Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Uit de hoek 27: Steenfout

zondag 5 september 2021

Voor het geval u iets gemist mocht hebben: Willem Frederik Hermans was 1 september jongstleden honderd jaar geleden geboren. Een van Neerlands grootste geesten van de afgelopen eeuw. En dat moest gevierd. Er verschenen twee speciaal aan hem gewijde boeken. Ten eerste Hermans honderd, een bundel met verzamelde en op verzoek geschreven artikelen die bijeen zijn gebracht door Jan Wim Derks en René Hesselink, mooi verzorgd door uitgeverij IJzer van Willem Desmense, en met ‘welwillende medewerking’ van de Erven Hermans en het Willem Frederik Hermans instituut. Ten tweede de door ondergetekende geheel zelf geschreven en verzorgde kritische hagiografie Glas in lood, 100 jaar W.F. Hermans. Zonder subsidie of medewerking van welke instantie dan ook. Beide zijn aanbevelenswaardig, al is de eerste door al die verschillende bijdragen onevenwichtig en stukken oppervlakkiger dan de tweede die veel thematischer in elkaar steekt en vooral op het werk zelf ingaat. Maar goed. Het is al heel wat dat er twee boeken zijn verschenen, want er was melding gedaan van wel vier of vijf boeken, maar die verschijnen later of zelfs helemaal niet.

Soit. Of suf? De keuze is aan u.

Verder verschenen er de gebruikelijke obligate stukken in de krant. En natuurlijk was daarbij Onno Blom van de partij. Hij ruikt het en gaat gewoon het rijtje af: eerst Komrij, toen Wolkers en nu Hermans. Blom vormt in zijn eentje een heel doodsboeket.

Het grootste evenement was de onthulling van de gedenksteen in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Het was een chique aangelegenheid. Mij werd door Raymond Benders, de geachte voorzitter van het WFH-instituut gevraagd mijn boek Glas in lood per omgaande op te sturen. Tegen betaling, dat wel. Maar ik antwoordde dat het boek gewoon verkrijgbaar is in de boekhandel: daar zijn die voor bedoeld. Niettemin wilde ik wel de moeite nemen als daar een uitnodiging voor de onthulling van de steen voor mij en mijn vrouw tegenover stond. De kerk was mij dunkt groot genoeg.

Maar nee, daar kon geen sprake van zijn. De heer Benders had overigens wel al zijn Facebook-vriendjes uitgenodigd. En zelfs de afzegging van Peter van Zonneveld plus partner betekende niet dat er een plaatsje was voor mij en mijn vrouw, die afgestudeerd is op het teddybeermotief in het werk van Hermans, waarvoor de schrijver haar bedankte met een mooie fotoafdruk van de teddybeer uit zijn jeugd, welk troostdier hij nog steeds in zijn bezit had.

Daarom zijn mijn vrouw en ik uit arremoe maar bij de uitgang van de keer gaan staan met beiden een inkijkexemplaar van het boek Glas in lood in handen. Toch ook wel een beetje met lood in de schoenen. Maar kijk, er was wel belangstelling voor het boek. De professionele Hermans-kenners Wilbert Smulders en Frans Janssen, allebei profdoctors, hadden het zelfs al gelezen en hadden er louter lovende woorden voor over. Dank!

Anderen stiefelden ons met een snibbig gezicht voorbij. Ze wilden hun hoog gedragen hart vast niet verlagen tot het bezien van zoiets als een boekje. Ieder het zijne, zeg ik altijd maar.

Na de ceremonie glipten mijn vrouw en ik nog even de kerk binnen om de steen te aanschouwen. Mooi! En lekker groot.

Maar bij thuiskomst realiseerde ik me dat er niets leek te kloppen. Het citaat dat bovenaan het opschrift staat is verdeeld over maar liefst vijf regels:

Ik schrijf

omdat ik in

iedere gedachte

die ik vergeet

verloren ga.

En ik méénde me te herinneren dat er komma’s stonden in die volzin uit de Preambule van de verhalenbundel Paranoia. En warempel: mijn editie, de twaalfde druk uit 1980 , vertoont er zelfs twee: ‘Ik schrijf, omdat ik in iedere gedachte die ik vergeet, verloren ga.’

Hoe zat dat? Ik ben geen kommaneuh... Ik bedoel: ik wil niet zeuren zoals Theo van Gogh over anderen die dergelijke genotshandelingen graag zouden uithalen met geiten, maar geheel onbelangrijk is het toch ook niet, ook al vinden er onvergelijkbaar veel ergere gebeurtenissen plaats op de wereld die de onze is. Die trouwens mede voortkomen uit boeken en verschil van interpretatie daarvan. Een komma kan van levensbelang zijn. Jazeker. De komma is de mier van de interpunctie, veel voorkomend maar onmisbaar en in sommige gevallen doorslaggevend.

Dus toen ben ik toch maar even gaan zoeken op internet en te rade gegaan bij de eerbiedwaardige, steevast van een vlinderstrik voorziene veurzitter van het WFH-instituut. Ik schreef hem dat Anton de Goede op Facebook over de steen het volgende opmerkte:  ‘Prachtontwerp. Kleinigheid: zijn de spaties voorafgaand aan de komma’s niet wat ruim uitgevallen en “voor verbetering vatbaar”?’ Ja, dat was mij ook opgevallen. Maar ontwerper Piet Schreuders heeft verklaard dat dat aan het speciale, met reden gekozen (schrijfmachine)lettertype ligt.

Maar, schreef ik de heer Benders, ‘Op de steen zijn die komma’s weggelaten. Is dat ook een kleinigheid? Of heeft Hermans die komma’s later verwijderd? Wat staat er in het verzameld werk dat zo zorgvuldig is uitgegeven?’

Benders mailde deze lastpost kortaf terug dat het ‘de ultima manus tekst uit de VW’ is. Aha. Ik snap het. Want op de website van het WFHi staat: ‘In principe is dat de laatste door de auteur geautoriseerde uitgave. De keuze voor wat in de editiewe­tenschap een “ultima manus”-editie heet (...), is bij Hermans snel gemaakt: hij was immers een auteur die permanent aan zijn teksten sleutelde en die de laatste versie principieel de bes­te vond. In de inleiding bij de bibliografie van zijn verspreide pu­blicaties heeft Hermans dit aspect van zijn werkwijze gethemati­seerd. Een van de voor de bezorgers van het werk van Hermans maatgevende zinnen uit deze tekst is: ‘Ik zou willen dat alle oude drukken van boeken die in verbeter­de vorm herdrukt zijn, als bij toverslag tot stof uiteenvielen, ook al gaat het maar om een komma.’

Welnu, het gáát hier om een komma. En om een steen die eeuwigheidswaarde vertegenwoordigt. Dus het is geen kattepis.

Dus ik heb een Facebook-kennis die in het bezit is van het VW deel 7 waarin Paranoia is opgenomen, gevraagd om een foto van de desbetreffende volzin.

En wat zien ik daarop? ‘Ik schrijf omdat ik in ieder gedachte die ik vergeet, verloren ga.’

Dus mèt een komma. Eéntje. Maar toch.

Dis ik weer mailen aan de heer Benders. ‘Tja, ik vrees toch dat er een foutje is begaan. (...) Ik heb er, erg hermansiaans, fotografisch bewijs van. (...) Raar is het wel. Pijnlijk misschien zelfs wel. Hermans, hoe slordig hij van zichzelf ook was,  was daarin heel precies. Maar dat weet u. Niet dat ik, menselijk en zelfs al te menselijk, zonder fouten of zonden ben. Ik vind de steen trouwens mooi. En lekker groot ook!’

Gen antwoord. Meneer Benders zwijgt als het graf van Hermans. Verbeeld ik het me nou, of hoor ik Hermans zich toch omdraaien in zijn graf? Nee, dat kan niet. Hij is gecremeerd. Maar ja, verbeelding is een onmisbare eigenschap voor zij die zich toeleggen op het schrijverschap.

--

Van Marc Schoorl (Wassenaar, 1962) verschenen in onder meer De Gids, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer literaire artikelen en beschouwingen. De laatste tien jaar werkte hij vooral aan zijn ‘grote trilogie’ Autobiografie van een romanpersonage. Deel 1 is Zes broers en een zus dat in december 2020 verscheen. Het werd deels als feuilleton gepubliceerd op Bazarow.com.
Deel 2, 
Zo Vader, zo zoonis sinds juli verkrijgbaar en deel 3 verschijnt dit najaar. Eind augustus verscheen Glas in lood, 100 jaar W.F. Hermans.

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden