Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Uit de hoek 40: I was a goth before you were a goth

zondag 5 december 2021

Marc Schoorls brutale vrijplaats

Ik ben God niet, maar een ‘goth’ ben ik wel. En als dusdanig ook hartstikke dood. Maar wel een ex-goth met levendige herinneringen. En iets, íéts van weemoed. Want toen, begin jaren tachtig, was ongeluk nog heel ongewoon. De oudere generaties bezagen het met een schampere glimlach rond de lippen. Kees van Kooten, zelf erg weemoedig over de lultutterige jaren vijftig, bedacht het woord doemdenken. Ik vond het een goed woord. Een terecht woord ook.      

Ik beken: ik herken. Zie het beeld dat Eva Hofman schetst van de goth-cult en haar figuren in een artikel in De Groene Amsterdammer van 25 november jongstleden. Ze schreef die lezenswaardige beschouwing  naar aanleiding van de nieuwe tentoonstelling GOTH – Designing Darkness in het designmuseum in Den Bosch.

De punk was langs me heen gegaan. Ik was er ook net iets te jong voor. Maar in de post-punk ben ik – geheel in goth-stijl – bijna ten onder gegaan. Zo draaide ik de godganse dag Joy Division. Soms afgewisseld met The Sound of de bittere bravoure van Beethoven. 

Maar ik kleedde me er niet naar. Dat vond ik toen al kinderachtig. Wat deed je uiterlijk ertoe? Het kraaiennest op de schedel van The Cure-zanger Robert Smith vond ik al even ijdel als de hanekammen van de punkers. Ik had er ook het geld niet voor over: dan kocht ik liever een plaat of een boek.  

Ik woonde in een soort kraakpand en in het souterrain daarvan, of zeg maar gerust de kelder, woonde een jong stel dat heel erg into goth was. Qua kleding en voorkeuren. Ik keek dat, zelf nog maar een broekie, verwaten glimlachend aan. Ze waren overigens vooral heel erg lief. Aandoenlijk lief. Zij draaiden de godganse dag Garlands van de Cocteau Twins en lazen Hermans Hesse. Zoals Hofman schrijft, had die beweging ook ‘iets vertederends, iets liefs dat onder de angstaanjagende make-up vandaan kan komen’. Dat nu stond me niet aan. Zelf was ik vooral woedend. Mijn hart klopte doemvol als Peter Hook’s bas in de muziek van Joy Division en mijn boosheid vond veel weerklank bij de man met zijn Aantekeningen uit het ondergrondse van Dostojevski.

Eva Hofman schrijft in haar stuk dat de gevoelens van de tieners toen veel te veel en te hevig waren, maar dat kan ik niet met haar eens zijn. Zij moest nog geboren worden – I was there. En ik vind veel eerder dat volwassenen afgestompt zijn: zelfs het leven went kennelijk. Hofman maakt gewag van het jeugdige zwelgen in verdriet alsmede  van het zwijmelen bij melodramatische uithalen van The Cure. Dat mag op zich misschien wel waar zijn, er was en is ook veel reden toe.

En trouwens: als kuur hielp het niet. Er is geen kuur, anders dan de placebo die de kunsten verschaffen – waarbij de overdrijving de conditio sine qua non is. Zwelgen en zwijmelen horen daarbij.  

Ze gaat verder nogal journalistiek kort door de bocht met haar verklaringen voor de beweging. Vanwege de versnelde technologische en sociale ontwikkelingen was er een terugverlangen naar authenticiteit, schrijft ze. En heroplevingen van goth gaan ‘niet voor niets’ vaak gelijk op met zulke ontwikkelingen, waarna ze hap-slik-weg ‘de industriële revolutie, de jaren tachtig en nu’ op een rijtje zet.  

Verder meent ze in navolging van Camille Paglia dat de gothic wave begon met Anne Radcliffe’s roman The Mysteries of Udolpho uit 1794. Maar dertig jaar eerder was het schitterende verhaal The Castle of Otranto: A Gothic Story van Horace Walpole al verschenen.

En dat een tweede golf van gothic novels ‘ongeveer’ begint bij Mary Shelley is ook onwaar. Mary’s man Percy Bysshe Shelley ging haar voor met twéé romans in die stijl. Maar haar Frankenstein is onverbeterlijk, dat is waar.  Ja, opmerkelijk veel vrouwen hebben fraaie bijdragen geleverd aan het gestileerde gesomber. Oók in de moderne gothic muziek: neem Elizabeth Fraser van de Cocteau Twins benevens Siouxsie van The Banshees.

Wat ontbreekt aan de tentoonstelling, vindt Hofman, ‘is de hete aardappel’. En dan gaat het om ‘het racisme in de gothic  literatuur’. Over witte suprematie. Want ‘de stereotiepe goth heeft immers een lijkbleke huid’. Mijn god, zo woke waren ze twee eeuwen geleden niet. Het ging en gaat om de stilering van somberheid, om zwarte romantiek waarbij zwart voor iets moois stond. Voor een vol levensbesef. Voor de ellende die onderhuids gaat. Glanzende ellende. Diep schitterend verdriet.

Dat Jeroen Bosch ook heel erg goth is, dat had ik zelf nog nooit zo bezien. Zou het ermee te maken hebben dat het designmuseum in Den Bosch staat?

Alles goed en wel of juist niet, maar heeft die hele goth-stroming ons in Nederland iets opgeleverd? Mwah. Het dichtst in de buurt komt wellicht de Eindhovense formatie Neon met hun mooie album A Day In the Land of Lost Horizons (1981).

En in de literatuur? Ik kan alleen maar denken aan Het uur van lood van toenmalig Robert Smith-lookalike Rob van Erkelens, sinds jaar en dag de nogal anonieme eindredacteur van De Groene. En verder was daar de jonge sombermans Menno Wigman, de dichter, die óók drummer was van de Willem Kloos Band, wat al een stuk minder gothic klinkt.  

Mijn eigen bundel vol jeugdverzen Vergiftigde vruchten is wel nogal goth – en goddelijk. Maar Menno Wigman vond ze, ja, te jeugdig. Te puberaal wellicht zelfs. Ik op mijn beurt vond (en vind!) dat ouwelijk gezeur. Dichters onder elkaar, nietwaar?

Ach, ik was nog maar een rups die zich als een nooitgenoeg door de literatuur heen vrat. Vrolijker ben ik er intussen niet op geworden. Maar ik sla nu wel graag mijn vleugels uit. Als een nachtpauwenoog. Een gotischer verschijning kan ik me niet bedenken.

--

Van Marc Schoorl (Wassenaar, 1962) verschenen in onder meer De Gids, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer literaire artikelen en beschouwingen. De laatste tien jaar werkte hij vooral aan zijn ‘grote trilogie’ Autobiografie van een romanpersonage. Deel 1 is Zes broers en een zus dat in december 2020 verscheen. Het werd deels als feuilleton gepubliceerd op Bazarow.com.
Deel 2, Zo Vader, zo zoon, is sinds juli verkrijgbaar en deel 3 verschijnt dit najaar. Eind augustus verscheen Glas in lood, 100 jaar W.F. Hermans. In zijn columns, elke zondag op Bazarow onderzoekt hij zijn schrijverschap. 

 

 

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden