Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Een spoor van mezelf

Een keuze uit de orthonieme gedichten

Auteur(s): Fernando Pessoa
Taal: Nederlands
2 recensies
Een spoor van mezelf
Een spoor van mezelf
Een spoor van mezelf

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Elisabeth Francet

Een veelvoud aan zielen

[Recensie] Toen ik (Elisabeth Francet, red) in 1991 als Erasmusstudent enkele maanden in Lissabon verbleef, kende ik Fernando Pessoa (1888-1935) slechts van naam en een enkel gedicht. Zijn zittende standbeeld aan café A Brasileira intrigeerde me; zijn naam klonk in het Portugees bijna zo mooi als een fado. Ontvankelijk voor ‘saudade’, sloot ik de mysterieuze figuur in mijn hart terwijl ik weemoedig over de Taag naar de zonsondergang tuurde. Lange tijd koesterde ik de droef ogende Lissabonner als een nooit te ontsluieren geheim, een onbekende naar wie ik heimwee had. Als jonge twintiger had ik er geen benul van dat deze man een literair universum op zich was, verspreid over meer dan honderd identiteiten.

Twee decennia later las ik Boek der rusteloosheid: een ontnuchterende ervaring. Pessoa’s magnum opus bleek geschreven door iemand die gebukt ging onder het leven en vooral aan zichzelf leed. Mijn beeld van Pessoa ging aan het zwalpen en ik slingerde heen en weer tussen deernis, ergernis, sympathie en bewondering voor deze mens, groots in zijn zwakheid en in zijn falen. Hoe nauwgezet beschreef hij zijn paradoxale gevoelens en gedachten!

Eerder dit jaar verscheen van diezelfde Pessoa de tweetalige bundel Een spoor van mezelf. Een keuze uit de orthonieme gedichten, in een vertaling van Harrie Lemmens. Het derde bedrijf in mijn langdurige kennismaking met de schrijver-dichter.

Identiteiten

Niet een enkel spoor, maar een kluwen van sporen liet Pessoa na, onder heel wat identiteiten. Hij was zonder enige twijfel artistiek schizofreen. In een poging aan het denken te ontsnappen, schiep hij (volgens een recente telling) meer dan honderdtwintig alter ego’s, pseudoniemen en heteroniemen en voorzag ze van een fictief leven. Zo ontstonden onder meer de simpele landman Alberto Caeiro; de stoïcijnse arts Ricardo Reis; en Álvaro de Campos, die het dichtst bij Pessoa zelf stond. Naargelang de stem die hij wilde vertolken (respectievelijk: louter kijken en registreren; denken; voelen), liet hij de een of de ander aan het woord. Ook liet hij zijn alter ego’s met elkaar, over elkaar, of over hemzelf in gesprek gaan.

In zijn orthonieme (onder eigen naam geschreven) gedichten komt de vervreemding van zichzelf telkens weer terug. Pessoa heeft het over een veelvoud aan zielen: “Ik weet niet hoeveel zielen ik heb./ Telkens weer word ik ontbonden/ en het is alsof ik voortdurend wegeb.” In Pessoa’s poëzie lijken niet alleen “ik” en zichzelf elkaar vreemd, ook hart en geest, denken en voelen, slapen en waken, droom en werkelijkheid staan tegenover elkaar. In een van zijn gedichten slaat Pessoa op de vlucht voor de ziel, in de hoop dat ze hem nooit vindt. Het liefst verschuilt hij zich achter zijn veelvormige zelf, dat zichzelf niet kent:

“Ik kijk, ben geen van hen en ben hen allemaal.”

Ondanks zijn weerzin zocht Pessoa steeds opnieuw zijn gespletenheid op. Hij leerde zijn identiteiten handig te gebruiken om zijn hooggevoeligheid te camoufleren en een meta-bewustzijn te creëren, waarmee hij vrijelijk tussen droom en werkelijkheid kon laveren. De dichter zet deuren op een kier en gunt ons zodoende een blik op dat web van zielen. Soms staar je in een donkere leegte; soms zie je iets oplichten dat onmiddellijk weer verduistert. “Mijn hart is een kruik die valt en in twee stukken breekt…/ Jouw stilte raapt hem op en legt hem in een hoek…”

Eenzaamheid

Pessoa verzekert dat hij in zijn verzen denkt, niet voelt. Inderdaad: over gevoelens schrijft hij behoedzaam, van de liefde houdt hij zich angstvallig ver. Toch zijn pijn, chagrijn en hunkering onmiskenbaar aanwezig. Eenzaamheid tracht hij kleur en rust te geven: “Hier is alles rust en zee./ De wegstarende blik verstart/ en het blauw kleurt mee/ van groen tot eenzaam zwart./ Hier is alles rust en zee.” Meestal is gelatenheid zijn deel: “Wat komen moet/ komt onherroepelijk, of ik dat wil of niet/ Wat niet komen moet/ komt toch, als ik het bedenk; de rest is dromen.”

In een poging aan zijn onophoudelijke gedachtestroom te ontsnappen, verkiest Pessoa slapen (een herinnering die ontwaakt) boven waken. Nog meer houdt hij van de halfslaap (als een bries die de schaduw verkoelt), want ook aan zijn dromen twijfelt hij: “Ik weet zelfs niet of de droom verdriet achterlaat.” De droom is voor hem als de volle zee, een reusachtig strijdgewoel zonder heldenmoed.

Gelukkig vindt hij nu en dan troost in klokgelui met langgerekte slagen, zingende, zachte klanken, ritmisch als een golfslag: “O kerkklok van mijn dorp, / die opklinkt in de stille middag,/ iedere slag van jou doet/ in mijn hart zijn droef beklag.”

Sommige gedichten zijn als liederen. Ritme en rijm lijken intrinsiek aan de Portugese taal. Luister:

“Sei eu se quando
A tua mão
Senti pousando
‘Sobre o meu braço,
E um pouco, um pouco,
No coração,
Não houve um ritmo
Novo no espaço?”

(Weet ik of er,/ toen ik je hand/ op mijn arm/ voelde liggen/ en ’n beetje, ’n beetje/ in mijn hart,/ geen nieuw ritme/ in de ruimte ontstond?)

In het melancholische Lissabon worden vage, verre klanken als door de wind over zee aangedragen: “O, hoe onduidelijk in de zwoele nacht/ krijg ik vanuit een verre kroeg vlakbij/ door een oude aria onverwacht/ heimwee naar iets van mij.” Amália Rodrigues’ hemelse stemgeluid zwelt aan. Met eenvoudige woorden, mythische beelden, echoënde klanken, schept Pessoa grenzeloze poëzie: “Alle zonsondergangen hebben zich in mijn ziel aaneengesloten.”

Vergankelijk het lichaam, nietig de schaduw, groots het verlangen. Hoe hunkert de dichter naar een thuis dat hij nooit gekend heeft! Maar ook: geen hoopvolle gedachte zonder de teleurstelling die erop volgt, geen lichaam of ziel zonder de diepe kloof ertussen, geen liefde zonder verdriet. Zinloos ons dromen, doelloos ons lopen, groots ons verlangen! Steeds weer dat verlangen. “Was ik maar een metafoor, niet méér”, verzucht de dichter.

Als een waaier vouwt de tijd zich op wanneer Pessoa terugkeert naar zijn kindertijd. Daar fonkelt leven. Hij ziet zichzelf met een bal tegen een witte tuinmuur kaatsen of op een draaimolen zitten, waarvan de paarden ‘wervelen als de zon’ tot de nacht de kermis beetpakt en optilt. Pessoa bracht een groot deel van zijn jeugd door in Zuid-Afrika, waar zijn stiefvader consul was. Over die periode van zijn leven heeft hij vrijwel niet geschreven. Een uitzondering is ‘Un soir á Lima’, waarin de dichter zijn adolescentenleven in Durban en zijn adoratie voor de pianospelende moeder oproept:

“Kon ik die kamer en dat uur/ maar wegrukken/ uit de ruimte, de tijd, het leven,/ en wegstoppen/ op een plek/ in mijn ziel waar ze eeuwig van mij/ zouden zijn,/ levend en warm,/ en het hele gezin en de vrede en de muziek,/ maar dan werkelijk zoals die/ nu nog altijd is,/ wanneer jij speelde, ma, ma,/ ‘Un soir à Lima’.”

Op zijn zeventiende keerde Pessoa terug naar Lissabon. Hij zou de stad nog maar zelden verlaten. Zijn missie was schrijven. Niet bij machte zijn denken te stoppen, verdeelde hij het werk over zijn alter ego’s. De neergeschreven gedachten, ideeën, verhalen, gedichten – vaak fragmentarisch – verzamelde hij in een hutkoffer. Pessoa beoefende een waaier aan genres, experimenteerde met vormen en stromingen, vond er zelf uit. Hoe groter zijn spectrum werd, hoe eenzamer en vergankelijker hij zich voelde. Zo nu en dan kon een glimlach, een gebaar, een hand op zijn arm, de schrijver de dood even doen vergeten; toch was ze altijd binnen handbereik: “De dood is de hoek van een straat.”

Depressies

Hoezeer Pessoa zijn denken en voelen ook in fictie omzette, duidelijk is dat hij leed. Met zijn overontwikkelde zelfbewustzijn verkeerde hij voortdurend in een meta-toestand. Hij kampte met terugkerende depressies, schreef in zijn brieven dat hij soms het gevoel had zijn verstand te verliezen. In een dagboekfragment van 1907 verklaarde Pessoa dat hij in een afgrond van geestelijke verbijstering viel. Intieme vrienden had hij niet, zijn familie begreep hem niet. Meer nog, ze geloofden hem niet, vonden dat hij zich aanstelde. Alles in zijn leven moest wijken voor de poëzie. Nog voor zijn geest ging zijn lichaam ten onder. Hij stierf, zevenenveertig jaar jong, aan de gevolgen van overmatig alcoholgebruik.

Eerder verschenen op Geendagzonderboek

Recensie door: Thomas Heij

Gedichten van Pessoa

[Recensie] Gedichten waarin de dichter zich over zijn eigen kunst uitlaat zijn vaak populair. Ze geven een indruk van bijvoorbeeld de insteek of het programma van de dichter en werpen daarmee licht op de rest van het werk. Dat geldt ook voor Autopsychografie van Fernando Pessoa. In de nieuwe vertaling van Harrie Lemmens begint het zo:

De dichter doet alsof.
Hij doet dat zo compleet
Dat zelfs pijn die hem echt trof
Door hemzelf verzonnen heet.

In dit ‘doen alsof’ ging Pessoa veel verder dan andere dichters. Hij verzon niet alleen gevoelens, maar schiep zelfs meerdere alter ego’s, door hem ‘heteroniemen’ genoemd, met ieder een eigen persoonlijkheid en stijl. Zijn beroemde werk Het boek der rusteloosheid verscheen zelfs onder een ‘semi-heteroniem’, Bernardo Soares: een versie van hemzelf die werd gewekt wanneer hij erg moe was.

Naast de vele heteronieme of semi-heteronieme teksten, publiceerde Pessoa ook ‘orthoniem’, onder eigen naam. In de onlangs verschenen bundel Een spoor van mezelf vinden we een selectie van zijn orthonieme gedichten. Ook al is het oeuvre van Pessoa dus een ingewikkeld complex van bewust (of in ieder geval deels bewust) gecreëerde verzinsels, komen we in deze orthonieme gedichten iets dichter bij Pessoa.

Dat komt bijvoorbeeld door de thema’s, die vaker terugkeren in Pessoa’s werken. Net als de fragmenten in Het boek der rusteloosheid bestaan de gedichten vaak uit dromen, herinneringen, mijmeringen en gedachteflarden. Ze beschrijven regenbuien, stadsscènes en havens, en spelen met mist, nevels en schaduwen. Maar ze bevatten vooral veel bespiegelingen op de ziel, de identiteit of het ‘ik’, en de ongrijpbaarheid ervan.

Het zijn gedichten waarvoor je rustig moet gaan zitten en in de stemming moet zijn. Dromerig en melancholisch bij voorkeur. Daarnaast moet je accepteren dat Pessoa voortdurend aanwezig is. Hij is niet alleen een poseur, maar bij iedere gedachte of ieder gevoel dat hij beschrijft, komt ook zijn eigen reflectie – vaak een klacht of een verzuchting.

In Een spoor van mezelf zijn ook alle originelen opgenomen. Ook wie het Portugees niet machtig is, ziet zo hoe Lemmens lastige vertaalproblemen oplost en vaak het ritme intact weet te houden door slim te schuiven met rijmschema’s. In enkele gevallen lukt het hem zelfs nog beter te rijmen dan Pessoa zelf. De inhoud een beetje aanpassen is dan onvermijdelijk, al roept dat hier en daar wel vragen op, zoals waarom in het gedicht ‘Eros en Psychè’ plots de figuur van Doornroosje opduikt.

Naast de vergelijking tussen het origineel en het Nederlands is er nog een vergelijking te maken. Enkele van de gedichten in Een spoor van mezelf werden namelijk eerder al vertaald door August Willemsen. Neem het laatste kwatrijn van een gedicht dat in beide vertalingen begint met ‘O kerkklok van mijn dorp,’.

Het origineel gaat als volgt:

A cada pancada tua
Vibrante no céu aberto,
Sinto mais longe o passado,
Sinto a saudade mais perto.

Bij Willemsen lezen we:

Bij elke slag van jou in mij,
Trillend in de open hemel,
Voel ik verder het verleden,
Voel ik verlangen dichterbij

Bij Lemmens:

Ik voel bij iedere slag van jou,
trillend in de blauwe lucht,
hoe ’t verleden verder wegzakt
en mijn heimwee harder zucht.

Willemsen verandert het rijmschema en behoudt de herhaling in de laatste twee verzen; Lemmens behoudt juist het rijmschema en offert de herhaling op. Waar de vertaling van Willemsen ietwat statiger en formeler is, komt die van Lemmens juist directer en intiemer over, en dit verschil geldt ook voor de meeste andere gedichten die beiden vertaalden.

Nu hebben Pessoa’s gedichten zowel iets dandyesks als intiems, dus valt voor beide benaderingen wat te zeggen. Toch krijg je het gevoel dat Lemmens juist door zich iets meer vrijheid te permitteren de Nederlandse lezer dichter bij Pessoa brengt.

Pessoa worstelde met depressies en alcoholisme, en verzuchtte in zijn gedichten geregeld hoe moe hij wel niet was of hoe een poging iets te vangen mislukte. Toch gaat er toch ook iets positiefs uit van zijn werk. Alleen al de enorme hoeveelheid gedichten en fragmenten die hij naliet getuigt van een geweldige scheppingskracht. Ook is er in de gedichten zelf, naast het mistasten en wegglippen, eveneens die mooie droom, die hunkering en keer op keer die poging om toch het zelf te vangen. Bijvoorbeeld in deze bitterzoete openingsverzen van de bundel:

Soms droom ik voor mij heen
en zie terwijl ik ween
ver weg een land getekend
waar gelukkig zijn alleen
gelukkig zijn betekent.

Of in dit slot van een gedicht uit 1931:

Eén mens zijn is een cel,
ik zijn is niet zijn.
Ik zal vluchtend moeten leven,
maar het zal écht leven zijn.

“Eén mens zijn is een cel”, wat een prachtig vers! Enerzijds is er het beklemmende beeld van de cel, anderzijds is er de suggestie van de enorme vrijheid die ontstaat als we onszelf en anderen niet krampachtig in één hokje proberen te stoppen. Pessoa toont als geen ander dat we altijd ‘meerdere mensen’ tegelijk zijn, en dus interessanter en rijker dan we soms denken.

Juist in een tijd van harde woorden, bezeten van kortstondig geluk en het vastpinnen van identiteit, loont het Pessoa te lezen. Bij hem horen we zachte woorden, proeven we verdriet en melancholie, en vinden we ruimte voor een meervoudige identiteit. Tegelijkertijd zijn we – steeds gevoeliger voor hoe we overkomen op anderen en bewuster bezig met het vormgeven van verschillende persoonlijkheden, onder meer door social media – ook meer op Pessoa gaan lijken.

Eerder verschenen op Nexus Leestafel en Thomas Heij

Samenvatting

Het Portugese woord pessoa komt van het Latijnse persona, dat zowel ‘mens’ als ‘masker’ betekent. Precies daar moeten we Fernando Pessoa plaatsen, in de wereld van schijn, vermomming, spel, fictie. Hij vergelijkt zichzelf met een podium waarop allerlei acteurs rondlopen. Zijn bekendste heteroniemen zijn Bernardo Soares (schrijver van het Boek der rusteloosheid) en de dichters Alberto Caeiro, Ricardo Reis en Álvaro de Campos. Pessoa heeft echter ook onder zijn eigen naam gedichten geschreven. Van dat orthonieme werk zag maar weinig het licht tijdens zijn leven. Pas lang na zijn dood werden alle losse orthonieme gedichten bijeengebracht in drie delen van elk ruim vijfhonderd bladzijden.

Toon meer Toon minder
€ 27,50

Verwachte leverdatum: donderdag 01 oktober


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789029526456
Verschijningsdatum
juni 2019
Druk
1
Aantal pagina's
296 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
306: Poezie
Thema's
  • Biografie, literatuur en literatuurstudies
  • Poëzie
Categorieën

Uitgever
De Arbeiderspers

Vertaald door
Harrie Lemmens

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen