Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Uit de hoek deel 6. Overdrijven als vak

zondag 28 februari 2021

Marc Schoorls brutale vrijplaats

Dat was een leuk nieuwtje deze week.  Dat van het Journal of Neuroscience. Het vakblad meldde dat hersenen uit zichzelf overdrijven om gebeurtenissen beter te kunnen onthouden.

Schrijvers wisten dit natuurlijk al lang. Bij velen van hen, die gevoelige typjes, komt ook alles overdreven binnen. En het gaat het er ook weer overdreven uit.

In de beperking betoont zich misschien wel de meester, zoals Goethe schreef, maar in de overdrijving zit ’m de kneep. Een schrijver zet alles lekker dik aan opdat het ook bij de lezer beter binnen komt én beter blijft hangen. Rembrandt en Van Gogh deden trouwens op hun gebied niet anders. En het hoeft niet eens opzettelijk te zijn, dat is het rare. In de boekenwereld is wat mij betreft Louis-Ferdinand Céline een van de beste overdrijvers. Al overdreef hij ook dat weer. Het maakte zijn latere boeken er niet beter op – en zijn meningen al helemaal niet.

Hoe dan ook, stel dat het kon. Dat een schrijver de realiteit één op één zou kunnen weergeven. Dan valt de lezer in slaap. En dan zouden de schrijver en de schilder zelf ook in slaap vallen.

Om er nog maar eens een discipline erbij te halen: de filmmaker Alfred Hitchcock, die niet voor niets de master of suspense werd genoemd, zei dat zijn films lekkere stukken cake waren in plaats van dwarsdoorsneden van het leven. Hij vertelde, zei hij, in zijn boekverfilmingen andermans verhaal na en haalde de saaie delen eruit.

Van lekkere stukken had de geperverteerde regisseur veel verstand, dat is bekend. En saai zijn diens films nergens. Daar staan ze bekend om. Overigens benadrukte hij bijvoorbeeld nooit Schuld en boete van Dostojevski te willen verfilmen. Want, zo zei hij, die enorme hoeveelheid woorden – het is een nogal dik boek – hadden allemaal een functie. (Hitchcock, een man met verstand van zaken, vergeleek films met novellen. Die zijn normaliter rondom één idee of thema opgebouwd, terwijl romans, als het goed is, complexer zijn. Ja, gelaagder. Een tv-serie komt al dichter in de buurt.)

Hitchcock en Dostojevski hielden niet van saai. En al helemaal niet van saaie personages. Want films en boeken met alleen maar brave lieden zijn totaal oninteressant. Hoe vaak is al niet het vermoeden uitgesproken dat het in de hemel maar een saaie bedoening is? In de hemel drinken ze geen bier: dat is overal in de westerse wereld een populair liedje. Het is gek genoeg de duivel die het leven jus et joie geeft – God liet het er verder bij zitten en liet het zootje aan zijn zoon over. Mooie bedoening, meneer de Schepper!

Overdrijven verdrijft de saaiheid, als sneeuw voor de zon.

Er bestaat geen grotere belediging dan voor saai uitgemaakt te worden. Want een saai iemand kan net zo goed doodvallen. Je ziet het verschil dan toch niet, nietwaar?

Van die Zes broers en een zus die model hebben gestaan in mijn gelijknamige boek, vonden er meer dan één dat ik hier en daar wel wat overdreef. Maar natuurlijk! Zonder overdrijving is ook dat familieverhaal fokking saai. Stijl bestaat – afgezien van de rek, de rijkdom en de reikwijdte van het vocabulaire – misschien uit weinig meer dan uit het spel van overdrijven en nuanceren.

Ze zagen het ook allemaal anders, die Zes broers en zus. Wat ook begrijpelijk is. Want natuurlijk: het is dè waarheid niet. Ik blijf het maar zeggen. Zoals elke schrijver zich tot vervelens toe genoodzaakt ziet om dat te herhalen.

Het zit anders. Het zit zo.

De schrijver van een verhaal hoopt de essentie van de veel te veel omvattende werkelijkheid eruit te destilleren. Elke scène is weer een andere essence. En zo wordt door al die essences bij elkaar, met een proost op Proust, het parfum van het verleden opgeroepen. En misschien en hopelijk de essentie van de, of liever gezegd een waarheid. Daartoe stookt de schrijver het vuurtje nog eens extra op en drijft hij de zaken op de spits, om ook nog eens het tempo op te voeren. Alles om die vervloekte saaiheid uit te bannen.

Sommige van die mooie romanmodellen van me beoordeelden ook graag hoe goed of slecht de verschillende personages ervan afkomen. Dat is ook iets typisch menselijks: van iets meteen de moraal willen inzien. Terwijl geen enkele ware schrijver zich daar in eerste instantie om bekommert.

De moraal? Ook die heeft algauw iets saais. Ja, recht in de leer zijn is saai dan wel dwaas. Het is stof voor discussie tussen katholieken en protestanten. Maar het gaat uiteindelijk nergens om. Het is saaie dwaasheid. Stof voor discussie tussen bananen en komkommers. Discussies waar je je groen en geel aan kunt ergeren. Talkshowstof.

Zelf komt de ik-figuur er in dat boek ook niet goed vanaf. Anders zou dat ook maar saai zijn. Braveriken zijn dood van geest. Geen stof voor boeken. Of je moet het overdrijven: dan krijg jij een soort Oblomov

En de schrijver zelf? Die staat, arrogant als een God moet zijn, boven de wereld-in-letters die hij geschapen heeft.

Dat heeft de schrijver in kwestie van zijn moeder geleerd, die altijd zei: je moet erboven staan. Sommigen, zij die geen boeken lezen, kennen alleen maar moederswijsheden. Schrijver dezes heeft weinig geleerd van zijn lieve moeder. Zij was geen filosofe, maar dàt heeft ze voorbeeldig goed gezien. Je moet erboven staan.

--

Van Marc Schoorl (Wassenaar, 1962) verschenen in onder meer De Gids, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer literaire artikelen en beschouwingen. De laatste tien jaar werkte hij vooral aan zijn ‘grote trilogie’ Autobiografie van een romanpersonage. Deel 1 is Zes broers en een zus dat in december 2020 verscheen. Het werd deels als feuilleton gepubliceerd op Bazarow.com.
Deel 2 en 3 zullen in 2021 verschijnen.

 

 

 

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden