Vallen is als vliegen

Auteur(s): Manon Uphoff
Taal: Nederlands
0,2/5
3 recensies
Vallen is als vliegen
Vallen is als vliegen
Vallen is als vliegen

Recensie

Aantal recensies: 3

Recensie door: Jurgen Timmermans
4/5

Ontsnappen uit het labyrint

[Recensie] Vallen is als vliegen is een hard boek, een pijnlijk boek, en bovenal een eerlijk boek. Manon Uphoff gaat rücksichtslos op haar doel af: vanaf de eerst bladzijde is duidelijk waarheen dit verhaal gaat: misbruik. Uphoff schrijft koel en afstandelijk, maar tegelijkertijd zo invoelbaar dat je soms de ogen dichtknijpt uit naarheid: Vallen is als vliegen is een verschrikkelijk verhaal.

Dit verhaal wordt verteld vanuit de puinhopen van het bestaan: haar zestien jaar oudere halfzus – uitgehongerd en uitgedroogd – valt van de trap en sterft, nu moet ze het verhaal, hun verhaal gaan vertellen: wat hun (stief)vader deed en vooral wat het hún deed – en doet. Vallen is als vliegen is meer dan wat ook een roman die geschreven móest worden, een verhaal dat verteld móest worden. Noodzaak en pijn zijn de hoofdlijnen. Een verhaal zo moeilijk en – helaas – universeel dat het in een mythische vorm moest: de Minotaurus, het wezen met de kop en de staart van een stier en het lichaam van een mens. De Minotaurus verschalkt jonge meisjes in het originele verhaal en de Minotaurus verschalkt jonge meisjes in de alternatieve werkelijkheid waarnaar Uphoff haar verhaal moest verplaatsen. Niet om het emotieloos te vertellen, maar – lijkt mij – om het überhaupt te verbeelden en vertellen moest ze de werelden scheiden. Het misbruik wordt door de Minotaurus gepleegd, vader Holbein wordt geacroniemiseerd: Henri Elisa Henrikus Holbein wordt HEHH, maar Manon Uphoff schrijft beheerst, woedend, en krachtig:

“Ik voel mijn woede groeien, vormenrijk worden als een Jeroen Bosch-schilderij. Kalmeer. Word meesteres over je woorden. Kijk naar je woede, het oranje en goud, het koele blauw. Dan is ze op haar heetst, kun je het ijzer erin smelten…”

Taal is – denk ik – haar manier van overleven, de omweg van het verhalend proza de enige manier haar verhaal te doen: “Terreur is een geruisloos ding dat op schuifelvoeten komt. Het vraagt niets, verbergt niets. Is volledig in overeenstemming met zichzelf. Samen met gezellin pure levenslust.” Terreur is niet iets vreemds dat ons niet overkomt. Terreur is iets dat komt op die schuifelvoeten. ’s Nachts. Dat steeds een beetje verdergaat. Tot je kopje – in Manon Uphoffs weergave van de kinderwereld krijgt alles een verkleinwoordje – gaat. Wat verder schrijft ze:

“Niets is puur tranendal. Zelfs de Minotaurus heeft momenten waarop […] hij opstaat en zich geeuwend uitrekt om peinzend voor een boekenkast een mooi gebonden exemplaar met leeslintje tevoorschijn te trekken en dit open te slaan op Cicero’s redevoeringen, o tempora, o mores! Of waarop hij op de bank in een onschuldig hazenslaapje valt met zijn mond een beetje open. Hoor, heel menselijke snurkgeluidjes…!”

Het misbruik beschrijft Uphoff verbloemd en tegelijkertijd zeer expliciet, de narigheid doet je de ogen dichtknijpen en doet je slikken. HEHH bezette de grondgebieden van de vier kinderen, ze noemt het “een belediging van enig gewicht”, maar hoe daarop te reageren. Hoe leef je verder. Verwoest, is wat Manon Uphoff daarop antwoordt. Tekenend en schrijnend is de anekdote rond haar tweede halfzus Toddie-woddie waarin er weer een Minotaurus rondsluipt: “Een vijfjarige doet een handstand. Een flodderig wit ondergoed wordt zichtbaar. Twee ogen beginnen te glanzen en een stem zegt schor: Zo, die kleine is al heel geraffineerd.” Het verleden doordrenkt hun hele leven. Is er geen ontsnappen uit het labyrinth?

Vallen is als vliegen is een tour de force een literaire en persoonlijke prestatie van formaat. Een vertekend leven probeert Uphoff – duidelijk zoekend – hier literair te verwerken.

 Vallen is als vliegen doet als titel ook nog denken aan die andere Griekse mythe: Icarus. De jongen die met de wassen vleugels te hoog vloog en neerstortte: te fanatiek weggevlogen of ontsnappen is eenvoudigweg onmogelijk. Het verhaal van Manon Uphoff doet daar wat aan denken: de zussen kunnen nooit ontsnappen aan hun vader en misbruiker de Minotaurus. Het slotdeel – de heksensabbat – maakt dat letterlijk: wat ze ook kunnen verzinnen om hun dode vader aan te doen, als straf, het is niet genoeg en zal nooit genoeg zijn.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Recensie door: Marnix Verplancke
4/5

Verdwalen tussen liefde en pijn

Manon Uphoffs autobiografische roman over het incestgezin waarin ze opgroeide toont hoe een slachtoffer worstelt met zichzelf, de wereld en de taal.

[Recensie] De minotaurus uit de Griekse mythologie, het wezen met de kop en de staart van een stier, maar het lichaam van een man, werd aanvankelijk gezoogd door zijn moeder. Toen hij overstapte op mensenvlees werd hij te gevaarlijk en bouwde Daedalus een labyrint waarin hij hem opsloot. Eens per jaar werden zeven Atheense kinderen de doolhof ingejaagd, als offer, en niemand keerde ooit terug.

De minotaurus is ook de naam die de vertelster uit Manon Uphoffs autobiografische roman Vallen is als vliegen haar vader geeft. Ook hij was immers een gevaarlijke menseneter die niet jaarlijks, maar wel meerdere keren per week de vier meisjes van zijn gezin als offer eiste. En ook zij vonden de weg terug uit hun psychische hel niet meer.

Toen een paar jaar geleden Uphoffs zestien jaar oudere, anorexische halfzus Henne van een trap viel en de schrijfster niet wist of dit levenseinde haar ultieme wraak of haar laatste capitulatie was, voelde ze dat er diep in haar iets openbrak, een cocon waarin ze haar duistere verleden en dat van haar drie zussen opgesloten had. Er drupte een zurig, ontredderend en alles verterend vocht uit dat haar geest overnam en soms ook haar lichaam, waardoor ze geïmmobiliseerd raakte. Uphoff moest over haar kindertijd schrijven, besefte ze, toen haar moeder ’s ochtends het natgeplaste flanellen onderlaken en het blauwe zeiltje eronder ververste en de po met wobbelkeutels en vlokkige zaadstrengen leegde. Kuit van de minotaurus, zoals Uphoff schrijft. De vier zussen werden met de regelmaat van de klok misbruikt door hun vader, of stiefvader aangezien de twee oudste uit een eerste huwelijk van haar moeder voortkwamen. Geen van alle kwamen ze er ongeschonden uit, lees je, en niemand die er iets tegen deed, nog wel in het minst hun moeder, die liever de ogen sloot.

Dat juist een vader dit met zijn kinderen doet, maakt het des te erger, want je vader blijft tenslotte toch altijd je vader. Je houdt van hem. Ook de vier meisjes uit het boek hielden van hun vader. Uphoff denkt zelfs vertederd terug aan de Kerstmaand die het gezin ieder jaar vierde, het opzetten van de boom en het stalletje. En kindje Jezus dat op Kerstmis precies om middernacht in zijn kribbe werd gelegd. Het was waarachtig geluk, tot de minotaurus terugkeerde, en die zachtaardige vader zijn wrede gespletenheid toonde, een gespletenheid die Uphoff ook in zichzelf vermoedt.

Hoe ontwrichtend dit alles was, blijkt uit Uphoffs verwoede zoektocht naar verklaringen en verwijzingen in cultuur en wetenschap. Dat ze later ook aangetrokken werd door de pedofiele man van haar oudere zus Toddie, probeert ze bijvoorbeeld te verklaren met de antropologie van James Frazer. Andere keren bieden Goethe, Nabokov en de Edda draden van houvast die haar misschien wel een uitweg uit haar psychisch labyrint kunnen bieden.

En dan is er natuurlijk Uphoffs taalgebruik. Enerzijds blinkt dit uit door een bitter cynisme dat het resultaat zou kunnen zijn van een al te jong opgelopen teleurstelling in het leven. Andere keren walst het je meedogenloos plat met lange, meanderende zinnen en laat het je net zo murw achter als zij op haar vijfde door de minotaurus achtergelaten werd nadat hij aan zijn trekken was gekomen. Over de zoon van Henne die na zijn echtscheiding terug bij zijn moeder was komen wonen, en drie jaar in bed had gelegen tot hij een trombose kreeg, schrijft Uphoff:

“Toen was er een bonk en lag hij tussen bed en muur. Een peertje op sap noemden we hem daarna, helemaal week en zoetzacht.”

Wanneer ze als tiener uitblinkt in het tekenen van gemutileerde vrouwenlichamen, met afgehakte handen en hoofden als terugkerende details, laat ze de tekenleraar verrukt uitroepen:

“Prachtig, het lijkt warempel wel de Tuin der Lusten.”

Centrale zin: Hoe het weefsel van het eigen bestaan, de codex van het eigen brein te ontrafelen en doorgronden?

Eerder verschenen in Knack Focus

Recensie door: Christian Jongeneel

[Recensie] De Nederlandse literatuur lijdt al een poosje aan de redactiepest. Korte, feitelijke zinnen. Show, don’t tell. Focus: één hoofdpersoon, maximaal een handvol bijfiguren. Rustig naar de climax toewerken (bijvoorbeeld een geheim uit het verleden dat onthuld wordt). Het leidt, los van het vertelde verhaal, tot stilistische eenvormigheid. Niet slecht, wel risicoloos. En toen was daar ineens Vallen is als vliegen van Manon Uphoff.

Over het angstaanjagende verhaal, van een vader die zijn seksuele wil aan zijn dochters oplegt, ga ik het niet hebben. Dat mogen anderen doen. Mij gaat het om de manier waarop Uphoff taal gebruikt om de lezers mee te sleuren in de verwarring en pijn van hoofdpersoon MM. De stijl sluit naadloos aan bij het karakter. Geen keurige chronologische vertelling, maar fragmentarisch, nu en dan in grote lijnen, dan weer met groot gevoel voor detail – precies zoals het geheugen van een getraumatiseerd kind werkt.

Woordenrijkdom

Een beetje redacteur zou een streep gezet hebben door het overvloedig gebruik van haakjes en ellipsen, maar hier werkt het wonderwel. De lezer wordt volop aan het werk gezet met literaire, muzikale of andere verwijzingen. Jammer als je het niet snapt, Uphoff is alweer een denkstap verder. Zinnen worden onderbroken door uitroepen en citaten, er duikt ineens een alinea op als een woordenboeklemma, de woordenrijkdom is enorm. Laat ik een voorbeeld geven:

Zeker (zal ook hij gedacht hebben) beschikte ik over voldoende inspiratiebronnen. Had ik niet in de kunstboeken (die HEHH bij boekwinkels als De Slegte aanschafte), met afbeeldingen die nu werden beschenen door het licht dat in ruime mate door onze doorzonramen naar binnen viel, de plaat van Aubrey Beardsley gezien waarop Salomé het bloederige hoofd van Jokanaan omhooghoudt? Of Carravaggio’s Judith onthoofdt Holofernes? En van Gustave Moreau L’apparition, met de stralenkrans rond het eenzaam zwevende gelaat van Christus? Evenals Gustave Courbets Le sommeil? Twee jonge naakte vrouwen – een donkerharig, een rossigblond – in lustvolle omstrengeling op een doorwoeld bed… Kende ik niet het flagellatietafereel, eveneens van Beardsley? Net als de koele maar toch zinnelijke vrouwen van Klimt? Of de ziekelijke van Egon Schiele met onder opgeslagen rokken hun mosselgrauwe geslacht? Maar ook… en waar had ik ze toch voor het eerst gezien… in het huis van Toddie of in het schemerige kamertje van Max… (want wat was alles vertrouwd en overbekend) – de gewelddadige adult pulp art comics met veelzeggende titels als Jacula, meanwhile Back at the Morgue, Oltretomba, Frigidaire, Cannibale. Of gewoon Terror! Horrror!

Vallen is als vliegen zal het lastig krijgen om de leeslijst van het havo-eindexamen te veroveren. Maar wat een literaire verademing (zonder dat het experiment het verhaal onleesbaar maakt).

Eerder verscheen op christianjongeneel.nl

Samenvatting

Wanneer haar zestien jaar oudere zus, uitgehongerd en uitgedroogd, van de trap valt en sterft, doet dat als een vonk de woede van de schrijfster ontbranden. De dood van Henne Vuur, ooit haar ‘schaduwmoeder’, dwingt haar een gruwelijk en angstwekkend verleden onder ogen te zien.

Als een aanklager en chroniqueur tekent ze dat verleden op in een boek vol verhalen: over vader Holbein, die ontwerper, tovenaar, wetenschapper, gesjeesd seminarist en god was van een persoonlijke, labyrintische wereld; over Libby en Toddiewoddie, haar andere zussen, met wie ze als heksen wraak kan nemen in hun eigen Walpurgisnacht en kan lachen tot de verlossing volgt; over hun leven vol verpletterende indrukken, lichamelijke onbegrensdheid, misbruik, geweld, schoonheid en pijn.

Vallen is als vliegen is een in de werkelijkheid gewortelde roman over het almaar groter wordende, pijnlijke verleden. Als geen ander weet Manon Uphoff de zoektocht naar liefde, naar een identiteit, hard en tegelijk poëtisch, met kracht en met humor neer te zetten.

Toon meer Toon minder
€ 19,99

Verwachte leverdatum: Onbekend

Niet bestelbaar

Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789021408026
Verschijningsdatum
maart 2019
Druk
1
Aantal pagina's
192 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Thema's
  • Fictie
  • Fictie: algemeen en literair
  • Moderne en hedendaagse fictie
Categorieën

Auteur
Uitgever
Querido

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden