Baron Wenckheim keert terug

Taal: Nederlands
0,2/5
2 recensies
Baron Wenckheim keert terug
Baron Wenckheim keert terug

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Anke Cuijpers
4/5

Een enorme verzameling gebeurtenissen

[Recensie] Laszlo Krasznahorkai is een rasechte verteller, iemand die hetzelfde verhaal opnieuw kan vertellen en dan onverminderd weet te boeien. Met paginalange zinnen probeert hij de manier waarop mensen praten zo natuurgetrouw mogelijk weer te geven. Het gebruik van een punt achter een zin geeft volgens Krasznahorkai niet de adempauze weer die je hoort als je mensen daadwerkelijk hoort vertellen. Het ritme dat hij op deze manier in zijn zinnen verweeft schetst inderdaad voor een deel het karakter van dat personage. Lees bijvoorbeeld in het nu vertaalde Baron Wenckheim keert terug hoe een paar weeskinderen met elkaar in straattaal praten en je beseft dat een rapperslied in je hoofd resoneert.

De verhalen die Krasznahorkai vertelt zijn dystopisch en doortrokken van een soort grauwheid, alsof alle zinnen als wasgoed boven een rokerige kachel te drogen zijn gehangen. Satanstango, de debuutroman van Krasznahorkai, is terecht verfilmd in modderige grijstinten, Melancholie van het verzet is zo mogelijk nog duisterder. In Baron Wenckheim keert terug kiert echter voorzichtig iets van kleur, van een klaproosrode lipstick, papaverrode lippen, bijzonder blauwe ogen, een rode jurk tot kleurrijke motoren. Bovendien is er sprake van een tragische liefde, die dan wel een illusie blijkt, maar daardoor juist in de romantische traditie staat. De gebeurtenissen zelf zijn ook komischer dan in de hierboven genoemde romans. Toch zijn er een aantal gemene delers te noemen die deze roman met genoemde voorgangers gemeen heeft. Steeds wordt er gewacht op verlossing, door iets of iemand, waarna alles beter zou moeten worden, is er een hoofdpersonage dat zich liever niet met de wereld om zich heen bemoeit maar zich daar toch toe genoodzaakt ziet, en zijn er bijzonder wrede mensen die veel kapot maken.

Bladmuziek

Het begin van Baron Wenckheim keert terug is een waarschuwing, die strikt genomen voor het verhaal staat, als een soort bijsluiter, waarin een dirigent een appel uit een fruitmand neemt, en terwijl de dirigent de musici toespreekt beseft deze dat hij alleen nog maar kan afwachten tot het is afgelopen. De ellende met de mensheid begint natuurlijk altijd weer met zo’n appel. “Voor eeuwig, zo lang als het duurt” luidt het motto voor het verhaal begint. De laatste woorden in de roman zijn “da capo al fine,” een muziekterm die de speler instrueert het hele stuk nog eens te spelen, vanaf het begin. Het verhaal gestructureerd als een muziekstuk, met een dansschema als inhoudsopgave en een verwijzing naar Satanstango, je zou kunnen stellen dat de personages en hun leefomgeving als de muzieknoten op de notenbalk zijn.

De baron die in dit verhaal terugkeert is niet dezelfde als de historische baron Béla Wenckheim, een Hongaars politicus die van 1811 tot 1879 in Körösladány leefde. Bij Krasznahorkai is hij een wat wereldvreemde figuur die Argentinië vanwege torenhoge gokschulden heeft moeten verlaten. Zijn familie, beducht voor reputatieschade aan de goede familienaam, betaalt zijn schulden en zet het zwarte schaap van de familie op de trein naar zijn geboortestad. Maar wel pas nadat de baron heeft moeten beloven zich verder voorbeeldig te zullen gedragen. De baron hoopt in het stadje zijn jeugdliefde terug te vinden, wiens foto hij al bijna zijn hele leven met zich meesleept. Het gerucht over zijn komst, en de idee dat de baron groot geld gaat investeren in zijn geboortestad, snelt hem echter vooruit, en is oorzaak van een reeks tragikomische misverstanden en verwikkelingen. In het stadje wordt hij bij aankomst tot zijn ontzetting feestelijk onthaald door onder meer een koor dat Don’t cry for me Argentina zingt, een speechende burgemeester en een motorbende die feestelijk en muzikaal toetert. De baron heeft zich dan al laten ringeloren door een crimineel die zichzelf tot zijn secretaris heeft benoemd.

Het brandende braambos

Dat het stadje zo wanhopig wil geloven in een verlosser is wel te begrijpen. Krasznahorkai schept ook nu weer een grauwe werkelijkheid waarin corrupte politici en wrede bendes het gezag in handen hebben. Angst is meer dan ooit een drijfveer van verschillende personages in deze roman. De professor die prutst met het isoleerschuim dat hij voor het raam zet, en weer verwijdert, die zich wil terugtrekken in zijn zelfgebouwde hut met dat ene raam, maar gestoord wordt door zijn dochter, is vervolgens in zijn handelingen bijzonder resoluut. Als zijn dochter met een protestbord voor zijn hut gaat staan, schiet hij een hele gordel kogels de lucht in om dochter en journalisten op afstand te houden. Het braambos waarin de hut staat is ook het eerste dat in brand wordt gezet, door hemzelf, als een strategie om aan zijn belagers te ontkomen. Het verhaal dat rondom de baron zo komisch verwikkelt is in de passages rondom de professor bloedstollend spannend. Zonder al te veel spoilers hierover te willen weggeven komt het uiteindelijk tot een inferno, een moment waarop er letterlijk overal in het stadje van alles tegelijk gebeurt.

Tijd is in dit verhaal een hulpbegrip, en soms een fataal begrip, zoals in het liefdesverhaal van de baron waarin de tijd niet begrepen wordt. Tragische liefdes zijn natuurlijk de grootste liefdes, zij kunnen niet door de dagelijksheid en het verloop van de tijd verwoest worden. In de roman wordt verwezen naar Whitehead en de procesfilosofie, die beweert dat de werkelijkheid veel meer bestaat uit gebeurtenissen, een evolueren. In het stadje blijft uiteindelijk alleen een zingende idioot in een watertoren over. In de lezer het resoneren van deze wonderbaarlijke hoeveelheid taalmuziek waaruit deze roman bestaat. In 2015 werd het oeuvre van Krasznahorkai bekroond met de International Man Booker Prize. Terecht, blijkt ook met deze roman maar weer.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Recensie door: Marnix Verplancke

Schrijver tegen wil en dank

László Krasznahorkai schrijft vuistdikke romans die uit zinnen van soms wel tien bladzijden bestaan waarin hij een wereld oproept zonder doel, betekenis of verlossing. “Ik wou in feite maar een roman schrijven,” zegt hij, “want god schiep toch ook maar een wereld? Maar omdat die roman niet perfect was, diende ik telkens opnieuw te beginnen.”

[Interview] Een roman van de Hongaar László Krasznahorkai lezen is een ongewone ervaring. Eerst weet je niet goed wat te denken van die ellenlange zinnen die hij schrijft. Je worstelt met de betekenis ervan, voelt hoe ze tegen je hersenpan schuren en hebt veel zin om uit puur verzet die kilo papier aan de kant te gooien. Tot je gaat inzien dat je je niet moet verzetten tegen de hersenspinsels van Krasznahorkai, maar dat je je er gewoon moet aan overgeven. Dan ben je vertrokken, en raak je in een soort trance die het moeilijk maakt het boek nog aan de kant te leggen. Je begint te snappen hoe muzikaal die lange zinnen wel opgebouwd zijn en welke ritmes er doorheen geweven zitten. “Misschien komt het wel doordat ik mijn teksten eerst in mijn hoofd schrijf,” gaat Krasznahorkai op zoek naar de reden voor zijn bedwelmende romans, “soms wel twintig of dertig pagina’s lang. Ik zit eraan te schaven tot ik helemaal tevreden ben. Pas dan schrijf ik ze neer. Het is trouwens niet dat ik per se speciaal wil doen en daarom zo’n lange zinnen schrijf, ik vind dat gewoon de makkelijkste manier om me uit te drukken. Wat ik te zeggen heb, past gewoon niet in korte zinnetjes.”

Echt opbeurend is wat Krasnahorkai te zeggen heeft trouwens niet. Zijn nieuwste roman, Baron Wenckheim keert terug, speelt in een klein Hongaars stadje dat al decennialang in het sukkelstraatje zit. Samen met het communisme is de welvaart verdwenen, en toen dat communisme op zijn beurt verdween, kwam die welvaart jammer genoeg niet meer terug. Maar dat zou kunnen veranderen, want het gerucht doet de ronde dat baron Wenckheim na 46 jaar in Buenos Aires gewoond te hebben en daar een reusachtig fortuin bij elkaar gespeculeerd zou hebben, terug naar huis komt. Hij zal hotels bouwen en werkgelegenheid scheppen, zeggen de enen, waar de anderen aan toevoegen dat hij gewoon zijn fortuin zal uitdelen aan de bewoners van de stad. En dus wordt een heuse ontvangstceremonie op poten gezet waaraan zelfs de lokale neo-nazi’s deelnemen door samen een song van Madonna te claxoneren met hun motoren, wat het vrouwenkoor toch wat ongepast vindt en daarom prompt een a capella-versie van Don’t Cry For Me Argentina begint in te studeren. Maar is dat allemaal wel waar van dat fortuin, merken een paar zuurpruimen op. Er doet immers een nijdig gerucht de ronde dat de baron zijn fortuin achtergelaten heeft aan de speeltafel. Hoe het ook zij, de figuur van de baron lijkt wel mythische en tegelijkertijd al te menselijke proporties te krijgen. Wie wil er immers niet geloven in de komst van de messias? Niemand toch?

Krasznahorkai: “Mensen willen de waarheid niet horen. Ze willen belogen worden. We willen dus geen profeten, maar wel valse profeten die ons op de juiste manier beliegen. De echte profeten voeren we naar Golgotha af. En toch weten we heel diep in onszelf wat de waarheid is. Als je denkt dat je gelukkig bent met je drie vakantiehuizen en je helikopter, dan ben je dat ook. Als je daarentegen van mening bent dat je ongelukkig bent omdat je geen drie vakantiehuizen en een helikopter hebt, dan ben je ook ongelukkig. Maar die waarheid willen we niet aanvaarden. Veel liever lopen we achter iemand aan die zegt dat je pas gelukkig zal worden wanneer je hem volgt. Er is geen hoop, en precies daarom willen we een messias. Maar wat blijkt wanneer de baron uit de trein stapt? Dat hij arm en dom is. En dus keert iedereen zich van hem af en volgt alles zijn weg naar de vernietiging.”

Een andere hoofdrolspeler in je boek, de professor, beweert dat angst de fundamentele drijfveer is van de mens. Combineer die angst met het verlangen naar een messias, en je zit met de explosieve cocktail van de huidige populistische politiek, toch?

Krasznahorkai: “Het huidige Hongaarse politieke regime houdt niet van mijn boek omdat het denkt dat het een ironische of cynische representatie van hen geeft. De links-liberale Hongaarse intelligentia houdt dan weer niet van mijn boek omdat het veel te soft is en geen echte kritiek op de regering. Mijn roman is geen politiek boek omdat mijn personages te menselijk en te veelzijdig zijn. Ze zijn dom en slim en goed en kwaad tegelijkertijd, alles hangt af van de omstandigheden.”

Uiteindelijk overleeft op het einde van de roman slechts één mens het apocalyptische vuur dat het stadje verzwelgt, een zwakzinnige, naïeve en goedaardige jongen die ‘Brand brand, brand brand, en daar is geen water,’ zit te zingen in de watertoren. Waarom is net hij de enige overlevende?

Krasznahorkai: “Zuiver toeval.”

In een roman bestaat het toeval toch niet?

Krasznahorkai: “Toch wel, er zijn nu eenmaal toevalligheden die noodzakelijk moeten gebeuren. Het toeval is nooit echt toeval. In het verwoeste stadje blijkt alleen de kolossale watertoren nog overeind te staan. Dat heb ik niet verzonnen. Die realiteit drong zich aan me op. En toen zag ik die zwakzinnige jongen zitten, met zijn benen bengelend over de rand. Ik hoorde hem niet, maar ik zag dat hij aan het zingen was: “Brand brand, brand brand, en daar is geen water”. Op zich heeft het geen zin dat er een overlever is, en nog minder dat die overlever een zwakzinnige is. Daar zit dus helemaal geen idee achter, noch een betekenis. Onlangs is er een film gemaakt over mij. De crew trok toen naar een watertoren. Ik ging mee, en toen we bovenkwamen was er een onderhoudsman aan het werk. Hij had net zo goed de enige overlevende kunnen zijn. Ik weet dus ook niet waarom de enige overlevende een zwakzinnige is. Dat moet de lezer zelf maar invullen.”

U plant uw boeken dus niet?

Krasznahorkai: “Het enige plan dat ik heb is geen nieuwe boeken meer te schrijven. Het grootste deel van mijn leven is opgegaan aan dit streven. En de enige reden waarom ik toch schrijf is zwakte. In feite wou ik maar een roman schrijven, Satanstango, mijn debuut. Waarom maar een roman? Omdat er ook maar een realiteit is. Stel je voor dat god de wereld creëerde, zag dat die niet volmaakt was en daarom besliste om er nog een te maken? Dat kan toch niet. Toen ik mijn eerste roman herlas, realiseerde ik me dat hij niet perfect was. De realiteit is dat daarentegen wel. Als ik een boek wou schrijven dat deel uitmaakt van die realiteit, moest dat dus ook perfect zijn. Dus begon ik opnieuw en schreef ik hetzelfde boek nog een keer: De melancholie van het verzet. Eens dat klaar, herlas ik het ook, en opnieuw was ik niet tevreden. Nadien kwam War and War en nu dus Baron Wenckheim. Ik hoop echt dat dit het einde is en dat ik verlost ben van dat schrijven.”

Baron Wenckheim keert terug is dus een perfect boek?

Krasznahorkai: “Nee.”

Dus moet er nog een roman komen?

Krasznahorkai: “Daarvoor is het te laat, denk ik. Misschien moet ik gewoon bekennen dat ik de perfectie van de goddelijke creatie niet in me heb.”

Over de auteur
László Krasznahorkai wordt in 1954 geboren in het Hongaarse stadje Gyula. Debuteert in 1985 met Satanstango, een in Hongarije spelende dystopische roman die hem meteen naar de top van de literatuur catapulteert.
In 1989 volgt De melancholie van het verzet en tien jaar later het tot nu toe in het Nederlands onvertaald gebleven War and War, dat hij deels schrijft in Allen Ginsbergs New Yorkse flat. Tussen 1985 en 2011 schrijft hij scenario’s voor regisseur Béla Tarr. In 2015 krijgt hij de Man Booker International Prize en zijn naam wordt vaak genoemd in Nobelkringen.
Momenteel woont hij afwisselend in Boedapest, Wenen en Triëst.

Eerder verschenen in Knack

Samenvatting

In een kleine Hongaarse stad verspreidt zich het gerucht dat Béla Wenckheim, een rijke aristocraat, uit Argentinië terugkeert. Steeds meer mensen rekenen erop dat hij veel geld meebrengt, waardoor de stad weer tot bloei zal komen. Hij wordt dan ook feestelijk onthaald. Maar als de baron door een reeks tragikomische misverstanden onverwacht overlijdt, komt de gedesillusioneerde bevolking in opstand. Er breekt een enorme brand uit in de stad. De enige overlevende is een idioot die uit het gesticht is weggelopen en boven op de watertoren een liedje zit te zingen. Met de ene na de andere krachtige scène leidt Krasznahorkai de lezer door zijn verhaal, even ironisch verteld als zijn eerdere werk maar dit keer veel openlijker humoristisch. De ondergang lokt ons met een grijns.

László Krasznahorkai is een schrijver met een volstrekt authentieke stem die precies weet wat hij wil: 'schrijven over de wereld, niet over het communisme in Hongarije, niet over Hongarije, maar over een diepere laag in de wereld.'

Toon meer Toon minder
€ 29,99

Verwachte leverdatum: dinsdag 10 december


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789028427433
Verschijningsdatum
september 2019
Druk
1
Aantal pagina's
496 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
302: Vertaalde literaire roman, novelle
Categorieën

Uitgever
Wereldbibliotheek

Vertaald door
Mari Alfoldy

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden