Voor 23:00 besteld, overmorgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Willem die Madoc maakte

Auteur(s): Nico Dros
Taal: Nederlands
0.2/5
2 recensies
Willem die Madoc maakte
Willem die Madoc maakte

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Quis leget haec?

Een Middeleeuwse schipbreukeling

[Recensie] Willem die Madoc maakte van Nico Dros is een historische roman die geschreven is rondom de onbekende auteur van het beroemde verhaal Reynaert de Vos. Deze auteur kennen wij onder de naam Willem en het verhaal van Reynaert begint met de zin ‘Willem, die Madocke maecte’. Willem heeft naast het verhaal Van den Vos Reynaerde dus blijkbaar ook een verhaal over ene Madoc gemaakt. Echter, dat is niet terug gevonden en niemand weet wie of wat Madoc is. Genoeg om een roman omheen te weven en dat is wat Dros hier gedaan heeft.

Het verhaal begint in het hier en nu, als mediëvist Willem de Reuvere een paar originele boeken in zijn bezit krijgt die zijn hart sneller doen kloppen. Een versie van het zeldzame Antwerps Liedboek, een zeldzame druk uit de 16e eeuw en een middeleeuws verzamelhandschrift. In die laatste vindt hij het verhaal van Reynaert de Vos en hij is er van overtuigd dat het gaat om een authentiek handschrift van Willem. Uiteraard hoopt hij het verloren gegane verhaal van Madoc te vinden, maar vooralsnog vindt hij dat niet. Wel vindt hij, verborgen in de kaft van het boekwerk, een kortschrift dat hij tracht te ontcijferen. Omdat dit niet vlot begint hij aan een verhaal, wat uitmondt in de roman die wij hier lezen.

Een jongen is de enige overlevende van een schipbreuk en wordt opgenomen in een klooster. Hij wordt Beda genoemd en hij krijgt onderricht in lezen en schrijven. Door zijn kopieerwerk verwerft hij een hoop kennis, maar hij heeft ook last van een ascetische monnik. Hij, maar ook zijn medeleerlingen worden door deze Elmus verkracht. Beda neemt wraak op hem door hem een paar maal te geselen. Als blijkt dat anderen zijn geseling afmaken en Elmus vermoorden, vlucht Beda. Hij komt terecht in een dorp nabij Brussel waar hij samen gaat wonen met Veerle. Hij noemt zich inmiddels Madoc, omdat hij weet dat over Beda inmiddels een pauselijke banvloek is uitgesproken.

Madoc weet dat hij niet bij Veerle kan blijven, hij wil naar Parijs. Onderweg komt hij echter terecht bij een graaf en zijn gemalin. Daar weet hij zich als raadgever populair te maken. Hij brengt de grafelijke bibliotheek op orde en diept allerhande vergeten overeenkomsten op en verdient zo geld voor de graaf. Tegelijkertijd krijgt hij nachtelijk bezoek van een dame en jawel, de gravin blijkt zwanger. Madoc bekwaamt zich ook in het zwaardvechten en gaat het duel aan met een beruchte strijder, dat hij natuurlijk wint.
Tussendoor wordt er nog een bisschop vermoord, gaat de graaf naar het slagveld en lachen de edelen om een oud geschrift over ene Renaert de Vos. Ook ontwikkelt Madoc en passant een nieuw pachtstelsel voor de graaf. Het is duidelijk dat de grafelijke zoon van Madoc is, maar het komt niet uit. De gravin neemt wel afstand van Madoc en als de graaf sterft vluchten Madoc, de gravin en zijn zoontje het kasteel uit. Hier scheiden hun wegen, de gravin en hun zoon gaan naar het zuiden van Frankrijk.

Madoc blijft in Parijs en bekeert zich tot de geesteswetenschappen. Hij gaat colleges volgen en neemt tijd voor bezinning. Zo doet hij een ontdekking over de geest;

“‘Het betekent dat de geest,’ prevelde hij, ‘geen entiteit uit het bovenmaanse is, maar dat deze een natuurlijke, een aardse oorsprong heeft.’ Dit levensbeginsel stond haaks op de premissen van het christelijk geloof, haaks op alle gangbare ideeën omtrent de sferen van het ondermaanse en het bovenmaanse.”

Die gedachte, daar zou hij nog last mee krijgen. Hij besluit om toch zijn zoon achterna te reizen, maar onderweg komt hij Wijchje tegen. Die was terug naar Vlaanderen aan het reizen van een onderbroken bedevaart naar Santiago de Compostella en Madoc belsuit bij haar te blijven. Ze gaan in Vlaanderen wonen, krijgen een dochter die helaas overlijdt. Wijchje verliest zich in de Heer en besluit als Hadewijch in een begijnhuis te gaan wonen. Madoc heeft zich inmiddels opgewerk als beheerder van landerijen en gaat verhalen schrijven onder de naam van Willem. U raadt het; hij herschrijft het verhaal over de vos en schrijft een verhaal met de naam Madoc, waarin hij zijn ketterse ideeën verwerkt.

Dat laatste brengt hem in de gevangenis en uiteindelijk wordt hij ingemetseld in een cel om te sterven. Hoe dat afloopt vertel ik hier maar niet. U merkt, er gebeurt ontzettend veel en dat is precies wat er voor mij aan schort in dit boek, want de helft heb ik nog weggelaten. Er zijn nogal wat losse eindjes. Madoc zou een koningskind zijn uit Wales. Hij ontmoet ook Welshmen die hem zelfs de namen van zijn grootouders geven, maar er gebeurt niets mee. Madoc verlaat Veerle en ziet de gravin met zijn zoon vertrekken. Hij reist ze achterna, maar vertrekt net zo goed weer naar het noorden. De zoon zien we niet meer terug. Verder lijkt echt alles in dit ene verhaal te moeten zitten: een klooster en scriptorium met wijze leermeesters, maar ook met mishandelingen. Moord, kastelen en graven, een veldslag en een duel. Geesteswetenschappen, inquisitie door de kerk, ketters en brandstapels, beroemde werken, een verwijzing naar de beroemde dichteres Hadewijch, het duizelt af en toe.

Verder zijn er twee uitstapjes naar het heden, die voor mij niet zoveel toevoegen. Daarin komen we Willem de Reuvere en zijn kat Pablo weer tegen en het is bevreemdend om dan ineens te lezen over Louis Couperus bijvoorbeeld.

Wat wel prima is, is dat het verhaal goed doorleest, je verveelt je geen moment en voor iemand die niet zo thuis is in de Middeleeuwen komt het hele spectrum wel in 592 pagina’s voorbij.

Eerder verschenen op Quis leget haec? en Met de neus in de boeken/Sanis libris vita lacuna

Recensie door: Guido Goedgezelschap
4/5

De Middeleeuwen: een indrukwekkende periode

[Recensie] Onder het motto “Verba volant, scripta manent” zijn er al ontelbare boeken gepubliceerd over deze tot de verbeelding sprekende periode uit de geschiedenis. En toch blijven, ondanks (of misschien dankzij) de wreedheden, de oorlogen, de bloederige martelingen, de beulen, de kerkers, de heksenjachten, de indrukwekkende kastelen, de jonkvrouwen, de ridders, de lijfeigenen. De Middeleeuwen zijn een interessant onderwerp voor historici, schrijvers en lezers. Dat geldt ook voor Nico Dros (°7 maart 1956, Harkebuurt op Texel). Deze Nederlandse auteur van verhalen, romans en essays studeerde geschiedenis aan de VUA. Samen met dichter Arie van den Berg richtte hij Schrijversvakschool Amsterdam op, waar hij nu doceert. In 2007 won hij ‘de Gouden Doerian’ voor zijn roman Dromen van de bok. Zijn eerste historische roman, Noorderburen verscheen in 1991.

Het moet elke geschiedkundige een euforisch gevoel geven om artefacten te ontdekken uit lang vervlogen tijden, bijvoorbeeld geschriften uit de dertiende eeuw. Dat gevoel overheerst Willem de Reuvere, een Vlaamse mediëvist, wanneer hij toevallige in het bezit kan komen van het gekende epos Van den vos Reynaerde (of een deel ervan) en van het boek ‘Madoc’, allebei geschreven door zijn naamgenoot Willem. Willem de Reuvere vindt hierin de inspiratie om zelf een historisch boek te schrijven over Beda, Madoc en Willem; namen die zijn hoofdpersonage achtereenvolgens aanneemt.

1196. Vlaamse vissers vinden aan de kust het aangespoelde, maar levende lichaam van een jongetje van ongeveer vijf jaar. Zijn kleding laat hen vermoeden dat hij bij een adellijke familie hoort. In het klooster waar hij door de vissers wordt binnengebracht geniet Beda, zoals ze hem daar noemen, onder de deskundigheid van de monnik/kopiist Arnulfus, een intellectuele opleiding in Latijn, Grieks, Romeinse Geschiedenis.

Eén van de monniken heeft niet altijd goede bedoelingen met de jongetjes die in het klooster verblijven. Beda lokt de verkrachter in de val en laat hem voor dood achter in de nabijheid van het klooster. Hij wijzigt zijn naam in ‘Madoc’ en gaat op de vlucht. Vanaf dit moment volgen we zijn belevenissen, een hallucinante geschiedenis – met vallen en opstaan – die vooral gekenmerkt wordt door de voortdurende waakzaamheid die hij aan de dag moet leggen en de intelligente manier waarop hij zich telkens weet te ontdoen van zijn achtervolgers die hem willen straffen voor zijn vergrijp aan Elmus, de pedofiele monnik.

“’Ik durf te wedden dat u, ondanks uw stoffige uitdossing en roestende zwaard, uit een voornaam geslacht stamt. Het klinkt misschien vreemd dat ik u herken’. ‘U herkent mij?’ liet de verbaasde Madoc zich ontvallen. […] ‘Ik zag u zojuist en wist het meteen: dit is diezelfde edelman uit dat rijk dat onder de voet werd gelopen.’ Madoc sprak dit niet tegen, maar tegelijk hield hij zich op de vlakte.”

Nico Dros maakt zijn boek tweeledig: enerzijds lezen we in ‘voorspel en tussenspel’ de ervaringen en de motivatie van Willem de Reuvere (Dros zelf?) tijdens het schrijven van zijn boek. Anderzijds, en dat is het belangrijkste, sleept de auteur ons mee, chronologisch, doorheen de belevenissen van Madoc tijdens zijn eindeloze vlucht. Alle facetten van het leven tijdens de Middeleeuwen komen aan bod. Vooral het enorme verschil tussen kasteelheren en het ‘gewone’ volk spreekt tot de verbeelding: een gans leven, het dagelijkse harde labeur, slaafs in functie van de nietsontziende rijke grootgrondbezitters, de niets ontziende martelingen en straffen door fanatieke beulen, de waanzinnige oorlogen de rol van de Kerk. Niets blijft onbesproken in dit boek.

Willem die Madoc maakte is niet zo maar een romannetje dat je vlug, tussen soep en aardappelen kan lezen, zeker geen page-turner. Dat hoeft ook niet, maar het vraagt van de lezer wel de nodige interesse voor deze periode in de geschiedenis of om zich tenminste open te stellen en zich te laten meevoeren langs stoffige wegen, armoedige huisvesting, koude kasteelmuren, stinkende kerkers, akelige marteltuigen, inquisitie, bloederige vechtpartijen, intriges.

Wat de schrijfstijl betreft: Nico Dros heeft, voor zover dat mogelijk is, zijn taalgebruik aangepast aan de tijd waarover hij schrijft. Het vraagt wat oplettendheid en aanpassingsvermogen van de lezer, maar het is zeker geen element dat een belemmering vormt om het boek te lezen.

Toch even een opmerking in de marge. Het lange ‘voorspel’ kan voor sommige lezers een nefaste invloed hebben. 41 bladzijden als een soort inleiding zonder te weten waar de auteur nu eigenlijk naar toe wil kan een reden zijn om af te haken. Dit doet voor mij echter geen afbreuk aan de waarde van het verhaal.

Nico Dros schrijft met Willem die Madoc maakte een sterke roman. De schrijfstijl en het aangepaste taalgebruik voeren je mee doorheen de maatschappelijk problemen, sociale onrust en religieuze mistoestanden die deel uitmaakten van het leven in de dertiende eeuw: geen enkel thema wordt door de auteur uit de weg gegaan en dat levert een geloofwaardig verhaal met heel veel zin voor drama, maar waarin het amoureuze, het romantische een aangename afwisseling is voor de ruwheid van het dagelijkse bestaan in die periode. Dros maakt zijn hoofdpersonage, Madoc, zo intelligent (door zijn verblijf in het klooster) en fysiek haast onoverwinnelijk (door zijn ridderopleiding) dat er een voortdurende spanning gecreëerd wordt en dat maakt dat Willem die Madoc maakte nooit saai wordt. De nieuwsgierigheid naar de belevenissen van het hoofdpersonage wordt gevoed door voortdurend wisselende omstandigheden en onverwachte gebeurtenissen. Een pluim voor de auteur en zijn boek: ik heb het met zeer veel aandacht, interesse en plezier gelezen.

Speciale aandacht voor de band en omslag, Studio Jan de Boer.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Samenvatting

Na een storm in het jaar 1196 halen kustvissers een kleuter uit de branding. Die blijkt de enige overlevende van een schipbreuk te zijn. De jongen, vermoedelijk een koningskind, brengt zijn jeugdjaren door in een klooster nabij Brugge. Dat ontvlucht hij om zijn familie terug te vinden. Onder de naam Madoc leidt hij een leven als ridder en vecht duels op leven en dood uit, een leven waarin liefde evengoed een hoofdrol speelt.

Jarenlang is hij de rechterhand van de legendarische graaf Hincmar. In Parijs ontpopt hij zich tot agnost, vrijdenker en schrijver. Maar als de Inquisitie actief wordt krijgen de ketterjagers ook Madoc in het vizier.

In 2015 ontdekt een Vlaamse mediëvist een verzamelhandschrift uit de dertiende eeuw. Hij raakt ervan overtuigd dat dit eigenhandig werd geschreven door Willem, dichter van het fameuze Van den Vos Reynaerde en het mysterieuze boek Madoc. Hoe houden deze teksten verband met het levensverhaal van de veelzijdige middeleeuwse schrijver?

In een roman die tegelijk bloedstollend en intellectueel uitdagend is en waarin de Middeleeuwen in alle kleur oprijzen, speelt Nico Dros een vernuftig spel met de vermeende geschiedenis van de raadselachtigste middeleeuwer: Madoc.

Toon meer Toon minder
€ 27,50

Verwachte leverdatum: vrijdag 03 december


Taal
Nederlands
Bindwijze
Hardcover
ISBN
9789028223035
Verschijningsdatum
april 2021
Druk
1
Aantal pagina's
592 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Thema's
  • Fictie
  • Avonturenroman
  • Historische avonturenroman
Categorieën

Auteur
Uitgever
Uitgeverij G.A. Van Oorschot B.V.

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden