Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Branduren

Auteur(s): Cobi van Baars
Taal: Nederlands
0,2125/5
3 recensies
Branduren
Branduren
Branduren

Recensie

Aantal recensies: 3

Recensie door: Jan Stoel
4,5/5

De ‘Branduren’ van het leven

[Recensie] Als je kijkt op de website van schilder/schrijver Cobi van Baars dan valt op dat in haar werk woord en beeld altijd een rol hebben. In haar schilderijen vertelt ze verhalen over diepe menselijke emoties. In haar drie tot nu toe verschenen romans speelt (het omgaan met) gevoelens een centrale rol. Vertrouwen en wantrouwen, de worsteling van personages met zichzelf, gemis en verlies, liefde, herinneren zijn terugkerende thema’s. Zowel in haar beeldend werk als in haar literaire werk weet ze je te raken, te ontroeren, neemt ze je mee in de complexiteit van de menselijke psyche. Ze doet dat in een taal die enerzijds toegankelijk is en anderzijds de verbeelding aan het werk zet.

Branduren is een pareltje. Het bestaat uit twee delen ‘Begin’ en ‘Einde’.

“Als de wijze van geboorte bepalend is voor wat volgt, hoe zit het dan met sterven?”

Rondom geboorte en sterven komen de personages uit het verhaal bijeen. Het zijn momenten van herinneren én van vooruitkijken. Het zet de verhoudingen tussen de familieleden op scherp. Een geblakerd notitieboek siert het omslag, een perfecte keuze, zo blijkt als je het boek gelezen hebt. Woord en beeld vallen hier weer samen. De eerste zin zet je meteen aan het denken. Een brand? Wat is er gebeurd? Wat heeft dit voor consequenties gehad?

“Naomi is van na de brand. Van haar bestaat alles nog.”

En een paar bladzijden verder staat:

“Denken aan Naomi. Herinneren.”

Barbara, de moeder van Naomi, spreekt deze zinnen voor zichzelf uit. Naomi moet bevallen van haar eerste kind. Net als Barbara wacht de hele familie op het heugelijke moment: Naomi’s vader Gerrit, Bient (de dove echtgenoot van Naomi), Ttjiske en Michel, de ouders van Bient. De handeling van het verhaal ontwikkelt zich vanuit het ik-perspectief van deze zes personages. Dezelfde gebeurtenissen worden vanuit een ander perspectief belicht. Die herhaling is nergens storend, maar zorgt voor nieuwe invalshoeken en laat ook de psychologische ontwikkeling van deze personages zien: hoe hun verhouding tot elkaar was en is, hoe ze in het leven staan, hun wensen, emoties, teleurstellingen. Door hun ogen ontvouwt zich het verhaal. Barbara die totaal veranderd is door een traumatische gebeurtenis. Haar man Gerrit die Barbara alleen nog als zijn muze ziet en zich, gedichten schrijvend, opsluit in zijn werkkamer. Bient die moet promoveren. Tjitske en Michel de schoonouders die allebei ik het onderwijs actief. Michel beleeft een hekel aan zijn werk. En Naomi die werkt als fysiotherapeute.

Evenals in haar eerdere romans is er bij Van Baars ook nu een link naar de kunsten. Op de cover van haar debuutroman (Schipper & Zn) stond een schilderij van Armando. In Het krakende ei was er een rol voor het werk van Lucebert. In Branduren is het dichter H.H. ter Balkt die resoneert. De dichtregel “Het stof dat je meezeult, wordt je op een dag te veel” uit de dichtbundel Vuur geeft richting aan het verhaal.  Vuur staat voor oerkracht, voor groei en afbraak. Ter Balkt zei in 2005 in een interview in Vrij Nederland over de bundel: “Een dichter is een vat vol vonken. Die kunnen lang onder het as liggen, het vuur lijkt snel uitgetrapt. Maar altijd blijken er weer vonken over te zijn”. Dat past precies op het verhaal van Branduren. Gerrit leest in de krant, aan het begin van de roman, dat Ter Balkt is overleden. Dat was op 9 maart 2015. Dit geeft meteen aan wanneer de roman speelt. Gerrit vindt het een prachtregel: “Een half leven samengebald in twaalf woorden.” Dat geldt voor hem ook voor de regel “Poëzie werd de drempel van het gesticht.” Ook deze regel is door Van Baars goed gekozen en heeft eveneens een functie in het verhaal. In het tweede gedeelte van het verhaal is er de dichtregel van Gerrit Kouwenaar als Gerrit denkt over het einde van het leven: “Je landschap werd oud” (uit de bundel Volledig volmaakte oneetbare perzik’).

De geboorte van de dochter van Naomi en Bient, met name als ze de naam Lonneke krijgt, is zo’n vonk die het vuur weer aanwakkert. Zo wordt de geboorte meer dan alleen het begin van een nieuw leven. Lonneke is net als haar vader doof. Die doofheid is een motief dat doorwerkt in ‘het doof zijn voor elkaar’. In het tweede deel van de roman ‘Het Einde’ gaat het vooral over hoe dingen heel anders gelopen zijn dan verwacht, maar ook over rust vinden, je overgeven. Over de duur, de ‘branduren’, van het leven. De gevoelens van de personages, het verlangen naar geluk, de herinneringen, het verval, de relaties ten opzichte van elkaar zijn steeds weer nieuwe vuurhaardjes die Van Baars laat ontstaan. Het einde kan ook een nieuw begin betekenen. Dat wordt duidelijk in de ontknoping van het verhaal.

“Helderwitte stilte dat is mijn beeld. Wit dat naarmate je verder gaat steeds totaler wordt. Wit dat je opneemt, herbergt. Wit dat je wordt. Dat jou wordt. Zonder grens. Zonder onderscheid.”

Branduren is zorgvuldig opgebouwd. Cobi van Baars formuleert precies. Alsof ze aan het schilderen is: iedere streek met de kwast moet raak zijn, ieder woord moet op de goede plek staan. Pas dan krijg je een sterke compositie, een verhaal dat overtuigt. Net zoals in haar beeldend werk weet ze ook in literaire zin de kern te raken. In haar stijl spelen geuren, kleuren, en haast fotografische observatie een rol. Ze werkt met subtiele nuances in taal, weet te ontroeren.  Als Naomi haar ongeboren kind ervaart: “Ik leg beide handen op de plek waar al dagen haar ruggetje zit. Onder mijn palmen schuiert ze, ze lijkt zich te nestelen.”  Even verder staat: “De baby beweegt. Ik streel de plek waar haar ruggetje zit. Ze schuiert tegen mijn palmen.” Net iets anders geformuleerd, waardoor de verandering in de beleving van Naomi geïllustreerd wordt.

Branduren is een psychologische roman vol vonkjes waar je warm van wordt en dat je aanzet tot reflectie. Rijk, vol gevoel geschreven, veelomvattend, meeslepend. Klasse!

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub Van Alles

Recensie door: Jan Stoel

“Als het verhaal het wil, gebeurt het vanzelf”

[Interview] Ze bouwt gestaag verder aan een fijnzinnig oeuvre: stijlvol, to–the-point, met diepte, beeldend, met veel gevoel geschreven. Ik heb het over Cobi van Baars. Haar debuutroman Schipper & Zn. verraste me destijds positief. Haar tweede roman kreeg prima kritieken. Nu is er Branduren. Een roman van grote schoonheid. Ook in deze roman – en dat is een constante in haar oeuvre – gaat het over relaties tussen mensen. Ze verkent de diepte en de complexiteit van de menselijke geest, stelt existentiële vragen, beschrijft emoties, gevoelens. Altijd is er die opening naar de verbeelding. Ze formuleert zorgvuldig, geen woord teveel, gebruikt een zeer toegankelijke taal en benut de rijkdom van de taal met prachtige formuleringen. Cobi van Baars is een dubbeltalent: ze schrijft en schildert. En ze heeft iets met dubbeltalenten, zoals je zult merken in het interview dat ik met haar had. Haar werk, zowel beeldend als literair, geeft stof tot nadenken. In Branduren is misschien deze zin wel de kernzin: “Als de wijze van geboorte bepalend is voor wat volgt, hoe zit het dan met sterven?” Alleen al het woord ‘Branduren’ zet je aan het denken en is voer voor meerdere interpretaties. De auteur wilde graag meewerken aan een interview en ik koos als vertrekpunt haar dubbeltalent. Kijk vooral ook naar haar beeldend werk op www.cobivanbaars.nl  

Je studeerde moderne Nederlandse taal en letterkunde en studeerde af op de relatie tussen literatuur en beeldende kunst. Je studeerde af op het fenomeen dubbeltalenten. Waarom en kun je iets over dat afstudeeronderwerp vertellen?  

De ingang was heel persoonlijk. Ik ben Nederlands gaan studeren om schrijver te worden, maar aan het einde van mijn studie had ik nog steeds geen idee hoe ik dat schrijverschap aan moest gaan. Ook mijn beeldend werk kwam destijds niet van de grond. Niets intrigeerde mij meer dan kunstenaars die niet één maar zelfs twee disciplines aan de gang kregen. Het bleek een fascinerend onderwerp. Hoe verhouden de verschillende talenten zich tot elkaar, vroeg ik me af. De kunstenaar blijkt daar soms een heel ander idee over te hebben dan de toeschouwer of de lezer. Een kunstenaar kan denken dat zijn talenten niets met elkaar te maken hebben, dat hij of zij twee volstrekt verschillende dingen doet, terwijl een kijker of lezer allerlei verbindingen ziet. Dat verschil in visie kwam ik nu zelf tegen in recensies over Branduren. Een paar keer wordt de ‘nadruk op de handen’ genoemd als verbinding naar mijn beeldend werk. Ik ben me daar totaal niet van bewust geweest.  

Je bent zelf ook zo’n dubbeltalent. Je bent na je letterenstudie naar de kunstacademie gegaan. Hoe heeft zich dat dubbeltalent ontwikkeld?  

Ik beschouw mezelf niet als een echt dubbeltalent. Ik reserveer die term voor kunstenaars die twee gelijkwaardige oeuvres hebben, die niet tussen hun talenten zouden kunnen kiezen. Ik kan dat wel. Ik beschouw mezelf als een schrijver die jarenlang schilderde. Terugkijkend denk ik dat ik het schilderen nodig heb gehad om het schrijven aan de gang te krijgen. Ik heb op de kunstacademie ook alleen een zaterdagopleiding gedaan, heel vrijblijvend, terwijl ik mijn studie Nederlands ten volle heb benut. 

Loopt schilderen en schrijven bij jou door elkaar of  wisselen perioden van schrijven zich af met perioden van schilderen?  

Nee, ze lopen niet door elkaar. Ik heb jaren geschreven en ben daarna jaren gaan schilderen omdat ik niet verder kon met mijn manuscript. De enige periode waarin ik de dingen naast elkaar deed, was het jaar waarin ik abstracte schilderijen maakte. Dat was heel fijn om te doen, heel fysiek, maar ik miste iets. Ik miste de verhalen die ik voorheen in mijn schilderijen verwerkte.  

Op de cover van je debuut Schipper & Zn. (2017) stond Der Zaun van Armando. Een hek, een prachtig beeld omdat het in dat debuut ook ging om iets dat tussen mensen stond, de grens tussen vertrouwen en wantrouwen. Waarom heb je gekozen voor dit schilderij van Armando, overigens ook een dubbeltalent?  

Armando is inderdaad een dubbeltalent, hij is één van de kunstenaars op wie ik afstudeerde. Ik hou enorm van zijn werk, het raakt heel direct. Toen ik met mijn uitgever Tilly Hermans over het omslag voor Schipper & Zn. sprak, stelde zij Armando voor – ze kende hem goed, geeft zijn poëzie uit. We spraken af dat ik op internet het werk zou uitkiezen dat ik het meest geschikt vond en dat zij vervolgens zou uitzoeken of die afbeelding beschikbaar was. Stel het je vooral voor. Die man heeft jaren en jaren geschilderd, dat oeuvre is gróót en ik zoek daar één werk uit. Ik koos dit hek. Omdat ik het prachtig vond van zichzelf, omdat het thematisch paste (want het verhaal gaat grotendeels over rommelige grenzen) maar ook omdat er in het boek daadwerkelijk zo’n hek getimmerd wordt. Tilly ging ermee aan de gang en wat bleek? Het doek hing bij iemand die ook een schilderij van mij in huis heeft!  

In je tweede roman Over het krakende ei (2019) is er ook de verbinding met een dubbeltalent. In dit geval Lucebert. De titel is gebaseerd op de eerste regel van zijn gedicht Poëzie is kinderspel.  

over het krakende ei 
dwaalt een hemelse bode 
op zoek naar zijn antipode 
en dat zijt gij 

Een goedgekozen gedicht volgens mij omdat het beeld van het ei zoveel betekenissen kan hebben: het allereerste begin en als een ei kraakt geeft dat aan dat er zich iets gaat ontwikkelen. Het gaat dus om het menselijk bestaan tussen geboorte en sterven. De keuze voor dat gedicht heeft natuurlijk te maken met de inhoud van de roman. Maar ook met jezelf en je creatieve ontwikkeling? Je maakte een serie schilderijen geïnspireerd op Lucebert met het thema ei en oer’.  

In veel van mijn werk is ‘scheppen’ een thema. In mijn boeken komen schrijvers en een schilder voor en in mijn schilderijen gaat het ook vaak over ontvangen en ontstaan. Het ei past mij als symbool. 

De symboliek van het ei zie ik ook terug in je nieuwe roman Branduren. Je verwijst naar het werk van H.H. ter Balkt. De dichtregel “Het stof dat je meezeult, wordt je op een dag te veel” uit de dichtbundel Vuur is als het ware het leitmotief in je roman. Ter Balkt is geen dubbeltalent, volgens mij.  

Inderdaad, maar daar selecteer ik ook niet op.  

Was het verhaal van Branduren er eerst of was het juist de dichtregel of de bundel van Ter Balkt die je op het spoor heeft gezet?  

Het verhaal was er eerst. Gerrit zit ’s ochtend in zijn krant te lezen. Welk bericht valt hem op? vraag ik me dan af. Zo is Ter Balkt erin gekomen. Hij is gestorven in de tijd dat ik dit stuk schreef. Dat het gedicht uit de bundel ‘Vuur’ komt, is stom toeval. Het is de enige bundel van Ter Balkt die ik in huis had. De verbinding tussen zijn titel en de mijne viel me pas veel later op. 

In je beeldend én je literaire werk is het verhalende aspect manifest. Menselijke emoties, vertrouwen en wantrouwen, de worsteling van personages met zichzelf, gemis en verlies, totale liefde zijn centrale thema’s in beide disciplinesZegt dat iets over jezelf, over je kunstenaarschap?  

Ik weet niet of het iets over mij zegt, maar je hebt gelijk met dat verhalende element. Op mijn abstracte serie ‘In stilte’ na schilderde ik echt verhalen. Daarom werkte ik ook altijd in series. Eén schilderij was me te klein, een gedicht zou mij ook te klein zijn, ik heb behoefte aan grote lijnen, ik wil opbouwen, evenwicht aanbrengen, verbinden. Qua werkwijze zie ik overigens ook overlap. Ik begin in beide gevallen heel zoekend met vlekken, personages, ik heb geen compleet beeld vooraf, dan gebeurt er meestal iets (iets valt binnen, iets pakt samen, iets schiet door) en daar ga ik dan mee verder. Gaandeweg verbind ik de dingen, zet ik sommige vlakken of scènes steviger aan, ga ik dingen inbedden of schrappen en daarna ga ik schaven. Ik werk ook in dezelfde ruimte, op dezelfde tijden. 

Er is nog een overeenkomst en die zit hem in de taal. De schilderijen die je maakt hebben vaak een poëtische of verhalende connotatie en je stijl heeft een beeldend karakter.  

Ik ben me er wel van bewust dat ik verhalend schilder, maar niet dat ik beeldend schrijf. Ik lees het terug in recensies en ik snap het ook wel, maar deze manier van kijken en vertellen is me zo vertrouwd dat dat vanzelf gaat, onbewust.  

Zowel je schilderijen als beeldend werk stralen kracht en ontroering uit. Zomaar een paar voorbeelden. Over het figuurgedicht dat Gerrit van Barbara maakt en waarvan de regellengte met het vrouwelijk lichaam correspondeert: “De kraaienpoten als wortelstronken in een bospad.” Naomi als ze haar ongeboren kind voelt: “Ik streel de plek waar haar ruggetje zit. Ze schuiert tegen mijn palmen.” Naomi: “Ik weef een nieuwe wattenbol om Lonneke en mezelf.” Gerrit over zijn naderende dood: “Helderwitte stilte dat is mijn beeld. Wit dat naarmate je verder gaat steeds totaler wordt. Dat jou wordt. Zonder grens. Zonder onderscheid.” Is dat een typisch Cobi van Baars kenmerk, zorgvuldig zoeken naar het meest treffende?  

Misschien wel. Ik ben echt een trage schepper. Ik wacht heel veel. Blijf ook heel lang schaven en als ik twijfel over een beeld moet het eruit. 

Branduren bestaat uit twee gedeelten: begin en einde. Het ene gedeelte gaat over het begin van het leven en het andere over het verlaten ervan. Op scharnierpunten in het leven komen familieleden bij elkaar: geboorte en overlijden. Vreugde en verdriet, begroeten, afscheid nemen. Daar tussenin speelt zich het leven af. Het legt ook de relaties van de personages ten opzichte van elkaar hebben bloot en hoe ze in het leven staan. Hoe diende dit verhaal zich bij je aan?  

Echt in twee delen. ‘Begin’ schreef ik een hele tijd geleden al. Ik liet het liggen omdat het te kort was om te publiceren, maar vooral omdat het een leegte achterliet. Het was onbevredigend om niet te weten hoe het verder ging. Hoe het verder ging, wist ik pas veel later. Dat was echt zo’n inval. Zo’n idee dat je in één moment toevalt. Een sterfdag! Vrij snel wist ik ook wie sterven zou, de rest van het verhaal kwam al doende.  

De roman begint ijzersterk. Naomi, de dochter van Gerrit en Barbara is zwanger en staat op het punt van bevallen. Ze wacht op het telefoontje waarna iedereen naar het ziekenhuis moet om de bevalling bij te wonen. “Naomi is van na de brand. Van haar bestaat alles nog.” Het zet meteen je verbeelding aan het werk. Brand? Wat is er gebeurd? Waarom heet de roman Branduren? Brand – geboorte: dood- nieuw leven. In één zin weet je een hele wereld op te roepen. Hoe gaat zoiets bij jou in zijn werk?  

Ineens. Ik loop of fiets of staar in de verte, stem me af op mijn verhaal maar denk niet heel bewust (beschikbaar stellen, noem ik dat) en dan ineens! heb ik zo’n zin. Als een zin of een plot of een personage me op deze manier toevalt, hoef ik er bijna nooit meer aan te schaven. 

Alle personages worden vanuit het ik-perspectief beschreven. We leren die personages zo goed kennen met hun sterke en zwakke punten. Toch is het verhaal chronologisch. Waarom heb je voor dit ik-perspectief gekozen?  

Omdat ik op die manier het meest nabij kon komen, het meest opgesloten in iemand kon raken. Ik kan me niet herinneren dat ik daar vooraf heel lang over heb nagedacht, over dat perspectief, dat ging vrijwel automatisch. Ik besteed heel veel tijd aan het ‘worden’ van een personage. Ik moet een compleet mens ‘in’ me hebben, ik moest als die ander kunnen denken en bewegen en zo kom ik bijna vanzelf op ‘ik’ uit.  

Totale overgave aan de zuivere liefde zie ik terug in Branduren. Zie ik ook bij je schilderijen ‘Orewoet’ over het werk van Hadewijch. Een thema dat dus een constante is in je werk. Naomi die zich helemaal geeft aan Bient, totaal voor de liefde voor haar dochter gaat. Maar ook de liefde van Naomi voor haar vader en omgekeerd. Die totale liefde heeft ook een keerzijde: teleurstelling, vervreemding. Wanneer is die zuivere liefde te bereiken, ervaren mensen die? Op het snijvlak van leven en sterven? Of is het juist in dat intieme gebaar, zoals Gerrit bij Naomi doet op zijn sterfbed. “Ik leg mijn hand op haar achterhoofd en streel. Ik streel haar haren, haar kinderjaren, haar puberteit, haar zwangerschap, haar moederschap, haar verdriet en al het geluk dat ze nog te gaan heeft. Ik strijk al mijn liefde over haar uit.”  

Liefde is in het dagelijks leven niet vaak ‘schoon’. Je houdt van je kinderen, maar je moet ze ook opvoeden. Dat gaat niet altijd samen. Zo zitten er in alle relaties wel angsten, belangen, teleurstellingen en verwachtingen. Vaak zijn die gebaseerd op ervaringen, op het verleden dus. Daarnaast ben je in de liefde ook bijna altijd bezig met de toekomst – want iemand van wie je houdt, wil je niet kwijt. Als je los raakt van het verleden en de toekomst (zoals Gerrit in bovenstaand fragment) kan liefde heel zuiver zijn. Net als op de grenzen van het leven, als er niks anders is dan dat moment. 

Je moet goed lezen om de rijkheid van je roman te bekijken, net zoals je ook lang naar een schilderij moet kijken om het echt te doorgronden. Wat voorbeelden: er is met Kerst iets verschrikkelijks gebeurd bij Gerrit en Barbara. Kerst heeft te maken met geboorte, met nieuw leven. Gaandeweg de roman kom je erachter wat er gebeurd is en krijg je ook begrip voor hoe Barbara en Gerrit in het leven staan. Het feit dat het kind van Naomi en Bient Lonneke genoemd wordt zorgt ook voor commotie. Hoe breng je die gelaagdheid aan?  

Door het verhaal meermaals te schrijven en te zien wat ontbreekt. In mijn eerste versie van Schipper & Zn. was er bijvoorbeeld geen sprake van overspel door Ad. Maar ik miste iets stuwends, iets wat Eef dreef, iets wat ze gebruiken kon ook. Ineens (weer dat woord) zag ik het. Natuurlijk! Ze is boos op Ad! Ad heeft zich níet ingehouden! En dan begin ik weer van vooraf aan, ga ik dingen invlechten, ombuigen, weglaten. Ik schep langzaam, sudder veel. 

Met alle personages, ‘koppels’ is iets aan de hand. “Het stof dat je meezeult, wordt je op een dag te veel” zou Ter Balkt zeggen. Het proces van het beginnen aan een relatie, de stormachtigheid, de tegenslag in het leven, de verwijdering komt bij alle personages terug. Branduren is een boek dat ook hoop geeft. Is de ontknoping van je verhaal dat het einde ook weer een nieuw begin kan zijn de kern van je verhaal? Om met een schilderij te spreken dat je over ‘Ei en oer’ (Lucebert): Dichtbij de geboorte van het bevroren licht 

Dat is een mooie gedachte. Ik denk bij Dichtbij de geboorte van het bevroren licht aan scheppingskracht maar eigenlijk past het ook heel goed bij die laatste scène. 

In drie jaar tijd heb je drie romans geschreven. Volgend jaar weer een roman? En dan een verbinding met Jan Wolkers, nog zo’n dubbeltalent?  

Deze drie romans zijn het resultaat van de afgelopen 15 jaar. Ik heb niet al die jaren geschreven zoals ik al aangaf, maar mijn schrijverschap is wel ‘langzaam geboren’ om Lucebert er nog maar even bij te halen. Ik weet niet hoe het nu verder gaat. Ik heb meer ervaring, voel me heel vrij, misschien schrijf ik nu vlotter, misschien juist niet. Geen idee. Ik heb een personage, een setting, een begin en een paar invallen, daar ga ik mee aan de gang. Vooralsnog komt er geen beeldende kunst aan te pas, maar ja, je weet het niet, als het verhaal het wil, gebeurt het vanzelf. 

Eerder verschenen in Bazarow Magazine

Recensie door: Marjon Nooij
4/5

Een begin, een einde en alles daartussenin

[Recensie] Branduren is de derde roman van Cobi van Baars. Ze belicht hierin een aantal thema’s, waarvan een onverwerkt trauma, geboorte en sterven de meest flagrante zijn. Op chronologische wijze ontrolt zich het verhaal van zes personages die samenkomen, maar tevens ver van elkaar verwijderd zijn. Afwisselend komen ze, vanuit het ik-perspectief, aan het woord. De auteur brengt alle gemoederen langzaam in beweging, waardoor reacties en gedragingen gaandeweg duidelijk worden.

Cobi van Baars (1967) studeerde Nederlandse taal en letterkunde en studeerde af op de relatie tussen literatuur en beeldende kunst. Hierna is ze naar de kunstacademie gegaan. Twee studierichtingen dat zich in haar dagelijks leven uit door schilderen en schrijven. Omdat ze over het manuscript van haar eerste boek nog niet tevreden was, is ze in 2017 gedebuteerd met Schipper & Zn. Twee jaar later toch gevolgd door haar eerste werk: Over het krakende ei.

Naomi heeft haar bevalling zo georganiseerd dat niet alleen haar vriend Bient, maar ook hun beider ouders erbij aanwezig zijn. Dit lijkt een wat overdreven wens – bij tijd en wijlen komt het zelfs wat hilarisch over – en niet iedereen voelt zich daar even gemakkelijk onder. Daartussendoor laveert de verloskundige die overduidelijk moeite heeft met de toeschouwers in het vrij krappe, intieme kamertje. Naomi en Bient; tijdens hun eerste afspraak is ze meteen zwanger geraakt. De communicatie tussen hen verloopt niet altijd gemakkelijk, daar hij doof is en zij zich de gebarentaal nog niet voldoende eigen heeft gemaakt. Ook hun beider ouders kennen elkaar nog niet goed.

Wanneer Naomi de naam van haar dochter bekend maakt stort Barbara, haar moeder, letterlijk in. “Alles wat zojuist nog vloeide, verandert ter plekke in ijs.” Behalve Gerrit, begrijpt niemand in de kleine kamer wat daarvan de oorzaak is. Dit leidt bij de anderen tot onbegrip en voorbarig oordelen. Gerrit weet dat zijn vrouw de gevolgen van een brand, zo’n 26 jaar geleden, herbeleeft. De relatie van de echtelieden heeft zwaar te leiden onder deze traumatiserende ervaring, die ervoor heeft gezorgd dat zij uit schuldgevoel dwangmatig en compulsief controlerend is geworden en voortdurend in angst leeft. Barbara kan het niet meer bolwerken en belandt hierdoor in een existentiële crisis.

Lonneke is net als haar vader doof geboren. Naomi en Bient kunnen elkaar niet bereiken in hun ideeën over de toekomst van hun dochter. Hij wil dat ze naar het speciaal onderwijs gaat, zodat ze andere doven ontmoet en zich zo normaal mogelijk kan ontwikkelen en zij wil dat ze een cochleair implantaat krijgt. Hun relatie heeft hier danig onder te leiden.

Zoals Naomi haar bevalling – in het eerste deel (Begin) van het boek – heeft gearrangeerd, zo heeft haar vader Gerrit – in het tweede deel (Einde) – zijn sterfdag tot in de puntjes uitgedacht, de regelzaken afgerond.

Zorgvuldig heeft van Baars de plot opgebouwd. Haar schrijfstijl is ingetogen, puntig, soms rauw, dan weer heeft ze de tekst gelardeerd met prachtige zinnen. De rauwe stijl, vol emotie, is ook terug te vinden in haar schilderijen.

De perspectiefwisselingen geven inzicht in het gevoelsleven van de verschillende, psychologisch solide uitgewerkte personages. Door de verschillende points of view zijn er herhalingen die elkaar overlappen en diepgang geven. Niet altijd is het helder wie er aan het woord is, daar de schrijfstijl niet mee verandert met de perspectiefwisselingen. Hierdoor is het soms nodig om even een paar bladzijden terug te kijken. Vaardig is de spanningsboog opgebouwd, door het gedoseerd vrijgeven van informatie, wat je het verhaal inzuigt. Emoties worden scherp neergezet. Naar het einde toe zijn er een aantal gebeurtenissen die wellicht wat al te toevallig kunnen lijken, hoewel zeker niet onrealistisch. Een groots, meeslepend verhaal dat met aandachtig lezen meer prijsgeeft dan in eerste instantie lijkt. Broeierig, beklemmend, aangrijpend, doch gespeend van sentimentaliteit.

Eerder verschenen op Met de neus in de boeken

Samenvatting

"Branduren" van Cobi van Baars beschrijft een geboortedag en een sterfdag. Twee gebeurtenissen waarbij Naomi’s familie samenkomt in een te kleine ruimte. Uren waarin groot en klein leed door elkaar lopen en de toch al moeizame verstandhouding zwaar onder druk komt te staan.

In beeldende, indringende en tegelijk ingehouden taal weet Cobi van Baars de onderstromen van het menselijk gemoed te schetsen en haarfijn bloot te leggen welke psychologische mechanismen er binnen een familie werken. Zo weet ze een universum op te roepen waarin je wil blijven maar tegelijk uit wil verdwijnen, even onontkoombaar als het leven zelf.

Toon meer Toon minder
€ 21,99

Verwachte leverdatum: woensdag 28 oktober


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789025459628
Verschijningsdatum
augustus 2020
Druk
1
Aantal pagina's
240 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Thema's
  • Fictie
  • Fictie: algemeen en literair
  • Moderne en hedendaagse fictie
Categorieën

Uitgever
Atlas Contact

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen