Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Uit het leven van een hond

Auteur(s): Sander Kollaard
Taal: Nederlands
0,2/5
3 recensies
Uit het leven van een hond
Uit het leven van een hond

Recensie

Aantal recensies: 3

Recensie door: Elisabeth Francet

Meer dan een pompend hart

[Recensie] Henk van Doorn, 56, verpleegkundige, wordt wakker. Zijn leven, zoals het er nu voorstaat, dringt langzaam tot hem door. Het zijn geen hoopgevende gedachten. Schurk is niet in orde; dat baart Henk zorgen. De hond lijdt aan hartfalen, zegt de dierenarts. Ook met Henk gaat het niet zo goed. Volgens zijn broer Freek is Henk in alle opzichten fout en in de ogen van een piepjonge nieuwe collega is hij oud, vermoeid, te dik en niet meer helemaal up-to-date. Op weg naar de uitgang, dus.

Uit het leven van een hond is de tweede roman van Sander Kollaard (1961). Net als zijn romandebuut Stadium IV is het een intimistisch, mild, levenslustig verhaal over de confrontatie met de dood. Henk is een bedachtzame, zachtaardige, melancholische, verlegen man die probeert te doen alsof hij dat allemaal niet is en die in een innerlijke kramp schiet wanneer hij verneemt dat zijn hond Schurk ten dode opgeschreven is. Zo wond hij zich onlangs nog ontzettend op bij de gratuite uitlating van zijn jonge collega: dat het hart niet meer zou zijn dan een pomp en al de rest flauw sentiment.

Sinds kort is tussen Henk en zijn hond een wederzijdse vervreemding ingetreden.

“Dat is wat ziekte doet: het verjaagt ons uit de normale verhoudingen en reduceert ons aldus tot vreemdelingen.”

Hoewel het drukkend warm is, is Henk er de man niet naar om bij de pakken te blijven neerzitten. Hij wandelt naar de apotheek om medicatie te halen voor Schurk. Onderweg overspoelt hem een herinneringsgolf.
Er is zo weinig, beseft Henk, dat hem bij elkaar houdt. Ja, Kees de jongen, het boek dat hij las toen hij zo oud was als zijn nichtje Rosa nu. Door het verhaal van de verliefde Kees werd hij destijds diep geraakt. Rosa draagt dezelfde naam als het meisje waarop Kees een oogje had. Lang heeft Henk gedacht dat zijn gebrek aan soliditeit een gevolg was van zijn leeslust. “Door te lezen, zo redeneerde hij, drong hij door in de denk- en gevoelswereld van andere mensen. Dat voedde zijn empathie maar verwaterde de eigen persoonlijkheid.”

We volgen Henk nu eens aan de binnenkant, waar tussen romantiek en nuchterheid, idealisme en cynisme, daadkracht en gelatenheid een dramatische strijd woedt. Dan weer zien we Henks buitenkant, die vaak in tegenspraak is met het innerlijke tumult. Aldus openbaart zich het fenomeen Henk en begrijpen we hem gaandeweg steeds beter.

Schurk en Henk hebben een goede verstandhouding, begrijpen elkaar zonder veel woorden. Maar nu: sterfelijkheid, een leven dat eindigt. Dat wil Henk niet. Hij wil tot elke prijs het leven vasthouden, de dood desnoods met geweld op afstand houden. Meer dan anderen is de bedachtzame Henk zich ervan bewust dat hij niet louter een pompend hart is, maar in hoge mate een verhaal. “Zonder verhalen zou de wereld uiteenvallen in betekenisloze onderdelen.” In Schurk ziet Henk een rijk emotioneel leven, een scala aan verhalen. Schurk houdt van Mahler en George Baker Selection. Bij Für Elise houdt de hond de kop schuin en trekt daarbij aandachtig een wenkbrauw op. Er is nog tijd, leest Henk in zijn ogen. Dat stelt hem even gerust.

In de stilte van zijn huiskamer denkt Henk terug aan zijn ex-vrouw Lydia. Ze gingen uit elkaar omdat het gebrek aan betekenis onverdraaglijk werd. Nochtans was ook zij dol op Schurk. Tijdens zijn middagdutje slaat de doodsangst toe in een droom. Henk ervaart een gevoel van urgentie. Vandaag móet hij achterhalen wat de zin is van het leven, voor de tragiek hem in zijn greep krijgt.

Henk zal zich moeten vermannen want hij is uitgenodigd bij zijn broer Freek voor het verjaardagsfeestje van nichtje Rosa. Hij zal haar Kees de jongen van Theo Thijssen cadeau doen. Voor hij vertrekt neemt hij de kop van de hond in zijn handen. Schurk kijkt hem aan, in zijn ogen de gebruikelijke weemoed, “dat hondenverdriet, een onpeilbaar inzicht in de werkelijke stand van zaken”. “Ik houd meer van hem dan van enig ander levend schepsel”, stort hij zijn hart uit bij een vrouw op de bus.

De vrouw heet Mia. Henk vindt haar lief, levendig, aantrekkelijk. Ze raken in gesprek over Schurk. Op het feestje zet Henk het op een drinken. Gelukkig ontfermt zijn nichtje Rosa zich over hem. Volgt een ingetogen tafereel wanneer hij haar voorleest uit Kees de jongen. Henk begint te snotteren. “Oompje toch…” Rosa legt een hand op zijn onderarm. Samen vallen ze in slaap.
Henk raakt ontroerd door Rosa’s jeugd en schoonheid en haar innemende reactie op zijn cadeau; Schurks ziekte gaat “als een sleepnet over de bodem van zijn ziel” terwijl de alcohol door zijn bloed raast. Voor hij huiswaarts keert, belt Henk stomdronken aan bij Mia. ‘Lebensbejahung’, het omarmen van het leven, beseft Henk, is het morele beginsel dat hem staande houdt.

De dag is om. Schurk heeft niet lang meer te leven. Hij kijkt Henk aan. Wij kijken naar Henk en Schurk. We hebben hen een etmaal gevolgd. Wat zien we? Een dag uit het leven van een man, een hond? Een catharsis? Een liefdesverhaal? De zin van het leven? Henks hart pompt; Schurks hart faalt. Misschien is dat nog het verstandigste wat we erover kunnen zeggen. De rest is sentiment. Innemend sentiment. En dat is wat telt in Henks leven en in deze milde, trage roman vol kleine observaties. Balsem voor de ziel.

Eerder verschenen op geendagzonderboek.com

Recensie door: Jannie Trouwborst
4/5

Zomaar een dag uit het leven van een bedachtzaam mens

[Recensie] Het is een bijzonder warme zaterdag in juli. Henk van Doorn wordt wakker. Langzaamaan komen zijn gedachten op gang. Het hart klopt, het bloed stroomt, constateert hij. Logische eerste gedachte voor een IC-verpleegkundige. Dan komen er nieuwe gegevens bij: zijn omgeving (slaapkamer), de tijd van ontwaken en het weer. Van harte gaat het allemaal niet:

“De nieuwe gegevens komen aansjokken als pubers die net wakker zijn en met zure, stuurse gezichten aan de ontbijttafel gaan zitten, beledigd dat hun weer een nieuwe dag in de maag is gesplitst.”

Zo begint het verhaal over wat een gewone dag lijkt te gaan worden uit het leven van een 56-jarige, bedachtzame, gescheiden man. Zijn gedachtewereld is onze enige bron van informatie, maar die is op een natuurlijke manier heel rijk. We lezen over zijn verleden en over zijn toekomstfantasieën. Over zijn familierelaties en de verhouding met een veel jongere collega. Over zijn kinderloosheid en zijn goede verstandhouding met zijn nichtje Rosa. En over Schurk, zijn hond, die niet in orde lijkt, wat hem erg raakt. Daarnaast filosofeert hij over de zin van het leven, over de vrijheid die ontstaat als je niet gelooft dat er een zin of bedoeling is met ons leven, behalve dat we het moeten leven en ervan moeten genieten.

Wat bijzonder is aan dit verhaal is de manier waarop dit alles als volkomen natuurlijk en vrij luchtig wordt verteld. Zo werken gedachten: we zien iets, dat roept een herinnering op en dat weer een andere herinnering en vervolgens een filosofische constatering. We geven toe aan een impuls en er gebeuren dingen die ons leven een andere draai geven. Niet per se dramatisch anders, maar toch. En zo kan een dag die begon als een normale zaterdag uit het leven van een man van middelbare leeftijd toch een hele bijzondere dag worden.

Als hij een ochtendwandeling maakt met Schurk, wordt hem duidelijk dat het echt niet goed gaat met de hond. Hij blijft ergens liggen in het gras, uitgeput. Een vreemde vrouw trekt het zich aan en brengt hem een bak water: hij zal wel dorst hebben met dit weer. Maar zoals de dierenarts enige uren later constateert, lijdt Schurk aan hartfalen en zal niet lang meer te leven hebben. Henk is er heel verdrietig over, maar het zet hem ook aan het denken over de eindigheid van ons allemaal en hoe anders een hond dat blijkbaar ervaart en aanvaardt, al spijt het hem dat hij niet echt in het koppie van zijn Schurk kan kijken.

Als hij zijn nichtje belt om haar te feliciteren met haar verjaardag, krijgt hij zijn broer aan de telefoon die hem over weet te halen zijn cadeautje zelf te komen brengen op het feestje. Dol op zijn nichtje, maar niet op feestjes, stemt hij met tegenzin toe. Hij gaat een boek voor haar kopen, dat voor hemzelf heel belangrijk was, toen hij haar leeftijd had en dat hij nog graag leest: Kees de jongen, van Theo Thijssen. In de boekwinkel filosofeert hij over wat lezen kan betekenen voor de ontwikkeling van je zelfbeeld.

“Hij heeft lang gedacht dat zijn gebrek aan soliditeit een gevolg was van zijn leeslust. Door te lezen, zo redeneerde hij,  drong hij door in de denk- en gevoelswereld van andere mensen. Dat voedde zijn empathie, maar verwaterde de eigen persoonlijkheid, ongeveer zoals we in gezelschap aan eigenheid inboeten. Met elk boek dat hij las, verloor hij iets van zichzelf.”

Hoewel hij dol is op lezen en een kast vol boeken heeft, maakte hij zich er vreselijk boos over. Hij herinnert het zich terwijl hij in een stoel in de boekhandel zit, eigenlijk om na te denken over welk boek hij Rosa zal geven. Maar dan realiseert hij zich dat hij daar inmiddels heel anders over denkt. Het is niet een persoonlijke, maar een algemene trek van mensen.

“Wat voor hem geldt, geldt voor iedereen, dat heeft niets met lezen te maken. We zijn allemaal schimmen, met verhalen bekleed spul, en dat maakt ons vloeiender dan ons lief is maar wat ons lief is, doet er niet toe.”

Zijn boekenkast is zijn houvast, waarop hij op elk moment het juiste boek kan pakken, dat bij hem past op dat moment. En daarom weet hij meteen welk boek hij Rosa zal geven.

Voor hij huiswaarts keert, besluit hij Maaike, een oud-collega, te bezoeken in het verzorgingshuis waar ze vanwege haar dementie opgenomen is. Ook dat bezoek brengt zowel herinneringen als het besef van hoe ons leven een andere wending kan nemen dan we dachten en dat het soms zomaar te laat is om ervan te genieten. 

Het is halverwege de dag en er is al veel meer gebeurd dan hij bij het ontwaken kon bedenken. Maar er volgt nog meer. Hij geeft Schurk de medicijnen van de dierenarts, eet iets en gaat met de bus naar zijn nichtje. In de bus treft hij de vrouw die Schurk te drinken gaf. Ze raken in gesprek, ze heet Mia. Ze is op weg naar een muziekuitvoering. Het feest bij zijn broer brengt de nodige onverwachte gebeurtenissen met zich mee waar hij niet goed mee om kan gaan. Hij wordt dronken en verlaat het feest als het hem teveel wordt. In de bus naar huis stapt ook Mia in. 

Er is ondertussen zoveel gebeurd in Henk zijn hoofd dat de dag heel anders verlopen is dan hij bij het ontwaken had kunnen bedenken. Mede geholpen door de toevalligheid van alles wat ons nu eenmaal ten deel kan vallen. Maar daardoor eindigt deze dag ook heel anders dan hij ooit verwacht had.

Het is moeilijk uit te leggen, waarom dit zo’n fascinerend boek is. Nergens wordt het saai of belerend. Terwijl dat wel op de loer ligt bij een verhaal over zomaar een dag, vol met persoonlijke herinneringen, overwegingen en filosofische bespiegelingen. Ook is het nergens triest, ondanks de zieke hond, wel ontroerend. Niet alleen Henk is een bedachtzaam mens, je wordt er zelf al lezende ook bedachtzamer van. Als kers op de taart zijn de geweldige metaforen die met enige regelmaat opduiken. Ze komen voort uit diezelfde bedachtzaamheid.

Eerder verschenen op Mijn boekenkast

Recensie door: Dietske Geerlings

Ontwaken met een kloppend hart


Over Proust en over Uit het leven van een hond van Sander Kollaard

[Essay] Net was ik begonnen aan het lezen van Proust, A la recherche du temps perdu, in een prachtige vertaling van Thérèse Cornips en Anneke Brassinga, en was het besef tot mij doorgedrongen dat ik hier wel een lange tijd zoet mee zou zijn, toen ik een berichtje zag langskomen van iemand die het wat teleurstellend vond dat de Librisprijs was gegaan naar Uit het leven van een hond van Sander Kollaard. Deze lezer was blij dat hij geen recensie over het boek hoefde te schrijven, want het ging eigenlijk nergens over en hij had geen idee wat hij gemist zou hebben als hij het niet had gelezen. Er was geen enkele opwinding of ambitie in het boek te vinden, volgens hem. Ongemerkt had hij toch een oordeel gegeven over het boek en juist deze geringschatting bracht mij ertoe Proust even te onderbreken en dit heel wat minder omvangrijke werk ter hand te nemen, omdat ik zojuist bij A la recherche… weer had ondervonden dat literatuur op haar mooist is als zij ogenschijnlijk nergens over gaat en ik vooral zelf wilde ontdekken wat er in dit boekje te prijzen valt.

En zo kwam ik tot mijn grote verwondering op de eerste paar bladzijdes terecht in een langdurig proces van ontwaken. De eerste drie woorden ‘Het hart klopt’ zijn zelfs een restant uit een gesprek van de vorige dag dat in het hoofd van de ontwakende is blijven hangen en je maakt van dichtbij mee wat er in de verschillende laagjes van het bewustzijn van Henk van Doorn gebeurt, die langzaam wakker wordt. Mijn verwondering betrof niet zozeer dit proces van ontwaken zelf, maar het bizarre toeval dat ik net bij Proust ademloos een vergelijkbaar proces van ontwaken met de hoofdpersoon aldaar had meegemaakt, bladzijdes lang, diep onder de indruk, omdat dit ontwaken weliswaar elke dag bij iedereen plaatsvindt, maar dat Proust toch verbluffend knap dit ingewikkelde gebeuren heeft gevangen, waarbij bewustzijn en sluimer elkaar minutieus afwisselen, waardoor de beleving van tijd en plaats in enkele ogenblikken subtiel verschuift van herinneringen aan allerlei plekken en gebeurtenissen uit het verleden naar een steeds duidelijkere bewustwording van de omgeving en de dag in het heden. Hoe groot is de kans dat je op één dag twee boeken leest, die op deze manier in je handen ‘ontwaken’?

Los van dit toeval was ik ook getroffen door de verbondenheid die kennelijk tussen mensen bestaat, over de eeuwen heen, want Proust schreef deze ervaring ruim een eeuw eerder dan Kollaard. Beide schrijvers brengen tijdens dit ontwaken heel subtiel het karakter van de hoofdpersoon tot leven: overigens twee totaal verschillende karakters, gebonden aan hun eigen tijd wat betreft kleinigheden, maar – onbewust natuurlijk, want de kans is vrij groot dat Kollaard Proust nooit gelezen heeft – met elkaar verbonden in hun essentie, namelijk hun existentie.

Eigenlijk was mij op de eerste bladzijde al volkomen duidelijk waarom dit boek van Kollaard in de prijzen is gevallen en de bladzijdes daarna bevestigden steeds opnieuw mijn vermoeden: het boek raakt de essentie van het leven, met de bijbehorende levens- en doodsangst. Een goede schrijver heeft daarvoor geen spannende gebeurtenissen of spectaculaire personages nodig. Datzelfde zag ik bij de boeken van de Noorse auteur Jon Fosse, waarin nog veel minder gebeurt. Bij Kollaard beleven we één dag uit het leven van Henk van Doorn met zijn zieke hond Schurk, maar beland je ook via kleine associaties in herinneringen, o.a. aan het gestrande huwelijk met Lydia en de dood van zijn oudste broer, en via grote angsten of juist hoop zelfs in de toekomst, waaruit je dan wel weer teruggefloten wordt, want zo ver is het nog niet.

Hoe gelukkig word ik ook van de metafoor van het hart, dat steeds weer terugkomt in het boek: het hart dat leven door ons lichaam pompt, maar ook het hart dat liefde kan geven en ontvangen, en tenslotte het hart dat kan falen, net als bij Schurk, waardoor je ineens niet meer zo zeker bent van je leven. Niet alleen het hart, maar ook die ene dag, van ontwaken tot slapen, staat symbool voor het leven van geboorte tot sterven. Er zijn verschillende religies die onderschrijven dat de slaap een vorm van sterven is.

Waar de ironie van Proust bij mij een subtiele glimlach om de lippen tovert, doet die van Kollaard mij zelfs regelmatig hardop lachen. Dat heeft soms ook met de verschuiving van perspectief te maken, want ineens zie je Henk van bovenaf op de bank slapen met zijn net iets te dikke buik, een straaltje kwijl uit zijn mond. Het is maar goed dat hij dat zelf niet kan zien! Daardoor neem je automatisch wat meer afstand van Henk, ook als het perspectief allang weer bij hem ligt en dan zie je ineens –  hoe kan het anders, want uiteindelijk gaat het bij grote literatuur, hoe weinig bladzijdes zij ook omvat, om de catharsis! –  ook stukjes van jezelf, want laten we eerlijk zijn, zo bijzonder zijn wij zelf toch ook niet, en toch… en toch, we kunnen, zo goed en zo kwaad als het kan, best wat van ons bescheiden leven maken.

Wat zou ik nu gemist hebben als ik dit in de prijzen gevallen boekje niet gelezen had? Een grote glimlach van oor tot oor, de hand op mijn borst om mijzelf ervan te vergewissen dat mijn hart nog wel klopt, moed, om op te staan en mijn eigen leven weer eens vanuit een ander perspectief te bekijken, doorzettingsvermogen om verder te ontdekken wat Proust mij de komende duizenden bladzijdes nog te vertellen heeft, want het lezen zelf is genieten, van ontwaken tot slaap, van hoofdletter tot punt.

Eerder verschenen op Met de neus in de boeken

Samenvatting

Uit het leven van een hond beslaat een dag uit het leven van Henk van Doorn, 56, ic-verpleegkundige, alleenstaand. Het is een doodgewone zaterdag totdat blijkt dat Henks hond ziek is en binnen afzienbare tijd zal sterven. Dat gegeven gaat als een sleepnet over de bodem van de dag en haalt de gebruikelijke gedachten boven: dat de tijd maar één richting kent; dat we zo kwetsbaar zijn; dat we zo eenzaam zijn, hoeveel liefde we ook vinden. Maar somber wordt het verhaal nergens dankzij Henks talent om uit een acuut besef van sterfelijkheid een krachtig carpe diem te putten: leef het leven ten volle.

‘Zelden was ik zo verliefd op een Everyman als op Sander Kollaards lieve, goeie, middelbare Henk.’ – Sylvia Witteman

‘Kollaard laat met dit boek zien wat literatuur vermag.’ NRC Handelsblad *****

‘Er is geen andere Nederlandse schrijver die het leven zo kan laten zinderen, schitteren en tintelen als Sander Kollaard.’ – De Groene Amsterdammer

‘Schitterende roman over doodgewoon geluk, over de lichtheid die het leven draaglijk maakt.’ – Standaard der Letteren

Toon meer Toon minder
€ 23,50

Verwachte leverdatum: dinsdag 26 januari


Taal
Nederlands
Bindwijze
Hardcover
ISBN
9789028223141
Verschijningsdatum
september 2020
Druk
1
Aantal pagina's
156 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Categorieën

Uitgever
Uitgeverij G.A. Van Oorschot B.V.

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden