Voor 23:00 besteld, overmorgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

De mythe van de staatsschuld

Op weg naar een nieuwe economie

Auteur(s): Stephanie Kelton
Taal: Nederlands
2 recensies
De mythe van de staatsschuld
De mythe van de staatsschuld
De mythe van de staatsschuld

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Pieter Pekelharing

Monetaire oogkleppen

De vertaling van het veelgeprezen boek The Deficit Myth van Stephanie Kelton kon niet op een beter moment verschijnen. Door de pandemie is in plaats van bezuinigen ‘zich een weg uit de crisis investeren’ het nieuwe adagium geworden. Een theorie die dit adagium ondersteunt, is meer dan welkom.

[Recensie] Het is verbijsterend hoe snel de opvattingen over de hoogte van de toegestane staatsschuld de laatste tien jaar zijn veranderd. Leefde bij de uitbraak van de Grote Depressie in 2008 nog de overtuiging dat bezuinigingen, een zo gering mogelijke staatsschuld en een kleine overheid de beste voorwaarden boden voor economische groei, nu zijn velen van mening dat de overheid in haar bestedingsbeleid ten opzichte van het bedrijfsleven juist het voortouw moet nemen. Ineens blijkt dat uitbreiding van de publieke sector niet in de weg hoeft te staan van de verdere groei van de private sector. En vormen staatsschulden geen probleem mits ze door een ‘ondernemende overheid’ productief besteed worden. In plaats van bezuinigen is ‘zich een weg uit de crisis investeren’ het nieuwe adagium geworden. Zelfs DNB-president Klaas Knot en CPB-directeur Pieter Hasekamp hebben onlangs aangegeven dat ze geen probleem zien in een staatsschuld van 75 procent van het bruto binnenlands product.

In dat opzicht kon het zojuist in het Nederlands vertaalde boek The Deficit Myth van Stephanie Kelton niet op een beter tijdstip verschijnen. In deze pandemie heeft iedereen het maatschappelijk belang van een goed functionerende, zich niet constant wegbezuinigende overheid ontdekt. Juist in een tijd waarin overheden weinig anders kunnen doen dan de drukpers laten draaien en miljarden in de economie pompen, is een theorie die dat ondersteunt welkom. In haar boek zet Kelton op een knappe manier de beginselen uiteen van wat MMT, Mondern Monetary Theory is gaan heten. Dit leerstuk is in korte tijd vanuit de marge opgestoomd naar het hart van de economische wetenschap, waar het zowel uiterst kritische als lovende reacties oproept.

Geldautomaat
Om de portee van MMT te begrijpen is het wellicht goed te beginnen met een opiniestuk in Trouw van 29 september 2020, waarin Rick Oudshoorn en Hilde Wendel van de JOVD – de jongerenorganisatie van de VVD – zich ernstig zorgen maken over het ‘huishoudboekje’ dat hun generatie overhandigd gaat worden. Dat boekje zal vol staan met schulden, vrezen ze. Daarin staan ze niet alleen. Ook oud-minister van financiën Onno Ruding waarschuwde ervoor in Het Financieele Dagblad, net als eerder de Groningse hoogleraren Lex Hoogduin en Jakob de Haan. Last but not least liet ook oud-minister van financiën Hans Hoogervorst van zich horen. “De wereld stevent af op een financiële catastrofe die niet alleen het gevolg is van de coronacrisis, maar ook van het beleid van de centrale banken. Zij zijn langzamerhand verworden tot de geldautomaat van overheden”, zei hij in een interview in de Volkskrant van 15 mei 2020.

Kelton ontkent niet dat schulden gevaarlijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan de hypotheekschulden die de grote financiële crisis in 2008 veroorzaakten. De private schuld van bedrijven en huishoudens bedraagt op dit moment 260 procent van het bruto binnenlands product. Vergeleken daar mee is de staatsschuld vier keer zo klein als de private schuld. Ze is ook nog steeds lager dan het naoorlogs gemiddelde van 68 procent, en lager dan bij onze buren in Duitsland en België.

Net als bij het uitbreken van een oorlog, geldt ook voor een pandemie dat
mensen plots beseffen dat het probleem niet de vraag is of overheden hun maatregelen wel financieren kunnen, maar of ze erin slagen op het juiste moment de juiste middelen en bronnen te mobiliseren. Dát, de kwaliteit van de maatregelen, het inzicht in wat mensen, machines, bedrijven aan goederen en diensten kunnen voortbrengen, is waar het om gaat. De kunst is in te zien dat dit geen uitzondering is, maar ook voor het gewone leven opgaat. Met staatsschulden is in dat opzicht iets eigenaardigs aan de hand. Zoals Kelton keer op keer in haar boek duidelijk maakt, gaat de metafoor van het huishoud boekje voor staten met een soevereine munt helemaal niet op. Huishoudens of bedrijven moeten eerst geld verdienen voor ze hun schulden kunnen terug betalen. Maar voor staten die valutaverstrekkers in plaats van valutagebruikers zijn, is het woord ‘schuld’ volkomen misplaatst. Als er betaald moet worden, kunnen staten met een eigen munt – de dollar, de yen, het pond – de geldpers aanzwengelen. Een ziekenhuis moet zich wel twee keer bedenken als ze de salarissen van zorgmedewerkers wil verhogen. Voor een overheid met soevereine munt is dat geld met een druk op de knop zo geregeld. Ze hoeft daarvoor niet eens op de geldmarkt te lenen.

De staat als huishouden
Van de verschillende mythes die Kelton in haar boek ontkracht, is de mythe van de staat als huishouden de belangrijkste. Wie dat denkt, vergeet dat staten, in tegenstelling tot huishoudens, zélf de valuta’s leveren die ze uitgeven. Voor wie dat goed tot zich laat door dringen, volgt de ontkrachting van de andere mythes vanzelf. Bijvoorbeeld dat schulden makende overheden gevaarlijk zouden zijn omdat ze hun problemen naar volgende generaties doorschuiven.

Neem het geld dat nu naar ziekenhuizen, ouderen, bedrijven, de NS, universiteiten en scholen gaat, of denk aan het onlangs door de overheid opgerichte investeringsfonds dat voor innovatie en verduurzaming moet zorgen. Voor zover die uitgaven niet gedekt worden door belastinginkomsten van het rijk, dragen ze bij aan een tekort op de begroting en dus aan het vergroten van de staatsschuld. Maar het is precies die ‘staatsschuld’, of beter: die ‘overheidsuitgaven’, die het verdienvermogen van Nederland op peil houden. Het uit de hoge hoed van de overheid geschapen geld houdt de inkomens van gezinnen op peil, zodat deze hun boodschappen kunnen blijven doen en de huur of hypotheek kunnen betalen. Daardoor zien winkeliers, banken en verenigingen hun inkomsten doorgaan en hoeven die op hun beurt geen of minder mensen te ontslaan. Stel je voor dat die mensen massaal werkloos waren geworden en in inkomen waren gekelderd. Dan was de economie in een zware depressie geraakt.

Magic Money Tree
Natuurlijk betekent dit alles niet dat overheden altijd zomaar hun uitgaven kunnen financieren door de geldpers maar aan te zetten, Het gevaar, zegt Kelton, schuilt niet in hoge budgetoverschrijdingen, maar in inflatie. Bestedingen die tot oververhitting van de economie leiden – tot stijgende prijzen, dalende koopkracht en verdampend spaargeld moeten met alle kracht voorkomen worden. Dat kan, bijvoorbeeld, door op uitgekiende wijze de belastingen te verhogen en zo het teveel aan koopkracht in de samenleving op te zuigen, zodat de vraag naar goederen en dienst en niet het aanbod overstijgt; of door, omgekeerd, via slimme ingrepen in de markt onnodige haperingen in het aanbod weg te werken zodat deze gelijke tred houdt met de gestegen vraag.

Critici van MMT spreken smalend van een Magic Money Tree en suggereren dat aanhangers van MMT voor een onbeperkt biljetten spuwende geldpers pleiten. Maar dat is een karikatuur. Er zijn wel degelijk beperkingen. Die hebben volgens Kelton alleen niets met de staatsschuld te maken. Het gaat om wat mensen, machines, bedrijven in een land kunnen voortbrengen aan goederen en diensten. Zitten deze productiemiddelen aan hun plafond en drukt de overheid tóch het gaspedaal dieper in, dan leidt dat tot inflatie. De grenzen, aldus Kelton, zitten niet in de capaciteit van onze overheid om geld uit te geven, of in het tekort, maar in inflatiedruk en de middelen in de echte economie. De kunst is die middelen zo aan te wenden dat oververhitting van de economie wordt vermeden.

Het belangrijkste resultaat van MMT is dat het de focus verlegt van het overheidstekort naar het belang van een goed geïnformeerde en duidelijk gearticuleerde visie. Houd op met die bijna religieuze obsessie met de staatsschuld en bekommer je wat meer om het ontwikkelen van heldere, volgens democratische regels geformuleerde, macro-economische doelstellingen. Dat is precies wat president Biden nu in de VS doet. De haperingen in de Amerikaanse economie zijn volgens Biden en zijn aanhangers niet monetair, maar reëel. Kijk dus niet naar het tekort van de overheid zonder meer, maar onderzoek of de tekorten functioneel zijn in termen van de gestelde doelen en het economische vermogen van een land.

Macro-economisch beleid is onvermijdelijk waarde-geladen. Het doel van dat beleid zou volledige werkgelegenheid, een redelijk stabiel prijspeil, een rechtvaardige inkomensverdeling, een evenwichtige economische groei en een leefbaar milieu moeten zijn. Aanhangers van MMT pleiten in het verlengde daarvan voor de vervanging van het bruto binnenlands product door een bredere conceptie van welvaart als toets voor wat we onder economische ‘groei’ dienen te verstaan. Dat vergt meer aandacht voor zorg en het grootschalig vergroenen en verduurzamen van de economie.

Werkgelegenheid
Opvallend is verder dat de aanhangers van MMT naar volledige werkgelegenheid streven. Als dat niet door marktwerking tot stand komt, dan moet de overheid dat via een baangarantieplan doen; op voorwaarde, natuurlijk dat daar geen inflatie van komt en de prijzen stabiel blijven. Niet alleen garandeert de overheid zo werk voor iedereen die naar een baan zoekt, ze stelt via haar arbeidsaanbod ook het minimumloon vast. In het plan worden banen gecreëerd die maatschappelijk nut opleveren maar waar in de markt geen koopkrachtige vraag naar is, bijvoorbeeld op het terrein van de zorg, van klimaatadaptatie of -mitigatie, of de bescherming van kwetsbaar cultuurgoed. Het werk dat de overheid aanbiedt, is afhankelijk van de ontwikkelingen op de markt en de doelen die in de macro-economische visie geformuleerd zijn.

Waarom is het garanderen van volledige werkgelegenheid zo belangrijk? Het voorkomt armoede sociaal isolement, criminaliteit, regionale achteruitgang, gezondheidsproblemen, gebroken gezinnen, schooluitval, verlies van menselijk kapitaal en sociale, politieke en economische instabiliteit. Het voordeel is bovendien dat gezorgd kan worden voor opleidingen op de werkplek, wat de ontwikkeling en vaardigheden bevordert van degenen die anders werkloos aan de kant hadden gestaan. Werk is volgens aanhangers van MMT simpelweg te belangrijk om aan de markt over te laten.

TINA
Ideologisch gezien is het meest aantrekkelijke aspect van MMT dat het eindelijk een antwoord op TINA (There Is No Alternative) biedt. Sinds Margaret Thatcher die uitdrukking zo’n vier decennia geleden gebruikte ter verdediging van haar neoliberale beleid en de daarbij horende draconische bezuinigingen afkondigde, is TINA door rechts steeds gebruikt om fiscale bezuinigingen, privatisering van staatsbezittingen en de algehele inkrimping van de verzorgingsstaat te rechtvaardigen. Decennialang hebben mainstream economen en politieke functionarissen, ook van links, vertrouwd op TINA om het electoraat ervan te overtuigen dat het gekozen beleid weliswaar pijn deed, maar dit helaas de enige optie was. Een ander draaiboek was er niet. Daar heeft MMT nu een eind aan gemaakt.

Wat MMT voor de economie van Nederland betekent, moet zich overigens nog uitkristalliseren. Sinds de intrede van de euro is niet Nederland maar de EU de valutaverstrekker geworden. Dat betekent dat het te voeren macro-economische beleid afhankelijk is van het samenspel dat ontstaat tussen de Europese Raad, het Europese Parlement, de Europese Centrale Bank (ECB) enerzijds, en de verschillende Nationale Regringen, Centrale Banken en parlementen anderzijds.

Als één ding daarbij duidelijk is geworden, dan is het wel dat het niet langer zo kan zijn dat de ECB de inflatie temt en ‘de politiek’ over het begrotingsbeleid gaat. Sinds het dalen van de inflatie in de laatste twintig jaar is het arsenaal van de centrale banken fors uitgebreid. Commerciële banken werden overspoeld met geld om het financiële systeem draaiende te houden, en om zoveel mogelijk geld door te lenen aan bedrijven. Negatieve rentes kwamen in zwang. En niet alleen staatsleningen, maar ook bedrijfsleningen werden opgekocht en belandden op de balans van de ECB. Aan bedrijfsleningen staat nu een kleine 270 miljard in de boeken van de ECB. Zoals NRC in het hoofdredactioneel commentaar van 30 april dit jaar uiteenzette, is de ECB, als grootaandeelhouder in staatsschuld, een belangrijke speler geworden in het krachtenveld tussen monetair beleid en begrotingsbeleid. Bij de investeringen in bedrijfsleningen krijgt de centrale bank te maken met moderne beleggingsvragen, zoals het al dan niet nastreven van klimaatdoelen, sociale doelen en behoorlijk bestuur. Dat zijn politieke thema’s. En dat doet de vraag rijzen of de traditionele taakverdeling tussen banken en regeringen nog wel opgaat. “Nu de ECB ‘politieker’ wordt, wil de politiek zich logischerwijs meer met de centrale bank bemoeien”.

‘Terecht’ , zeggen aanhangers van MMT. Want hoe wil je anders macro-economisch beleid voeren en voor democratische politiek toegankelijk maken? ‘Doodeng’, luidt het oordeel van hun tegenstanders, die het geldbeleid op zo groot mogelijke afstand van de politiek willen zetten. Zij vrezen dat politici de lokroep van geldschepping niet weerstaan en politieke sturing van dat proces onherroepelijk tot hoog oplopende inflatie leidt.

De keuze is duidelijk: ofwel gekortwiekte politiek, waarin de kans groot is dat het beleid van de afgelopen dertig jaar wordt voortgezet, ofwel politiek met een breed scala beleidsinstrumenten, waarin via onderling overleg en politieke finetuning een brede visie op de toekomst kan worden ontvouwd en geldbeleid niet uitsluitend op het voorkomen van inflatie wordt afgestemd.

Eerder verschenen in de Helling

In het herfstnummer van de Helling verschijnt een interview met Stephanie Kelton.

Recensie door: Florian Jacobs

Een noodzakelijke omwenteling

[Recensie] Recentelijk verschenen drie boeken van topeconomen in Nederlandse vertaling, die elk op originele en radicale wijze conventioneel politiek economisch denken een andere richting proberen op te stuwen. Maja Göpels Onze wereld nieuw denken is het meest overtuigende en leesbare van dit drieluik, maar Mariana Mazzucato’s Moonshot en ook Stephanie Keltons De mythe van de staatsschuld bieden knappe economische ondersteuning voor een noodzakelijke omwenteling in ons economische denken, doen en laten.

Een andere economie in een veranderde wereld

Maja Göpel is socioloog en politiek econoom, en de voornaamste van haar vele petten is die van president-directeur van de Duitse adviesraad voor wereldwijde verandering. Haar nieuwste boek Unsere Welt neu denken. Eine Einladung werd in Duitsland een bestseller en verscheen het afgelopen jaar in het Nederlands als Onze wereld nieuw denken. In een tiental korte, ook voor economische leken goed te begrijpen hoofdstukken zet Göpel uiteen waarom onze huidige wereld een ander economisch denken behoeft dan het denken dat deze wereld heeft gemaakt tot wat die is. De mensheid kon het zich veroorloven vooruitgang uitsluitend te meten in groei zolang onze planeet schier onuitputtelijk leek, maar intussen leven we niet langer op een lege planeet die we naar believen kunnen veroveren en uitbuiten, maar op een volle aarde die onze vraatzucht niet langer bijbenen kan. De werkelijkheid waarin economische groeicijfers schitteren is een schijnwerkelijkheid, zo stelt Göpel. De echte realiteit vraagt om een radicaal andere omgang met onze leefomgeving, en ze stelt dat onze huidige economische (en politieke) systemen niet in staat zijn om ons hierin bij te staan.

 Je krijgt wat je verdient

Economisch rooskleurige cijfers staan steeds haaks op handelingen die de natuur ten goede komen, zo beschrijft Göpel overtuigend. Dat kan evenwel niet blijvend duren. ‘Stap voor stap is achter de adembenemende groeicijfers een systeem ontstaan dat onze planeet verwoest, waarin eigendomsverhoudingen weer feodale trekjes krijgen, maar dat desondanks verder moet groeien, om niet onder zijn eigen uitwassen te bezwijken.’ Wat we nodig hebben om het tijd te keren is een economische en politieke wil die geldvermeerdering niet langer de weerspiegeling laat zijn van een machtspositie, zoals nu het geval is, maar die groei expliciet koppelt aan het scheppen van waarde. Dat betekent ook het afromen van onverdiende winst. Deze wil begint bij ons taalgebruik: ‘Het begrenzen van de groei moet het overwinnen van economische en sociale schade gaan heten.’ Overwinnen we deze schade niet, dan houden we aan het einde van al onze graaierij over wat we werkelijk verdienen: een onleefbare aarde.

Een onmisbare oproep

Göpels boek is op het eerste gezicht misschien een zoveelste oproep tot een Green New Deal, tot een anders economisch denken voorbij uitbuiting en afwenteling naar herstel en mondiale rechtvaardigheid. Wat haar boek toevoegt, is niet alleen de helderheid waarmee ze betoogt, maar ook de handigheid waarmee ze economische ideeën en sociologische beschouwingen aaneensmeedt in een onontkoombare oproep tot massale verandering. Voor haar beroep op overheidsingrijpen gaat Göpel te rade bij John Maynard Keynes, de grote economische denker uit het begin van de twintigste eeuw, die bijna een eeuw geleden de agenda van de overheid omschreef als ‘de taken en beslissingen die niemand op zich neemt als de overheid dat niet doet’. Göpel vult deze taken en beslissingen in als een noodzakelijke reactie op ‘de tirannie van kleine beslissingen’, een mooie term die alle individuele beslissingen uit eigenbelang omvat die op lange termijn algemeen welzijn in gevaar brengen. Iets verderop geeft ze wat mij betreft de doodslag aan al die types die ingrijpen in de vrije markt gelijkstellen aan marxisme, socialisme of een andere onwenselijkheid: ‘De markt is geen regelvrije ruimte, maar juist door regels ontstaan. Die regels beïnvloeden hoeveel vrijheid we hebben of juist niet, wat ons verboden is en wat niet, welke vernieuwingen er waarschijnlijk komen en welke niet. Anders zou de uiterst lucratieve slavernij waarschijnlijk nooit zijn afgeschaft.’ Boem. Göpel heeft een boek geschreven dat is geslaagd in haar opzet: ze zet de lezer overtuigend aan een ander denken. Ik mag hopen dat niemand haar boek overslaat.

Idealistische economie

De volgende boeken kan de lezer eerder overslaan dan Onze wereld nieuw denken, maar voor wie zich nader wil informeren over de betaalbaarheid van de omwenteling naar een nieuwe economie lijken me dit wel behulpzame boeken. Het eerste is dat van Mariana Mazzucato, Moonshot. Grootse missies voor onze economie en samenleving. Mazzucato’s palmares liegt er niet om: ik vermoed dat ze voor ze goed en wel haar eerste koffie op heeft al minstens drie overheden van fundamenteel economisch advies heeft voorzien. In haar nieuwste boek stelt ze ‘missie-economie’ centraal: het idee dat economisch beleid een groot en wenselijk ideaal als grondslag en doelstelling hanteert. In de eerste hoofdstukken schetst Mazzucato dat het huidige kapitalisme in crisis verkeert. Hierin treft de lezer weinig nieuws: de financiële sector is zo gestructureerd dat die slechts in termen van kortetermijnwinst denkt, handeldrijven lijdt überhaupt aan dat probleem, intussen warmt de planeet onherroepelijk op, voor een groot gedeelte ten gevolge van exploitatiekapitalisme, en staan overheden tandeloos bij het geweld van zo veel vervuilende en weinig aan de grote problematiek bijdragende bedrijven. Wat kunnen we daaraan doen? Mazzucato’s antwoord luidt: missie-economie. Aan de hand van een uitvoerige beschrijving van de economische maatregelen die de maanlanding mogelijk maakten – in het kort: een overheid die de markt niet met rust laat maar bewust beïnvloedt – schetst ze de contouren van economisch beleid dat van de wereld wel een betere plek wil maken. Daar hebben we nu ook genoeg redenen toe en ideeën omtrent, waarvan de Green New Deal het bekendste is. Mazzucato stelt voor om het economisch beleid dat de maanlanding tot een succes maakte als blauwdruk te hanteren voor de grote doelen die de mensheid nu voor ogen staan: betaalbare gezondheidszorg voor iedereen, het uitbannen van honger, een cyclische economie in plaats van een uitbuitende, enzovoorts. Er valt genoeg aan te merken aan dit boek, zoals dat Mazzucato, in tegenstelling tot Göpel, niet economisch groeidenken als zodanig ten discussie stelt, en dat ook haar missie-economie trekjes vertoont van een denken in een sociaal en ecologisch vacuüm, maar tegelijkertijd toont zij wat mij betreft wel aan dat idealisme en economisch gefundeerd denken goed samen kunnen gaan. Daarom is Mazzucato’s boek een nuttig boek om anders te denken over de relatie tussen economische daadkracht en wereldverbeterend vermogen.

It’s a myth, stupid!

Met De mythe van de staatsschuld heeft hoogleraar economie Stephanie Kelton een visionaire klassieker of een sirenenzang geschreven, zo stelt Koen Haegens in zijn voorwoord van de Nederlandse editie. Kelton is een van de pleitbezorgers van de zogenaamde MMT, de Moderne Monetaire Theorie, een economische denktrant die de conventionele denkwijze over overheidsuitgaven omdraait. In tegenstelling tot TABS (Taxing and Borrowing gaan vooraf aan Spending, ofwel: eerst moet je geld binnenkrijgen voordat je het kunt uitgeven) stelt de MMT STAB voor: een overheid geeft geld uit voordat ze geld binnenkrijgt. Dat kan ze doen omdat ze geldschepper is en in theorie onbeperkt geld kan uitgeven, in tegenstelling tot u en ik die ons huishoudboekje op orde hebben te houden. Staatsschuld is een mythe. Dit is een duizelende gedachte, en het feit dat economen flink steggelen over de waarheidswaarde ervan zegt genoeg over de bom die MMT heeft laten ontploffen in economisch denken. Voor wie economisch onbeslagen ten ijs komt, is Keltons boek evenwel lastig te lezen, en bovendien kiest ze al te bruusk de strategie van de weerlegging: ze positioneert tegenargumenten tegen MMT als mythes die ze vervolgens kan ontkrachten. Die aanpak komt op mij over als een al te retorische, zoals het boek überhaupt een pleidooi voor een theorie in plaats van een weergave van de feiten is, maar dat laat onverlet dat we hier te maken hebben met een stem in het debat die we niet kunnen negeren. Want wat als de aanhangers van MMT gelijk hebben? Dan kunnen we een globale missie-economie financieren met massale verandering ten goede als leidraad. Wat houdt ons tegen?

Eerder verschenen in ifilosofie

Samenvatting

De mythe van de staatsschuld van Stephanie Kelton is een wijs, provocerend en kraakhelder geschreven manifest voor een nieuwe

economische orde

€ 24,99

Verwachte leverdatum: donderdag 09 december


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789026355264
Verschijningsdatum
april 2021
Druk
1
Aantal pagina's
320 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
801: Management algemeen
Thema's
  • Economie, Financiën, Bedrijf en Management
  • Economie
  • Macro-economie
  • Monetaire economie
Categorieën

Uitgever
Ambo|Anthos

Vertaald door
Vanja Walsmit

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden