!’

Vader, hardop peinzend: ‛De geboorte van de cultuur uit een doodsbeen. En dat die ellepijp dan gebruikt wordt als gereedschap voor moord... Ja, het is wel een visionair, die Kubrick.’

‛Maar orang-oetans bijvoorbeeld moorden niet,’ wist Johan. ‛Dat zijn vredelievende apen.’

‛Ja, dan ben jij ook. Maar ik niet.’ Pim.

Johan: ‛Precies. Dat is het verschil tussen jou en mij.’

Pim: ‛Dus je bent het ermee eens dat jij een aap bent en ik een mens? Interessant.’

Johan: ‛Nee, ik ben een mensaap en jij wellicht een aapmens. Of nee omgedraaid.’ Zijn vergissing deed zijn wangen opgloeien. Pim lachte hem recht in zijn gezicht uit.

Ramon: ‛The Kinks! Het nummer Ape Man.’

‛Ja, dank je wel, dat bedoel ik,’ zei Johan snel. ‛De drukte op straat, al die mensen en auto’s, de luchtvervuiling de atoomoorlog... je kunt maar beter een aapmens zijn.’

‛The Eve of Destruction: in die song zit alles al. We gaan er aan,’ zei ik.

‛Het is maar popmuziek, hoor,’ zei Pim.

‛Máár?!..’ riep Ramon verontwaardigd uit. ‛Het belang van pop mag niet onderschat worden.’

‛En wat is dat belang dan?’ vroeg vader. ‛Wat heeft de popmuziek te betekenen voor, nou ja, de cultuur?’

‛Het belang van pop,’ zei Frans, ‛is de elektrificatie van de muziek. Toch? Want dat is nog nooit eerder gebeurd en zeker niet op deze schaal. Het is een ontsnapping aan, als ik het zo mag zeggen, de akoestische beperktheid. Niet dan?’

‛Ja, als een verkenning van watt en voltages!’ riep Ramon uit. ‛Geweldig toch?! Een ontdekkingsreis is het. En al die effecten die je ermee kunt maken: ongehoord. Letterlijk!

‛Ja,’ beaamde ik. ‛Popmuziek is geboren uit het stopcontact.’

Ramon weer: ‛En elektronica is de geest uit het flesje van de elektriciteit.’

‛Het flesje van de elektriciteit? Hoe zie je dat voor je?’ wilde Pim dan wel eens weten. ‛Wat een hoogdravend gelul! Over bombast en poeha gesproken.’

‛Het is vooral herrie. Vind ik dan.’ Moeder mengde zich ook in het gesprek, waarschijnlijk aangemoedigd door vader’s tamelijk ongewone bereidheid tot een echt gesprek.

‛Debilisering als gevolg van te veel decibellen, als je het mij vraagt,’ zei vader.

‛Daar ben ik het nou eens hartgrondig mee eens!’ riep moeder uit.

‛O. Zo. En was betekent dat dan: decibellen?’ vroeg Frans.

‛Dat weet ik niet precies, maar dat doet er ook niet toe.’

‛Jullie moeder is meer van de debilisering,’ grapte vader.

‛O, krijgen we dat weer. Nou, dan ga ik maar eens naar de soep kijken. Want dat kan jij weer niet, soep koken.’

‛Wat voor soep?’ vroegen Frans en Geerie als uit één mond. En ook in unisono zeiden ze ‛lekker’ toen moeder had geantwoord dat het om tomatensoep ging.

‛Maar het gaat ook om volume en massa,’ vervolgde vader zichtbaar nadenkend. ‛Heel lang geleden moet het zangkoor de machtigste muziek hebben voortgebracht, vooral bij gebrek aan goede instrumenten. Heel veel later was er het orgel, dat óók als het als enige opklonk hemelbestormend is geweest. Bach is het bewijs. En zijn zoon Johann Christian schreef als eerste concerten voor de pianoforte: die naam zegt genoeg, nietwaar? Helaas bezigen we tegenwoordig slechts de helft ervan: piano. Maar het ging natuurlijk óók om het forte! Ja, nee: om de dynamiek. De concerten veroorzaakten grote beroering in die tijd en toen werd de piano het instrument waarop grote componisten zoals Haydn, Mozart en Beethoven hun werken componeerden.  Ja, vergeet die Haydn niet. Die is van enorm belang geweest. Als je het heel strikt neemt, was hij de eerste echte klassieke componist. Enfin, dat interesseert jullie toch geen fluit, dus laten we het maar weer hebben over de piano! Al die beroemde Duitstalige componisten noemden de piano heel terecht das Hammerklavier, want het werkt met hamertjes.’

‛Hamertje tik!’ riep Bassie.

Wát? Zei hij dat werkelijk? Die kleuter? Hij zat nog niet eens op de lagere school!

We keken er lachend van op. Dit was de eerste grap ooit die hij maakte, ons Bassie.

 ‛Nu hoor je erbij!’ jubelde Mirjam en ze bedekte haar broertje onder de kussen.

‛Ja, zeg, ík ben hier aan het woord,’ brulde vader, ‛dus luisteren nu! Want ik was nog niet klaar. Waar was ik eigenlijk?... O ja, bij de piano natuurlijk. Nou, en toen ontstonden de orkesten die gewicht gaven aan de muziek. En nu is het de elektriciteit. Wonderlijk wel, vinden jullie ook niet?... Wel?’

Ja, nou, dat waren we wel met hem eens. Als hij dat per se wilde weten.

‛In een luidspreker,’ zei Johan, ‛hoe klein ook, zit meer technologie dan in een kerkorgel, hoe groot ook.’

‛Hohoho,’ antwoordde vader. ‛Dat kan zo zijn, maar is technologie dan beter dan God?’

‛Je hebt er in ieder geval meer aan, als je het mij vraagt,’ merkte Pim schouderophalend op.

‛Wijsneus! Ik zeg je: God is een open vraag.’

‛Multiple choice dan,’ bracht Johan in het midden. ‛Want je hebt Jahweh, God, Allah, Boeddha... en noem maar op.’

‛Wodan ook!’ riep Geerie.

Konden we weer even lachen met z’n allen.

‛En toen kwam er een olifant met een slurf en die blies het hele verhaal uit,’ haastte moeder zich, met een bange blik op vader, te zeggen.

‛Ganesha!’ riep Johan lachend, ‛de god met de slurf. Uit het hindoeïsme! De god van de kennis en wijsheid nota bene. Wat een toeval!’

‛Komt hij ook weer met al z’n exotica,’ smaalde Pim. ‛Holy cow!’

Je kon erop wachten. Toch moesten we wel lachen, behalve Johan zelf dan. Maar  vader lacht nu wel mee. Holy cow: dat vond hij wel een goeie, want in India...

‛Ja, hèhè,’ kreeg hij nu zelf onder uit de zak van zijn oudste zoon. ‛Daar heb je spuit elf ook.’

‛En toen,’ was de bijdrage van een enthousiaste Geerie, ‛kwam er een olifant met een lange snuit en die blies het verhaaltje uit.’ Hij was bang, dat kon je zien.

‛Heel goed!’ zei Mirjam, die de bui ook al zag hangen, terwijl de rest hem uitlachte. 

‛Een olifant hééft toch helemaal geen snuit, maar een slurf. Of ben ik nu gek?’ wilde moeder weten.

Dat was de verlossende opmerking voor ons allen. Want nu gingen alle monden wijd open voor een gulle lach. En zij, zij draaide zich om en ging direct weer terug naar de keuken. Tot onze extra vreugd mompelend: ‛Jullie ook altijd met jullie betweterigheid...’

‛Ja,’ sprak vader. ‛Het is mooi geweest. De koffie is op, heertjes. En de koek ook. Dus als ik jullie mag verzoeken...’

‛Of jullie willen oprotten,’ maakte Pim ervan.

Vader: ‛Dan doe ik eens beleefd... Sjonge-jonge.’

--

Door Marc Schoorl

 

 

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden