Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Uit de hoek deel 7. Drie Willems, oftewel De vrolijke wanhoop

zondag 7 maart 2021

Marc Schoorls brutale vrijplaats

Ieder zijn therapie. De mijne is van papier. Maar, eerlijk is eerlijk, het begon met muziek. In een héél vroeg gedicht (bij de muziek van Erik Satie) schreef ik als twintigjarige: ‘Muziek gijzelt de gedachten.’ En dat is waar. Muziek is niet alleen mooi, het vervoert ook: het leidt tot dromerijen en brengt je. En in het beste geval doet ze alle gedachten vergeten. 

Dus jawel, er bestond zoiets als genadebrood: muziek was een catharsis voor je dagelijkse duvekater. Het maakte je hoofd leeg. Maar toch was dat uiteindelijk ook onbevredigend, die passieve passie. Alleen maar zitten, of liggen, en luisteren.

De muziek die Arbeidsvitaminen wordt genoemd is weer wat anders: dat is muziek voor ‘gewoon’ erbij. Achtergrondmuziek. Begeleidende tonen. Aardige melodietjes. Leuk voor aan de lopende band in de fabriek of om de verveling te verdrijven op kantoor. Voor het dagelijkse leven, als poetskatoen, bij wijze van stoplappen, voor de opvulling van de leegte, maar als tegemoetkoming voor, nu ja, zoiets als het menselijk tekort, ons aller lijden, voldoet het niet. Geenszins.

Echte, laten we zeggen ‘serieuze’ muziek is om naar te luisteren en, als vanzelf, om van te huiveren. Soms maakt je die zelfs aan het huilen, zo mooi is het. Die voel je, als een soort spookpijn. Die muziek doet wat met je. Zèlf hoef je er niks voor te doen.

Maar dat laatste begon me te steken. Luisteren was mooi en prachtig, maar ik moest er iets mee. Helaas kon ik zelf geen muziek maken. We hadden ook geen instrumenten thuis.

Goed, ik kon misschien wel bij een punkband terecht (want in die tijd speelde dit), maar ik had maar weinig op met die muziek. Juist omdat je er niks voor hoefde te kunnen. De energie sprak me aan, maar de herrie stootte me af. Ik kon best lachen om Johnny Rotten van de Sex Pistols en de Hunnen, maar het deed me maar weinig. Dat kwam later pas, met de postpunk van Joy Division en andere goddelijke Goten. Toen de woede was gesmolten tot emotie.   

O, ik droomde er wel eens van om bij zo’n postpunkband te gaan spelen. Tuurlijk. Zeker. En ook in mijn directe omgeving waren er wel een paar bands waarbij ik me best had willen aansluiten. Maar ja, ik kon geen instrument bespelen en mijn stem was niet om aan te horen. Ik had stembanden als een hanenkam. Ik kon er alleen mee kraaien. Nee, ik zag geen rol voor me weggelegd.

En toen, toen ontdekte ik het schrift. Ik was natuurlijk al bekend met de Bijbel en ik las ook wel wat kinderboeken en, meer nog, strips. Maar door een broer van mij begon ik Literatuur te lezen – en eigen jeuk op te kriebelen. Mijn zieleroerselen, mijn hoopje wanhoop. Ik kòn er iets mee. Want voor schrijven had je niet meer nodig dan een potlood of pen en een papiertje! Dat was het mooie. Het makkelijke. En dat sprak deze puber natuurlijk wel aan.

Alhoewel: je moest ook wel wat hebben om op te schrijven: een idee, een gedicht of zelfs een verhaal. Dat was al wel weer een stuk lastiger. Hoe deden die anderen dat dan? Van dit alles moest ik hoognodig méér weten!

Zo werd mijn wanhoop verluchtigd door wat ik las. En het allermooiste was: ik kon er heel gewoon op reageren door wat te noteren in mijn schoolagenda. En op een dag begon ik aantekeningen te maken in een eenvoudig geniet schriftje. Ik schreef stiekem zelfs mijn eerste (mislukte) gedicht.

Ik werd er zelfs vrolijk van. Nee, gekker moest het niet worden. Net wat u zegt. (Zelf bezig ik zulke popi-taal natuurlijk niet, als serieuze schrijver;)

En op die manier ontdekte ik de drie Willems. Te beginnen met die middeleeuwer: ‘Willem die Madocke maakte’. Dat boekwerk Madocke is zoek, maar zijn eigenaardige vos die wraak nam niet. Die ging me daar toch tekeer in dat boek, die Reynaert. Dat wilde ik ook, als opstandige puber. En dan had je Willem Frederik Hermans nog. Die kon er ook wat van. Wat? Die kon er nog veel méér van. Die zette met verstand van zaken, zuurpruim die hij zelf was, de geleerde mandarijnen op zwavelzuur en schreef genadeloos via zijn personages over zijn eigen en ons aller falen.

Dat wilde ik ook! Zo schrijven. Genadeloos levendig en neerdrukkend troostrijk. Maar dat ging zomaar niet, merkte ik algauw en tot mijn wanhoop.

Toch was deze aanpak het proberen waard. Baatte het niet, dan schaadde het niet. Mij in ieder geval niet. Anderen trouwens ook niet. En zo kwam ik tenminste de tijd door, de moeilijke uren. Want je hoefde geen hoop te hebben, leerde die andere Willem me. Het ging om de weg, niet om de bestemming: slagen was slechts de imaginaire pot met bladgoud. Wat kon mij die verdommen! Ik baadde me in woorden, zoals anderen in bloed of ezelinnenmelk. Geld stonk, maar roem nog erger.

Die drie Willems hebben mij gevormd.

Willem die Madocke maakte voor de agressie, Willem Frederik Hermans voor de depressie, en Willem van Oranje voor de consolidatie: ‘Men hoeft niet te hopen om iets te ondernemen, noch te slagen om te volharden.’

Laat mij maar in mijn hoekie, met een boekie. Zo dacht ik erover.

Pas nu kom ik uit die hoek.

Bij deze.

En lees mijn boek, voor uw eigen plezier en zieleheil: Zes broers en een zus. Deel 2, getiteld Zo vader, zo zoon, zit er ook al aan te komen. Dat wordt mei.

--

Van Marc Schoorl (Wassenaar, 1962) verschenen in onder meer De Gids, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer literaire artikelen en beschouwingen. De laatste tien jaar werkte hij vooral aan zijn ‘grote trilogie’ Autobiografie van een romanpersonage. Deel 1 is Zes broers en een zus dat in december 2020 verscheen. Het werd deels als feuilleton gepubliceerd op Bazarow.com.
Deel 2 en 3 zullen in 2021 verschijnen.

    

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden