Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

De wandelaar

Auteur(s): Adriaan van Dis
Taal: Nederlands
0.2/5
2 recensies
De wandelaar
De wandelaar
De wandelaar

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Liliane Waanders

Nederland las… De wandelaar van Adriaan van Dis

[Column] Het zit er weer op. Het collectief dat Nederland heet, is uitgelezen. De komende elf maanden moet iedereen die dat durft weer helemaal op eigen kracht kiezen en lezen (en dat zal velen niet meevallen: de verantwoordelijkheid om in vrijheid de juiste keuze te maken, kan niet iedereen aan). Maar laten we niet op zaken vooruitlopen en het eerst nog even hebben over (de keuze voor) De wandelaar van Adriaan van Dis.

Met die keuze is niets mis, maar met de onderbouwing van die keuze wel:

“Er werd voor het thema ‘Over de grens’ gekozen omdat het leven van veel mensen zich het afgelopen jaar tussen vier muren heeft afgespeeld. Reizen hoeft niet altijd fysiek te gebeuren. Met een boek reis je immers in een mum van tijd van Jakarta naar New York en ben je maar een paar bladzijden verwijderd van 1924.”

Alsof De wandelaar over reizen gaat en Parijs als perfecte stedentripbestemming promoot.

Oké, er zullen het afgelopen jaar een meer dan gemiddeld aantal muren op mensen afgekomen zijn, en de behoefte om er even tussenuit te gaan zal navenant groot zijn geweest. Maar daar gaat De wandelaar niet over. Adriaan van Dis schreef een roman over een andere, een veel existentiëlere vorm van ontsnappen. De problematiek die hij in De wandelaar aansnijdt, is een wezenlijk andere.

Voor wie De wandelaar de afgelopen veertien jaar en ondanks Nederland leest nog niet las: De wandelaar gaat over een man die door een hond die uit een brandend huis springt kennismaakt met de zelfkant van de stad waar hij als rentenier is neergestreken en gedwongen wordt te kiezen: op de barricades gaan staan of zich terugtrekken onder zijn zinken dak.

De wandelaar gaat over mensen die om een heel andere reden dan hun eigen plezier grenzen oversteken, en dat maakt dat de roman sinds de verschijning in 2007 onverminderd actueel is. Dat zou de voornaamste reden geweest moeten zijn om De wandelaar te selecteren voor Nederland leest. Dan zou ‘Over de grens’ een statement van jewelste zijn en de goede verstaander zou begrepen hebben dat er een grens bereikt is.

Daar koos de CPNB niet voor – het speciaal voor Nederland leest geschreven gedicht El Viajero zegt: Nee! van Abdelkader Benali, en de vier door hem voor de campagne geselecteerde gedichtenIJstijd van Bart Chabot, De reiskameraad van Ida Gerhardt, Purmer van Gerry van der Linden en Trinidad van Cees Nooteboom, bevestigen dat en zelfs de volgorde van “Wat te lezen na De wandelaar van Adriaan van Dis”: eerst boeken over Parijs, daarna de boeken over honden in de literatuur, dan wandelboeken, en pas daarna titels over migranten, vluchtelingen en daklozen, onderstreept de nadruk op het recreatie van de zich verplaatsende mens.

(Veertien jaar geleden zag ik het zelf overigens ook nog niet zo scherp. In mijn eerste druk van de roman – waarin het woord passie in de geloofsbelijdenis van meneer Mulder nog niet vervangen is door hartstocht – vond ik de vragen terug die ik Adriaan van Dis in 2007 tijdens een interview stelde. Ik draaide toen behoorlijk om de hete brij heen. Ook al wilde ik het met hem hebben over engagement, gedrevenheid en ‘charitas’ en handelen versus lijdzaam toezien, ik stelde toch ook relatief veel vragen over anoniem inburgeren in Parijs, het dragen van een naam als summum van identiteit (in dat kader wilde ik weten of Nicolas Martin uit De wandelaar iets te maken heeft met Maarten uit Onder het zink: un abécédaire de Paris – die later als Marten zijn opwachting zou maken in Tikkop) en het verschil tussen schoonheid en heelheid. In mijn vragen komen de woorden migrant, vluchteling en dakloze niet voor. Ik was vooral bezig met het inpassen van De wandelaar in het oeuvre van Adriaan van Dis.)

Gelukkig staat het een lezer vrij om zelf accenten aan te brengen en klemtonen te leggen. En dat zullen ook al die lezers doen die dankzij Nederland leest voor het eerst kennismaakten met de schrijver Adriaan van Dis (dat zijn er toch nog vrij veel, maak ik op uit de reacties op de site van Nederland leest) en door hem gedwongen worden na te denken over wat hij in zijn roman ter sprake brengt.

Deze lezer las in de looptijd van Nederland leest behalve De wandelaar nog twee boeken over mensen op de vlucht. Het eerste – Sirius van Hans Mirck – gaat over een man en een hond en/of een man die honds behandeld wordt. In honderd korte teksten – die voor prozagedichten door kunnen gaan, maar niet per se zo gelezen hoeven te worden – maakt Hans Mirck op indringende wijze duidelijk hoe mensonterend man, hond en man/hond behandeld worden.
In De gelijktijdigheid der dingen van Frouke Arns kruisen de wegen van twee vluchtelingen. De ene steekt anno nu onder ijzige omstandigheden per fiets de grens tussen Rusland en Noorwegen over, de ander,  zelf al lang geleden van huis en haard verdreven, biedt hem onderdak.

En ik las – eindelijk – het gedicht De wandelaar van Martinus Nijhoff:

“Mijn eenzaam leven wandelt in de straten,
Langs een landschap of tussen kamerwanden.
Er stroomt geen bloed meer door mijn dode handen,
Stil heeft mijn hart de daden sterven laten.

Kloosterling uit den tijd der Carolingen,
Zit ik met ernstig Vlaamsch gelaat voor ‘t raam;
Zie menschen op een zonnig grasveld gaan,
En hoor matrozen langs de kaden zingen.

Kunstenaar uit den tijd der Renaissance,
Teken ik ‘s nachts de glimlach van een vrouw,
Of buig me over een spiegel en beschouw
Van de eigen ogen het ontzaglijk glanzen.

Een dichter uit den tijd van Baudelaire,
– Daags tusschen boeken, ‘s nachts in een café –
Vloek ik mijn liefde en dans als Salomé.
De wereld heeft haar weelde en haar misère.

Toeschouwer ben ik uit een hoge toren,
Een ruimte scheidt mij van de wereld af,
Die ‘k kleiner zie en als van heel ver-af
En die ik niet aanraken kan en horen.

Toen zich mijn handen tot geen daad meer hieven
Zagen mijn ogen kalm de dingen aan:
Een stoet van beelden zag ik langs mij gaan,
Stil mozaïekspel zonder perspectieven,”

omdat – volgens Nederland leest – de titel van de roman van Adriaan van Dis herinnert aan het gedicht van Martinus Nijhoff uit zijn debuutbundel De wandelaar. Een van de discussietips/leesclubvragen luidt: ‘In hoeverre vind je Mulder lijken op de wandelaar uit het gedicht?’

Ik weet het niet, maar “Mijn eenzaam leven wandelt in de straten” is een prachtig beeld. Een beeld dat kan slaan op een schrijver die zijn woonplaats verkent, op meneer Mulder die in het kielzog van le chien zijn geweten moet aanspreken én op de migranten, vluchtelingen en daklozen om wie het in De wandelaar van Adriaan van Dis uiteindelijk gaat.

Overigens: de wandelaar in De wandelaar is niet meneer Mulder, maar le chien.

Eerder verschenen in Bazarow Magazine

Recensie door: Pieter Wybenga
4/5

Een beetje goed doen

Er zijn waarschijnlijk twee fases in het leven waarin wij met open en kritische blik de wereld tegemoet treden. In onze jonge jaren, als de haren nog wild zijn, voordat de baan, het koophuis en de kinderen zich aandienen. En als de haren inmiddels grijs geworden zijn en er weer tijd is om verder te kijken dan de directe omgeving. Die eerste fase kenmerkt zich volgens het stereotype beeld door idealisme – alhoewel onze generatie ervan beticht wordt dit te ontberen -, de laatste fase eerder door nihilisme. Mulder, het hoofdpersonage uit De wandelaar, de nieuwe roman van Adriaan van Dis, wordt plostklaps die laatste fase binnengetrokken.

Mulder is een welgestelde, schoonheid minnende, smetteloze en smetvrezende Nederlander die in Parijs zijn dagen slijt, of eerder eigenlijk zijn schoenzolen. Want wandelen is alles wat hij doet. Hij leeft van een ruime erfenis en werkt niet. Op een van zijn wandelingen, waarbij hij doelbewust altijd de mindere buurten mijdt, wordt hij toch daarnaar toe getrokken. Een grote brand woedt in een pand vol illegalen. Tijdens de chaotische situatie springt een hond uit het brandende gebouw en op Mulder, die hij direct als zijn nieuwe baasje lijkt te aan te nemen.

En Mulder hem. Het beest heeft haast iets menselijks en Mulder, zijn smetvrees ten spijt, neemt hem liefdevol op, wast hem en neemt hem vanaf dat moment mee op zijn wandelingen. En die veranderen daardoor nu drastisch van karakter. De hond blijkt bevriend te zijn met al het uitschot van Parijs. Tijdens de wandelingen loopt Mulder nu mensen tegen het lijf die hij eerder niet zag staan, en zij hem niet. De hond bespringt enthousiast zwervers en illegalen. Mulder krijgt door de hond een nieuwe wereld te zien. En Mulder schrikt ervan, weet niet wat hij ermee aan moet en voelt zich schuldig als hij al die ellende ziet. Hij wil helpen, goed doen, zijn lege bestaan zin geven.

Van Dis lijkt daarmee een clichématig zwart-wit beeld neer te zetten – het rijke westen versus de arme verschoppelingen van elders – waaruit de lezer lering dient te trekken. Een boodschap die we allemaal wel uit de kranten kennen en die we, tenzij beklemmend beschreven, niet ook nog eens in een roman hoeven te lezen. En Van Dis doet in het begin van de roman ook geen moeite het zwart-wit beeld te nuanceren. Het hoofdpersonage alleen al. Zijn afkeer van lelijkheid en vuil, zijn rijkdom. Daarnaast put Van Dis uit allerlei recente gebeurtenissen die de tegenstellingen in deze wereld zo benadrukten: aangespoelde Afrikaanse vluchtelingen op Spaanse eilanden, aanslagen op rechtse politici, verwoestende tsunami’s, en natuurlijk de brandende buitenwijken van Parijs, ze komen allemaal aan bod. En om het nog maar allemaal extra nadruk te geven spelt Van Dis het in de eerste hoofdstukken voor de lezer uit:

‘De hond zweeg. Maar zijn ogen zeiden: Ik lik een bedelaar en jij wast mijn snuit.

Je ziet hoe iemand dood wordt getrapt en maakt je zorgen over de vouw in je broek.

Je geeft geld aan zwervers, maar durft ze geen hand te geven.

Je aait mij, maar je aait ook de dertig jassen in je kast.’

Het clichéverhaal zou compleet zijn als Mulder zijn ogen geopend werden en zijn oude leven achter zich zou laten. Dit gebeurt ook wel deels. Mulder ontwikkelt een soort tweede ik, Nicholas Martin, de goede Mulder. Martin was in het echte leven ook een weldoener getuige een plaquette die Mulder op zijn wandelingen tegenkomt. Martin overleed toen Mulder geboren werd. En onder die naam kent iedereen in de nieuwe wereld die Mulder leert kennen hem ook, want zo stelde hij zich voor toen hij de hond in de armen geworpen kreeg. Maar tot hier reikt het cliché en langzaam sluipt de nuance in De wandelaar.

Want Mulder blijft Mulder. Met het verstrijken van de pagina’s laat hij steeds meer mensen weten dat hij niet Nicholas Martin heet maar Mulder, die zijn smetvrees blijft houden, en die schoonheid hoog in het vaandel heeft. Zeker, hij heeft oog gekregen voor alle ellende die zelfs het mooie Parijs rijk is, en hij geeft geld aan verschillende verschoppelingen, hij bekostigt zelfs een vals paspoort. Maar veel van zijn goede bedoelingen worden ook anders geïnterpreteerd. Hij doet uiteindelijk goed om zijn schuldgevoel weg te poetsen, meer niet. Sommige van de verschoppelingen blijken zich trouwens ook prima te redden en in al hun eenvoud gelukkig te zijn. Het grensgebied van de tegenstelling vervaagt geleidelijk. En het is die geraffineerde manier waarop de nuance in een ogenschijnlijk zwart-wit verhaal sluipt die deze roman zo de moeite waard maakt.

Aan het eind komt die nuance totaal aan de oppervlakte wanneer Mulder, een atheïst op zoek naar zingeving, weer eens met de drankverslaafde pater waarmee hij langzaamaan bevriend raakt om de tafel zit. Mulder is niet gediend van de eenkennige boodschap dat wij westerlingen al het leed van de wereld veroorzaken met onze hebberigheid: ‘Mulder verloor zijn geduld. “Ik ken uw boetepreek: bloed en rampspoed over ons. We moeten beter delen, zo niet dan gaan we aan ons egoïsme ten onder.”’ En zo wil ook Van Dis met De Wandelaar geen boetepreek af steken. In dat zelfde gesprek komt dan ook de werkelijke aard van het boek om de hoek zetten. Mulder blijkt namelijk ten slotte een tevreden nihilist.

‘“Ik geloof in de verbeelding van mensen. In een paar geniale uitvinders die onze hersens oprekken en ingesleten sporen verbreden om ons bestaan op de planeet te veraangenamen. […] Ik geloof in de mens die er per ongeluk is en er het beste van probeert te maken. […] Ik geloof in een beetje goed doen.’’’


Eerder verschenen op Recensieweb

Samenvatting

Een man krijgt bij een brand een hond in zijn schoot geworpen. Een hond die een andere wereld voor hem opent: die van vluchtelingen, illegalen en zwervers. Het verandert Parijs, het verandert de man: hij wil helpen, goed doen. Maar alles wat hij doet pakt anders uit.

€ 17,50

Verwachte leverdatum: vrijdag 28 januari


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789025443832
Verschijningsdatum
oktober 2014
Druk
16
Aantal pagina's
pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Thema's
  • Fictie
  • Fictie: algemeen en literair
  • Moderne en hedendaagse fictie
Categorieën

Uitgever
Atlas Contact, Uitgeverij

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden