Het menselijke kwaad

Hannah Arendt, Adolf Eichmann en het oordelen over het kwaad

Auteur(s): Klaas Rozemond
Taal: Nederlands
0,175/5
1 recensie
Het menselijke kwaad
Het menselijke kwaad

Recensie

Aantal recensies: 1

Recensie door: Bart Deckx
3,5/5

De zaak Eichmann opnieuw bekeken

[Recensie] Waarom doen mensen kwaad? De standaardtheorie van het menselijke kwaad stelt dat de dader van een misdaad zichzelf ervan bewust is dat wat hij doet kwaad is, maar toch zijn daad doorzet omwille van persoonlijk gewin. Drugsdealers beseffen dat dealen de gezondheid van hun klanten in gevaar brengt en zelfs de dood tot gevolg kan hebben. Maar geldhonger drijft hen over de grens naar de misdaad. Deze standaardtheorie gaat echter niet op voor mensen als Anders Breivik, Brenton Tarrant of islamitische terroristen – en volgens Hannah Arendt in de eerste plaats niet op Adolf Eichmann. 

Adolf Eichmann (1906-1962) was hoofd van de afdeling Jodenaangelegenheden van de Gestapo. Voor de Tweede Wereldoorlog was hij belast met de emigratie van de Duitse en Oostenrijkse joden, tijdens de oorlog organiseerde hij vanuit heel Europa de transporten naar de vernietigingskampen. Zo werd hij medeverantwoordelijk voor de dood van miljoenen mensen. Hij ontsnapte naar Zuid-Amerika. Daar werd hij in 1960 door de Israëlische geheime diensten ontvoerd. Zijn proces in Jeruzalem zorgde voor een filosofische aardbeving, waarvan de naschokken tot op de dag van vandaag natrillen. De joods-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt (1906-1975) volgde het proces en was verbijsterd door Eichmanns verdediging die gebaseerd was op de centrale term: gehoorzaamheid. Quasi gedachteloos voerde hij uit wat zijn oversten hem opdroegen. Hij was zich er niet van bewust dat hij kwaad deed, en kwam niet over als een monster maar als een mens van vlees en bloed, hij was heel alledaags. Het kwaad werd banaal. 

Uit later onderzoek, dat hier door Rozemond verzameld wordt, blijkt dat Arendt Eichmann vastpinde op zijn banaliteit. Hij misleidde de rechters. Tegen de wens van zijn oversten in zette Eichmann in 1944 de deportaties van Hongaarse joden verder. Hierbij handelde hij conform zijn ‘geweten’ – het uitvoeren van de wil van de Führer. In zekere zin stelde Arendt hem dus te positief voor. Niet zijn gedachteloosheid was de drijfveer voor Eichmanns misdaden, maar zijn rabiaat racisme en antisemitisme. De banaliteit van het kwaad roept belangrijke ethische en juridische vragen op. Fundamenteel in het recht is toerekeningsvatbaarheid. Kan men iemand die geen onderscheid tussen goed en kwaad kan maken, veroordelen? Zo raakt Eichmanns zaak ook ieders rechtvaardigheidsgevoel. Een definitief antwoord op wat kwaad is, zal er nooit zijn. 

Klaas Rozemond probeert op academische wijze de complexiteit van het kwaad bloot te leggen. Het taalgebruik en vergaande diepgang maken dat Het menselijke kwaad voor een gespecialiseerd publiek bestemd is. Het boek draait soms in cirkels en een gevoel van herhaling dringt zich op. Dat is jammer, toch blijft het boek boeiend. Centraal staat de vraag: wie is de mens? De mens is in staat tot het belangeloos goede, tot zelfopoffering en liefde. Maar tegelijk kan de mens afdalen naar de diepste krochten van de hel – en dat geldt voor élk mens. Dat is de banaliteit van het kwaad. Zelf oordelen is het beste antidotum. Laat dit boek daartoe een oproep zijn. 

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Samenvatting

Aan de hand van de strafzaak tegen Eichmann onderzoekt filosoof en jurist Klaas Rozemond of de klassieke opvatting over het menselijke kwaad moet worden herzien.

Het morele bewustzijn van de dader is het klassieke kenmerk van het menselijke kwaad. Daarvan is sprake wanneer een mens welbewust schade aan anderen toebrengt, terwijl hij weet dat zijn gedragingen immoreel en misdadig zijn. In haar boek Eichmann in Jeruzalem stelt Hannah Arendt dat de oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann niet voldeed aan deze klassieke opvatting. Volgens Arendt miste Eichmann het vermogen om na te denken en te oordelen over zijn eigen misdaden. Hij was zich er niet van bewust dat hij door de deportaties van de Joden naar de vernietigingskampen te organiseren betrokken was bij een enorm kwaad.

In zijn boeiende boek bespreekt Klaas Rozemond onder meer Arendts opvatting over de banaliteit van het kwaad, Eichmanns verdediging, en het vonnis van de rechtbank in Jeruzalem. Daarnaast analyseert hij het geweten van nazi’s en andere Duitsers tijdens de Holocaust, het gehoorzaamheidsexperiment van Milgram, het kwaad van Kaïn uit de Bijbel en van Callicles uit de Gorgias van Plato, het idee van het radicale kwaad volgens Arendt en Kant, het kwaad van Auschwitz en Westerbork, en de opvattingen van hedendaagse filosofen over het kwaad. Zijn conclusie is dat de klassieke opvatting inderdaad moet worden herzien. Niet het morele bewustzijn van de dader, maar het oordeel van de rechter en de toeschouwers is bepalend voor de vraag of de dader een vorm van kwaad heeft begaan.

Klaas Rozemond is filosoof en jurist. Hij is auteur van het succesvolle Filosofie voor de zwijnen.

Toon meer Toon minder
€ 24,50

Verwachte leverdatum: dinsdag 09 juni


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789024430703
Verschijningsdatum
maart 2020
Druk
1
Aantal pagina's
272 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
730: Filosofie algemeen
Categorieën

Uitgever
Boom

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden