Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Uit de hoek deel 11. Zeg maar dag met je handje

zondag 4 april 2021

Marc Schoorls brutale vrijplaats

De openingsscène van Blue Velvet, die sowieso tot mijn favoriete films hoort, is een van de indringendste die ik ken. We zien wat idyllische taferelen in het dorpje Lumberton met een inwoner die zijn bloeiende tuin staat te sproeien. Plots valt hij dood neer op het gras. Dan gaat de camera ondergronds en horen we rare en vreselijke geluiden. Vooral die van de vraatzuchtige insecten. Het is een fantastisch totaalshot.

Ik hou van kunst, maar ik hou misschien nog wel meer van de natuur. Kunst is het excuus van de mens, zo zie ik dat. Het regenwoud, schreef iemand die er verstand van heeft, is ‘een groene kathedraal’. En dat is waar. Zelfs de organische meesterarchitect Gaudí kan er nog een puntje aan zuigen.

Nou ben ik zelf vooral een vogelliefhebber, zo’n malloot die er graag op uit trekt om zijn ‘gevederde vrienden’ te gaan bekijken. Zeker in het heerlijke voorjaar. Maar ik krijg daar steeds minder plezier in omdat er steeds  minder ‘vogelen des velds’ zijn. Ik word daar zo mies van dat ik me het afgelopen jaar uit arremoe dagelijks beziggehouden heb met insecten. Want daar zijn er véél meer van. In soorten en aantallen. Ik heb een boekje of twee, drie gekocht en het grote dikke boek van mijn zoon geleend. Hij is biologiestudent (ik heb dat boek voor hem betaald;) Het is de ANWB insectengids, waarvan ik elke dag één bladzijde tot me neem. Ja, als iets dat me heilig is.

De schellen zijn me van de ogen gevallen. Je ziet het niet, maar wàt een fantastische wereld. Wat een schoonheid – en wat een gruwel. Véél bizarder nog dan de films van David Lynch. Artis natura magistra, ja. Zeker. Wat een krankzinnige rijke veelvuldigheid in verschijningsvormen en gedrag. Als de duivel in de details zit, gaat hij over de insecten. Dat weet ik wel zeker. En dat God nog aan andere diersoorten is toegekomen, dat verbaast me bizonder. Het insectenrijk is een Hooglied op zich. Ik had Hem willen adviseren het daarbij maar te laten.

Het mannetje van de waterkogelspringstaart, lees ik op pagina 1, loopt vlak voor de paring rond met het vrouwtje in het grijporgaan van zijn voelsprieten. Een paar bladzijden verder: van de steenvliegen zijn er 13 nauw verwante soorten waarvan de mannetjes alleen te identificeren zijn aan het geslachtsapparaat. Aan hun piemeltje! En de vrouwtjes van die verschillende soorten zijn al helemaal niet uit elkaar te houden. En wist u dat er juffers, een libellensoort, bestaan waarvan het mannetje met een lantaarntje de paringsbereide aandacht van vrouwtjes probeert te krijgen? Ikke niet. En het kan ook anders. Want het vrouwtje van het lantaarntje, weer een andere libellesoort, verstopt zich in dichte oevervegetatie om daar ongestoord haar eitjes te kunnen leggen: pas daarna mogen de mannetje eropaf. En dit zijn dan een paar zeer gewone, ja doodordinaire verschijningen in ons landje. In het boek zijn er dan nog bijna 450 overvolle pagina’s te gaan. Ik ben na het coronajaar op pagina 362. En elke dag is het feest. Krankzinnig.

Zou ik mijn leven mogen overdoen, dan zou ik biologie zijn gaan studeren en dan hoogstwaarschijnlijk gekozen hebben voor insecten. Wat een veel te grote groep dieren is met véél te veel soorten. Je moet je specialiseren, zoals Edmund O. Wilson die alles van mieren weet. Alles? Welnee. Dat kan helemaal niet. Bijna elke dag wordt er weer een nieuwe soort ontdekt en over hun levenswijze worden ook steeds nieuwe ontdekkingen gedaan. De bioloog Wilson maakte die vergelijkding tussen het regenwoud en een kathedraal. Hij is méér dan een bioloog. Zo is hij een interessantere schrijver dan zijn naamgenoot de literatuurcriticus Edmund Wilson van het studieuze boek Axels burcht. Dat is bij vlagen interessant, terwijl Het raadsel van het menselijk bestaan van Edward O. rázend interessant en belangrijk is. Het betreft het voortbestaan van de menselijke soort inter pares.

Maar helaas: zie ik bijna elk jaar wéér minder vogels, met de insecten gaat het ook helemaal niet goed. De hoofdoorzaak is bekend: de monocultuur die mens heet. Vooral ook zijn landbouwgiften en onkruidbestrijders eisen hun tol. En wij, onwetenden. Ga naar een dierenwinkel met lieve verkopers en je krijgt zó een gifbandje mee tegen de vlooien van je hond of poes. Maar dodelijk voor àlle kleine kriebelaars. Dus dat wil ik niet. Maar zelfs een dierenarts die ik om raad vroeg en die bekende imker te zijn en nog maar eens vertelde hoe slecht het met het verzamelde bijenvolk gaat, kon me niet verder helpen.   

Het klimaat verandert, maar de insectenwereld verdwijnt onder onze voeten vandaan. We zien het niet, maar het gebeurt wel. Die openingsscène van Blue Velvet, die kan straks niet meer gemaakt worden. Dan blijft het stil onder het gazon. Onder het plaveisel? Een dood moeras.

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden