Duistere ecologie

Auteur(s): Timothy Morton
Taal: Nederlands
0,2/5
2 recensies
Duistere ecologie
Duistere ecologie

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Mark Leegsma

O, o, ecO

Volgens de voormalige Denker des Vaderlands René ten Bos “schreef Timothy Morton met Duistere ecologie een handleiding over hoe we het Antropoceen dienen te overleven”. Maar de vraag die Morton stelt is niet hoe wij mensen de opwarming van de aarde gaan óverleven, maar wat het betekent om als object tussen, met en in andere objecten te léven. Zet je schrap voor de duistere en toch heldere mindfuck genaamd ecologisch bewustzijn.

[Recensie] Lang, lang geleden, in een land dat later Mesopotamië zou gaan heten, kregen de jager-verzamelaars die er woonden te maken met een lichte opwarming van de aarde. Dat merkten zij aan hun voedselbronnen: wilde gewassen en dieren, die er voorheen in overvloed waren, werden schaars. Overleven werd zogezegd een ding voor de Mesopotamiërs en om de catastrofe die hen trof het hoofd te bieden vonden zij de landbouw uit. Al doende legden zij het fundament voor de beschaving, die in de loop van millennia de hele planeet in haar net zou vangen.

Dat gold voor de buitenwereld, maar niet minder voor de geest, die in de planeet eerst één grote potentiële akker moest gaan ‘zien’. Met dat doel nestelde zich in de Mesopotamiërs een nieuw denken dat van alles wat het maar tegenkwam ‘klompen spul’ maakte, spul waar elke eigen kwaliteit uit werd gefilterd en waarop derhalve maar één vraag van toepassing was: is het er of is het er niet? Wat eeuwen na de Mesopotamische revolutie door Aristoteles zou worden geformaliseerd als de logische wetten van non-contradictie en de uitgesloten derde, vormden de kern van een denkschema waar wij, nog veel later, zo mee zijn vergroeid dat we het nauwelijks van de werkelijkheid kunnen onderscheiden. Zo werd de ‘agrilogistiek’ geboren en werden wij allen Mesopotamiërs.

Zo gaat althans het verhaal dat Timothy Morton als een heuse stichtingsmythe van onze logica vertelt in Duistere ecologie. Wat Morton, door The Guardian de “filosoof-profeet van het Antropoceen” genoemd, daarmee aannemelijk wil maken zijn twee dingen. Om te beginnen is de agrilogistiek als ‘oplossing’ voor de ene catastrofe de kiem voor de volgende gebleken: de huidige opwarming van de aarde die, daar zijn verreweg de meeste wetenschappers het over eens, niet los is te zien van de invloed die mensen op de biosfeer uitoefenen. Voor Mortons betoog is het echter belangrijker dat het vermeende agrilogistieke denken inderdaad een (pre)historische mentale structuur is en niet de werkelijkheid zelf. Dat zou immers betekenen dat er geen reden is waarom een structuur die ooit als een virus bezit heeft genomen van ‘ons Mesopotamiërs’ niet door een andere logica vervangen kan worden. En laat dat nu net zijn wat er in Duistere ecologie op het spel staat: een “logica van de toekomstige co-existentie”.

Kwaliteit en essentie
Met een beroep op de ‘Object Oriented Ontology’ ofwel OOO van Graham Harman en anderen legt Morton uit dat elk object een spel is tussen zijn kwaliteiten en zijn essentie. ‘Kwaliteiten’ zijn een andere naam voor verschijningswijzen en, algemener, voor relaties die objecten onderling aanknopen, zodat zij ‘toegang’ tot elkaar hebben. De ene ‘toegangsmodus’ is daarbij niet superieur aan de andere, ‘denken’ niet beter dan ‘likken’ en ‘een sprongetje maken over’ niet slechter dan ‘kennis hebben van’. Dat alleen al zorgt voor een ontologische democratisering die voor de moderne wijsbegeerte en de toegangsmodus die zij privilegieert – het menselijk bewustzijn – ongehoord is.

Toch is iedere toegang, hoe ‘diep’ ook, oppervlakkig. Wát een object is of kan zijn wordt door geen enkele optelsom van zijn kwaliteiten uitgeput, of andersom: de ‘essentie’ van een object ‘onttrekt’ zich aan elke mogelijke relatie. De verleiding is nu groot het ‘zijn’ van het object te begrijpen als iets wat zich achter zijn verschijnen verschuilt, maar daarmee zouden we ons de essentie alleen maar als nóg een object voorstellen, met alle absurde gevolgen van dien.

Dit is het duisterste punt van OOO en, om Mortons al even duistere ecologie op waarde te schatten, cruciaal. Anders dan we op grond van vijfentwintig eeuwen van westerse filosofie – lees: agrilogistiek – misschien verwachten is essentie niet de bron, grond of oorsprong van alle kwaliteiten. De les van OOO is dat er, net zo min als er een superieure toegangsmodus bestaat, een onveranderlijke Opperkwaliteit iswaar alle feitelijke, individuele kwaliteiten slechts schaduwen van zouden zijn. OOO draait dat schema precies om: kwaliteiten zijn de    oppervlakkige algemeenheden in een universum dat louter uit individuele objecten bestaat; en essentie, dat is elk individu qua uniek en juist daarom ontoegankelijk, ‘duister’ individu zelf. Of, zoals Morton het met gevoel voor dialectische dramatiek stelt: de essentie van een object als geheel is mínder in plaats van méér dan de som der delen, de kwaliteiten.

In eigen staart gebeten

Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat, wie dit zonder enige voorkennis van OOO uit Mortons bij vlagen poëtische tekst wil halen, wel even aan het puzzelen is. Dat wil overigens niet zeggen dat zijn betoog van systematiek gespeend is. Wanneer het OOO-kwartje eenmaal gevallen en het stof van de eerste verbijstering neergedaald is, zal duidelijk zijn geworden waarom objecten niet buiten hun kwaliteiten, dus ook niet buiten hun relaties met andere objecten, gedacht kunnen worden. In dat laatste ligt de sleutel tot de logica van co-existentie die volgens Morton de agrilogistiek moet komen aflossen. Zo en alleen zo mogen we hopen dat wij, Mesopotamiërs die zich de baas van de wereld waanden, mensen worden die zichzelf niet los zien van alle andere ‘niet-menselijke’ objecten in en aan zichzelf. Dát is pas ecologisch bewustzijn.

Duistere ecologie doet wat het zegt: Mesopotamische hersenen (laten) kraken. Zoals alle grote filosofie, om Wittgensteins metafoor te lenen, de trap beschrijft die je nodig hebt om op te klimmen tot een begrip van wat er beschreven wordt, zo beschrijft Morton een bewustzijnsverandering die zichzelf in die mate ontvouwt waarin ze zichzelf vereist, althans bij wie het geduld op kan brengen. Is dat niet wat we mogen hopen van goede filosofie?

Toch is het boek misschien ook minder dan dat. Omdat de redenering die Morton naar zijn logica van co-existentie voert elke oorsprong problematiseert, kan het niet anders of ook de stichtingsmythe van de agrilogistiek zelf wordt erdoor ondermijnd. De oorzaak-gevolgrelatie die Morton wel degelijk suggereert tussen het agrilogistieke denkschema en de ecologische catastrofe waar we ons vandaag van bewust worden lijkt in dat geval onhoudbaar. De jammerlijke consequentie daarvan is dat Morton in ethisch opzicht geen zaak heeft: want als hij het ‘feit’ van de agrilogistiek niet hard kan maken, hoe kan hij dan ooit motiveren dat wij ons bewustzijn zouden moeten veranderen? Net als de mythische draak Ourobouros, een terugkerend beeld in Duistere ecologie, bijt Mortons betoog zich dus in eigen staart.

Maar om de mindfuck compleet te maken moet daar misschien deze laatste bedenking tegenover staan: de stichtingsmythe van de agrilogistiek is slechts een toegangsmodus tot het ‘hyperobject’ genaamd biosfeer dat ons zowel in ruimte als in tijd omvat. Dat Duistere ecologie ons slechts toegang verleent tot iets inconsistents, daaraan herkennen we wat wij Mesopotamiërs het meest vrezen: dat we midden tussen de objecten zitten, er altijd tussen hebben gezeten en er niet tussen vandaan gaan komen, omdat wij, die net zo goed objecten zijn als alle andere, met die objecten in hetzelfde schuitje zitten van een groter object. En die inconsistentie dan? Dat is het kenmerk van elk object dat via zijn delen zichzelf als geheel tracht te vatten.

Dat maakt Duistere ecologie tot de geniale, duistere en toch ook heldere mindfuck die het is. Ik kan niet anders dan deze bespreking besluiten met een persoonlijke noot. Tijdens het schrijven van deze bespreking zijn mijn hersenen alweer aan het kraken geraakt. Morton heeft me echt aan het denken gezet over wat het betekent om een object te zijn dat zowel in als uit andere objecten bestaat. Dit is waar ik op hoop als ik filosofie lees. In één woord: bewustzijnsveranderend.

Eerder verschenen op iFilosofie

Noot: vrijwel tegelijkertijd is van Timothy Morton ook Ecologisch wezen verschenen bij Ten Have, 2018.

Recensie door: Marnix Verplancke
4/5

De zoon van Slavoj Zizek en Johnny Rotten

Het klimaatdenken is een oppervlakkige religie geworden, aldus de Britse filosoof Timothy Morton, vol geboden en verboden, waardoor het op termijn steeds meer tegenstand zal opwekken. De weg vooruit leidt volgens hem de diepte in, recht naar ons onderbewuste vol morbide fantasieën over dood en verderf. Welkom in de wereld van de duistere ecologie.

[Interview] Wie de hel zoekt, moet naar het hoge noorden. Naar het Russische stadje Nikel meer bepaald, op een boogscheut van de Barentszee en de Noorse grens. 12.000 mensen leven daar van het ontginnen en smelten van nikkel, al is leven in dit geval een groot woord. Nikel is immers een van de meest vervuilde en minst leefbare plaatsen ter wereld. Kilometers in de omtrek is alles dood door de zwaveldioxide die de hoogovens uitbraken. Precies daar organiseert het Nederlandse Sonic Acts jaarlijks een ecologisch kunstenfestival dat steunt op Timothy Mortons Dark Ecology-concept. Het idee hierachter is dat ons ecologisch denken verkeerdelijk uitgaat van de tweedeling tussen mens en natuur. Wij staan erboven, meten de klimaatwijziging en proberen er van buitenaf iets aan te doen, terwijl we in realiteit natuurlijk net zo goed deel uitmaken van die natuur. Wij zitten tjokvol bacteriën en virussen. Het antropoceen, dat Morton trouwens 12.000 jaar geleden al laat aanvangen, toen de mens een landbouwer werd en hij invloed begon uit te oefenen op de wereld rondom hem, vernietigt de natuur dus niet. Het is de natuur, in haar giftige nachtmerrievorm.

“Ik ben ooit rond de Kailash gewandeld, een Tibetaanse berg van bijna 7000 meter hoog,” legt  Morton zijn visie op de natuur uit. “Op een bepaald moment kwam ik op een authentiek kerkhof terecht, waar de doden achtergelaten worden om opgegeten te worden door de vogels. Overal lagen stukjes mens, vingers en tenen, met nog wat vlees en huid eraan. Aanvankelijk vond ik dat weerzinwekkend, maar na verloop van tijd begon het warm en heel menselijk aan te voelen. Dat had ik ook in Nikel. Er is een boom die ik uiteindelijke ‘de laatste boom’ noemde, een verwrongen stronk met de wortels bloot omdat de dode aarde weggespoeld was. Het gif heeft een dimensie toegevoegd aan wat het betekent om mens te zijn. Mijn gevoelsspectrum is breder geworden. In plaats van de natuur als dat perfecte Disney-plaatje te zien, wordt het eerder een knekelhuis, of de spoedafdeling van een ziekenhuis: verwarring, bloed, dood en niemand die weet wat er echt aan de hand is. Stop dus alsjeblief dat sentimentele gejank over hongerige ijsberen, en breng mensen aan het verstand dat ze in de spoed leven.”

Van Timothy Morton zijn pas twee boeken vertaald, Duistere ecologie en Ecologisch wezen. Hij zet er zijn filosofie in uiteen en wel op een bijzondere, soms vrij enigmatische wijze. Wetenschap, beeldende kunst, muziek en film spelen er de hoofdrol in en af en toe slaat hij spijkers met koppen. Je moet niet aan de conceptie denken, maar stel dat Slavoj Zizek en Johnny Rotten ooit samen een zoon hadden verwekt, dan had hij ongetwijfeld Timothy geheten. “Misschien moeten Slavoj en ik maar eens samen op wereldtoernee gaan,” lacht hij wanneer ik dit opmerk. “We houden er niet steeds dezelfde ideeën op na, maar in de ogen van de meeste mensen zijn ze wel altijd even fout.”

Een idee waar ze het wel over eens zijn is dat het huidige ecologische denken steeds meer een religie is geworden: onfeilbaar, niet in vraag te stellen en met geboden en verboden die moeten opgevolgd worden. Door anderen natuurlijk, want de gelovigen zijn goed bezig. “Wanneer je denkt dat het kwaad iets is dat ginder te situeren valt, ergens ver van jou vandaan, zoals in Irak, Afghanistan of het Amerika van Trump bijvoorbeeld, zal er nooit iets gebeuren,” legt Morton uit. “Wat ecologie je toont is dat het kwaad ook in je zit, en dat je er niet onderuit kan. Ecologie toont je de ambiguïteit van het bestaan, dat niets ooit zwart of wit is, maar wel ergens grijs ertussenin. Maar dat wil een religie niet horen natuurlijk, zij heeft de waarheid in pacht, en daarin wordt ze vandaag ook nog eens gesteund door het Google-idee van de wereld, dat alles finaal zichtbaar is. Nepnieuws wil je de totale waarheid verkopen, wit of zwart dus, terwijl echt nieuws grijs is. Misschien ging het zo, of misschien ook wel anders. Het probleem is dat ons ecologisch discours vandaag heel erg neigt naar dat zwart-witte. De klimaatontkenner heeft dus een punt wanneer hij zegt dat we in een overtuigingenoorlog verzeild zijn geraakt. Jij wil me jouw overtuiging opleggen, en ik wil dat niet. Hoe meer onbetwijfelbare feiten er aangedragen worden, hoe dieper die ontkenner zichzelf zal ingraven. Wanneer je iedere keer als mensen een blok hout in hun haard gooien begint te tieren dat ze schuldig zijn aan de ondergang van de wereld, ben je dus heel erg onproductief bezig, en dom. Want zo creëer je alleen maar tegenstand. Wanneer we echt iets willen doen aan de klimaatverandering moet dat niet vanuit een paar duizend activisten vertrekken, maar dan moeten we iedereen aan boord krijgen. De klimaatverandering gebeurt immers op soort- en niet op individueel niveau. Wanneer je je auto start, heeft dat statistisch gesproken geen enkel effect op de opwarming van de aarde. Jij bent dus niet schuldig. Jij doet niets verkeerds. Het gaat pas fout wanneer miljarden mensen als jij hun auto starten. We moeten mensen dus het inzicht doen krijgen dat ze deel uitmaken van een collectief, van de hele menselijke soort. En dat is moeilijk.”

Maar mogelijk?

“Natuurlijk. We zitten niet met een milieuramp, maar met een milieucatastrofe. De VN-definitie van een ramp is een gebeurtenis die zo erg is dat ze niet van binnenuit opgelost kan worden, zoals de aarde die getroffen wordt door een komeet bijvoorbeeld. Een catastrofe beleef je van binnenuit. Dat is een tragedie. Opeens ontdek je dat je je vader hebt vermoord en met je moeder bent getrouwd. Niet zo best inderdaad, maar je leeft nog en je kunt er iets aan doen. In dit geval steek je je ogen uit en vertrek je in ballingschap, want je bent Oedipus. (lacht) Het is dus niet zo dat we ons niet kunnen voorstellen hoe de aarde over een paar duizend jaar een gloeiende woestijn zal zijn waar alleen nog kakkerlakken in rondkruipen. Meer zelfs, misschien is het wel verstandiger om het daarover te hebben dan over die lijzige panda’s.”

De short sharp shock-methode dus?

“Ik wil een alternatief IPCC beginnen, het Intraplanetary Panel of Concerned Critters (beestjes), mensen dus die zich laten beïnvloeden door andere levende wezens. We zitten in de lobby van het VN-gebouw achter van die tafeltjes, met een dierenmasker op het hoofd en we kramen allerhande rare onzin uit. Björk en Laurie Anderson doen al mee en hierbij nodig ik jou ook uit. Geen gezeik dus over ‘dit is waar’ en ‘dat is jouw schuld’, want daar hebben we al genoeg van gehad. De waarheid is voorwaardelijk. Neem een wolk waar je een stukje uit isoleert. Dan heb je nog steeds een wolk. Neem daar nog een stukje uit, nog steeds heb je een wolkje. Ga zo nog een tijdje door en je hebt niets meer. Logisch gezien zou een wolk dan uit niets bestaan, maar dat is natuurlijk niet zo. Zo gaan we trouwens ook met onze omgeving om. Wanneer we een bos zien, kappen we er wat bomen uit. Geeft niet, want we hebben nog steeds een bos over. Dus kappen we nog wat, bouwen er een paar villa’s in en opeens hebben we een woonwijk in de plaats van een… Tja, van wat eigenlijk, want daar stond toch in feite niets? (lacht) Wanneer we de wereld willen redden moeten we leren inzien dat de waarheid niet eenduidig is. We houden van kunst omdat zij deel uitmaakt van het leven en ons er iets waars over zegt. Ze toont ons mysterieuze en ongrijpbare objecten die desalniettemin wel bestaan, ook al weet je niet precies wat ze betekenen. Zo ziet de toekomst er volgens mij ook uit: de onmogelijkheid om alles te begrijpen.”

Kan kunst de wereld redden?

“Misschien niet, maar kunst kan ons wel tonen dat het mogelijk is om de wereld te redden, omdat kunst het enige stukje van onze gecontroleerde wereld is dat we ongecontroleerd laten. Ik zou zelfs durven zeggen dat de artistieke blik de enige waardevolle is. Hij toont ons immers dat de wereld er anders uit zou kunnen zien en dat alles mogelijk is.”

Het eerste boek dat u ooit schreef ging over de romantische dichter Percy Bysshe Shelley. Wat u net zei komt toch recht van bij hem?

“We leven nog steeds in de romantiek. Alle -ismes van de laatste eeuwen zijn immers afgeleiden van die grote macdaddy van een -isme, het consumentisme. Dat zwaait al sinds het einde van de achttiende eeuw de plak. Iedere wereldburger identificeert zich vandaag aan de hand van wat hij consumeert. Mac-adepten achten zich veel beter dan pc-gebruikers en wanneer je Pepsi drinkt ben je een alternativo die zich afzet tegen de almacht van Coca-Cola. Dat zijn geen wetenschappelijke, maar esthetische oordelen. We weten dat dit consumentisme de wereld vernietigt, maar misschien draagt het ook wel de sporen in zich voor het ontstaan van een ecologisch bewustzijn. Dat zagen de romantici van begin negentiende eeuw al. Wordsworth en Shelley stonden bijzonder afwijzend tegenover het consumentisme. In feite waren zij de voorlopers van de punk: als ik afstotelijk genoeg op je schoenen kots zal je wel reageren. Het probleem is echter dat binnen het consumentisme alles een stijl wordt, zelfs weigeren om aan dat consumentisme mee te doen, en dus ook punk of je eigen groenten kweken. Een andere reactie op het consumentisme is de postpunk- of Andy-Warholaanpak. Die zie je bij John Keats: ik wil een colaflesje worden, ik ben een colaflesje, ik wil een film zijn, een filmster en mijn vijftien minuten wereldfaam beleven. Het is het opgeven van iedere kritiek, en op den duur ben je inderdaad niets anders meer dan een colaflesje. In feite is dat een beetje de positie van dark ecology: alles heeft bestaansrecht, de aidspatiënt net zo goed als het aidsvirus. Omdat dit niet zo aantrekkelijk is voor de meesten, bestaat er ook een tussenweg: Baudelaires ennui. Dat is de mens die in feite wel van het consumentisme houdt, maar dit tegelijkertijd ook walgelijk vindt en op een tweede niveau weer geniet van die walging, wat hij op zich weer walgelijk vindt, en ga zo maar door. Dat is hoe een ecologisch bewustzijn echt aanvoelt: ik zit helemaal onder iets heel raars, en een deel ervan is op een rare manier giftig, maar het is ook zo mooi, maar niet helemaal, en dat is er zo fantastisch aan. Mensen denken bij romantiek aan plastic rozen en Liberace-muziek, maar dat is precies waartegen de romantiek reageerde: onze wereld dus. In feite leven we psychologisch en sociaal nog steeds in 1790 en ik zou niet liever zien dan een de intrede van een nieuwe romantiek, met een beetje ironie erin.“

Zal de nieuwe romantische kunstenaar in Nikel werken?

“Natuurlijk, en niet alleen daar. Ken je Nuclear Guardianship? Die organisatie stelt voor om nucleair afval niet langer op onzichtbare plaatsen onder de grond te stockeren, maar juist waar we het kunnen zien. Nucleair afval blijft heel lang radioactief. Wat gaat ermee gebeuren wanneer je het ergens onder een berg begraaft en die begint te bewegen? Dan krijg je een lek. Veel beter is het dus om dit nucleair afval in kleine hoeveelheden op marktpleinen te zetten, in een grote glazen bescherming natuurlijk, zodat je er niet ziek van wordt. Je kan het dan in de gaten houden. Maar wat belangrijker is, is dat het afval daardoor een deel wordt van je leefwereld. We moeten tussen ons afval gaan wonen, want dan zullen we er ook minder van gaan produceren. Er kan een heel nieuwe cultuur rond ontstaan, of zelfs een nieuwe religie, want iedere religie is ontstaan vanuit de vraag wat er gedaan moest worden met taboestoffen als bloed, sperma of vaginaal vocht. Waarom dan geen plutonium?”

Eerder verschenen in De Morgen 

Samenvatting

Timothy Morton is een van de 'hotste' denkers over ecologie en milieu van dit moment. In het wonderlijk onorthodoxe Duistere ecologie combineert hij filosofie, wetenschap, kunst en cultuur met een literaire schrijfstijl.

Timothy Morton sluit aan bij de steeds breder gevoerde discussie over het Antropoceen, het tijdperk waarin de mens een geologische factor is geworden en blijvend invloed uitoefent op het klimaat en de gesteldheid van de aarde. Het is volgens hem te simplistisch om te stellen dat het hierbij om eenrichtingsverkeer gaat, waarbij de mens een destructieve invloed uitoefent op alles wat nietmenselijk is. In Duistere ecologie laat hij zien dat mens en niet-mens elkaar wederzijds impliceren. Het niet-menselijke werkt altijd op ons in: wij worden altijd al doorboord, bewerkt, aangetrokken en afgestoten door niet-menselijke actoren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan bacteriën en moleculen. Het duistere geheel dat deze interactie vormt laat zich niet makkelijk beschrijven, maar moet wellicht eerder gevoeld worden.

Toon meer Toon minder
€ 27,50

Verwachte leverdatum: vrijdag 29 mei


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789024419395
Verschijningsdatum
maart 2018
Druk
1
Aantal pagina's
240 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
730: Filosofie algemeen
Categorieën

Uitgever
Boom uitgevers Amsterdam

Vertaald door
Huub Stegeman

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden