Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Redbad

Koning in de marge van de geschiedenis

Taal: Nederlands
0,2/5
3 recensies
Redbad
Redbad
Redbad

Recensie

Aantal recensies: 3

Recensie door: Jona Lendering

Geschiedschrijving zoals het hoort

[Recensie] Onlangs bezocht ik Redbad, de vermoedelijk slechtste film die ik ooit zag. Niet eens meer “zó slecht dat het eigenlijk weer onderhoudend is” – gewoon echt slecht. Hoe het Productiefonds geld gegeven kan hebben aan deze draak, is een van de mysteriën van het subsidiecircuit, al wil ik geloven dat de makers een ander script hebben gepresenteerd dan ze uiteindelijk verfilmden. Hoe dat ook zij, ik schreef een blogstukje over het gebrek aan filmische kwaliteit van Redbad en dat had het einde moeten zijn.

Behalve dat een kennis me attendeerde op het boek dat de historici Sven Meeder en Erik Goosmann hebben geschreven over de Friese leider Radboud. (De naam “Redbad” is een moderne poging een Fries ogende naam te geven aan de man die in de middeleeuwse bronnen Radbodus heet.) Redbad. Koning in de marge van de geschiedenis bleek een aangename verrassing, niet alleen omdat het verhaal de moeite waard is, maar vooral omdat de auteurs de lezer serieus nemen en zich niet beperken tot het beruchte “dit zijn de feiten en daarmee moet u het doen” dat zo vaak doorgaat voor wetenschapscommunicatie. Ze vallen u ook niet lastig met een ellenlange literatuurlijst en zinloze voetnoterij, maar tonen in plaats daarvan, zoals het hoort, het wetenschappelijk proces. Ze schrijven: “Zo is dit boek niet alleen een biografie geworden van een historisch persoon van wie eigenlijk geen biografie te schrijven is, maar ook een beschrijving van de weg die historici moeten bewandelen om zo’n gemankeerde biografie te schrijven.”

Het resultaat mag er dus zeker zijn. Tot de punten die ik interessant vond behoorde de beschrijving van de relaties tussen de Frankische bestuurlijke elite en de volken in de periferie, zoals de mensen die door de Franken worden aangeduid als Friezen. (Het is maar de vraag of Radboud zichzelf zo zou hebben getypeerd.) Net als bij het Romeinse Rijk is het verkeerd te denken aan een territoriaal afgebakende staat met een duidelijke rijksgrens; in plaats daarvan is er sprake van invloedssferen. Het zou interessant zijn te weten hoe het Latijnse woord imperium werd gebruikt in de zevende en achtste eeuw. Radbouds militaire acties waren niet per se tegen de Franken gericht, maar dienden om zijn positie vis-à-vis de Frankische machtshebbers te versterken.

Daarbij had Radboud wisselend succes. In de slag bij Dorestad (689) legde hij het af tegen de steeds machtiger Pippijn van Herstal, waarna hij dermate zwak stond in eigen land dat hij niet, zoals elke slimme vorst destijds deed, de keuze kon maken voor het christendom. Later huwde hij echter zijn dochter Theudesinde uit aan Pippijns zoon Grimoald, eerst als concubine en later al wettig echtgenote, en dat maakte Radboud tot een van de meest vooraanstaande leden van de Frankische elite.

Het hoogtepunt van Redbad is het deel over de naderende dood van Pippijn en de burgeroorlog na diens verscheiden. Uit zijn huwelijk met Plectrude was Grimoald geboren, die dus was getrouwd met Radbouds dochter Theudesinde. Het echtpaar had een zoon Theudoald, die de positie van zijn vader erfde toen die in 714 werd vermoord in de Lambertuskerk te Luik. De moord op Grimoald zal altijd een intrigerende whodunnit blijven, met een lange lijst verdachten, evenzoveel motieven, maar zonder ook maar een spoortje bewijs.

Korte tijd daarna overleed ook Pippijn en nu was de jonge Theudoald, kleinzoon van Pippijn en Radboud, ineens de machtigste man onder de Franken. Althans officieel, want in de praktijk deelde grootmoeder Plectrude de lakens uit. Dat was niet acceptabel voor een deel van de Frankische elite en het kwam in 715 tot een gevecht, dat verkeerd afliep voor de partij van Plectrude en Theudoald. Het zegt veel over het gebrek aan belang van Theudoald dat zijn sterfjaar niet goed bekend is.

Plectrude, geïsoleerd in Keulen, werd nu door haar bondgenoten in de steek gelaten. Ook door haar aangetrouwde familielid Radboud, die zich eerst keerde tegen haar vertegenwoordiger in de Lage Landen, bisschop Willibrord van Utrecht. In 716 kwam de ontknoping. De Frankische tegenstanders van Plectrude isoleerden haar in Keulen, terwijl Radboud langs de Maas oprukte richting Maastricht en Luik, waar de familie van Pippijn familiebezittingen had. Hier werd hij onverwacht verslagen door Karel, de zoon van Pippijns concubine Alphaida.

Dat was het einde van de carrière van Radboud, die even later overleed. Voor Karel was dit het begin, want hij versloeg alle andere strijdende partijen en nam de machtspositie van zijn vader over. (Zijn bijnaam Martel, zo leerde ik, betekent niet “strijdhamer”, maar “kleine Mars”.) In de latere kronieken werd onder tafel geveegd dat Karel de zoon was van Pippijns concubine, werd wél verteld dat Radbouds dochter aanvankelijk concubine was en werd níet verteld dat ze later een volwaardig huwelijk sloot. De kronieken werden zoals altijd geschreven door de overwinnaars, die er geen belang bij hadden eraan te herinneren dat niet Karel Martel maar Radbouds kleinzoon Theudoald de legitieme opvolger van Pippijn was.

Fascinerende materie! En dan voeg ik nog een detail toe dat Meeder en Goosmann laten liggen, namelijk dat Limburg in deze tijd verdeeld was door een langdurige vete, die bisschop Lambertus van Maastricht al het leven had gekost. Het was vermoedelijk geen toeval dat Grimoald bij diens graf werd vermoord – de whodunnit is zo intrigerend als Meeder en Goosmann aangeven en zou een even gaaf boek hebben opgeleverd. Een goed boek of, liever, een website over het Maasland in de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen is echt een desideratum.

Kortom: Redbad biedt niet alleen uitleg van wat historici doen, maar doet dit ook aan de hand van geweldige materie. Een soort Game of Thrones, maar dan echt. Mij schoot tijdens het lezen te binnen: dit is zulke geweldige stof, eigenlijk zou je er een speelfilm van moeten maken.

Eerder gepubliceerd op Mainzer Beobachter

Recensie door: Wouter van Dijk

Friese koning tussen de Franken…

[Recensie]: Toen een paar jaar geleden de film over Redbad, of Radboud of Radbod uitkwam, stond deze vroegmiddeleeuwse figuur weer even in de belangstelling. In die tijd kwamen twee boeken uit over mythische hoofdman of ‘koning’. Het ene bespraken we eerder hier al. Het andere is onderwerp van deze recensie. Voor het gemak houden we maar de schrijfwijze voor de naam van onze hoofdpersoon aan die de schrijvers van Redbad gebruikt hebben.

Waar Van der Tuuk in zijn boek over Redbad vooral de historische context en gebeurtenissen beschrijft vanuit het onderzoek dat hij hiervoor verrichte, daar kiezen Meeder en Goosmann voor de originele benadering juist deze historische zoektocht centraal te stellen in hun relaas over de Friese hoofdman. Omdat hun boek expliciet bedoeld is voor een breed publiek dat niet per definitie bekend is met historische nonfictie, hebben de schrijvers ervoor gekozen een boek uit te brengen zonder annotatie. Dat is vervelend voor de geïnteresseerde lezer, maar ook wel te begrijpen gezien de doelgroep. Wel is aan het eind van het boek een beredeneerde literatuuropgave aanwezig voor wie zich verder in de materie rondom Redbad wil verdiepen.

Redbad was waarschijnlijk een hoofdman, of ‘koning’ die eind zevende eeuw, begin achtste eeuw, heerste over een deel van het huidige Nederland; West-Frisia. Grofweg omvatte dat de huidige provincies Utrecht, Noord- en Zuid-Holland en Zeeland. In die periode werkten de Frankische hofmeiers gestaag aan de uitbreiding van hun macht. Pippijn II had zijn oog laten vallen op het Friese kustgebied onder andere vanwege de lucratieve handel die daar plaatsvond, samengebald in dé handelsplaats van die tijd Dorestad.

Een eerste krachtmeting tussen Redbad en Pippijn leverde een nederlaag voor de Friezen op, maar Redbad was daarmee niet verslagen. Hij manoeuvreerde zich politiek handig in het kamp van de overwinnaars, zonder daarmee zijn achtergrond en zelfstandige positie teveel op te geven. Zijn dochter Theudesinde werd als concubine de bijvrouw van Pippijns tweede zoon Grimoald. Toen onverwacht diens eerste zoon Drogo vermoord werd en Theudesinde een zoon kreeg, Theudoald, werd deze kleinzoon van Redbad plots ‘troonopvolger’ van de Pippinidische dynastie. Zijn belang, en dat van Redbad, nam nog meer toe toen ook Grimoald vermoord werd. Als Pippijn dan ten slotte zelf overlijdt wordt Theudoald zijn opvolger. Pippijn had echter ook nog een bastaardzoon, Karel Martel, die een greep naar de macht deed. In het verdeelde Frankische politieke speelveld na de dood van Pippijn koos Redbad partij voor de opstandelingen tegen het Pippijnse gezag. Een verzwakt Frankisch rijk betekent immers meer onafhankelijkheid voor hemzelf als heerser in West-Frisia. Hoewel hij Karel Martel de enige militaire nederlaag in diens leven zou toebrengen, was dat niet genoeg om ‘de hamer’ te beletten de macht te grijpen in het Frankische rijk. Niet lang na deze veldslag in 716 sterft Redbad in 719 aan een ziekte.

Wat Meeder en Goosmann heel goed doen in het boek is uitgebreid uitleggen hoe zij tot de hierboven samengevatte gang van zaken zijn gekomen. De bronnen uit de periode zijn schaars en de verwijzingen naar Redbads wederwaardigheden summier. Over de hypothese dat Theudoald een kleinzoon was van Redbad is veel discussie onder historici, maar de auteurs weten hun theorie plausibel te maken. Daarnaast laten ze op een toegankelijke manier zien dat het leven van Redbad met heel wat meer mysterie is omgeven dan de makers van de film hebben willen laten zien. Dat blijkt ook uit het afsluitende hoofdstuk waarin de auteurs uitgebreid ingaan op de manieren waarop Redbad later in de geschiedenis is weergegeven, en door latere generaties is ingezet voor het bereiken van op dat moment actuele doelen zoals Fries nationalisme. Redbad. Koning in de marge van de geschiedenis is daarmee een buitengewoon interessante publicatie en een geslaagd voorbeeld van academische wetenschapscommunicatie naar een lekenpubliek.

Eerder verschenen op Hereditas Nexus

Recensie door: Karin de Leeuw
4/5

Koning in de marge van de geschiedenis

[Recensie] Twee weken geleden kwam de film Redbad, een spektakelfilm met veel actie en aantrekkelijke beelden, in de Nederlandse bioscopen. Misschien is het niet toevallig dat juist een historicus werkzaam op de Radboud Universiteit Nijmegen, Sven Meeder, het idee kreeg om eens op een rijtje te zetten wat we eigenlijk weten over deze Redbad. Hij deed dat samen met een collega uit Utrecht, Erik Goosmann.

Redbad, of Radboud, wordt een Fries genoemd en leefde in een tijd nog voor Karel de Grote in ons land. Hij is ons alleen bekend uit de bronnen van zijn tegenstanders: de Franken en de Engelse missionarissen.

De historici hebben zich met dit boek nadrukkelijk gericht tot een groot publiek. Redbad leefde aan het einde van zevende en het begin van de achtste eeuw. We gaan er van uit dat hij is gestorven in 719. Twee belangrijke ‘feiten’ uit zijn leven zijn bekend: in 697 komt het tot een treffen tussen de Frankische Pepijn II en de Friezen onder leiding van Redbad bij Dorestad. Die strijd wordt verloren door de Friezen en Redbad vlucht met wat er over is van zijn troepen. Van deze strijd weten we uit drie bronnen. Het zijn alle drie Frankische kronieken en ze zijn geschreven dertig tot honderdtien jaar na het gevecht.

Een tweede voorval heeft een meer anekdotisch karakter. De ijverige missionaris Wulfram had de koppige heiden Redbad zo betoverd met zijn verhalen over het eeuwig leven in de hemel dat Redbad had besloten – hij zal tenslotte tegen die tijd, 718, al wat op leeftijd zijn geweest – om zich te laten dopen. Hij stond, ergens op het Friese platte land, al met zijn voeten in het doopwater toen hij dacht aan zijn voorvaderen. Hij vond het een aantrekkelijk idee zelf in de hemel te komen, maar hoe zat het nu met zijn voorvaderen? Zou hij daar nog wel mee verenigd worden? Nee, zei de missionaris. Mensen die niet gedoopt waren, zouden eeuwig lijden in de hel. Redbad dacht even na en besloot toen dat hij liever brandde in de hel met zijn voorvaderen dan dat hij eeuwig in de hemel ging zitten met god en zijn engelen; wat een vreselijke heiden met een hart van steen.

Of niet? Ook hier geldt weer: de bron die dit verhaal vertelt, is van na die tijd. Hij stamt uit de tijd van Willibrord, die campagne voerde met de stelling dat wie niet gedoopt was het eeuwig leven niet kon verwerven. In die strijd paste wel een verhaal dat ook een illustere voorganger, in zijn geval missionaris Wulfram, dit al had verkondigd.

De historici geven aan dat een probleem bij de interpretatie van deze verhalen is, dat we geen Friese bronnen hebben. We weten eigenlijk niet wie de Friezen toen waren. Ook niet vast staat welk gebied nu eigenlijk tot het land van de Friezen gerekend moet worden. Overdracht van verhalen over het verleden ging bij de Friezen nog via barden en vertellers. De beroemdste van hen is zonder meer Bernlef. Duidelijk is dat het rijk van de Friezen gelegen was aan de rand van het steeds groter en machtiger wordende Frankische Rijk. Het Friese rijk liep langs de hele Hollandse kust tot aan het Zwin in het huidige België.

Aan het begin van de achtste eeuw is het Frankische Rijk in een voortdurende strijd verwikkeld tussen koningen en hofmeiers, echte zonen en bastaards. Allemaal meenden ze aanspraken te kunnen maken op waardigheden en functies. In het zuiden aan de grens roerde Acquitanië zich, in het noordwesten de Friezen. Tegelijk waren er ook banden tussen de Friezen en Franken. De Friezen waren bijvoorbeeld jaarlijks aanwezig met koopwaren op de jaarmarkt van Parijs.

De Friezen hadden diverse leiders, die allemaal een eigen gebied bestuurden. De bezittingen van Redbad grensden op twee plaatsen aan het rijk van de Franken. Het is dus niet zo vreemd dat juist hij intensiever contact met ze had en dat daarbij ook botsingen optraden. De mondingen van de grote rivieren en de daarbij behorende rijke handelssteden als Dorestad waren uiteraard voor iedere vorst interessant.

De rol van geloof en zending in die tijd is voor ons, mensen van nu, altijd moeilijk te duiden. Duidelijk is wel dat politieke belangen daarbij minstens zo vaak een rol speelde als ideologische overtuiging. Ook maakt niet iedere missionaris de indruk orthodox, fanatiek of fundamentalistisch te zijn. Religie had een andere functie dan tegenwoordig in het openbaar leven én in het magisch denken. Daarnaast speelde zaken als het verwerven van land een belangrijke rol en was soms een regelrechte aanleiding voor bekeringsdrift.

De auteurs gaan op al deze zaken in en leggen in vier overzichtelijke hoofdstukken uit wat we nu wel en niet weten en hoe sommige verzinsels in de wereld gekomen zijn, met welk doel en door wie. Het is uiterst onderhoudend. Lastig is natuurlijk wel dat het om intriges met wijdvertakte ontwikkelingen gaat, waarbij een groot aantal personages betrokken is. In het boek is een stamboom en een tweetal landkaarten opgenomen, maar het blijft ingewikkeld en doet de lezer vrij snel de weg krijt raken.

In een vijfde hoofdstuk gaan Meeder en Goosmann in op de manier waarop in de loop van de eeuwen is omgegaan met het verhaal van Redbad. Prachtig is de anekdote uit de Historiae Frisiae uit het midden van de vijftiende eeuw. Daarin zouden de Frankische Karel Martel en Redbad in een duel hebben gevochten om de heerschappij van ‘Friesland’. Het duel bestond er uit dat beide vorsten zo lang mogelijk stil moesten blijven staan. Toen de handschoen van Karel van zijn hand gleed, bukte Redbad zich om zijn tegenstander diens handschoen terug te geven en moest hij zijn hoffelijkheid bezuren met het verlies van zijn land. Het zal duidelijk zijn dat dit een anekdote is die meer past in de hoofse traditie van de riddertijd dan in de tijd van Karel de Grote en Noormannen.

De auteurs wijzen er in hun laatste hoofdstuk op dat het belangrijk is op objectieve wijze geschiedenis te schrijven aan de hand van bronnen, waarvan ook de herkomst goed onderzocht is. Gebruik van de geschiedenis voor propaganda doelen, hoe verkapt ook, kan gevaarlijk zijn. In dat verband verwijzen de auteurs naar de nazi-tijd waarin heel vrij werd omgegaan met eigenschappen en feiten die werden toegeschreven aan Germanen, wie dat dan ook zijn geweest.

De film die nu recent in de bioscoop verschenen is, Redbad: 754 na Christus, is gemaakt door producent Klaas de Jong en regisseur Roel Reiné. Eerder maakten zij de film Michiel de Ruyter (2015) en volgens ingewijden is Willem van Oranje de volgende die zij op hun lijstje hebben staan. Reiné zei over de keuze voor deze onderwerpen in een interview: “We willen het publiek een leuke avond bezorgen met een entertainende film, maar ook laten zien: wat wij hier hebben, hoe wij hier leven, dat hebben we te danken aan deze mensen.” Dat in het geval van de film Redbad de historische werkelijkheid, grotendeels is losgelaten, lijkt er niet toe te doen voor de filmmaker. Het zal duidelijk zijn: Meeder en Goosmann zijn het daar niet meer eens.

Het boek vertoont zowel in zijn formaat als de keuze van de kaft en de prijszetting overeenkomst met een moderne fantasy roman. Dat lijkt me goed gekozen. Voor mensen die gemiddeld niet zo veel lezen, zullen echter zelfs deze kleine tweehonderd pagina’s nog een flinke kluif zijn. Wat dat betreft is het jammer dat zo’n boek waarschijnlijk vrij snel geschreven moet worden en dat slechts een beperkt budget beschikbaar is. Ik had bijvoorbeeld nog graag meer gelezen over archeologische vondsten uit die tijd. Ook mooie tekeningen of foto’s zouden de concurrentie met de aantrekkelijke beelden van de film hebben versterkt.

Naast deze twee historici heeft ook de Nestor van de vroeg middeleeuwse geschiedenis van Nederland, Luit van der Tuuk een boek geschreven, Radbod, koning in twee werelden is de titel. Ook Van der Tuuk wil de waarheid over het voetlicht brengen, teneinde valse vergelijkingen tussen toen en nu tegen te gaan. Hij doet dit lichtvoetig en met grote eruditie. Ik vind dat boek mooier, maar voor de doelgroep van filmgangers is de opzet van Meeder en Goosman zeker geslaagd te noemen.

–-

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Samenvatting

€ 21,99

Verwachte leverdatum: Onbekend

Niet bestelbaar

Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789000363476
Verschijningsdatum
juni 2018
Druk
1
Aantal pagina's
200 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
680: Geschiedenis algemeen
Thema's
  • Biografie, literatuur en literatuurstudies
  • Biografie en non-fictieproza
Categorieën

Uitgever
Spectrum

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden