Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Uit de hoek deel 20: We mogen weer!

zondag 20 juni 2021

Marc Schoorls brutale vrijplaats

O, zó fijn! Er mag weer van alles. (Bijna dan). Wat een heerlijkheid! Op restaurant. Of naar een concert of een tentoonstelling. Zo ben ik benieuwd naar de tentoonstelling van Bruce Nauman in het Stedelijk Museum. ‘Het grootste overzicht van de Amerikaanse kunstenaar Bruce Nauman in Nederland tot nu toe.’

De modieuze prietpraat laat ik graag aan me voorbijgaan. Zinnen als: ‘Al meer dan vijftig jaar definieert hij de essentie van wat een kunstwerk kan zijn telkens opnieuw.’

Of deze: ‘Naumans interesse in ambiguïteit en verschillende betekenislagen heeft betrekking op de dagelijkse menselijke ervaring, waarbij zekerheid niet altijd vanzelfsprekend is.’

Bent u er nog?

Het klinkt naar mijn smaak maar weinig uitnodigend. Toch ga ik. En dan gewoon kijken en het werk op me laten inwerken. Pluspunt: de man heeft humor. Neem zijn neonlichtwerk Seven Figures uit 1985. Maar al die ondeugende seksende figuurtjes hebben ook iets triestigs in hun repeterende mechaniek. Tsja. Wat is nou liefde? zoals de grote volkszanger Hazes zong. 

Kiki Coumans tipte op Facebook over de primeur van een tentoonstelling over het ontstaan van de surrealistische beweging in de Bibliothèque nationale te Parijs. ‘Subliem aangepakt,’ schrijft ze. Dus daar wil ik ook naar toe!

Maar het pre-coronaplan was om naar Italië te gaan. Zoals Ally Smid onlangs deed. Zij schreef op FB: ‘Bijzonder. Ineens sta je tegenover Het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci in Milaan.’ Dat eenvoudige bericht kreeg veel bijval. En ik snap dat.

O, ik weet het nog goed. Een jaar of 25 geleden. Ik had toen geen zin in die lange rij, staand in de brandend hete zon. Dan ging ik liever op een terrasje onder een parasol zitten en wat eten en drinken. Want daar zijn ze goed in, die Italianen. (En dan daarna lekker vrijen in het hotelletje... Al verzweeg ik die al te bekende en toch geheim gehouden wens.)

Maar nee. ‘Eten komt daarna wel.’ Zo drong mijn jonge, mooie  vrouw aan. Okay. Zucht. En hup, in de rij.

Eenmaal binnen deed ik uit het niets een Stendhalletje: de tranen sprongen in mijn ogen. Wat een werk! Wat een kracht en ontroering! Die lyriek van al die handen en hun gebarentaal... Ja, ook daar zijn ze goed in, de Italianen. De interpunctie bij hun zo lyrisch gesproken taal gaat manueel. Alleen dat al is een genot om te zien. En Da Vinci had dat meesterlijk (dûh) op de muur aangebracht. Santo cielo!

In die halfduistere ruimte, zag ik een deels afgebladderd tafereel en ik hield het niet droog. Godverdee zeg! Ik deed het nog net niet in mijn broek, maar de tranen biggelden over mijn wangen. Ik wist niet wat me overkwam. Ik schaamde me zelfs. Idioot die ik was.

Weer thuis heb ik een dikke catalogus van Da Vinci’s werk gekocht en een biografie gelezen. Die van Serge Bramley. (Ik heb begrepen dat die nieuwe, van Walter Isaacson, beter is. Staat op het veel te lange lijstje.) Ik kocht een dik boek met een overzicht van zijn werk. Fan-tas-tisch, dat alles.

Leonardo Da Vinci (1452-1519) is misschien wel de enige mens ooit die het epitheton l’uomo universale toekomt: kunstenaar, uitvinder en wetenschapper – in die volgorde. ‘Ik wil wonderen verrichten,’ noteerde hij op een van de 6500 papiervellen vol tekeningen en tekstjes. Zijn allereerste biograaf, Vasari, noemde hem zo’n dertig jaar na zijn dood dan ook ‘werkelijk hemels en wonderbaarlijk’.

En ik ontdekte hem als schrijver. Jawel. Dat kon dit genie bij uitstek dus ook, al hoorde je daar nooit iets over. Dus dan zelf maar in de pen klimmen. En zoals dat gaat blijft het dan niet bij een artikeltje, maar werden het 18 pagina’s: meer dan 6.000 woorden.

Uiteindelijk kon ik een artikel van 1200 woorden kwijt bij De Groene Amsterdammer omdat (toeval!) in maart 1996 een grote Leonardo-expositie in de Kunsthal Rotterdam werd geopend.

‘Leonardo is in hart en nieren een schrijver, hij is zowel geestelijk als lichamelijk aanwezig in het werk,’ schreef Robert Zwijnenberg in zijn proefschrift. Hij spreekt van het  ‘livresque karakter’ van Leonardo’s werk en gaf zijn proefschrift daarom Denken op papier als titel mee. Mooi.

Da Vinci ging overigens prat op zijn ongeletterdheid. In een prachtige maxime haalt hij nog eens uit naar de ‘literati’ en hun boekenwijsheid: ‘Degene die in discussie auteurs aanhaalt, doet geen beroep op zijn intelligentie, maar op zijn geheugen.’ Maar zo ongeletterd was hij niet: hij had heel wat gelezen en bezat een eigen bibliotheekje.

Als schrijver had hij grote ambities: ‘Ik zal een vertelkunst scheppen die grote dingen uit zal drukken.’ Het is er niet van gekomen, maar bleef bij aanzetten. Kort werk. Fabels, raadseltjes, aforismen.  

Zie: www.groene.nl/artikel/leonardo-s-brein

--

Van Marc Schoorl (Wassenaar, 1962) verschenen in onder meer De Gids, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer literaire artikelen en beschouwingen. De laatste tien jaar werkte hij vooral aan zijn ‘grote trilogie’ Autobiografie van een romanpersonage. Deel 1 is Zes broers en een zus dat in december 2020 verscheen. Het werd deels als feuilleton gepubliceerd op Bazarow.com.
Deel 2 en 3 zullen in 2021 verschijnen

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden