Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Geteld, geteld

LJ Veen Klassiek

Auteur(s): Miklós Bánffy
Taal: Nederlands
0,2375/5
2 recensies
Geteld, geteld
Geteld, geteld
Geteld, geteld

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Tea Lierop van
5/5

Intens mooie vertelling over aristocratie, hartstocht en politiek

[Recensie] Deel twee, Te licht bevonden, van de Transsylvaanse trilogie is dit jaar (2020)  als 100e titel gepresenteerd in de Schwob-actie. Hoog tijd om te starten met het eerste deel Geteld, geteld en kennis te maken met het werk van Miklós Bánffy. Als telg van een van de machtigste geslachten in Transsylvanië is hij bij uitstek geschikt het leven te schetsen in de tijd waarin hij leefde. De Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie is vanaf 1867 een feit en Hongarije bloeit op door de bevoorrechte positie die hen toebedeeld werd. De macht van de aristocratie is in de jaren voor WOI nog aanzienlijk, maar de eerste scheurtjes worden al zichtbaar wanneer andere nationaliteiten zich beginnen te roeren, ook zij willen zich manifesteren en hun taal en cultuur behouden.

Geteld, geteld is een lijvige roman met veel beschrijvende inhoud. De uitgebreide weergave van politieke situaties, familiebetrekkingen, landschappen, het (jacht)leven van de aristocratie en het liefdesleven maken het boek zo intens. De auteur geeft door deze gedetailleerdheid de lezer de tijd zich volledig in te leven in de tijd, de personages, het donkergroen van de wouden, de kleuren van de velden, de rokerige entourage in de gokhuizen en de passionele manier waarop de liefde bezongen wordt.

“Wat de zeldzame perfectie van deze tafel tot een hoogtepunt verhief, was echter niet de schoonheid van de voorwerpen, niet het porselein, het kristal of de bloemencompositie, zelfs niet de uitgelezen keur aan voedsel en wijn, maar het contrast tussen de koele, in blinde duisternis gehulde kamer en de weelderige flonkering van de tafel.László voelde dit onmiddellijk toen hij naast een van de oude vrijsters ging zitten. De inrichting, het lichtcontrast was een triomf van mensenkennis en zinnelijkheid. Achter zijn rug was een donkere schemering, hij rilde toen hij plaatsnam. Het zwijgend bedienende personeel was onzichtbaar, alleen werd er zo nu en dan een schaal gepresenteerd die daarna meteen weer naar achteren, in het donker verdween.”

De harde werkelijkheid waarmee de niet rijken te kampen hebben contrasteert met de decadente levenswijze van de bevoorrechte klasse. Toch krijgen alle personages hun eigen beeldende beschrijvingen in Bánffys schitterende taalgebruik, elke pagina is alleen om die reden al een feest om te lezen. Het boek dwingt tot langzaam lezen, anders zou een groot deel van het verhaal en de taal verloren gaan. Transsylvanië spreekt tot de verbeelding, het is een historische streek die bekend is vanwege Dracula van Bram Stoker, een gothic horrorverhaal uit 1897. Moeiteloos zijn de verhaallijnen te volgen. De twee hoofdpersonages Bálint Abády  en László Gyeroffy vormen het kader van het verhaal. Aan de hand van hun leven worden familiebetrekkingen verklaard, komen corrupte praktijken aan het licht, wordt duidelijk welke gevolgen verslavingen kunnen hebben en wat dat vervolgens met de directe omgeving doet. Onverschrokken laten de jongeren zich leiden door hun hartstocht en passie, laverend tussen goed en kwaad en risicovol gedrag.

Bálint en László zijn verwant aan elkaar en bevriend. László is bedachtzaam en streeft, via de politieke weg,  Transsylvanië tot eenheid te smeden en het lot van de boeren te verbeteren. Zijn neef is de verkwister, de gokker en staat model voor het verval van Hongarije. Hun verwevenheid toont aan hoe moeilijk het is een systeem om te buigen, er zijn keer op keer krachten aan het werk om het goede te saboteren. Politiek komt uitgebreid aan de orde, het wordt goed zichtbaar hoe ontevredenheid zijn weg vindt naar nationalisme. Mannen met invloed en een vlotte babbel weten lotgenoten te overtuigen en aan zich te binden.

“Hij (Bálint Abády tvl) probeerde vertier te vinden in deze debatten en in het zorgeloze nachtleven, maar hij verveelde zich bij het gekweel van de viool, de meisjes van plezier interesseerden hem maar matig, en ook het politieke debat intrigeerde hem niet echt, want hij stelde vast dat er steeds in kringetjes werd rondgelopen, steeds rondom dezelfde leuzen, zonder enig concreet plan of levensvatbaar program.”

Tegenstellingen in de politiek worden wonderschoon afgewisseld met passages over interieurs, muziek, literatuur, cultuur en folklore. Het landgoed Dénestornya waar Bálints moeder, Rosa, woont heeft vele hectaren grond, maar geld heeft Rosa niet. Daarom komt het goed uit dat hij weer thuis komt wonen na zijn studie, vanuit zijn thuisbasis kan hij de politiek in en kost het haar geen toelage meer. Een inkijkje in het beheer van zo’n groot landgoed legt de gevoeligheid voor malversaties bloot. Eerst het vertrouwen winnen, daarna komt de afhankelijkheid en tenslotte het misbruik. 

Prachtig zijn de verhalen over Bálints vader en grootvader. De vader leeft niet meer, maar opa wel en nog steeds hebben die twee een prima band. Als klein jongetje kwam hij steevast voor het lekkere versgebakken roggebrood. Dit soort warme verhalen over relaties, jeugdherinneringen en de belangstelling voor techniek die opa overbracht op zijn kleinzoon geven dit boek een fijne menselijke pure laag. De bijzondere omgeving die, ondanks dat veel grond gecultiveerd is, toch ongerept aandoet, zorgt voor een geweldig decor. Het uitgestrekte van de landerijen en de soms tot ruïne vervallen gebouwen geven het landschap iets nostalgisch, een gevoel dat de auteur goed weet over te brengen. Hij kon putten uit tal van autobiografische bronnen.

De onbereikbare Adrienne is Bálints grote liefde. Al vroeg in het boek komt deze ongetemde vrouw ter sprake, ze kennen elkaar al erg lang en de aantrekkingskracht spat van de pagina’s af. Maar het is geen liefdesromannetje, deze liefde krijgt een opmerkelijk verloop, net als andere relaties in deze prachtige, krachtige roman. Op naar deel twee!

“‘Hoe kan dat? Is de gravin niet bij de mis?…’ vroeg Bálint terwijl hij zich tot Adrienne wendde. De aanblik van haar gezicht verbaasde hem. Het leek alsof er een schitterend licht door haar huid scheen – haar kin omhoog, haar grote, gele ogen wijd opengesperd. Bijna een Medusamasker, beangstigend en prachtig! Alsof een valsaardig binnenpretje haar lippen vaneen deed wijken. Zo volgde ze met haar blik het wandelende stel en antwoordde niet zolang die twee niet om de bocht waren verdwenen.”

Eerder verschenen op Metdeneusindeboeken

Recensie door: Jan Koster
4,5/5

De wereldverbeteraar en de verkwister

[Recensie] In Geteld, geteld heeft Miklós Bánffy een bijna vergeten tijdperk op een schitterende manier tot leven gewekt. Het is het eerste deel van de Transsylvaanse trilogie die zich afspeelt in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog. In die periode behoorde Transsylvanië tot het Hongaarse deel van de Habsburgse Dubbelmonarchie. Politiek is het al onrustig, de feestende adel heeft geen benul van de nakende ondergang van het immense rijk.

In het nawoord vertelt Jaap Scholten dat de voorspelbare politieke en geschiedkundige aardverschuiving de belangrijkste motivatie was voor Bánffy om dit boek te schrijven. Niet zozeer in verband met de Eerste Wereldoorlog maar vooral omdat men er nauwelijks blijk van gaf er iets van te hebben geleerd. Toch is het geen politieke roman, het speelt een rol, een wezenlijke, maar wel op de achtergrond. Het zicht erop wordt belemmerd door intense en beeldende beschrijvingen van het lege leven van de aristocratie. Juist dat benadrukt het pijnlijke onbenul van de heersende klasse die vrijwel alleen maar oog heeft voor dagenlange feesten, jachtpartijen, danspartijen waarop hevig wordt geroddeld en huwelijken en allianties worden bekokstoofd, en gokken, heel veel gokken.

In die zin zou je Geteld, geteld kunnen lezen als een maatschappijkritische roman. Maar het is toch vooral een vertelling over het ongelukkige liefdesleven van twee neven. De ene is Bálint Abády, de ander László Gyeroffy  

Bálint Abády

De eerste valt voor een getrouwde vrouw, Adrienne Miloth. Deze is overhaast getrouwd maar zij krijgt al snel spijt van dat huwelijk, dat vanaf de eerste nacht een grote mislukking is. Scheiden is echter onmogelijk en zij moet het maar uitzingen. Zij verpietert en leeft alleen op als Bálint en zij elkaar ontmoeten. Vroeger hadden zij een hechte band die gebaseerd was op gedeelde intellectuele en culturele interesses, maar hun leven ontwikkelde zich langs verschillende wegen.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en als zij elkaar eindelijk weer eens zien op een groot feest dan is er nog steeds die aantrekkingskracht. Aanvankelijk treffen zij elkaar heimelijk, later steeds openlijker. Hun liefde is geen geheim meer en zelfs de echtgenoot van Adrienne weet ervan. Sterker nog: hij maakt allerlei stekelige toespelingen dat hij er nauwelijks moeite mee lijkt te hebben. Hij gaat verder zijn eigen gang en bemoeit zich nauwelijks met hen. Dit is een bijzonder fascinerend aspect dat de fantastische vertelkwaliteit van deze auteur kenmerkt. Want zonder het met zoveel woorden te zeggen zinspeelt hij ook op andere aspecten van dat ongelukkige huwelijk.

Bánffy beschrijft uitgebreid de omzichtige pogingen van Bálint om zijn uiteindelijke doel te bereiken. Tijdens dat “proces” blijkt de wispelturigheid van deze dame, maar er zijn ook andere redenen dat zij de boot afhoudt. Fascinerend goed beschreven!

Tussen de bedrijven door is Bálint met zijn politieke loopbaan bezig. Bálint ontwikkelt zich tot een wereldverbeteraar die zich opwerpt als beschermer van de werkende klasse en het daardoor aan de stok krijgt met corrupte notabelen.

László Gyeroffy 

Zijn liefdesgeschiedenis is minder gedetailleerd, beknopter. Ondanks hun goede vriendschap is hij een heel ander persoon dan neef Bálint. László is begonnen aan een rechtenstudie maar die stopt hij omdat zijn hart uitgaat naar de muziek. Hij stroomt in in een serieuze opleiding maar hij heeft een enorme achterstand in te halen. Het lukt hem en hij weet zelfs enig succes te bereiken. Hij raakt verliefd op een jongedame en het is wederzijds. Ook hier is er een complexe situatie. Er is een moeder die andere plannen met de jongedame heeft, maar er is meer. László is iemand die sowieso zeer goed in staat is om zijn glazen in te gooien, maar dit doet hij op waarlijk glorieuze wijze!

Deze liefdesgeschiedenissen zijn de twee overheersende verhaallijnen in Geteld, geteld, met op de achtergrond de politieke verwikkelingen. Bánffy gebruikt het als kapstok om het lege leven van die aristocratie te beschrijven en dat doet hij uitstekend. Het gekonkel en gemanipuleer van ouders die hun kinderen aan een geschikte partij willen koppelen, becommentarieerd door malicieuze roddeltantes, is fascinerend. Dat geldt ook voor het verloop van de feesten die meerdere dagen en nachten duren, die volgens vaste rituelen verlopen, beschaafd beginnen en vaak liederlijk eindigen. En er zijn natuurlijk de uitwassen. Dronkenschap, politiek gekonkel in achterkamertjes met ingrijpende gevolgen, gokken en kaartspelen met torenhoge, levensbedreigende inzetten, duels om niets, het is er allemaal.

Slechts één aanmerking heb ik op dit schitterende boek en dat is de ongelooflijke hoeveelheid overbodige details. Dan heb ik het niet over de prachtige, bijna poëtische beschrijvingen van de natuur. Ook niet over de lyrische manier waarop de hoofdpersonen hun gevoelens van liefde uiten. De romantiek spat van de pagina’s. Wel over het enorme aantal personages dat een naam krijgt en die tot in detail worden beschreven en getypeerd terwijl zij verder volkomen irrelevant zijn.

Als Bánffy daarmee wat zuiniger zou zijn geweest zou dat de leesbaarheid nog meer ten goede zijn gekomen. Het is slechts het enige kleine minpuntje dat kleeft aan het verder bijzonder imponerende Geteld, geteld.

Eerder verschenen op JKleest.nl

Samenvatting

Graaf Miklós Bánffy kende de wereld van de Hongaarse adel van vóór de Eerste Wereldoorlog van binnenuit – de politiek en partijen, het protocol en de etiquette, de diplomatie en liefdesaffaires. Deze wereld vormde de inspiratie voor zijn ‘Transsylvaanse trilogie’.

In ‘Geteld, geteld’ speelt het verhaal van de deels op Bánffy geënte graaf Bálint Abády en zijn eveneens adellijke neef zich af in Hongarije en Transsylvanië, tussen eeuwenoude bomen en kastelen, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Abády wordt de pleitbezorger van een groep Roemeense boeren op een afgelegen landgoed, terwijl zijn neef zijn fortuin aan de goktafel verspilt.

Jachtpartijen op landgoederen, turbulente scènes in het parlement, het luxeleven in Boedapest: de wereld van de jongemannen wordt op authentieke, ironische en liefdevolle wijze bezongen in ‘Geteld, geteld’.

Toon meer Toon minder
€ 25,00

Verwachte leverdatum: donderdag 21 oktober


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789025458652
Verschijningsdatum
november 2019
Druk
4
Aantal pagina's
672 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
302: Vertaalde literaire roman, novelle
Thema's
  • Fictie
  • Fictie: algemeen en literair
  • Klassieker
Categorieën

Uitgever
Atlas Contact

Vertaald door
Rebekka Herman Mostert

Meer van deze serie

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden