Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

De bekeerlinge

Auteur(s): Stefan Hertmans
Taal: Nederlands
0,25/5
3 recensies
De bekeerlinge
De bekeerlinge
De bekeerlinge

Recensie

Aantal recensies: 3

Recensie door: Marnix Verplancke
5/5

Een heldin van alle tijden

Stefan Hertmans brengt al decennia zijn zomers door in het Zuid-Franse bergdorp Monieux. Hoger op de helling liggen de ruïnes van het Middeleeuwse Moniou. In de elfde eeuw woonde er een bijzondere vrouw, ontdekte hij. In zijn nieuwste boek brengt hij haar verhaal.

[Recensie] Omdat documenten waarop het woord Jahweh voorkomt niet vernietigd of verbrand mogen worden, heeft iedere synagoge een geniza. Het is een soort vergeetput waarin de documenten verdwijnen. In 1753 kreeg Simon von Geldern, een oudoom van Heinrich Heine, als eerste westerling de geniza van de synagoge van oud-Caïro onder ogen en hij wist meteen dat hij een bijna niet te overziene intellectuele schat in handen had. Het zou echter nog meer dan een eeuw duren eer die schat werkelijk opgedolven mocht worden en hij gelijk bleek te hebben. Op het vlak van theologie en filosofie was dit onovertroffen materiaal. Tussen de traktaten zat ook een tekst over een Noord-Franse bekeerlinge, Hamoutal, een merkwaardig levensverhaal zo bleek. Toen Stafan Hertmans vernam dat zij nog in zijn vakantiedorp had gewoond, was hij meteen geïntrigeerd.

Hamoutal kwam in 1070 in Rouen ter wereld als Vigdis Adelaïs. Haar ouders waren Frankisch en Noors. Ze werd verliefd op David, een joodse jongen uit Narbonne die door zijn oom naar de talmoedschool van Rouen was gestuurd en omdat haar ouders een gemengd huwelijk niet zagen zitten, vluchtten de jongelingen naar het zuiden. Vigdis bekeerde zich tot het jodendom, kreeg de naam Hamoutal, trouwde met David en leidde een vrij luxueus leven in Narbonne tot ze op de vlucht moest voor de ridders die haar in opdracht van haar vader aan het zoeken waren.

Kruisvaarderskaravaan

Zo belandden de hoogzwangere Hamoutal en haar David in Moniou, een dorp dat Hertmans door en door kent, merk je aan zijn doorleefde beschrijving ervan. Wanneer hij de zomers beschrijft, voel je de zon op de muren van het dorp branden en zie je hagedissen en schorpioenen beschutting zoeken onder de rotsen. Wanneer hij het over de winter heeft, krijg je kippenvel bij het idee aan de wind die tegen diezelfde muren duwt en zie je de honden doodgevroren langs de straat liggen. Hamoutel en David achtten zich daar veilig, tot in 1095 een kruisvaarderskaravaan op weg naar het Heilig Land het dorp brandschatte. David werd vermoord en twee van zijn kinderen werden meegenomen.

De bekeerlinge is een portret van een ijzersterke vrouw. Niet dat Hamoutal op de barricaden de vijand bestrijdt of zo. Ze begrijpt de krachten die de wereld sturen niet zo goed en omdat deze vrijwel uitsluitend door mannen worden beheerst, kan ze er nog minder aan veranderen. Ze wordt er wel keer op keer door geslagen, en ondanks alles houdt ze vol, tot het martelaarschap toe. Hertmans heeft met haar een heldin voor alle tijden gecreëerd.

De Bekeerlinge is echter ook het autobiografische verhaal van Hertmans zelf, over de reis die hij in de voetsporen van Hamoutal maakte en die hem ondermeer naar Caïro bracht – waar zij haar kinderen zocht – en naar Cambridge, waar hij likkebaardend de documenten uit de geniza kon bekijken.

We zullen het maar meteen zeggen: we houden niet van geëngageerde literatuur. Niet omdat we harteloze stoffels zijn, maar wel omdat engagement nogal eens leidt tot pamflettaire toestanden. De schrijver zal ons eens zeggen wat we moeten doen. Hertmans is in deze een diamant die ergens onderin de mijn lag en nu eindelijk boven is gehaald. Ook hij is geëngageerd, maar het verschil is dat hij zegt wat we juist niét moeten doen, en dat hij dat ook nog eens heel subtiel doet op de koop toe. Natuurlijk kun je in de kruisvaarders die in navolging van paus Urbanus II bij iedere gruweldaad “God wil het” schreeuwen iets van de jihadisten van vandaag herkennen, net zoals er wel meer parallellen te trekken zijn tussen het Europa van vandaag en dat van een millennium geleden, maar Hertmans duwt die nooit door je strot. Je doet ermee wat je wil, en dat siert hem.

Centrale zinnen: “Ik probeer moeizaam enkele stenen te keren. Zie ik oeroude krassen of vervaagde tekens?”

Over Stefan Hermans (1951)

Vlaanderens literaire ambassadeur bij uitstek. Hij is zowel een verdienstelijk essayist, dichter, toneelschrijver als romancier. In het begin van zijn carrière werd hij vooral door de intelligentsia gesmaakt. Mettertijd is daar verandering in gekomen, zeker na het meermaals bekroonde en vertaalde Oorlog en terpentijn, zijn grote WOI-roman, gebaseerd op de nagelaten cahiers van zijn grootvader.

Eerder verschenen in Knack

Lees ook De historische achtergrond van De bekeerlinge, een verlaten verhaal uit de middeleeuwen

Recensie door: Dietske Geerlings

In de ban van de droomvrouw

[Recensie] Net als in zijn roman Oorlog en terpentijn reconstrueert Hertmans in zijn De bekeerlinge uit allerlei verschillende documenten het leven van een bestaande persoon. In deze roman is dat de voorname christelijke jonkvrouw Hamoutal uit de elfde eeuw, die haar leven riskeerde uit liefde voor een joodse jongen. Hertmans baseert zich op informatie over een pogrom en een verborgen schat van een klein dorp in de Provence, en op een aantal opzienbarende joodse documenten die aan het einde van de negentiende eeuw worden gevonden in een synagoge in Caïro. Hertmans gaat achter Hamoutal aan en volgt de adembenemende tocht die zij met haar geliefde aflegt, terwijl alles en iedereen hun ontsnapping wil tegenhouden. Toch dringt zich de vraag op of hij niet nog meer dan deze historische figuur, de vrouw van zijn verbeelding volgt, waardoor het verhaal tevens een zoektocht wordt naar de vrouw van zijn dromen. 

Het boek is opgedragen aan ‘een vrouw die een huis kuste’. Ergens in het verhaal kust Hamoutal het huis waar zij met haar geliefde gaat wonen: 

“Toen ze voor de gammele achtergevel stonden, was Hamoutal zo aangedaan en opgelucht dat ze eindelijk weer een eigen thuis zou hebben, dat ze in een opwelling haar lippen op de muur drukte. Haar man had haar verbaasd aangestaard en haar toen in zijn armen genomen. Je hebt een huis gekust, zei hij lachend.”

Het laat zien hoezeer deze vrouw een onderkomen verlangde na de uitputtende vlucht, die eigenlijk nooit ophield. Deze opdracht schrijnt vooral als je weet dat de vrouw nadat zij eindelijk dacht een huis gevonden te hebben, toch weer moet vluchten. Uit de formulering van het motto blijkt ook nog iets anders, namelijk de betrokkenheid van de auteur bij het leven en het wezen van deze vrouw. Door de keuze voor ‘een vrouw die een huis kuste’ schept hij tegelijkertijd afstand en intimiteit, want hij weet immers precies om welke vrouw het gaat en alleen haar geliefde was getuige van deze handeling, maar hij dringt zich hier tussen de geliefde en Hamoutal. De vraag is ook of ergens uit de geschriften is gebleken dat Hamoutal de muur kuste, of dat dit de fantasie is van de auteur. Dat laatste is waarschijnlijker. Dan krijgt de opdracht nog een extra betekenis: het boek is opgedragen aan de vrouw van zijn verbeelding.

Het motto is van Thomas Mann: “De vorm van de tijdloosheid is het hier en nu”. Het begrip tijd is van groot belang in deze roman waar voortdurend gewisseld wordt van het nu naar de middeleeuwen. Het verhaal van deze vrouw is aan de ene kant heel sterk verbonden met de historische figuur die in de elfde eeuw heeft geleefd, maar is aan de andere kant voor het grootste deel ontsproten aan de verbeelding van de auteur die leeft in het hier en nu. In het hier en nu is er geen tijd. Daarmee is ook het verhaal, als afkomstig uit de verbeelding, in zekere zin tijdloos geworden.

Hamoutal is geboren als Vigdis Adelaïs, in Rouen. Haar vader is een bekeerde Noorman en haar moeder is afkomstig uit een gegoede familie uit Arras, een verre verwant van de graven van Vlaanderen. Als zij in de buurt van de synagoge de joodse jongen David Todros ziet, is zij op slag verliefd. David is door zijn vader, de opperrabijn van Norbonne naar Rouen gestuurd om te studeren. In die tijd is het ingewikkeld om met elkaar af te spreken, zonder anderen erbij, en al helemaal als christenmeisje met een joodse jongen. Als uiteindelijk de situatie onhoudbaar wordt, stelt David voor samen te vluchten naar Norbonne. ‘Het risico dat dit meisje neemt is volslagen onverantwoord in die dagen,’ schrijft Hertmans, haast vaderlijk. Er klinkt behalve bezorgdheid ook bewondering door in zijn woorden. Deze vrouw spreekt hem tot de verbeelding. Historisch gezien heeft hij meer dan gelijk: in de tijd van de kruistochten is haar keuze bijna onvoorstelbaar.

In het verhaal lopen de verschillende tijdlijnen door elkaar. Ze wisselen elkaar niet alleen af, maar ze raken elkaar ook af en toe, zoals helemaal in het begin van de roman waarbij gesuggereerd wordt dat de schrijver, die zich bevindt in het dorpje waar David en Hamoutal uiteindelijk onderdak vinden, Mons Jovis (de berg van Jupiter), beide vluchtelingen ziet naderen:

“Van bij het raam waar ik uitkijk over de vallei zie ik in de verte twee mensen naderen. Ik denk dat ze van de hoogten van Saint-Hubert komen, vanwaar je zowel de top van de Mont Ventoux als de vallei van Monieux kan zien; daarna moeten ze een tijd door het schrale eikenbos op de hoogvlakte lopen, waar de wolven zwerven.”

Het is alsof de schrijver hier zijn eigen verhaal in kijkt, want hij bevindt zich in het nu en de twee vluchtelingen zijn David en Hamoutal die in de elfde eeuw het kleine dorp naderen, zij hoogzwanger:

“Ik stel de verrekijker bij en merk nu ook dat ze hoogzwanger is. De man draagt een ruime boezeroen en hij heeft een primitief soort hoed op zijn hoofd. Soms helpt hij de vrouw over iets heen te stappen door haar bij de elleboog te nemen.”

Hij wil de twee welkom heten in het dorp, hij wil ze onderdak bieden. Dat doet hij dan ook, niet in zijn huis, maar in zijn roman. Op een andere plek staat:

“Zo komt het dorp, als een zwerver uit oude tijden, de eenentwintigste eeuw binnen. Er is haast niets veranderd: op vroege najaarsochtenden trekken nog steeds de herders met hun warm walmende kudden door de hoofdstraat.”

Soms daal je als lezer helemaal af in de middeleeuwen en volg je zelfs gesprekken die Hamoutal voert met haar tijdgenoten. Op andere plekken neemt de auteur je mee in zijn gissingen: “De synagoge en het huis van David Todros moeten dicht bij elkaar hebben gelegen – hoogstens tweehonderd meter van de plek waar het oude huis staat waar ik dit schrijf.” Hij is dan zichtbaar voor de lezer het verhaal aan het reconstrueren en geeft argumenten voor zijn vermoedens. Dat zorgt ervoor dat je regelmatig uit het verhaal getrokken wordt en gedwongen wordt in te zien dat het slechts een reconstructie is, op basis van beperkt feitenmateriaal.

Ergens gaat het daar wat mij betreft ook wringen. Hoe prachtig de reconstructie ook is, hoe boeiend de geschiedenis is naverteld, met alle sfeerbepalingen en historische feiten eromheen, mij bekruipt als lezer ook af en toe een gevoel van ongemak en soms zelfs plaatsvervangende schaamte. De auteur permitteert zich namelijk vrijuit zijn fantasie te gebruiken waar het intimiteiten betreft. Dat was al zichtbaar in het motto, maar het is op veel meer plaatsen aanwezig. Op het moment dat hij David en Hamoutal met elkaar laat vrijen in de schoonheid van de natuur en hij al haar gevoelens beschrijft, zonder het verhaal te onderbreken, bekruipt mij een gevoel van onbehagen: is dit gepast? Elke schrijver mag wat mij betreft vrijuit fantaseren over dit soort intimiteiten, maar mag dat ook als het een vrouw betreft die werkelijk heeft bestaan en die daar niets meer over zeggen kan? Het is alsof hij zijn eigen fantasie op haar projecteert, alsof het de vrouw van zijn dromen betreft, letterlijk omdat hij regelmatig aan het dagdromen is. Juist omdat hij op andere plekken voortdurend het verhaal onderbreekt en als schrijver het verhaal reconstrueert op basis van de feiten, is deze ‘ik’ op zulke intieme momenten, waarbij hij zich helemaal terugtrekt, gek genoeg extra sterk aanwezig, als een soort voyeur en eigenlijk zelfs regisseur van de liefdesscène. Misschien meent Hertmans dat dit nodig is om het verhaal te verlevendigen, maar wat mij betreft had hij misschien juist op zulke momenten de illusie moeten doorbreken of wat meer moeten gissen, in plaats van onbeschaamd helemaal opgaan in het lichaam van deze mysterieuze vrouw uit het verleden. Zij was immers de vrouw van David Todros op dat moment en van niemand anders.

De bekeerlinge is een prachtige reconstructie op basis van historische feiten, in de goede handen van een auteur die meester is in het tot leven brengen van het verleden. Achter het idee van een realistische reconstructie gaat echter de romanticus schuil, die ook zelf vlucht uit het hier en nu, naar een ver verleden, naar zijn droomvrouw. Wellicht had de roman aan kracht gewonnen als hij afstand had bewaard tot het ontblote lichaam van Hamoutal, net als van de vele andere raadselen in dit wonderschone verhaal.

Eerder verschenen op Met de neus in de boeken

Recensie door: Roeland Dobbelaer
5/5

De historische achtergrond van De bekeerlinge, een verlaten verhaal uit de middeleeuwen

De roman De bekeerlinge van Stefan Hertmans maakte indruk op Roeland Dobbelaer, op een dusdanige manier dat hij zich afgelopen maanden verdiepte in de Jodenvervolging in de middeleeuwen. Volgens Dobbelaer kloppen niet alle historische aannames van Hertmans en maakt hij dezelfde vergissing als Simon Schama. 

[Essay] Annejet van der Zijl vertelt in de inleiding van haar kleine boekje Het weeshuis voor verlaten verhalen hoe ze regelmatig per mail, per post, bij lezingen en andere gelegenheden verhalen van mensen krijgt aangereikt over een familielid, een kennis of een verre vriend van hen, verhalen die allemaal de moeite waard zijn om te vertellen. Deze ‘petites histoires’, Van der Zijl noemt ze ‘verlaten verhalen’, zijn elk een boek in de dop, verdienen het om vertelt te worden en wachten op een schrijver. Het verhaal van de vrouw uit Monieux uit de 11de eeuw waar Stefan Hertmans zijn succesvolle roman De Bekeerlinge over schreef kun je ook beschouwen als een dergelijk verlaten verhaal. Alles wat er van haar bekend is, is afkomstig uit een middeleeuwse brief van zo’n 500 woorden, die in een Geniza (een opslagruimte in een synagoge waarin oude documenten werden gegooid) in Cairo was gevonden. In enkele studies is de vrouw al eens beschreven, maar niet meer als anekdote. Hertmans reisde van Frankrijk via Italië naar Egypte om te speuren naar het verleden van zijn heldin en schreef een heel boek over haar.

Laat ik voorop stellend dat ik De Bekeerlinge een mooi boek vond, een van de weinig romans van de afgelopen tijd die me echt raakte. Wat een verhaal ook. De bekeerlinge gaat over het dramatische liefdesverhaal van de christelijke Vlaams-Normandische Vigdis Adelaïs uit Rouen en haar joodse geliefde David Todros. Ze bekeert zich tot het joodse geloof en moeten vluchten voor haar familie. Het stel komt terecht in Monieux, vlak bij de Mont Ventoux. Een paar jaar later wordt daar haar man vermoord. Twee van haar kinderen worden ontvoerd. Ze start een zoektocht om haar kinderen terug te vinden. Hartverscheurend. Hertmans trekt alle registers open om hartstocht, pijn en verdriet van de vrouw bij de lezer binnen te laten komen en vooral romantische lezers kunnen zich daar dan fijn in verliezen. Voor meer afstandelijke lezers was het hier en daar wat over de top.

Vreedzame co-existentie

Hoe het ook zij, dit artikel gaat minder over de romankwaliteiten van het boek, maar wil ingaan op de historische achtergrond. Verbijsterend vond ik het om te lezen hoe in de middeleeuwen, na eeuwenlange redelijke vreedzame co-existentie van christenen en joden, aan de vooravond van de eerste kruistochten de vlam in de pan sloeg en er in Europa pogroms losbarstten en er een ongekende Jodenhaat werd ontketend. Maar hoe zat dat precies met de Jodenvervolgingen in die tijd?

De pogroms ontstonden in de Duitse Reinstreek toen een kruisvaardersleger onder leiding van Graaf Emicho van Leiningen in 1096 steden als Mainz, Worms, Trier en Metz aandeed. In een joodse kroniek uit die tijd staat het volgende citaat: “Wij [de kruisvaarders] zijn op weg naar een ver land, om daar oorlog te voeren tegen de koningen van dat land. Wij nemen onze ziel in onze handen om diegenen te doden en te onderwerpen die niet geloven in de Gekruisigde. Hoe veel te meer moeten wij de Joden [doden en onderwerpen] die hem gedood en gekruisigd hebben”. Er volgde een bloedig spoor van moorden, in elke stad die de troepen aandeden werden de Joden massaal gelyncht, niemand werd gespaard. De plaatselijke (christelijke) gezagdragers die de Joden wilden beschermen werden zelf slachtoffer van aanvallen. In Mainz moesten Emicho en zijn troepen eerst de stad belegeren om binnen te komen omdat de bisschop van Mainz weigerde de Joden te laten doden. Maar het verzet was te vergeefs. De troepen vielen de stad binnen en hiermee was ook daar het lot van de Joden bezegeld. Er vielen in een paar weken tijd 2.500 doden in Duitsland.

Duivelsaanbidders

De gebeurtenissen in de Reinstreek waren de opmaat voor 400 jaar bloedige Jodenvervolging in West Europa. De Joden kregen de eeuwen daarna van alles te schuld: het waren woekeraars, duivelsaanbidders, kindermoordenaars, verspreiders van de pest. Dit waren nieuwe verwijten. Tijdens de eerste 1000 jaar van het christendom werd het de Joden vooral verweten Christus te hebben vermoord en niet in te willen zien dat de Messias, op wiens komst de Joden maar bleven wachten, al lang was gekomen. Vergeleken met de latere beschuldigen was dit nog maar kinderspel. Met de nieuwe reeks verwijten, behoorlijke gevoed door bijgeloof, werden de Joden vogelvrij. In Engeland moesten de Joden na vreselijke vervolgingen in 1290 het land verlaten. In de 15de eeuw gebeurde er Spanje en Portugal hetzelfde. Joden moesten zich of bekeren of vertrekken. Ook Frankrijk verbood de aanwezigheid van Joden, in de 13 eeuw, maar dat werd weer teruggedraaid in 1322. Nederland was relatief veilig, veel Joden vluchtten uit genoemde landen naar Nederland, vooral naar Amsterdam. Rond 1700 woonden er in Amsterdam ca. 10.000 Joden, toen de grootste Joodse gemeenschap in West-Europa. Wel werden er veel Joden in de IJsselsteden tijdens de pestepidemie vermoord.

Ik haal deze informatie uit de uitstekende studie Anti-Joodse beeldvorming en Jodenhaat, de geschiedenis van het antisemitisme in West-Europa van Chris Quispel, historicus aan de Universiteit van Leiden. Quispel doceert al twintig jaar over dit onderwerp en heeft zijn kennis in een overzichtelijk studie op een rijtje gezet. Het boek is traditioneel van opzet, en schets de Jodenhaat vanaf onze jaartelling tot nu. Het is geen vrolijke lectuur. Wat een gruwelijke aaneenschakeling van geweld en haat. Zeker zo schokkend is dat veel grote denkers en schrijvers zich bezondigden aan Jodenhaat en antisemitisme. Van Luther was dit algemeen bekend, maar dat mensen als Voltaire, Proudhon, Fourier, Bakunin, Fichte,  en in Nederland Abraham Kyuper en zelfs de grote Immanuel Kant (weliswaar maar beetje), de Joden van alles en nog wat verweten, dat wist ik niet. Quispel vertelt het zonder emotie, hij brengt de feiten, geeft verklaringen en citeert studies.

Kerkvaders

Toch valt er nog wel enige hoop te ontlenen aan het boek. Quispel laat zien dat in de laat Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen christenen en joden doorgaans vredig samenleefden. Ze gingen bij elkaar op bezoek, gingen naar elkaars feesten, huwelijken tussen joden en christenen waren geen enkele uitzondering. Bekeerlingen waren van beide kanten een veel voorkomend en normaal verschijnsel. In de vroege middeleeuwen konden Joden de meeste beroepen uitoefenen. Ze waren handwerksman, landbouwer of handelaar. Omdat de Joden over een handelswerknetwerk beschikten tot ver in het Midden-Oosten waren ze populair bij vorsten en religieuze leiders. Via de Joden bereikten bijzondere goederen uit het oosten Europa en dat viel in de smaak bij de machthebbers. Pas nadat rond 900 het uitoefenen van een aantal ambachten en van de landbouw voor Joden werden verboden, kregen ze de uitzonderingsstatus die uiteindelijk mede tot vervolging in de late middeleeuwen leidde.

Niet dat er in de eerste 1000 jaar van het christendom geen conflicten waren. Veel kerkvaders ergerden zich aan het feit dat Joden en christenen zo vriendschappelijk met elkaar om gingen en toen het christendom de leidende godsdienst in het Romeinse rijk werd, kwamen er ook de eerste wetten tegen de Joden om hen te beperken in hun vrijheden. Antisemitisme was er toen vooral om te zorgen dat het christendom groter en machtiger werd.

Simon Schama noemt in het eerste deel van zijn studie De Geschiedenis van de Joden het ‘geharrewar’ tussen joden en christenen in de laat Romeinse tijd ‘een familieruzie’, het zijn immers twee religies die dezelfde bron hebben. Schama besteedt veel pagina’s aan het beschrijven van een aantal christelijke voormannen die met een anti-Joods programma kwamen en vonden dat Joden een gevaar voor de (christelijke) samenleving vormden. In hun geschriften kunnen we het allemaal nog nalezen, maar tot werkelijke systematische Jodenvervolging kwam het niet.

Maimonides

Wie een overzicht wil hebben van de geschiedenis van de Joden moet overigens niet met De Geschiedenis van de Joden van Schama starten. Het is een grillig boek, zonder heldere lijn. Schama bedrijft ‘anekdotische geschiedschrijving’, hij beschrijft de levens van een groot aantal mensen en aan de hand van deze levens probeert hij de historische context te schetsen. De levensbeschrijvingen leveren mooie passage op zoals over de Joodse medicus en filosoof Maimonides, die de Joden leerde om niet al te halsstarrig aan hun godsdienst vast te houden in tijden van pogroms, maar daar pragmatisch mee om te gaan. Maar als historisch overzichtswerk schiet Schama’s boek schromelijk te kort. Schama schenkt bijvoorbeeld nauwelijks aandacht voor de eerste 500 jaren van de Middeleeuwen. Als of er toen geen Joden waren. Waarom in de tweede helft van de Middeleeuwen Joden het slachtoffer werden van antisemitisme maakt hij maakt hij niet systematisch duidelijk. Dat doet Quispel beter.

Terug naar de bekeerlinge uit Monieux. Op pagina 358 van deel 1 van De Geschiedenis van de Joden komt ze ook bij Schama ter sprake. Voor een lezer een magisch moment als ook in een ander boek dan in De Bekeerlinge deze dame verschijnt. Bij Schama komt ze langs als hij een opsomming geeft van bijzondere joodse vrouwen die in de periode van 1096 tot en met de 15de eeuw slachtoffer werden van anti-Joods geweld: “Zulke prachtige namen, zo verschrikkelijk aan hun einde gekomen. Doulcea, de zoete lieve, ‘esjet chajil’, de waardige dame, door haar echtgenoot, de piëtistische rabbi Eleazar bar Jehoeda (die ook bekend stond als ‘de parfumeur’), hoger geschat dan robijnen, in 1096 op straat in Worms in stukken gehakt, […], Licordia, spijkerhard, al twee keer weduwe en steenrijk, die maar liefst drie perioden van gevangenschap in de Tower of London overleefde om vervolgens in 1277 te worden vermoord in haar eigen huis in Winchester […],  [en dan is ze daar/rd] de naamloze bekeerlinge die omdat ze getrouwd was met rabbi David Todros van Narbonne achtervolgd werd door haar verontwaardigde familie en uiteindelijk een anoniem en veilig leven leek te hebben gevonden in Monieux, totdat een bende kruisvaarders rabbi David vermoordde, de twee van hun kinderen meenam om ze gedwongen te bekeren, en de bekeerde weduwe berooid achterliet met haar pasgeboren zoontje.”

Pestepidemie

Mooi schrijven kan Schama wel. Toch maakt hij dezelfde vergissing als Stefan Hertmans. De meeste Joden in Frankrijk in de middeleeuwen leefden in Zuid-Frankrijk, met Narbonne als een van de grotere Joodse gemeenschappen. Door slim handelen van de verschillende geestelijke en wereldse machthebbers uit die tijd werd voorkomen dat bij de start van de eerste kruistochten er niet net als in Duitsland massaal Joden werden vermoord. Het is een aanname van Schama dat het kruisridders waren die David Todros vermoorden, daar zijn geen bewijzen voor, net zomin dat er in dat jaar in Monieux een pogrom plaatsvond.

Quispel: “Het is te verleidelijk te concluderen dat de vervolgingen van 1096 een keerpunt waren in de geschiedenis van de Joden in West-Europa en het begin van een lange reeks Jodenvervolgingen zouden inluiden. Joden zouden opnieuw worden vervolgd tijdens en rond de Tweede Kruistocht (1145-1149), niet alleen in Duitsland, maar ook in Frankrijk en Engeland. De meeste massale vervolgingen zouden plaatsvinden tijdens de pestepidemie in het midden van de 14de eeuw. […] Toch wordt 1096 vaak nog beschouwd als een uniek incident.”

De kans dat de Joodse gemeenschap van Monieux uitgemoord werd in 1096 is buitengewoon klein. Niet dat er geen incidenten tegen Joden plaatsvonden, maar niet zoals Schama en Hertmans dat beschrijven. Het is veel aannemelijker dat de synagoge van Monieux werd verwoest in de tijd dat die ook van Narbonne en andere Zuid-Fransen steden werd verwoest, namelijk halverwege de 14de eeuw, ten tijde van de pest. Hertmans weet dat hij veel heeft moeten verzinnen om het verhaal kloppend te krijgen. In een interview met het tijdschrift De Boeksalon zegt hij dat hij zich voor zijn verhaal van de pogrom in Monieux op slechts één bron kon beroepen en dat was de tekst uit de Geniza. Echter, daar wordt niet gesproken over een pogrom, wel over het feit dat de man van Hamoutal in de synagoge werd vermoord en hun spullen werden geplunderd, niet dat de synagoge werd verwoest of de gehele gemeenschap werd vermoord.

En daarmee vervalt een groot deel van de aannames waar Hertmans zijn roman op baseert. Is het daarom een minder mooie roman? Misschien toch wel. Vanaf het moment dat de bekeerlinge, Hamoutal genoemd door Hertmans, haar lange zoektocht start in het boek, verliest het boek aan kracht en wordt de plot steeds ongeloofwaardiger. De Bekeerlinge is vooral de eerste 200 pagina’s adembenemend, daarna een poging om de geschiedenis recht te doen, “maar welke geschiedenis?” kunnen we ons nu afvragen. De ergste vormen van Jodenvervolging zouden pas later in de middeleeuwen komen, lang nadat Hertmans’ bekeerlinge leefde. Neemt niet weg dat Hertmans op een aangrijpende manier de Jodenvervolging uit dat tijdperk aan de vergetelheid heeft willen ontrukken. Dat is los van de literaire kwaliteit van zijn boek een verdienste op zich.

Bovenstaand essay is een bewerking van een voordracht die Roeland Dobbelaer afgelopen weken voor DLVAlive in Utrecht en Rotterdam en voor de Utrechtse Salon In de Schuur hield.

Samenvatting

In een klein dorp in de Provence wordt sinds mensenheugenis over een pogrom en een verborgen schat gesproken. Eind negentiende eeuw vindt men in een synagoge in Caïro een hoeveelheid opzienbarende Joodse documenten. Stefan Hertmans ontdekt de sporen van een voorname christelijke jonkvrouw uit de elfde eeuw, die haar leven vergooide uit liefde voor een Joodse jongen. Hij gaat letterlijk achter deze vrouw aan, die samen met haar verboden liefde op de vlucht slaat en een duizelingwekkende tocht aflegt, opgejaagd door alles en iedereen.

Stefan Hertmans baseerde zich voor De bekeerlinge op historische bronnen. Dat brengt hem in een chaotische wereld van passie, haat, liefde en dood, en voert hem uiteindelijk van Caïro terug naar het kleine Provençaalse dorp, waar hij sinds decennia thuis is.

‘Het is stikdonker om hen heen, het diepste uur van de nacht. De Grote Beer is van de hemelkoepel afgegleden. Ergens roept eenzaam een uil. Enkele sterren twinkelen vaag tussen de stil waaiende bladeren. Er beweegt iets, niet ver van haar vandaan, ze heeft het koud en rilt over haar hele lijf. Dan staat iemand wankelend boven haar, donker en wiegend. Dit is mijn dood, denkt ze. Ze hoort hijgen. Dan pas herkent ze David. Hij valt weer naast haar neer, ze grijpen elkaars handen, blijven zo liggen tot het ochtend wordt.’

Toon meer Toon minder
€ 20,99

Verwachte leverdatum: zaterdag 23 januari


Taal
Nederlands
Bindwijze
Hardcover
ISBN
9789023499626
Verschijningsdatum
oktober 2016
Druk
1
Aantal pagina's
288 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Thema's
  • Fictie
  • Fictie: algemeen en literair
Categorieën

Uitgever
Bezige Bij b.v., Uitgeverij De

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden