Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Uit de hoek deel 12: Beestachtige omgevingsgeluiden

zondag 11 april 2021

Marc Schoorls brutale vrijplaats

Ik ben een witte man en soms ben ik boos, ja. Heel boos. Maar dan ook echt héél boos. Dan onweert het in mijn hoofd. En mede daarom schrijf ik. De pen is een bliksemafleider. Schrijven geneest van woede en weerzin. En daarna kun je weer opgelucht ademhalen. Of zelfs lachen.  

Enfin.

(Schreef Martin Bril dan, de dankzij rokjesdag nog niet vergeten paginavuller. Zijn laatste column (17-04-2009) heette ‘Boosheid’. Twaalf jaar geleden alweer!)

Uit ergernis over omgevingslawaai, dat uit velerlei bronnen kan bestaan, schreef ik eens een verhaal over een jong echtpaar dat iedere avond weer, als zij het vanwege een kinderwens ‘deden’, last had van kattengejank. De man nam maatregelen, de katten keerden niet weerom. Maar toen zij een jaartje later een huilbaby bleken te hebben, moest dat kindje er ook aan geloven. Als motto diende de naam van een song: Love will tear us apart van Joy Division. De eerste zin luidde: "Het was begonnen met de speldeprik van een mug in een broeierige augustusnacht." De titel van het verhaal, een novelle van pak ’m beet 36 pagina’s, is Beesten van de nacht. Beestachtig goed, maar dat snapt u. 

Dat was ook iets uit 2009 (geloof ik).

Anno 2021 loop ik begin april, als het weer eindelijk rustig en voorzichtig zonnig is, ’s ochtends vroeg met de hond in het Diemer bos.

Tijdens mijn wandeling zie ik drie anderen die alle drie een koptelefoon op hebben. Een vierde heeft z’n oortjes in. Ha, daar passeert iemand zonder kopfoonlast. We groetten. De vijfde, jawel: mèt, vraag ik of het een podcast is waarnaar zij luistert en dat wordt bevestigd. De zesde, oortjes, ook. De zevende: idem.

De podcast is opeens in de mode. Iederéén is aan de podcast. Het gaat al net zo viraal als de meest gevreesde levensvorm op aarde. Ja, het zal wel door die corona komen. Tot voor kort wist ik niet eens wat het nou eigenlijk is, een podcast, behalve een stom woord dan.

Maar ik begrijp niet dat die wandelaars, al dan niet met hond, niet luisteren naar de voorjaarszangen van de vogels. De zanglijster roept het luidkeels uit, de tjiftjaf doet waar hij naar vernoemd is. Ik hoor mijn eerste zwartkop van het jaar, maar die wordt overstemd door een luid tetterende winterkoning. De merel fluit best bescheiden naar de vrouwtjes, net als het roodborstje met z’n parelende zang, terwijl de mezen het drukst zijn in alles. De heggemus doet trouwens ook z’n best.

Tot zich een driftig keffertje aandient, wiens geluid door het hele bos weerklinkt. Even vallen de vogels stil, lijkt het wel. Dat komt door dat kreng op poten. Echt zo’n kutkeffertje. Ontluisterend is het. Daar gáát mijn opperbeste humeur.

Wat een herrie! Dat al dat kabaal uit het minieme smoelwerk van zo’n klein gedrocht komt. Er zou potdomme een milieuheffing op moeten staan, op die ondermaatse kabaalmakers met hun godgeklaagde auditieve milieuvervuiling.

Ze zien er trouwens doorgaans ook niet uit en het schijt nog ook. U kent het. Van die kleine gore wormen, het liefst midden op het trottoir. Van die waarlijk hondse ongewenste intimiteiten. En waarna het oorpijnigende blaffen weer wordt ingezet.

En die baasjes, vrouwen doorgaans, staan er dan bij te kijken alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat dat mormel van ze schijt of de lucht aan stukken keft. En jaha, die wijven zie ik ook steeds vaker met een podcast op hun kop. Want dan horen ze dat teringbeest van ze zelf tenminste niet. Mogen wij daarnaar luisteren. Ikke. Nu ik eraan denk: van de week zag ik een bejaarde dame schuifelen met een rollator, vergezeld van een aftandse maar prijzige toy-poedel èn voorzien van iets van een koptelefoon. Toen al ging er bij mij een belletje rinkelen. Nu staat het alarm aan.

Ik hou heel erg van honden, maar derzulken, die je ook overal in de bebouwde kom hoort, daar heb ik een hartgrondige afkeer van. Maar dat was misschien al duidelijk.

Ik weet eigenlijk niet wat ik erger vind: zulke behaarde lawaaimakers of bouwvakkers dan wel klussers, mannen doorgaans, die keihard naar hun speciale, lompe bouwradio luisteren. ‘Sky Radióóó...’ Met vooral het getetter van die altijd opgewonden standjes die discjockeys heten. Vreselijk. 

Ik kan niet tegen herrie. En bijna alles is herrie. Behalve vogelzang en muziek.

De filosoof Schopenhauer kon zich er ook héél erg over opwinden. Over al die herriemakers. Maar die hield er godbetert zèlf een blafferige poedel op na. Het noopte hem zelfs eens tot een verhuizing. Hij kon niet zonder hond, deze mensenhater. "Als er geen honden zouden zijn, zou ik niet willen leven," zei de oude chagrijn eens. Als het dier hem al tot last was, noemde hij het misprijzend Mensch, voor de rest was het gewoon Atman (‘Ziel’). Vooral zijn laatste exemplaar was luidruchtig, schijnt het. De mensen moesten niet zeuren Zelf was hij intussen stokdoof.

--

Van Marc Schoorl (Wassenaar, 1962) verschenen in onder meer De Gids, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer literaire artikelen en beschouwingen. De laatste tien jaar werkte hij vooral aan zijn ‘grote trilogie’ Autobiografie van een romanpersonage. Deel 1 is Zes broers en een zus dat in december 2020 verscheen. Het werd deels als feuilleton gepubliceerd op Bazarow.com.
Deel 2 en 3 zullen in 2021 verschijnen.

 

 

 

 

 

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden