Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Uit de hoek, deel 1

zondag 24 januari 2021

Marc Schoorls brute vrijplaats. "Zonder taal is er niets"

Column. Het feuilleton! Afgelopen! Nog voordat het boek waar het deel van uitmaakte goed en wel op gang was gekomen. Best jammer hoor. Want het was een mooie traditie. Vroeger dan. Het feuilleton: van oorsprong een vervolgverhaal in een krant of tijdschrift. Het woord verwijst naar het Franse woord feuille, dat blad of blaadje betekent. De oorspronkelijke feuilletons waren dan ook losse velletjes die samen met een krant of periodiek werden verkocht. De bedoeling was de lezer te binden en aldus de verkoop te stimuleren.

Maar aan alles komt een eind. In de 21e eeuw betekent feuilleton in geboorteland Frankrijk weinig meer dan wat wij een soapserie noemen, omdat de Amerikaanse zeepfabrikanten er als eerste mee zijn begonnen.

Een zeperd werd dat niet, nee, en een soepzootje is het ook niet: het zijn vaak uiterst professioneel gemaakte dagelijkse vervolgtv-programma’s over het leven van alledag. In  Frankrijk is Plus Belle la Vie al zo’n dertig jaar draaiende als dagelijks programma over de beproevingen van een groep gewone mensen in het zonovergoten Marseille. Zulke series worden er ook wel ‘téléromans’ genoemd, wat heel veel, zo niet alles zegt. Maar over het fenomeen feuilleton is heel veel te vertellen, genoeg voor… een heel feuilleton.

Maar dat gaat hier dus níét gebeuren, nee.

Dit is iets nieuws.

Dit is een brutale vrijplaats, een terzijde als schot voor de boeg voor van allerlei. Dit is een schotschrift van hagel.

Uit de hoek, zo heet deze nieuwe rubriek dus. En op deze bescheiden plaats zal ondergetekende elke zondag tot u spreken. Maar niet op zalvende toon, nee. Ik ben geen predikant, ha! En ik wil dat ook helemaal niet zijn. Alsjeblieft zeg. De toon zal vrolijk zijn, ondeugend, ietsje gemeens soms, laten we zeggen: amusant prikkelend. Saai en naar nieuws is er al genoeg.

Maar we moeten ook weer niet onze ogen sluiten voor alle ellende. Want ellende kan ook mooi zijn, fascinerend. In ons hart zijn we stiekem allemaal ramptoeristen. Om het dan toch voor één keer op zijn Zondags te zeggen: aan de ellende kun je de oneindige scheppingskracht van God aflezen. Dus ik hoop en probeer een kijkersfile van zondagsrijders te veroorzaken.

Nou ja, goed. Dat dus. Elke zondag zal ik uw rust verstoren met opmerkelijke anekdoten, schunnige waarheden, decadente overpeinzingen en wat dies meer zij. Lieve berichten bijvoorbeeld. Ja hoor, die ook. Dus deze rubriek had ook Velerlei kunnen heten.

De voorwaarde van de opdrachtverlener was wel dat het op de een of andere manier met boeken te maken moest hebben. Maar ja, dat is natuurlijk te breed gedacht: ik kan het niet terugvinden, maar wie schreef ook alweer dat alles gebeurt om in een boek terecht te komen? Er zijn ook maar zat boeken die te maken hebben met esoterie of management, dan wel met wortelkanaalbehandelingen. Dus boeken: dat overdekt de lading met een veel te groot spanzeil.   

Nee, het moest gaan om Literatuur, woord dat ik voor deze zondagse gelegenheid ook maar even met een hoofdletter schrijf.

En héél onterecht is dat niet. Want literatuur is de koningin van de kunsten. Al was het maar omdat het de enige kunstvorm is die iets fatsoenlijks kan zeggen over andere kunstvormen. En óók over het eigen genre. Literaire kritiek die zelf geen literatuur is, zou zo niet genoemd mogen worden. Want dat is journalistieke boekenkritiek, ook heel nuttig, maar niet hetzelfde en ook van lager allooi. Al zal het qua loon misschien wel wat beter betaald worden, daar wil ik vanaf zijn.

De koningin van de kunsten. De literatuur overziet het hele spectrum aan menselijke, en vaak al te menselijke pogingen om tenminste nog iets van dat leven van ons te maken. Pogingen die tot de cultuur horen en er het summa van uitmaken. De schone kunsten.

Zo is er prachtige literatuur geschreven óver schilders en hun kunst. Neem Vasari’s boek of de Nederlandse evenknie daarvan, Het Schilder-boeck van Karel van Mander uit 1604.  Maar wis en waarachtig, dat wat Nescio schreef over de schilder Bavink is me al net zo lief. "Naar de zon loopen wilde-i over de lange, lange schitterende streep." Maar Bavink wilde vooral die ondergaande zon schilderen en als dat hem niet lukt wordt hij gek. Mooi is dat. Poésie pure.

Omgedraaid hebben sommige schilders een mooi boek geschreven. En de brieven van schilder Vincent van Gogh zijn uitzonderlijk goed. Of neem de dichter-schilder Lucebert. Of Jan Cremer. Of Wolkers, die zichzelf trouwens in eerste instantie als beeldend kunstenaar beschouwde. En dat gaat ook op voor musici. André Hazes was volgens bijna onze hele volksstam een voorbeeldig dichter, ha! Songwriter Nick Cave schreef met And the Ass Saw the Angel wat mij betreft een overrompelend fraai boek. Ik vermeld de Engelse titel niet uit interesantdoenerigheid, maar omdat die net wat mooier allitereert dan de Nederlandse titel En de ezelin zag de engel. O, oeps, nou rolt die er alsnog uit… Somber is deze roman, en hardvochtig, grotesk bijna, en oudtestamentisch van stijl. De Bijbel als crystal meth mythe. The hell on Ice Show.

En de grapjas Mozart schreef erg vermakelijke brieven vol pies- en poepgrapjes. C’est vrai, c’est joli, c’est drôle!

Wat dat betreft is de muze een heilige hoer. Ze laat zich voor werkelijk alles lenen.

En dan zijn de boven vermelde kunstenaars ontrouwe hoerenlopers, voeg ik daar dan haastig en politiek correct aan toe. Want voorwaar, man en vrouw zijn op alle gebieden aan elkaar gewaagd. Het zijn net mensen.

Maar jaha, zelfs politiek kan bij hoge uitzondering samengaan met literatuur. Je mag ervan vinden wat je wil, maar Winston Churchill won wel mooi de Nobelprijs voor Literatuur.

Hij is wel de uitzondering die de regel bevestigt dat politici niks met literatuur of iets van Bildung hebben, en dat lijkt eerst en vooral voor Nederlandse politici te gelden.

Wim Kok was een grijze gehaktbal en zijn zaak ontrouw, Jan-Pieter Balkenende was een braaf christenman die een zo mogelijk nòg groter gebrek aan verbeelding had en alleen iemand als God voor zich zag. Cultuur bestond voor hem uit die goeie ouwe VOC-mentaliteit.

En tja, onze eigen antiaanbakpremier Mark Rutte, die zei met een stalen gezicht: "Visie is als de olifant die het uitzicht belemmert." Zelf bleek hij leiding te geven aan een paar kabinetten die omgingen met kunst en cultuur zoals zo’n vriendelijke dikhuid kan huishouden in een porseleinkast. Er bleef weinig van over. En toen moest moedermammoet Corona nog komen…

Nee, Mark gaat het om de winsten van ondernemingen en verder ehh… weet hij het niet. Mark is geen Winston.

Hij is nu eenmaal van de VVD. De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Goeie naam! Een die getuigt van goeie marketing. Helemaal Mark zijn ding. Want hoe kun je daar nou in godsnaam tegen zijn? Tegen Vrijheid en Democratie. Nee, dat gaat niet. Want daarin, en alleen daarin,  zijn alle volkeren ter wereld wel verenigd, daar zijn ze het allemaal wel me eens. Er bestaat op de hele wereld dan ook geen Partij voor Censuur en Dictatuur. Of nou ja, die bestaan er genoeg, maar zo noemen ze zich niet. Ze noemen zich gewoon De Partij. Het enige wat de VVD met zulke partijen gemeen heeft is dat ze er niet voor het volk zijn. Wat altijd nog beter is dan menige linkse partij die niet eens meer weten wat het volk is. En ook niet meer weten wat ze zelf nou eigenlijk willen.

Maar ho, wacht even, dit wordt geen politieke rubriek hoor. De hoek in met al dat geouwehoer! De hoek van de Tweede Kamer desnoods. Best een goed idee trouwens: wie te veel kletst moet daar net als een schooljongen de hoek in.

‘Thierry stil! En blijf van het haar van Wilders af, rotjongens!’

Enfin.

De politiek heeft geen stijl, dat is ’t hem. Dàt ontbreekt eraan. Zoals Geen Stijl totaal stijlloos is.

En ik? Ik ben alleen, en tegen alles en iedereen. Ook en vooral tegen mezelf. En dat omdat ik het heel vaak niet eens ben met mezelf. Bijvoorbeeld over het feit dat ik het al dan niet te vaak over mezelf heb, begrijpt u wel, o ironie?

De onderwerpen voor deze rubriek komen dus uit alle hoeken en gaten. En misschien laat ik wel eens een keer een gat vallen. Maar àls het om literatuur moet gaan en ook daadwerkelijk gaat, dan staat de taal voorop. Laat dat gezegd zijn.

Leve de taal! Het is prachtmateriaal. Echt. Het is bruikbaarder dan klei, het kan harder zijn dan het mooiste Carrara-marmer, het is zo veel zachter dan babybillen, soepeler nog dan water, lekkerder dan het knapperigste brood, warm nog, zo uit de oven…

Ach, de taal. De schrijver moet haar woorden bij elkaar zoeken, hij moet ze mengen, kneden, ze desnoods ophakken, ze laten rusten enzovoort, enzovoort. Het is zijn middel èn zijn doel. Eigenlijk, heel eigenlijk doet het verhaal, de inhoud er niet eens toe. Voor hem dan.

Voor de lezer natuurlijk wel. O zeker! Die krijgt het verhaal, of welke vorm van literatuur dan ook, opgediend in de schrijver zo eigen, karkteristieke magische pilvorm. Misschien wel daarom spreekt de volksmond van een dikke pil van een boek. En ja, een pil kan bitter zijn. Voor zoete koek moet je immers bij journalisten zijn. En voor taaie kost bij politici. Want ja, die beroepsgroepen bedienen zich ook van taal. Helaas. Of althans: van iets wat op taal lijkt. Of moet lijken. Of over lijken moet gaan.

Maar de schrijver, die wil graag toveren met het wonder dat taal heet. Zonder taal is hij helemaal niets. Het is het enige wat hij heeft. Een schrijver handelt niet in hoop: daar zijn andere bedriegers voor. Politici weer bijvoorbeeld. Maar voor de schrijver als goochelaar is taal zijn allerlaatste illusie.

Voor mij als sinds kort zelfbenoemd schrijver betekent deze vrijplaats dan ook vooral een stijloefening. Ja, ik probeer dingen op u uit. Dat u het weet. Ik voorzie u net zo stiekem als Bill gates dat volgens de wappies doet van een vaccin met iets erin. En als u echt een pil wil, kan ik u mijn boeken uit de reeks ‘Autobiografie van een romanpersonage’ aanraden. Deel 1 daarvan, Zes broers en een zus, is nog maar net uit en nog helemaal onontdekt.

Volgend week meer & weer heel anders.

Graag tot dan!

 

Marc Schoorl
--

Van Marc Schoorl (Wassenaar, 1962) verschenen in onder meer De Gids, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer literaire artikelen en beschouwingen. De laatste tien jaar werkte hij vooral aan zijn ‘grote trilogie’ Autobiografie van een romanpersonage. Deel 1 is Zes broers en een zus dat in december 2020 verscheen. Het werd deels als feuilleton gepubliceerd op Bazarow.com.
Deel 2 en 3 zullen in 2021 verschijnen.

 

 

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden