Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Uit de hoek deel 18: Natuur versus Cultuur

zondag 6 juni 2021

Marc Schoorls brutale vrijplaats

De biograaf van Nescio schrijft dat hij zijn gelukzaligste momenten beleefde als hij zich één voelde met de natuur. Als hij zich kon overgeven aan zijn indrukken: het zonlicht, de wolken, de rivier die altijd maar blijft stromen, de bomen. ‘Even geen gevoel van mislukking meer, geen verlangen naar elders. De tijd staat stil en voor een ogenblik voelt hij zich opgenomen in de eeuwigheid,’ zegt ze erover in een interview met de NRC. ‘Hij had zijn eigen methode gevonden om in het leven overeind te blijven.’

Ik herken dat. Nescio was een natuurfilosoof. Een terneergeslagene vol tederheid.

Vorige week brak de zon echt door en werd het éíndelijk volop voorjaar. Plots was de vrolijkheid van de lente in alle hevigheid uitgebarsten. (Dat koning corona wijken moet, helpt ook.)

Ik genoot met volle teugen van een vroege ochtendwandeling met hond Sjakie in het Diemer Bos. Al dat frisse groen, die ‘krankzinnig geworden kroppen sla’, zoals Céline dat eens mooi verwoordde. Ik hoorde de zanglijster jubelen, het zwartkopje zijn opbeurende melodietje doen, De vink sloeg zijn slag en alom tjaften de tjifs.

Het Diemer Bos is een aangelegd bos en dat kun je zien aan de pijpleidingen die er lopen en de nu bijna geheel begroeide vijvermatten die de oevers uitmaken. Het is er bepaald moerassig. Een nieuw oerbos: hier heeft heel lang geleden ook een drassig bos gestaan. Er zijn resten van aangetroffen. Gefossiliseerde houtstamdelen.

Ik hoorde de nachtegaal. Dan kan je dag bijna niet meer stuk.

Maar helaas: ook hier brandnetels, bramen en fluitenkruid. Stikstof minnend spul.

En, valt me op, veel kleefkruid.

Nou, we doen ons best om de natuur met een deken van stikstof te smoren, dat moet gezegd.

Maar ik zag gelukkig ook bloeiend onkruid.

Mag dat woord ‘onkruid’ geschrapt worden in het woordenboek?! Noem het dan maar door boeren en domme burgers ‘ongewenst gewas’ of ‘uitroeigras’, dat er trouwens en heel natuurlijk eerder was dan wij allemaal. Round up: prachtspul! Genocidegroen. 

Ik liep dit keer vanuit het bos onder de A9 door en kwam in een weidegebied. Een klein reservaat. Met volop hoog en bloeiend en naar vroeger geurend gras.

Ik had het ontdekt! Mon petit paradis. Mijn miniland van Maas en Waal,  tussen de riviertjes de Gaasp en de Diem. Maar vooral ook tussen de A1 en de A9. Ik zag er een blauwe en een zilverreiger. Ik hoorde kikkers. Ik zag de wind het wuivende gras strelen.

Ik was bijna gelukkig.

Dat duurt nooit lang, dat weet u. Er kwamen hardlopers met oordopjes voorbij en schreeuwerige wielrenners in giftig gekleurde pakjes.

De mens, dat armzalige schepsel, heeft de cultuur als excuus, als deerniswekkend zelfgeschapen paradijs omdat hij vervreemd en verwijderd is geraakt van de natuur. Zet onze huisdieren af tegen de wilde voorgangers. En zie precies hetzelfde: ecce homo! Wij zijn net als  die keffende, verwende toy-poedels, wij kunnen alleen vanbinnen nog huilen als een wolf.

Aan de rand van het bos hoorde ik spotvogel: zanger naar mijn hart. Luid en duidelijk. En de wielewaal riep! De wielewaal aan de laatste groene rand van dat godvergeten bouwoord Diemen!

Ik vond een dode bosspitsmuis. Herkend met de app op mijn mobiel. ‘Heel gewoon,’ stond er. 

Gewoon? Gewóón? De natuur is nooit ordinair. Dat bestaat niet. Want daar wordt meteen korte metten mee gemaakt. Maar onze bloemen in huis kunnen wèl heel ordinair zijn, en in parken en tuinen trouwens ook.

Daarom staat mijn eigen postzegeltuin vol onkruid. We zien gele bloemen, witte, roze en het is telkens weer anders. De brandnetels, hoe goed ook als waardplant voor sommige vlindersoorten, haal ik weg en de braam geef ik ook geen kans. Voor de rest mag dat groen zo’n beetje zijn gang gaan.

De natuur kan niet ordinair zijn. Maar wel wreed. Vorige week vlogen de eerste koolmeesjes uit het nestkastje in onze tuin. Te vroeg, denk ik. Het nat was goed voor de grutto, maar het was een slecht koolmezenvoorjaar geweest. Echt hummeltjes waren het nog. De een belandde in het vijvertje, de ander onder de scheurdeur. Het was beredderen met paniekerige mezenouders om ons heen. En toen we even niet opletten kwam er een ekster die er met een zo’n pluizenbol in zijn bek vandoor ging. En toen deden twee andere eksters hetzelfde. Ik ben er uren ziek van geweest.

Maar de zoon, eerstejaars biologiestudent, zei en terecht: ‘Kom op, pa. Dat is ook de natuur.’

Nou, doe mij dan toch maar cultuur;)

Ik ben overigens in honderd jaar W.F. Hermans gedoken om daar een mooi boekje van te maken. Die man die luid profeteerde dat de mens blind was voor de oorspronkelijk chaos, was zelf totaal blind voor de natuur. In de ehh... beperking toont zich de meester, zei der alte Goethe, die zelf wel van de bloemetjes was. Van Heidenröslein tot das Veilchen – toch hóór ik ook graag een viool.

Bij wijze van toegift

Lord Byron, uit: Childe Harold’s Pilgimage

There’s pleasure in the pathless woods
There’s a rapture on the lonely shore
There’s a society where none intrudes
With deep sea and music in its roar
I love man not the less
But nature more
--

Van Marc Schoorl (Wassenaar, 1962) verschenen in onder meer De Gids, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer literaire artikelen en beschouwingen. De laatste tien jaar werkte hij vooral aan zijn ‘grote trilogie’ Autobiografie van een romanpersonage. Deel 1 is Zes broers en een zus dat in december 2020 verscheen. Het werd deels als feuilleton gepubliceerd op Bazarow.com.
Deel 2 en 3 zullen in 2021 verschijnen

 

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden