Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Bekentenissen van het vlees

Geschiedenis van de seksualiteit IV

Auteur(s): Michel Foucault
Taal: Nederlands
2 recensies
Bekentenissen van het vlees
Bekentenissen van het vlees

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Kayleigh Kingma

Maagdelijkheid als meerwaarde

De Franse denker Michel Foucault schetst in zijn postuum verschenen Bekentenissen van het vlees een boeiend beeld van het denken over seksualiteit in de vroegchristelijke periode.

[Recensie]

Onze opvattingen over seksualiteit zijn gevormd in de vierde en vijfde eeuw na Christus, zo stelt de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984). In zijn boek Bekentenissen van het vlees staan ideeën over seksuele onthouding, de noodzaak om in het huwelijk kinderen voort te brengen en de status van maagdelijkheid centraal. Aandacht is er voor kerkvaders als
Augustinus en Clemens van Alexandrië die elk hun eigen opvattingen eropna hielden. Foucault nuanceert het beeld waarin de vroegchristelijke tijd geassocieerd wordt met een puriteinse moraal. Zo laat hij zien dat het denken over seksualiteit constant aan verandering onderhevig is.

In het eerste deel van dit boek, De totstandkoming van een nieuwe ervaring, lezen we hoe vroegchristelijke denkers de seksualiteit aan banden leggen. Vanuit verschillende bronnen vinden zij inspiratie voor een christelijke seksuele ethiek. Foucault legt uit hoe in de vroegchristelijke periode inperkingen rond het lichaam voor een gezonde relatie met de ander en met God kunnen zorgen.

Ook hebben deze inperkingen een spirituele werking. De zondeval en de zondige status van het lichaam vragen om onderdanige gebaren die de biecht kracht bijzetten. Daarnaast gaat dit deel ook dieper in op de beperkingen die het lichaam opgelegd worden binnen kloostermuren.

In een volgend deel over maagdelijkheid laat Foucault zien hoe het lichaam op nog een andere wijze aan banden wordt gelegd. De waardering voor de maagdelijkheid moet niet vergeleken worden met de seksuele geboden waarover in het eerste deel wordt gesproken. Maagdelijkheid is daar geen aanvulling op. Zij staat op zichzelf en heeft een bijzondere waarde. Waar het bij de inperking van de seksualiteit in eerste instantie ging om het waarborgen van het zielenheil, verleent de afwijzing van elke seksualiteit het individu een bijzondere status.

In het laatste deel van het boek, Gehuwd zijn, schetst Foucault de situatie waarin seksualiteit wél gelegitimeerd is, namelijk binnen het huwelijk. De plicht om kinderen voort te brengen kan alleen vervuld worden binnen het huwelijk, waardoor het huwelijk een speciale status krijgt. Daarnaast lijkt het huwelijk een waardig alternatief te zijn voor ascetisch leven, ook doordat het huwelijk in het belang was van de staat en het functioneren van de samenleving. Toch is het huwelijk volgens sommige christelijke denkers niet alleen bedoeld voor de voortplanting. Het huwelijk is namelijk ook bedoeld om “het vuur in te tomen van het verlangen dat eigen is aan onze natuur”, aldus kerkvader Chrysostomus in diens geschrift De virginitate.

Michel Foucault is een van de belangrijkste Franse denkers van de twintigste eeuw. Hij schreef onder andere boeken over de waanzin en de gevangenis die van grote invloed zijn geweest op de filosofie. Bekentenissen van het vlees is het vierde en laatste deel van zijn reeks over de geschiedenis van de seksualiteit. In 2017 werd dit deel dat na Foucaults dood achter slot en grendel was opgeborgen, eindelijk vrijgegeven. Zo wordt nu een belangrijk deel van Foucaults levenswerk na vele jaren waardig afgesloten.

Eerder verschenen in Volzin

Recensie door: Gert Jan Roskammer

De haken en ogen aan (vroeg)christelijke seks

[Recensie] Dit jaar verscheen het eindelijk: het vierde en tevens laatste deel van Michel Foucault’s Geschiedenis van de seksualiteit: Bekentenissen van het vlees. Hoewel het geen definitief overzicht is van het onderwerp, de vroegchristelijke seksualiteit, is het onthullen van dit deel een welkome conclusie van Foucault’s onderzoek. De seksuele cultuur die uitmondde in ons huidige seksualiteitsdenken heeft daarnaast ook een aantal grote verrassingen in petto.

De geschiedenis van de seksualiteit is verdeeld over vier tijdperken. Foucault begint in het eerste deel met het seksuele ethos van de 18e-eeuwse Fransen, waarna hij in deel twee en drie ruimte maakt voor het antieke seksualiteitsdenken van de Oude Grieken en de Romeinen. De drie delen laten ons reflecteren op de veranderlijkheid van seksualiteit, door de soms verrassende en bijna tegenovergestelde sociale regels omtrent seks in deze westerse culturen.

Nieuw taboe, oud taboe
In het vierde deel graaft Foucault het vroegchristelijke seksuele ethos op, met specifieke aandacht voor de beginselen van de christelijke wil tot kuisheid en de eerste stappen richting christelijke huwelijksvoorwaarden. Op wat voor fundament is het christelijke huwelijk gebouwd? Hoe schreven vroegchristelijke schrijvers over de relatie tussen man en vrouw in een zich ontwikkelend christendom? En hoe verhoudt de vroegchristelijke doctrine zich tot het christendom dat we nu kennen? Aan de hand van Foucault’s onderzoek kunnen we op zoek naar antwoorden.

Foucault doet in dit deel weer waar hij goed in is. Hij laat zien dat onze manier van denken over seks allesbehalve statisch is. De vroegchristenen, die in de 3e en 4e eeuw n.C. voortkwamen uit een wereld waarin Romeinen nog de boventoon voerden, staan dichter bij ons traditionele seksualiteitsdenken. Zo heerst elke vorm van homoseksualiteit voor de vroegchristen in de taboesfeer en zijn buitenechtelijke relaties voor alle geslachten sociaal onwenselijk, terwijl de Grieken en Romeinen daar lakser mee omgingen.

Daarmee wil ik niet zeggen dat we zwart-wit ultraconservatief blijven denken over seksualiteit. Homoseksualiteit wordt meer getolereerd en open relaties zitten niet altijd meer in de doofpot. Toch blijft de herinnering van dit conservatieve denken vers en blijft het christelijke seksuele ethos voor veel mensen de norm. Wij kunnen ons in vele opzichten veel beter verplaatsen in het seksualiteitsdenken van vroegchristenen dan dat van de Grieken en Romeinen.

Zonder gemeenschap, geen gemeenschap
Er zijn ook grote verschillen tussen het vroegchristelijke denken en ons huidige denken over seksualiteit. Voortplanting was bijvoorbeeld binnen de vroegchristelijke doctrine allesbehalve nodig. De vroegchristenen stellen dat God aan het begin van de mensheid goede reden had om voortplanting van zijn onderdanen te eisen. Zonder gemeenschap, geen gemeenschap. Omdat de mens inmiddels in veelvuldigheid aanwezig was op de aardkloot, was het onnodig om zoveel nadruk te leggen op voortplanting. Foucault beschrijft dus dat ze, zelfs in de vroegchristelijke periode, goede munitie hadden tegen overmatige gezinsuitbreiding. Zo’n twee millennia later en miljarden mensen verder komt dat toch aan als verrassing.

Ook was het in de vroegchristelijke periode een stuk populairder om een kuis leven te leiden. We zien kuisheid nu als iets waar vroeg of laat een einde aan moet komen, als wellicht een kinderlijke fase van het mens zijn. Seks hoort klaarblijkelijk bij het leven. Vroegchristenen zagen kuisheid juist als een permanent onderdeel van een heilige levensstijl. Kuisheid was de onthouding voorbij. Zodra je jezelf volledig verhief boven seksuele drang, mocht je jezelf beschouwen als een gelukkige maagd, in volledige overeenstemming met God. Een zeker parallellie heerst alleen nog in de rafelranden van de moderne kerk: nonnen, monniken en sommige priesters doen nog aan deze traditie mee. In onze tijd moedigen we aseksualiteit echter op maatschappelijk niveau allesbehalve aan. Sterker nog, deze spirituele aseksualiteit zou nu ook in christelijke sferen argwaan oproepen.

Twee worden een
Over het huwelijk is er ook iets opmerkelijks te melden. Zo schrijft Foucault over Chrysostomus, die veelvuldig sprak over het huwelijk onder het gezag van God. Om kuisheid te maximaliseren zou God het eigenlijk liever niet hebben dat zijn onderdanen trouwen. Kuisheid zou te allen tijde meer gewenst zijn. Toch gedoogt God huwelijken maar, alsof hij daarmee de gemoederen kan sussen en zijn gelovigen hier een groot plezier mee doet. God ziet namelijk na veel gemijmer in dat het huwelijk de kuisheid juist kan bevorderen. Het loopt dus af met een sisser.

Eenmaal getrouwd, zien vroegchristenen de vereniging van twee individuen als absoluut vereiste. Omdat je nu één bent met je partner, doe je ook jezelf kwaad aan bij een huwelijkse misstap. Als het misogyne taalgebruik van de vroegchristenen niet zo prominent aanwezig was, zou de nadruk op eenwording bijna egalitair aandoen. Helaas gaan de voorbeelden van ontrouw enkel over vrouwelijke gebreken binnen het huwelijk, al zouden we dit natuurlijk ook kunnen opvatten als flauw gezwets van een man, Chrysostomus, die voor een mannenparochie preekt.

Overvloed
Daarmee zijn de hoofdlijnen van dit grote naslagwerk van 424 pagina’s nog lang niet geschetst. Foucault laat onder meer de oorsprong van christelijke zelfkastijding zien, bouwt verder op de man-vrouwrelatie die voortvloeide uit Genesis en toont daarbij ook de misogyne taal die in de vroegchristelijke traditie aan de orde van de dag was.

Geen detail uit het onderzoek van Foucault blijft ons bespaard. Frédéric Gros, de redacteur van het origineel (Gallimard, 2018), heeft duidelijk ervoor gekozen om Foucault’s onderzoek vrijwel intact uit te brengen. Dat heeft zo zijn voordelen. Je hoeft je bijvoorbeeld niet te verantwoorden voor knip- en plakwerk met een auteur in absentia. Ook volgen we Foucault’s onderzoek van dichtbij. Foucault schrijft lange, uitgeweide samenvattingen van vroegchristelijke teksten, die af en toe ervoor zorgen dat je de draad kwijtraakt. Soms is het erg lang wachten op nieuwe hoofdpunten. Maar toegegeven, zodra dit hoofdpunt arriveert, is het genieten.

Bekentenissen van het vlees sluit het seksualiteitsdossier van Foucault, en daarmee is het een waardevolle toevoeging aan zijn erfenis als schrijver en onderzoeker. Voor Foucaultkenners levert het gouden inzichten in Foucault’s onderzoeksproces. Het boek is daarnaast, samen met recenter werk in de seks- en genderstudies, prima leesvoer om een studie te beginnen in zowel het oude als het huidige denken omtrent seks en maatschappij.

Eerder verschenen op iFilosofie

Samenvatting

Niets minder dan een filosofische sensatie: het langverwachte vierde deel van Foucaults Geschiedenis van de seksualiteit is nu in het Nederlands vertaald.

In Bekentenissen van het vlees analyseert Michel Foucault het denken en het spreken over seksualiteit in de vroegchristelijke tijd. Volgens de gangbare opvatting zou deze periode in het teken staan van de puriteinse moraal, met haar nadruk op kuisheid en maagdelijkheid, maar Foucault nuanceert dit beeld. Kerkvaders als Paulus en Ambrosius waren allerminst eensgezind over de verhouding tussen seksuele onthouding en de noodzaak om in het huwelijk kinderen voort te brengen. Langzaam maar zeker verandert het lichaam gedurende deze periode in ‘vlees’, met alle geheimen, protocollen en zelfbeheersingstechnieken van dien. Net als in de eerdere delen van Geschiedenis van de seksualiteit laat Foucault zien dat het discours over seksualiteit geen vaststaand gegeven is, maar een historisch ontstane constellatie waarvan de toekomst open is of op zijn minst opengemaakt kan worden door de precieze vormen van kritiek waarvan Foucault in zijn oeuvre een voorbeeld geeft.

Toon meer Toon minder
€ 39,90

Verwachte leverdatum: woensdag 27 oktober


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789024423941
Verschijningsdatum
november 2018
Druk
1
Aantal pagina's
424 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
730: Filosofie algemeen
Categorieën

Uitgever
Boom

Vertaald door
Jeanne Holierhoek

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden