Met lichte tred

Auteur(s): Ton Lemaire
Taal: Nederlands
0,2/5
2 recensies
Met lichte tred
Met lichte tred
Met lichte tred

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Rijkert Knoppers

Filosofisch wandelen of wandelend filosoferen?

[Recensie] Voor veel wandelliefhebbers is het een van de grootste uitdagingen: het bewandelen van de camino naar Santiago de Compostella. Vanaf Nederland gaat het om een afstand van ongeveer 2.000 kilometer, maar er zijn diverse andere mogelijkheden om het gewenste einddoel te bereiken, bijvoorbeeld door per fiets of trein een deel van de route af te leggen. Of je kan natuurlijk vanaf een ander vertrekpunt beginnen met lopen, bijvoorbeeld vanaf Porto of Sevilla. Als het je lukt om de laatste honderd kilometer al wandelend af te leggen kan je het certificaat in ontvangst nemen, dat bevestigt dat je de pelgrimstocht volbracht hebt. De belangstelling voor de bedevaartstocht is sinds ongeveer 1970 gegroeid, schrijft filosoof Ton Lemaire in zijn pas verschenen wandelboek: ondanks het feit dat steeds minder mensen zich in die tijd voor het katholieke geloof interesseerden, nam het aantal pelgrims juist toe: van bijvoorbeeld 500 geregistreerde wandelaars in 1984 groeide het jaarlijkse aantal naar 3.500 in 1988. In 1993 waren er 100.000 Santiago-gangers, tien jaar later waren het er twee keer zoveel en in 2017 stond de teller op maar liefst 300.000 wandelaars.

Historische beschouwingen

Wie zelf wandelt, en daarbij meer wil weten over het fenomeen wandelen kan met dit omvangrijke boek goed uit de voeten. Dankzij de vele historische beschouwingen ga je al snel op een andere manier naar deze manier van voortbewegen kijken. Zo dringt onvermijdelijk het besef door dat deze activiteit vandaag de dag vooral een luxe aangelegenheid is. Want vroeger was er natuurlijk helemaal geen keuze, als je niet wandelde kwam je bijna nergens. En dat ‘vroeger’ slaat bijvoorbeeld op de periode dat het afleggen van grotere afstanden met de postkoets verliep, de fiets of auto waren nog niet uitgevonden. Dat mensen ook voor hun plezier gingen wandelen gebeurde veel later, een veelzeggend detail is dat pas in 1914 de eerste bewegwijzerde wandeling het licht zag, jammer dat het boek niet vermeldt om welke route het ging.

Platteland

Dat het boek door een filosoof geschreven is, is bijna op elke pagina merkbaar door het veelvuldig aanhalen of verwijzen naar filosofen en schrijvers. Daarnaast is er veel informatie over landschappen en steden, iets wat overigens lang niet altijd even relevant is. Zoals bijvoorbeeld over Parijs, waarbij beschreven staat dat de Franse hoofdstad vele brede avenues en boulevards heeft, dat er talloze cafés en restaurants zijn en dat het ook niet ontbreekt aan een groot aantal boeiende musea, een toeristische reisgids is er niets bij! Iets verder krijgt de lezer een uitgebreid abstract betoog over het fenomeen stad en de relatie tot het platteland en over de verstedelijking van de wereld, met als conclusie dat slenteren en flaneren in de stad misschien best boeiend kan zijn, maar “dat er ook veel te wandelen, te leren, te bewonderen en te genieten valt buiten de stad.”

Tibet

Na de vele filosofisch getinte beschouwingen in de eerste helft van het boek ligt in de tweede helft de nadruk meer op het wandelen zelf. De beschrijving van bijvoorbeeld de tocht van Alexandra David-Néel als eerste westerse vrouw naar de heilige stad Lhasa in Tibet, in 1923, of de zwerftocht van Dersoe Oezala (ook: Oesala) behoren tot het beste deel van het boek. Waar Lemaire in het begin nog wel eens terug viel tot stug geschreven zinnen (“men doet dit, men doet dat”) zijn juist de beschrijvingen van de concrete wandeltochten het meest inspirerend beschreven.

Kortom, Met lichte tred benadert heel veel aspecten van het fenomeen wandelen, het hardbound boek is fraai uitgegeven met bovendien acht kleurenafbeeldingen, waaronder het bekende Wanderer über den Nebelmeer van Caspar David Friedrich en een beeld uit de film over de genoemde Dersoe Oesala. Mocht er ooit een tweede druk komen dan zou wat meer informatie over de moderne ontwikkelingen op zijn plaats zijn, zoals het fenomeen groepswandelingen, wandelvakanties, het astronomisch aantal beschreven wandelroutes op internet. Ook zou het niet misstaan om dan aandacht te besteden aan moderne navigatiemiddelen zoals Google Maps en gps-apparatuur.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Recensie door: Maarten Doorman
4/5

Waarom iedereen zou moeten wandelen

[Recensie] Wandelen Maak eens een wandeling zonder je telefoon en geef je mindful over aan de natuur, schrijft de naar Frankrijk verhuisde Ton Lemaire in zijn goed geschreven nieuwe boek.

[Recensie] Geld is ongedifferentieerde koopkracht, leerde ik bij economie, en die prachtige uitdrukking schiet mij nog wel eens te binnen als ik me een weg probeer te banen door winkelstraten waar een voortstuwende menigte op weg is naar het nieuwste, het leukste en het voordeligste. Dit materialistische loopgedrag komt niet aan bod in twee brede, recent verschenen studies over wandelen, terwijl andere vormen van zich tweevoetig voortbewegen volop aandacht krijgen: de pelgrimage, het bergbeklimmen, de protestoptocht, de natuurwandeling en het flaneren in de grote stad.

Kennelijk veronderstelt wandelen enige spiritualiteit. Het twintig jaar oude, maar nu in het Nederlands verschenen Wanderlust van de Amerikaanse schrijver en activist Rebecca Solnit (1961) brengt er een ode aan, ook vanuit vrouwelijk perspectief. Zo laat wandelen vooral de vrouw ervaren dat ons lichaam meer is dan iets in bed, dat door de medische of seksuele blik tot object gemaakt wordt. En ze wijst er terecht op dat vrouwen wanneer ze in de openbare ruimte lopen nog steeds ongelijk zijn aan de man.

Tegelijk is haar boek een typisch product van de Amerikaanse Westcoast in de traditie van Robert Pirsigs Zen en de Kunst van het Motoronderhoud (1974): een persoonlijke getuigenis van verlangen naar vrijheid, doorspekt met levenswijsheden, en zweverige maatschappijkritiek. Ondanks haar even voorspelbare als juiste kritiek op de dictatuur van de auto bewondert ze een Californische lowrider, zo’n slee om mee te paraderen. De met kruiswegstaties beschilderde Cadillac is ‘een binnenstebuiten gekeerde Sixtijnse kapel met acht cilinders’. Bij het bespreken van pelgrimstochten komt ze niet verder dan Chimayo in New Mexico, waar de aarde ‘helende eigenschappen’ schijnt te hebben. En als wandelen politiek wordt, dan kun je er vergif op innemen dat Solnit de Mars op Washington van Martin Luther King noemt en niet zoiets als de Lange Mars van Mao.

Interessanter is haar historische beschouwing. Onvermijdelijk begint die met Rousseaus lofzang op het wandelen en met een andere oervader van het wandelen, de dichter William Wordsworth. Thomas De Quincy schreef dat ‘vrouwelijke connaisseurs’ Wordsworths benen verafschuwden, maar bij De Quincy riepen de naar zijn schatting te voet afgelegde 280.000 km diep respect op. Solnit beschrijft vervolgens hoe Amerikaanse romantici als John Muir en Henry David Thoreau aartsvaders van de natuurbescherming worden. In dat streven is het wandelen een cruciaal element.

Franse platteland

Ton Lemaires Met lichte tred vertolkt hetzelfde standpunt en vergelijkbaar elan als Solnit, maar is beter geschreven en gaat minder associatief te werk. Ook bij deze naar het Franse platteland uitgeweken filosoof begint het hedendaagse wandelen met Rousseau, bij Wordsworth en bij de Duitse romantiek als antwoord op de modernisering. Lemaire (1941) vat het romantische wandelen niet alleen als compensatie op voor wat allemaal door industrie, bebouwing, autoverkeer en andere uitwassen van het moderne leven teloor is gegaan, maar ook als protest. Romantiek wordt voor hem een ‘geuzennaam’.

Wie het niet erg vindt om door talloos veel opengetrapte deuren te lopen treft bij Solnit en Lemaire een sympathiek pleidooi aan voor zowel kritisch protest tegen onze leefwereld als een mindful zich overgeven aan de natuur. “Alleen waar je te voet was”, schijnt Goethe gezegd te hebben, daar “ben je ook werkelijk geweest”.

Toch is hun kritiek op de techniek een beetje simpel. Lemaire laat goed zien hoe schilders in de negentiende eeuw door het buiten schilderen de natuur voor een groot publiek zichtbaar maakten. Toen dat publiek echter de bossen en velden introk, kwam het vaak wel met de trein. En de buitenschilders maakten dankbaar gebruik van de uitvinding van de zinken verftube in 1841.

Lemaire vindt dat we bij het wandelen de mobiele telefoon thuis moeten laten en daar zit iets in, al zal het ons nauwelijks nog lukken. Maar ook fototoestel en horloge?

Solnit fulmineert tegen de kunstmatige loopband in de sportschool en ‘tijdbesparende technologieën’. Bij zulk radicaal wantrouwen tegen de techniek blijft een briljante wandel-uitvinding als de rollator onvermeld. En de auto terroriseert de voetganger, zeker, maar zonder auto waren er in Amerika geen natuurreservaten geweest. Voor zulke nuances is bij deze nieuwe romantici weinig plaats.

Ontelbare legers

Bij hun mooie brede geschiedenis van lopen en wandelen wil je niet alleen het goede nieuws. Maar Lemaire besteedt slechts twee zinnen en Solnit geen enkele aan de ontelbare legers die duizenden jaren lang door de wereld marcheerden en te voet de loop van de geschiedenis bepaalden. Hetzelfde geldt voor rondreizende kooplieden en handelsroutes.

Afgezien van een enkele pagina in Met lichte tred ontbreekt vooral de wereldwijde geschiedenis van migranten en vluchtelingen die tot op de dag van vandaag, nog altijd grotendeels te voet, over de aarde trekken en worden opgejaagd.

Rebecca Solnit wordt lyrisch van de solidariteitsgevoelens bij protestmarsen, terwijl zulke gevoelens waarschijnlijk evenmin ontbraken bij de marsen van de SA in Duitsland of bij optochten van de Ku Klux Klan. Zij verhoudt zich net als Ton Lemaire te kritiekloos tot de romantiek.

De laatste is zich er wel degelijk van bewust, maar voor je het weet resulteert hun ideale wandelen in hordes ingevlogen toeristen bij een eenzame zonsopgang op Poon Hill in de Himalaya (4,5 sterren op Tripadvisor) en in bergen achtergelaten vuilnis op de tot voor kort nog ongerepte hoogste toppen van de wereld.

Eerder verschenen in NRC Handelsblad

Van beide boeken verscheen al eerder een bespreking op DLVA. Bekijk hier de recensie van Met Lichte tred van Rijkert Knoppers. En bekijk hier de recensie van Nico Voskamp van Wanderlust.

Samenvatting

Ton Lemaire houdt in Met lichte tred een filosofisch pleidooi voor langzaam wandelen, onthaasting en zelfreflectie.

Wandelen heeft vanaf de achttiende eeuw een moderne invulling gekregen door onze veranderende verhouding tot natuur en landschap. De behoefte aan wandelen leeft nog steeds en lijkt zelfs toe te nemen, mogelijk ter compensatie van de verdergaande verstedelijking, de heerschappij van het gemotoriseerde verkeer en de vele uren die men zittend voor schermen doorbrengt. Wat is er dan vitaliserender dan een flinke wandeling, liefst door een afwisselend landschap en in een mooi natuurgebied?

Aan de hand van het werk van filosofen, kunstenaars en schrijvers bezingt Lemaire de lof van het lopen, maar zijn boek is tevens een kritisch commentaar op de samenleving. Met lichte tred is de neerslag van Lemaires levenslange passie voor de wereld van het wandelen en voor de wandelaar en zijn lichte voetafdruk op de aarde.

Toon meer Toon minder
€ 22,99

Verwachte leverdatum: zaterdag 07 december


Taal
Nederlands
Bindwijze
Hardcover
ISBN
9789026347870
Verschijningsdatum
augustus 2019
Druk
1
Aantal pagina's
256 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
730: Filosofie algemeen
Thema's
  • Filosofie en religie
  • Filosofie
Categorieën

Auteur
Uitgever
Ambo|Anthos

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden