Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Uit de hoek deel 21: De kunst van het koken & de literatuur

zondag 27 juni 2021

Toen ik chef-kok was bij de heerlijkheid die het Rijk van de Keizer heet, schreef ik bij de menukaart als toelichting op de kookstijl  dat je over koken en eten niet moeilijk moet doen. Koken is gewoon gebruik maken van mooie puurnatuurproducten, die als het effe kan een beetje uit de buurt komen. En die dien je dan onderling te combineren onder toevoeging van kruiden en specerijen. Het enige waar je verder op moet letten is op de geur en kleur, en de smaak en kraak.

Et voilà!

Ik bewonderde de gebroeders Albert en Ferran Adrià van het restaurant El Bulli wel, met hun jaarlijkse sluiting om zich terug te trekken in El Taller, hun laboratorium, om weer wat nieuws en spectaculairs uit te dokteren. Schuim van parmezaanse kaas en meer van die geniale onzin. De Dalí’s van de gastronomie, werden ze genoemd. En ja, ze hebben waarlijk revolutionaire ontwikkelingen bewerkstelligd. Schitterende kookboeken samengesteld ook.

Maar eigenlijk dacht ik er toch anders over. En die revolutie in restaurantkoken heeft er ook toe geleid dat sterrenchefs allerlei texturas in hun bereidingen gingen gebruiken die, jawel, de voedselindustrie ook graag gebruikt. Stabilisatoren en emulgatoren en zo. Chemische goedjes. Dat nu leek me niet de bedoeling. Ik verafschuw de voedselindustrie, waar de mensheid niet buiten kan: ik weet het.

Maar toch.

Ik ben meer van de nota bene Amerikaanse auteur Michael Pollan met zijn boek Een pleidooi voor echt eten. Eet niks wat je moeder of granny ook niet at. Zo is het: eten is traditie. Een prachttraditie. Samen aan tafel en zinnelijk genieten, want zinloze ellende is er al genoeg op de wereld ennuh... eten moet je toch: maak er dan, tegen de verdrukking en de industrie, iets moois van.

En ik hou het graag dicht bij huis. Carlo Petrini is me met zijn boek en beweging Slow Food heel dierbaar. Tegen de smaakvervlakking en tegen fastfood en al die troep. De voorverpakte gemakzucht: industrieverdriet, dat is het.

Zo bezie ik kunst ook. Niet moeilijk doen, maar met je materiaal iets zinnelijks maken, iets genietbaars, op welke manier dan ook. Dat mag zeker mooi zijn, maar het mag ook functioneel lelijk of zelfs bruut zijn.

En niks mot. ‘Moetjes’ zijn voor hen die per ongeluk zwanger gaan van iets en daar het liefst onderuit willen. Voor een kunstenaar ligt dat diametraal anders. Een kunstenaar is daar juist en precies op uit. Die wil maar al te graag bezwangerd worden door een vruchtbaar idee, en dat vaak omdat hij alleen het ongeluk aantreft in het leven.

Elke kunstenaar is een levenskunstenaar.

Maar het bedrog is overal en dus ook in de kunsten. Er zijn ook maar genoeg plebejers, patjepeeërs en möchtegerns bezig met hun zogenaamde kunst. Veel te veel zelfs. Ze flikken ons een kunstje, dat is het. Aan het kruis ermee, met die nepmessiassen. Oh lord! En halleluja. En dan amen. Om met den uitvreter van Nescio te spreken: één ‘Ziezoo’ en zes briefjes met G.v.d.

In de literatuur is het al niet anders. Heel veel phonies vragen om aandacht. Neem de Bekende Nederlanders: die willen allemaal hun boekie hebben. Omdat ze het voor hun onsterflijkheid (sowieso iets volstrekt belachelijks) niet moeten hebben van hun andere prestaties. Ach wat, eigenlijk is de verworven bekendheid die de leegheid zelve is, het enige wat ze bereikt hebben. Een koude eenzaamheid. Het is pathetic, zoals de Amerikanen zeggen, waar veel van die verderfelijke trends vandaan komen.

Waar herken je een echte schrijver aan? Dat is nog best lastig. Laat ik zeggen aan zijn eigenwijsheid. Aan zijn vermeende eigen (spatie) wijsheid desnoods. Aan het eigen lied dat hij zingt. Aan zijn stem. Aan de wijze waarop hij gebekt is. Groot, vervormd, kegelsnavelig of met een lange kromme snavel: dat maakt niet uit. Als het maar echt en oprecht is. Uit de eigen biotoop. Ik vind bijvoorbeeld Lammert Vos een echte schrijver. Zijn boeken zijn dun, heel dun. Maar dat zijn die van de kleine grootheid Nescio ook. Hun  oeuvre is klein maar fijn. Lammert Voos is de Groningse golem, uit de klei getrokken oprechtheid en dat draagt hij met trots uit.

En wie is of was dan bijvoorbeeld een phony? Nou, Joost Zwagerman bijvoorbeeld. Pas op het allerlaatst werd hij oprecht en schreef hij een paar diep eh... doorvoelde gedichten. Zijn romans zijn vlak. En zijn essays zijn die naam niet waardig: vlot en verdienstelijk geschreven journalistiek is het. IJverig was hij zeer zeker, maar zijn omgeving betaalde er een prijs voor, zie de bewonderenswaardige roman-mémoires De langste adem van zijn ex-vrouw Arielle Veerman.

Ronald Giphart is ook een neppe. Hoe aardig die ex-studentikoze baardman ook is, zijn werk is nix. Gips is het. Saai wit poeder, maar geen verleidelijke cocaïne die je doet dromen van onvermoede werelden.

Ach wat, de enige echte schrijver, dat ben ik natuurlijk.

Want dat denken aan alle schrijvers.

Waarvan akte.

--

Van Marc Schoorl (Wassenaar, 1962) verschenen in onder meer De Gids, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer literaire artikelen en beschouwingen. De laatste tien jaar werkte hij vooral aan zijn ‘grote trilogie’ Autobiografie van een romanpersonage. Deel 1 is Zes broers en een zus dat in december 2020 verscheen. Het werd deels als feuilleton gepubliceerd op Bazarow.com.
Deel 2 en 3 zullen in 2021 verschijnen.

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden