Voor 23:00 besteld, overmorgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Uit de hoek 34: De sof van literaire festivals

zondag 24 oktober 2021

Marc Schoorls brutale vrijplaats 

De literaire duizendpoot Jan van Mersbergen, een werkelijk voorbeeldig ijverige man, schreef op 4 oktober een stuk met de titel: Stop met literaire festivals. Ik geloof niet dat dat voorstel als een bom is ingeslagen. Hoe dat komt? Omdat niemand dat interesseert. Wat toch uiterst merkwaardig genoemd mag worden, nietwaar? Want Van Mersbergen legde feitelijk een tere schrijversvinger op de zere wond. En dat is dapper. Hulde! Want hij snijdt ermee in zijn eigen vingers. Zie verderop.

Tja, literaire festivals: ik bezoek ze niet. Omdat ik er geen tijd voor heb. En er doorgaans, vrees ik, ook niet echt veel voor voel. De mens is nu eenmaal lui (behalve Jan dan). Ik ga wel eens naar een kleinschalig literaire avondje, zoals die van Stichting Perdu. En ik ben ook een paar keer naar de grootschaliger Nacht van de Poëzie geweest. Maar het houdt niet over, nee. Naar een ander serieus literair festival ben ik nog nooit geweest. Ik neem mijn lectuur liever thuis tot me. In alle rust. En voorzien van een hapje en/of drankje.

Maar Van Mersbergen komt er wel vaker, op die heuse literaire avonden. Hij beschreef in zijn stuk  hoe het eraan toeging op zo’n subsidiair georganiseerd festijn. Zo kwam hij op die dag zo’n beetje iedere schrijver tegen die hij kent in de kringen – en dat zijn er nogal wat. Op de lijst van de organisatie stonden wel 300 namen! Maar publiek was er amper. Wel liepen er heel veel podiummanagers, technici en andere festivalmedewerkers. Het kost bakken met geld allemaal, maar daar ging het hem niet eens om. Mij ook niet. Want alles kost geld. De cultuur komt er maar bekaaid af. Het grote, puur commerciële (ik had bijna geschreven: criminele) bedrijfsleven ontvangt oneindige veel meer dan de hele cultuursector, om maar eens een voorbeeld te geven. Dus de subsidieverstrekkers interesseert het ook geen boekenbal, die fooienpot aan festivalgeld.

Maar waar is dit eigenlijk goed voor? Op deze manier subsidiepotjes leegmaken is zinloos. Toch lijkt het de organisatoren en al die medewerkers niks te kunnen schelen: als ze zelf maar betaald krijgen. De avonden léven daardoor niet, ze zijn dodelijk saai, concludeer ik heel gemakkelijk uit Van Mersbergen’s goede weergave. Hij schrijft: ‘Literatuur wordt een kerkdienst.’ Een saaie kerkdienst, bedoelt hij dan. Zonder drank (want er is geen bar in zo’n zaal) en zonder muziek. Een benauwend vrome kerkdienst dus. Daarom probeerde Van Mersbergen samen met Gilles van der Loo (‘Schrijver, journalist, smaakwerker’, zoals die zich noemt op zijn website) een avond op te zetten die getuigt van kennis van ‘literatuur, gezelligheid en horeca – best een moeilijke combinatie’. Het is niet van de grond gekomen, begrijp ik. Jammer.

Maar o, die arme schrijvers! Ze vervelen zich dood op zo’n literaire avond. Een van hen zei (ik citeer): ‘Deze hele dag doe je geen fuck.’ Van schrijven komt al helemaal niks. En Van Mersbergen vult aan: ‘En de volgende dag ook niet, want dan ben je moe.’ Wat een ellende! Toch gaat hij de volgende keer weer graag op zo’n uitnodiging in: ‘De kachel moet branden.’

Lui is Van Mersbergen bepaald niet. Zo heeft hij, afgezien van korter werk, maar liefst tien romans op zijn naam staan. Tien! Hij heeft dan ook al aardig wat prijzen en nominaties in de wacht gesleept – de literatuur als Circus Saai & Co: nog zo’n fenomeen. Van Mersbergen verzorgt zelf ook avondjes en gesprekken, schrijft voor diverse kranten, was redacteur van andere publicisten en is een best veelgevraagd jurylid, dus vandaar dat ik zo aardig ben over hem.

Ik wil niet naar zulke literaire avonden zoals hij ze beschrijft. Ik word daar mismoedig en zwartgallig van. Dan blijf ik liever thuis om te lezen – of te schrijven. En omdat het moet werk ik als kok voor brood op de plank. Ik wil het graag zuiver houden. Want de literatuur is me heilig, echt waar. Maar van een kerkdienst zonder een teveel aan miswijn, een koor vol overspelige zangers en orgelmuziek van Bach moet ik ook niks hebben. Ik voor mij hou ook erg van literatuur, gezelligheid en horeca. Maar een literaire sloerie, te koop voor een avond sleur, wens ik niet te zijn. Daar ben ik te trots voor op mijn boeken. Verder is alle reuring mij lief. Doe mij dus nog maar een rondje! Want:

‘Drinken wij broeders, lang en diep,
Laat ons de wereld snel vergeten;
Wie is ’t, die ons op aarde riep?
Een dronken droom schijnt heel ons weten.’  

Uit: Drinklied van dichter-vertaler H.J.W.M. Keuls (1883-1968) die in de jury zat van de eerste Miss Holland-verkiezing (1929) en voor zijn hele oeuvre de grote P.C. Hooft-prijs kreeg in 1961.

--

Van Marc Schoorl (Wassenaar, 1962) verschenen in onder meer De Gids, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer literaire artikelen en beschouwingen. De laatste tien jaar werkte hij vooral aan zijn ‘grote trilogie’ Autobiografie van een romanpersonage. Deel 1 is Zes broers en een zus dat in december 2020 verscheen. Het werd deels als feuilleton gepubliceerd op Bazarow.com.
Deel 2, 
Zo Vader, zo zoonis sinds juli verkrijgbaar en deel 3 verschijnt dit najaar. Eind augustus verscheen Glas in lood, 100 jaar W.F. Hermans.

 

 

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden