Je keek te ver

Een wandeling

Auteur(s): Marjoleine De Vos
Taal: Nederlands
2 recensies
Je keek te ver
Je keek te ver

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Jannie Trouwborst

[Recensie] Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 1957) schrijft over kunst, literatuur en koken en heeft een tweewekelijkse, beschouwelijke column over zingeving op de opiniepagina van de NRC. Een selectie van deze columns werd gebundeld in Nu en altijd: bespiegelingen (2000),  Het is zo vandaag als altijd (2011) en Doe je best (2018).
In 2000 verscheen haar eerste poëziebundel Zeehond graag (genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2002), gevolgd door Kat van sneeuw (2003) en Het waait (2008). In haar laatste bundel Uitzicht genoeg (2013) vinden we dit gedicht:

Ruimtevrees

Achter weilanden weiden, daar weer achter
dijken, zee en Zweden. Waar zou je heen?
De blik verliest je met zichzelf in de ruimte
waar aankomst ver en ver is te zoeken.
Niet voor de woerd die plotseling en onbedaarlijk
groen het zonlicht en je oog in zwemt.
Kijk bij je voet, maant hij, waar speenkruid
bloeit, de lucht gespiegeld blauw is in het diep.
Voel warmte op je neus, zie ’t vroege blad
van vlier. Je keek te ver. Dat wat je zoekt is hier.

In Je keek te ver werkt ze die gedachte verder uit, in wat je zou kunnen noemen: een persoonlijk doorleefd, poëtisch essay.

Groningen

Marjoleine de Vos woont in het Noord-Groningse Zeerijp. Elke dag maakt ze een wandeling vanuit haar huis, ongeacht het weer of het seizoen. Bezoekers van elders begrijpen niet wat er zo bijzonder is aan het grootschalige landschap met de wijkende einder. Maar Marjoleine stelt: er is niets te zien, en tegelijk heel veel. Voor wie daar moeite voor doet en er voor open wil staan.
En daarom neemt ze ons mee op haar wandelingen en in haar mijmeringen. Ze spreekt ons aan en ook zichzelf. Verwacht geen routebeschrijving, geen chronologie. Associatief leidt ze ons door het landschap, langs dichters en filosofen, door de geschiedenis en in de richting van de toekomst. Maar ze staat vooral stil bij het hier en nu.

Lezen van het landschap

In het eerste hoofdstuk leert ze ons het landschap te lezen aan de hand van de geschiedenis. Wie daar weet van heeft, ziet veel meer. Er valt altijd iets te ontdekken, je kunt je ergens pas over verwonderen als je de historie ervan kent. 
Bovendien is het landschap nooit hetzelfde, al lijkt dat zo. Een andere lichtval, een ander jaargetijde, volle of gerooide akkers, bomen in lentetooi of met herfstbladeren. Wie wandelt maakt deel uit van het landschap en beleeft het directer. Als je drukke hoofd vol gedachten dat tenminste niet dwarsboomt.

Niet dat ze geen oog heeft voor het te grootschalige landschap met rechtgetrokken waterlopen en enorme boerderijen. Maar erover mopperen heeft geen zin, je moet kijken naar wat nog herkenbaar is van vroeger, zoals kerkjes en wierden, en naar de simpele dingen in de natuur.

“Maar zoals gezegd: zien moet je leren. Zoals voor wie niets weet van het verleden, het Drentse essenlandschap als het ware niet bestaat, zo bestaat ook middeleeuws Groningen niet voor wie niet weet dat er zoiets was als middeleeuws Groningen. Je moet de sporen ervan leren herkennen, anders zijn er eenvoudigweg geen sporen.”

Wie zo kijkt, weet beter wat het behouden waard is. Maar ook wat nooit meer terug zal komen. Voorgoed, missen: het zijn woorden om over te filosoferen, om dichters te citeren. En tot de conclusie te komen:

“Kun je ook te ver in het verleden kijken? In ieder geval wel te veel. Misschien is alles wat uit verlangen bestaat wel “te”. Je moet niet verlangen. The art of losing bestaat uit niet-verlangen maar zijn. Er is ook nu: een hoogte, een smalle, kleine kerk, een schitterend uitzicht, schapen op de ijsbaan, stilte. Groningerlandstilte.”

Het echte leven

Voor stadsbewoners die op bezoek komen speelt het werkelijke leven zich toch af in de stad, beweren ze. Marjoleine de Vos geeft voorbeelden van wat zij onder het echte leven verstaat. De subtiele verandering in de natuur in de loop van de seizoenen, het oogsten en zaaien, de weidsheid van de luchten, de geringe beschutting tegen de elementen en de vriendelijkheid in de winkels, de praatjes op straat en de tafeltjes met de oogst van de moestuintjes langs de kant van de weg. De rust, de ruimte, de stilte van het platteland.

Al filosoferend en dichters en schrijvers citerend wandelt ze steeds opnieuw door haar Groninger landschap. Denkt na over de onveranderlijkheid van sterke gevoelens door eeuwen heen, over de ontoereikendheid van woorden om uit te leggen wat je voelt, over de tekortkomingen van herinneringen en over de zin van het bestaan. Een vol druk hoofd, dat maar blijft nadenken en dat alleen tot zwijgen gebracht kan worden door te wandelen en te zien. 

“Het is alsof je, buiten lopend, je leven weer terug krijgt. Ik sta op de Eenumerhoogte – een wierde die in de derde eeuw al bewoond was, nu naast het eigenlijke dorp gelegen dat op een eigen wierde staat. Ze hebben de kaak van een bruine beer in de bodem gevonden – ongelooflijk toch, hier tussen de suizende akkers. Het moet hier zo anders geweest zijn, zonder aardappels en puntige kerktoren. Met beren.
Maar enfin, als je daar staat en uitkijkt dan is het of je ook van binnen ruimer wordt. En zolang je op doortocht bent, niet aangekomen, zonder haast, zolang is het leven eigenlijk wel uit te houden.”

Een bijzonder boekje dat je al mijmerend en filosoferend meeneemt op pad door het Groninger landschap en alle aspecten van het leven.

Eerder verschenen op mijnboekenkast

Meer over de gedichten van Marjoleine de Vos vind je onder  Moderne Nederlandse dichters op de site van de KB.

Recensie door: Karin de Leeuw

De worsteling van zinvol loslaten

[Resencie] Marjoleine de Vos schreef een boekje over de dagelijkse wandeling die ze maakt op het platteland in Groningen, in de driehoek Zeerijp, Eenum, Wirdum. U had nog nooit gehoord van deze plaatsen? U zal de enige niet zijn. Het ligt in het noorden van Groningen tussen Loppersum en Roodeschool.

Het is niet zo moeilijk om zo’n wandeling een onbeduidend onderwerp te vinden; is het niet vanwege de plek op de kaart, aan het einde van de wereld, dan kan het zijn omdat we allemaal wel eens een ommetje maken en dan wat filosoferen. Maar daarmee doe je dit lieve boekje tekort. Van Oorschot heeft het essay van 72 bladzijden uitgegeven in een klein boek, met een zondagsschilders plaatje van de kerk van Eenum op de kaft en op de achterflap een amateurfoto van de schrijfster voor hetzelfde, stokoude kerkje. Een prachtig verzorgd boekje, alleen daarom al een plezier om op te pakken of om cadeau te geven.

In deze tijd van quarantaine is het bovendien een boekje dat voor velen herkenbare thema’s aansnijdt. Velen zijn een dagelijkse wandeling gaan maken en hebben ontdekt dat je “het pas ziet wanneer je kijkt”. Ineens vallen dingen op die je niet eerder bewust waarnam in je omgeving. Dat zijn niet alleen mooie dingen, al zijn er daar ook onverwacht veel van, maar ook, in geval van De Vos, lelijke schuren, geluid van landbouwvoertuigen en het besef dat er in dit landschap al heel wat kronkelpaden, stromen en terpen zijn verdwenen.

Juist bij het zeer geregeld, steeds dezelfde weg bewandelen wordt je een met het landschap. Vooral wanneer je je verdiept in wat je ziet, iets leest, verhalen van bewoners hoort, leert om vogels of bomen te herkennen, merk je steeds meer op, voel je je vertrouwd en wordt het wandelen een cadans, een gewoonte die je niet meer wilt missen. Aan het begin van de wandeling denk je nog wel eens: hoe ver is het nog. Maar na dit begin ga je als vanzelf, vooral wanneer je je goed gekleed hebt in laarzen en een warme jas. Zo leer je het landschap lezen.

En dan slaat Marjoleine de Vos een specifiek pad in: peinzen over zien wat verloren ging in het landschap, verliezen, loslaten en nadenken over sterven, het ondergaan van rouw. Dit najaar overleed de man met wie ze meer dan vijftien jaar getrouwd was. Mogelijk is dat de reden dat ze schrijft over “wie net nog naast mij waren, om iemand van wie ik zo zielsveel heb gehouden.”

“…doordat ik de kunst van het verliezen niet onder knie heb,” schrijft ze. Wie in rouw beheerst die kunst? Mijn hart breekt wanneer ik het lees. Ze voelt zich buiten het leven staan. In het landschap in november zie je de leegte in het gezicht. Ze citeert Rilke:

was wirst du tun, Gott, wenn ich sterbe? Ik ben de kruik (als ik in stukken val?), ik ben de drank ( als ik bederf?). Mit mir verlierst du dienen Sinn.

Ze is God niet, maar ze heeft wel dat zelfde gevoel: met het leven van de ander heeft zij het hare verloren, de zin van haar leven.

Na het overlijden van een dierbare moet een rouwende soms eindeloos vertellen, vaak tot in details, over gezamenlijke belevenissen, geliefde momenten en vertrouwde eigenschappen van de overledene. Maar stel je voor dat niemand de naam van de overledene meer noemt? Dat er nergens nog iets aan de overledene herinnert. Stel je voor dat dit met heel het menselijk leven zou gebeuren, met onze aarde. Marjoleine de Vos is er bang van, maar ze kijkt moedig in de diepe put van haar rouw.

Tot de dag dat ze naar buiten loopt en lacht. Er is niemand die de lach ziet, maar ze lacht, om de zon die opkomt achter het kerkje van Eenum, in grote oranje vegen. “Vreugde. Een bijna opwindend gevoel van hier zijn en in leven zijn en dit zien.” De strijd is niet gestreden. De auteur peinst nog over het weer opvullen van de leegte die is geslagen, over loslaten en over een diepte achter de zichtbare wereld, of niet.

Wandelend raakt ze de grond en schiet weer wortel in het leven.

Ik heb zelden zo’n mooi verslag van een rouwproces gelezen. Ook lees ik veel wandelboeken. Ze zijn momenteel modieus. Dit boekje komt eigenlijk als verhaal nog voor de wandelboeken. Het gaat namelijk over waarom we wandelen. Maar dit boekje komt ook achter de wandeling. Waarom je wandelt kan je namelijk alleen aan het eind van de wandeling een beetje begrijpen.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Samenvatting

Marjoleine de Vos wandelt elke dag een rondje vanuit haar huis in het Noord-Groningse Zeerijp. Onder een strakblauwe hemel, een grijs wolkendek of genadeloze regen, ze zijn er altijd: de akkers in bloei of kaal, de kraaien, de bomen in alle stadia van blad of niet blad, het kerkje van Eenum. Soms uien op het land, soms dollende hazen – alles is altijd hetzelfde en altijd anders.

Wat is het toch dat je zo kunt verlangen naar wandelen, vraagt De Vos zich af in Je keek te ver. Ze denkt na over het verschil tussen stad en platteland, de plek van cultuurlandschap in Nederland, over de kunst van het verliezen, landschapsleescursussen. En over hoe het hoofd zich verhoudt tot het lichaam: vaak zijn gedachten maar al te druk bezig, alsof je helemaal niet door een landschap loopt maar uitsluitend door je eigen bange, drukke hoofd. Kijk om je heen, moet je dan tegen jezelf zeggen. Niet de tijd in, maar over het land. Je keek te ver. Dat wat je zoekt is hier.

Toon meer Toon minder
€ 12,50

Verwachte leverdatum: vrijdag 29 mei


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789028210325
Verschijningsdatum
april 2020
Druk
1
Aantal pagina's
72 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
502: Wandelgidsen
Categorieën

Uitgever
Uitgeverij Van Oorschot

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden