Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

De brandende kampongs van Generaal Spoor

Auteur(s): Rémy Limpach
Taal: Nederlands
1 recensie
De brandende kampongs van Generaal Spoor
De brandende kampongs van Generaal Spoor
De brandende kampongs van Generaal Spoor

Recensie

Aantal recensies: 1

Recensie door: Jan Berg van den

Massageweld kenmerkt Indonesische onafhankelijkheidsoorlog

[Recensie] Dat Nederlandse troepen tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog nodeloos veel geweld hebben gebruikt, is al lang bekend. Het is ook een feit, dat er nog veel onbekend is over de schaal waarop dat is toegepast en over het aantal slachtoffers. De brandende kampongs van generaal Spoor is tot nu toe de meest uitvoerige studie van dit geweld. Het is uitgevoerd door Rémy Limpach. Hij promoveerde vorig jaar [2016/red.] in Zürich op deze studie en werkt nu bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie.

Uit publicaties die sinds 1969 zijn verschenen, was al duidelijk dat Nederlandse troepen de bevolking van Indonesië niet ontzagen en dat ze gevangen genomen strijders vaak slecht behandelden, martelden en doodden. Limpach brengt dit duidelijk en overtuigend in beeld.

Hij spreekt van massageweld om aan te geven dat er sprake is van de grootschalige toepassing van extreem geweld. De term die in de discussie vaak valt is ‘excessen’. Daarvan wil Limpach niet spreken, omdat dit suggereert dat het massageweld een uitzondering was.

Dat is een illusie. Extreem en nodeloos geweld werd door vrijwel alle soorten eenheden gepleegd. We kunnen denken aan eenheden van de Koninklijke Landmacht, het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger en de Koninklijke Marine. Maar ook politie-eenheden, burgermilities en bewakingseenheden van bedrijven maakten zich er aan schuldig. Dit gebeurde vanaf het begin van de oorlog in augustus 1945 tot het bittere einde in 1949. Hierbij mogen we niet vergeten dat niet alle eenheden of de meerderheid van de militairen in Nederlandse dienst massageweld gebruikten.

Limpach omschrijft de toepassing hiervan als structureel, waarmee hij wil zeggen dat massageweld voor de meeste soorten eenheden een gewoonte was. Het gaat niet alleen om gevechtstroepen, maar ook om de genie. Bij de commando’s was massageweld systematisch. Het bekendste voorbeeld is het optreden van het Depot Speciale Troepen, dat onder leiding van kapitein Raymond Westerling op Zuid-Celebes 3.500 burgers doodde in een periode van slechts enkele maanden. Ook de inlichtingendiensten pasten geweld systematisch toe. Verdachten van (gewapend) verzet tegen de overheid werden vrijwel altijd gemarteld en in veel gevallen buitenrechtelijk geëxecuteerd.

Massaal geweld kende vele vormen, waaronder beschietingen door de artillerie en marineschepen en luchtaanvallen, maar ook plunderingen en het platbranden van complete dorpen. Over geweld tegen vijandelijke strijders en hun mannelijke handlangers is veel bekend. Maar Limpach onderstreept dat we veel minder weten over het geweld tegen vrouwen en kinderen.

Wel duidelijk is waarom de Nederlandse strijdkrachten zo konden ontsporen. De leiding liet het vrijwel volledig afweten om er maatregelen tegen te nemen. Dat geldt in de eerste plaats generaal Simon Spoor, die het grootste deel van de oorlog de bevelhebber in Nederlands-Indië was. Hij wist dat zijn troepen massaal geweld toepasten. Hij sprak zich daar ook vaak tegen uit en gaf orders het geweld te beteugelen. Maar hij deed vrijwel niets om zijn orders daadwerkelijk uitgevoerd te krijgen.

Het bestuurlijk apparaat, onder leiding van gouverneur-generaal Huib van Mook, trad ook niet op. Hetzelfde kan gezegd worden van het openbaar ministerie en de hoogste functionaris daarvan, procureur-generaal Henk Felderhof. Het aantal Nederlandse militairen dat vervolgd werd voor gewelds- en oorlogsmisdaden was dan ook gering, evenals de straffen die zij doorgaans opgelegd kregen. Limpach constateert verder dat de regering in Den Haag ook geen interesse had in het voorkomen van massaal geweld.

Het massaal geweld van Nederlandse zijde vormt de hoofdmoot van het boek. Limpach besteedt echter ook aandacht aan het massaal geweld van andere partijen, zoals de Indonesische strijders, milities en andere groepen. Ook is er kort aandacht voor het geweld dat de Britse en Japanse troepen in de periode augustus 1945 tot medio 1946 uitoefenden.

De Britten kwamen na de capitulatie van Japan naar Indonesië om het gezag over te nemen. Zij werden meteen geconfronteerd met geweld van nationalistische Indonesiërs en sloegen vaak onnodig hard toe. Wegens gebrek aan eigen troepen, schakelden zij Japanse eenheden in om de orde te handhaven. Ook deze troepen grepen daarbij regelmatig naar extreem geweld, zonder dat de Britten dit veroordeelden of bestraften.

De brandende kampongs van generaal Spoor is kort gezegd de beschrijving van een vier jaar durende orgie van geweld. Hoeveel slachtoffers daarbij vielen, is niet goed te achterhalen. Dat is eigenlijk alleen van Nederlandse militairen bekend. Bijna 4.800 stierven er in deze oorlog. Het aantal slachtoffers dat door Nederlands massaal geweld viel, loopt in de tienduizenden. Door Indonesisch massaal geweld vielen ook tienduizenden doden, waaronder ongeveer tienduizend Chinese ingezetenen van Indonesië.

Limpach heeft een indrukwekkende studie geschreven. Maar hij is de eerste die zal zeggen, dat er nog veel onbekend is en dat er nog lang geen compleet beeld bestaat van de strijd in Indonesië in 1945 – 1949. Meer onderzoek zal dus volgen. Daarnaast mogen we hopen dat zijn boek een bouwsteen zal zijn voor een open discussie over de grootste Nederlandse koloniale oorlog.

Eerder verschenen in Armex

Samenvatting

Wegens groot succes nu in paperback verschenen.

Excessen of structureel extreem geweld? Het officiële Nederlandse regeringsstandpunt sinds 1969 is dat er in het voormalige Nederlands-Indië - met uitzondering van inlichtingensecties en de commando's van kapitein Westerling - slechts incidenteel excessen plaatsvonden. In dit baanbrekende boek bewijst de Zwitsers-Nederlandse historicus Rémy Limpach het tegengestelde.

Honderdduizenden Nederlandse soldaten streden in 1945-1949 tegen de Indonesische onafhankelijkheid. Lange tijd gold deze strijd als een betrekkelijk 'schone' oorlog, totdat in 1969 geheel andere berichten naar buiten kwamen. Toch bleef ook nadien de indruk bestaan dat Nederlandse militairen slechts bij uitzondering excessief geweld gebruikten.

Rémy Limpach haakt in op het debat dat dankzij het tv-optreden van Joop Hueting (1969) voor het eerst opkwam. Was er in Nederlands-Indië sprake geweest van excessen of structureel extreem geweld? Het officiële Nederlandse regeringsstandpunt is dat er in het voormalige Nederlands-Indië -met uitzondering van inlichtingensecties en de commando's van kapitein Westerling - slechts incidenteel excessen plaatsvonden.
In dit baanbrekende boek bewijst Rémy Limpach het tegengestelde. Uit zijn studie, gebaseerd op onderzoek in bronnen die historici tot nu toe links lieten liggen, rijst het beeld op van een leger dat - onder leiding van generaal Spoor - op grote schaal extreem geweld als wapen inzette.

De woorden van Multatuli uit 1860, over een Sumatraans dorp dat door Nederlanders was veroverd 'en dus in brand stond', bleken negentig jaar later onverminderd actueel. De brandende kampongs van Generaal Spoor is meer dan een rechtzetting van een vertekende werkelijkheid. Het boek stemt tot nadenken en raakt een gevoelige snaar in het debat over de Nederlandse overheersing in Nederlands-Indië

Toon meer Toon minder
€ 44,90

Verwachte leverdatum: dinsdag 26 oktober


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789024407170
Verschijningsdatum
oktober 2016
Druk
1
Aantal pagina's
920 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
680: Geschiedenis algemeen
Categorieën

Auteur
Uitgever
Boom

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden