Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Onthoofdingen in de Hofstad

De val van de Oldenbarnevelts

Taal: Nederlands
0,175/5
2 recensies
Onthoofdingen in de Hofstad
Onthoofdingen in de Hofstad
Onthoofdingen in de Hofstad

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Karin de Leeuw
3,5/5

De val van de Oldebarnevelts

[Recensie] Op de ochtend dat Johan van Oldebarnevelt onthoofd werd, 13 mei 1619, luisterde hij in de Rolzaal van het Binnenhof naar zijn vonnis en wond zich op. Nog steeds is het niet zo moeilijk te begrijpen waarom. Feitelijk wordt in het vonnis geen ander bewijs genoemd dan zijn eigen verklaring, die dan ook nog eens niet verder wordt aangehaald. Voor de rest volstaat het vonnis met “en den selven Heeren Rechteren voorts gebleken is.”  Geen sterk argument, hoewel in de zeventiende eeuw niet ongebruikelijk in een vonnis.

De aanklacht betrof verstoring van de godsdienst en het in gevaar brengen van de staat. Majesteitsschennis werd niet genoemd. Desondanks werd niet alleen de doodstraf opgelegd, maar werden ook al Van Odebarnevelts goederen onvoorwaardelijk verbeurd verklaard. Gebruikelijk was dat de verbeurdverklaring afgekocht kon worden wanneer geen majesteitsschennis in het spel was. Ik zou me ook kwaad gemaakt hebben, zelfs al was het mijn laatste uur. “Ick dacht, dat het de Staten-General genog soude geweest hebben met mijn lijf ende blote, dat mijn huisvrou en kinderen zouden mogen houden het goet datter is. Is dit mijn recompense [beloning] voor 43 jaren dienst, die ick de landen gedaan hebbe,” mopperde de hoogbejaarde. Het maakte niet uit. De executie werd voltrokken. Sommige aanwezigen (zo’n drieduizend man) doopten hun zakdoek in zijn bloed uit piëteit. Lang niet iedereen was het eens met deze executie, maar het tij was kennelijk gekeerd. Men hield zijn mond.

Het was de bedoeling geweest een onberispelijk vonnis te wijzen, zodat later gezegd kon worden dat, na een eerlijk proces, nu eenmaal een harde straf was gevolgd. Het zou niet lukken. In de afgelopen vierhonderd jaar is in de geschiedschrijving vaak schamper gedaan over een dergelijk zwaar vonnis tegen een hoogbejaarde. Ieder wist dat het hier niet zo zeer om verwijtbare fouten van de raadspensionaris met een lange staat van dienst ging. Hij was slachtoffer van en verliezer in een machtsstrijd met de stadhouder Maurits, zoon van Willem van Oranje. Het vonnis tegen Oldebarnevelt, waar Maurits de drijvende kracht achter was, heeft zijn reputatie geschaad, doch uiteindelijk niet die van de Oranjes.

De oude man had waarschijnlijk vooral één fout gemaakt: hij was te lang op zijn post gebleven. Tot aan het Twaalfjarig Bestaan in 1609 was de samenwerking tussen Maurits en Oldebarnevelt goed verlopen. De raadspensionaris had reeds een lange staat van dienst achter zich en genoot ondermeer prestige omdat hij een vertrouweling van Willem van Oranje was geweest. Hij was een ras politicus, nam risico’s en was ongeduldig. Hij kon slecht delegeren, maar dat had als groot voordeel dat iedereen, ook buitenlandse staatshoofden en gezanten, wisten bij wie ze moesten zijn. De Republiek was een nieuwe staatsvorm met nog niet definitief uitgekristalliseerde instituties. De omringende landen kenden allemaal een meer gecentraliseerde staatsvorm met een vorst, bisschop of andere gezagsdrager met absolute macht.

Van Oldebarneveldt bracht in deze begin tijd de staatsfinanciën op orde en zorgde er voor dat de veldtochten van het leger betaald konden worden. Om te controleren of tijdens de militaire campagnes de juiste doelen werden nagestreefd en geen geld over de balk werd gesmeten, reisde met het leger een commissie van de Staten Generaal mee. Oldebarnevelt maakte daar vaak deel van uit.

Maurits had een karakter bijna tegenovergesteld aan dat van de raadspensionaris. Hij was bedachtzaam, een gesloten man. Hij voerde het leger aan. In de jaren vanaf 1590 ging het om een dure vorm van oorlogsvoering door belegeringen van steden en het bouwen van vestingen. Geleidelijk aan sloop animositeit in de verhouding tussen de stadhouder en de raadspensionaris. Oldebarnvelt verdacht Maurits er van soevereine macht naar zich toe te trekken, Maurits raakte geïrriteerd van de alom tegenwoordige raadspensionaris die op de geldkist zat. Daarmee bepaalde Oldebarnvelt namelijk feitelijk welke militaire doelen werden nagestreefd en was Maurits de uitvoerder.

Daar kwam nog bij dat het Oldebarnvelt was die een voorname vinger in de pap had in de buitenlandse politiek en het diplomatieke verkeer. Frankrijk, Spanje en Engeland speelden hun spel en de Republiek kon alleen overleven door handig manoeuvreren. Het was uiteindelijk in de internationale diplomatieke gemeenschap dat het Twaalfjarig Bestand tot stand kwam en Oldebarnvelt zat aan de onderhandelingstafel.

Voor prins Maurits was het stilleggen van de oorlog bedreigend. Hij was op slag legeraanvoerder zonder werk. In de penningbewuste Republiek laaide de discussie over de kosten van het aanhouden van een (groot) leger meteen op. Daarnaast was de jonge staat ontstaan rond een godsdienststrijd, maar wat de nu leidende religie eigenlijk was, kon niemand je vertellen.

Oldebarnvelt, een generatie ouder dan Maurits, hing het motto aan dat verdraagzaamheid voor alles kwam. Juist de brede basis hield de Republiek bijeen. Vanuit dat standpunt wees hij de strenge theologische leerstellingen over predestinatie van de contraremonstranten af en steunde de remonstranten. Op het persoonlijk vlak waren zowel hij als Maurits mensen met een streng calvinistische opvattingen, al moet van Maurits gezegd worden dat hij er toe vermaand moest worden om op zondag naar de kerk te gaan. Maurits steunde de contraremonstranten.

Kerk en Staat waren niet gescheiden. Zo mengden politieke en religieuze zaken zich met elkaar en in dat krachtenveld was Oldebarnevelt, die met het klimmen der jaren getroffen werd door lichamelijke aftakeling en lange perioden van ziekte, de zwakkere.

Naast politicus was Oldebarnvelt ook huisvader, een man die niet alleen ambities had voor zichzelf, maar ook voor zijn kinderen. Van jongs af aan had hij geprobeerd zijn eenvoudige afkomst te verdoezelen en zijn kinderen een goede opvoeding te geven en goede huwelijken te doen sluiten. Helaas lijkt het er op dat de goede opvoeding van de twee zoons, Reinier en Willem, niet helemaal slaagde. Tijdens hun grande tour, de gebruikelijke afsluiting van de opvoeding voor jonge heren van goede stand, maakten ze er een behoorlijk potje van. Desondanks wist hun vader te bewerkstelligen dat de kinderen goede huwelijken sloten en de jongens ambten verwierven. Na de dood van hun vader, waardoor het familiekapitaal verloren ging, werden zij ook van hun  ambten beroofd. Dit was tegen de belofte die Maurits aan hun vader had gedaan, dat hij de jongens met rust zou laten.

Het kan niet voor ieder onverwacht gekomen zijn dat in deze omstandigheden de getergde familie, samen met remonstrantse medestanders een moordaanslag op Maurits beraamden. Het was geen slim gespeeld complot en het werd op het laatste moment ontdekt. Willem ontsnapte naar het buitenland, samen met zijn zwager. Reinier, die in feite maar zijdelings met de samenzwering te maken had, werd gepakt.

Zijn moeder en echtgenote gingen, samen met een van zijn zoontjes, bij de prins op audiëntie en verzochten hem om genade voor Reinier. De prins antwoordde formeel dat niet hij maar de Staten van Holland oordeelden. In werkelijkheid zou het erg veel uitgemaakt hebben als Maurits een woordje had gedaan. Volgens de overlevering zou Maurits de moeder, Maria van Utrecht, weduwe van de raadpensionaris, gevraagd hebben waarom ze nu kwam pleiten voor haar zoon, terwijl ze geen gratie had gevraagd voor haar echtgenoot. Maria zou geantwoord hebben: “Mijn man had geen schuld, maar mijn soon heeft schuld.”

Maurits had op dit dappere antwoord van Maria grootmoedig kunnen zijn in zijn erbarmen. Maar Maurits was dat niet.

Als ik naar mijn werk fiets, langs de Hofvijver, groet ik altijd even het beeld van Oldebarnvelt. De oude man zit daar in een zetel en kijkt uit over het water. Daarna fiets ik langs het beeld van Johan de Witt naast de Gevangenpoort. Ook hij moest zijn strijd met de Oranjes met de dood bekopen. Ronald Prud’homme schreef ook over die Johan een boek. Het zijn grondige boeken, waarin alle details van deze geschiedenissen systematisch uit de doeken worden gedaan. Soepel geschreven, gemakkelijk te lezen. Voor historici staat er niets nieuws in dit boek en is er geen brede duiding van de feiten. Dat hoeft ook niet. Prud’homme schrijft heerlijke, goed leesbare, ouderwetse geschiedenisboeken.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Recensie door: Marcel Hulspas

[Recensie] Hij liep ontspannen, zelfverzekerd, richting het schavot. Begroette bekenden en vrienden door zijn hoed af te nemen – en dat deed hij ook voor de nieuwsgierigen die uit de ramen hingen van het Stadhouderlijk kwartier, de werkvertrekken van prins Maurits op het Binnenhof. Eenmaal op het schavot legde hij kalm zijn mantel af, legde zijn degen neer, wierp zijn hoed nonchalant naar zijn lijfknecht, en knoopte zijn wambuis los. Hij liep naar de hoop zand waarop straks zijn hoofd zou rollen, en sprak de verzamelde menigte kort toe: “Wraakgier en kwade raad hebben mij hier gebracht. Heb ik iemand iets misdaan, dan smeek ik Christus mij te vergeven.” En hij knielde en boog zijn hoofd. Niet in de richting van de Plaats, met de rug naar de Hofvijver, zoals gebruikelijk bij een onthoofding daar, maar met de rug naar Maurits, de blik gericht op de Kneuterdijk. Zodat hij, op het laatste moment, het huis van zijn vader kon zien. De beul hief het zwaard.

Zo stierf Reinier van Oldenbarnevelt, zoon van Johan van Oldenbarnevelt. De vader was op 31 mei 1619 onthoofd; de zoon volgde op 29 maart 1623. Reinier was ter dood veroordeeld wegens majesteitsschennis. Dat wil zeggen, hij had zijn broer Willem geld geleend om een aanslag te organiseren op prins Maurits. Willem ging daarbij behoorlijk amateuristisch te werk en het plan lekte uit, maar hij wist naar Brussel te ontkomen. Reinier, die verder waarschijnlijk niets van de plannen wist, werd opgepakt en moest boeten. De straf was ongekend hard. Al viel ze in zekere zin ook mee. Zijn lichaam en hoofd werden in een zwart kleed gewikkeld en thuis afgeleverd, zodat hij die nacht bij zijn vader begraven kon worden. Andere samenzweerders werden na onthoofding in vieren gehakt en hun lichaamsdelen waren “voor galg en rad”, voor iedereen te zien aan de vier uitvalswegen van Den Haag.

Een oude, breekbare man

Ongekend hard, dat was ook de behandeling geweest van zijn vader. Eenmaal achter slot en grendel mocht Johan van Oldenbarnevelt geen gebruik meer maken van zijn archief, hij mocht niet schrijven en met niemand spreken. De oude, breekbare man moest zich tijdens het proces verdedigen op basis van wat hij zich kon herinneren. Hij werd urenlang verhoord. Zijn verweer was briljant, constateerden historici later. Maar hij had geen schijn van kans. Maurits wilde hem weg hebben.

Oldenbarnevelt en Maurits vormden zo’n twintig jaar lang een ijzersterk koppel. De landsadvocaat, spin in het gecompliceerde web van het vaderlands bestuur, deed het diplomatieke voetenwerk en zorgde ervoor dat het leger niets tekort kwam. In ruil daarvoor luisterde legerleider Maurits nauwgezet naar zijn adviezen. Dankzij die nauwe samenwerking (en Maurits’ methodische aanpak, en Spaanse oorlogsmoeheid) groeide Maurits uit tot een alom bewonderde veldheer. De Slag bij Nieuwpoort (veel te ver, en zinloos, vond Maurits) veroorzaakte de eerste scheuren. Het Twaalfjarig Bestand deed de rest. De oorlog werd een te zware last, met name voor Amsterdam. Oldenbarnevelt wilde een wapenstilstand. De prins wilde doorvechten. Oldenbarnevelt kreeg, zoals gewoonlijk, zijn zin. En toen brak op de Leidse universiteit een conflict uit tussen de hoogleraren Arminius en Gomarus.

Religieuze twisten

Officieel ging het hierbij om een oeroud theologisch onderwerp: kan de mens iets bijdragen aan de redding van zijn ziel (bijvoorbeeld door goede werken) of is hij volledig afhankelijk van de genade van de almachtige God? Augustinus had zich er het hoofd over gebroken, Luther en Calvijn hadden hetzelfde gedaan, en Arminius had Calvijn teruggefloten. Het onoplosbare vraagstuk spleet de gloednieuwe protestantse universiteit. Spoedig ging het niet meer om Gods almacht maar om de vraag wie hier op aarde de baas was. Gold in deze strijd de vrijheid van geweten of moest de Arminiaanse ketterij te vuur en te zwaard worden bestreden? De Gomaristen drongen aan op een nationale synode. De Staten van Holland wilden dat niet – die bevoegdheid lag bij de afzonderlijke gewesten. Holland zou wel een regionale synode hierover organiseren. Oldenbarnevelt was het daarmee eens – maar deed verder niets. Holland ging weer eens zijn eigen weg, constateerde Maurits. Net als eerder met het Bestand. Hij ontwaarde een samenzwering tegen het ware geloof en tegen de Republiek. Zijn oude raadsman was de verborgen leider van de Arminianen en van de degenen die een einde wilde maken aan de oorlog tegen Spanje. Het waren allemaal stiekeme katholieken die de Republiek wilden uitleveren aan zijn aartsvijand. Ondertussen regende het felle pamfletten en woeste beschuldigingen. Het conflict dreigde volledig uit de klauwen te lopen. Oldenbarnevelt moest wég.

Maurits overtrad vele malen de wet

In zijn boek Onthoofdingen in de hofstad schetst Ronald Prud’homme van Reine bepaald geen fraai beeld van prins Maurits. Een onaangename, botte, wraakgierige vrouwenverslinder – om alles maar eens op een rijtje te zetten. Maar als het erop aankwam was Maurits ook een sluwe, methodische schaker. Aanvankelijk leken de Arminianen aan de winnende hand. Ze hadden de steun van de bestuurlijke en intellectuele elite – dezelfde elite die Maurits’ rekeningen moest betalen. Dus hielde prins zich op de vlakte. Maar de onrust werd alsmaar groter; de elite kwam alleen te staan en langzaam maar zeker verschoof Maurits van positie. Na een bezoek aan de Haagse kloosterkerk (bolwerk van de Gomaristen) vertrouwde Oldenbarnevelt hem niet meer en zorgde ervoor dat steden het recht kregen om eigen ‘waardgelders’ in dienst te nemen om de orde te bewaren. Maurits zag dat als een aanval op zijn gezag en trok met een legertje van stad naar stad om dwarse bestuurders te vervangen door mannen die hem loyaal waren. Uiteindelijk besloot hij Oldenbarnevelt en andere ‘samenzweerders’ op te pakken. Maurits moest bij dit alles verscheidene malen de wet met voeten treden. En misschien was dát wel de reden waarom Oldenbarnevelt zo keihard, vernederend, moest worden aangepakt. Die behandeling moest laten zien dat Oldenbarnevelt een vreselijke misdadiger was en dat de Republiek aan de ondergang was ontsnapt. Vier jaar na de onthoofding van de staatsman volgde de mislukte samenzwering van zijn beide zonen.

Nationale schande

Prud’homme van Reine heeft weer een voorbeeldig boek afgeleverd, met een keurige balans tussen het sprekende detail, het grote verhaal en de wetenschappelijke voorzichtigheid. Slechts één keer bracht hij deze lezer in verwarring, en dat betreft een detail: had Oldenbarnevelt zijn gevangenis nu wél of niet eerder gezien? (pagina 64 versus 111). De ondergang van Johan van Oldenbarnevelt is natuurlijk al vele malen beschreven maar Prud’homme van Reine brengt deze nationale schande samen met het bijna vergeten verhaal van de aanslag op Maurits en de ondergang van de Oldenbarnevelts. En van de Arminianen. Die waren eerder door de Dordtse Synode veroordeeld en hielden zich daarna héél stil (een aantal van hun voormannen was gevlucht). Maar na de mislukte aanslag werden zij nagewezen als de ware samenzweerders tegen de prins. Een exodus volgde. Voor hen was ‘1623’ het Rampjaar.

Zo’n twintig jaar later startte de voorzichtige rehabilitatie van de landsadvocaat. Dat was vooral te danken aan Jacob Westerbaen, een in die tijd zeer bewonderd dichter die getrouwd was met Reiniers weduwe Anna Weytsen. Westerbaens biografie van Oldenbarnevelt vestigde het beeld van de onverzettelijke staatsman die op tirannieke wijze was vermoord. Hij heeft er zo voor gezorgd dat deze zwarte bladzijde onze geschiedenisboekjes heeft bereikt, en dat Oldenbarnevelts imago geen blijvende schade heeft opgelopen.

Eerder verschenen op Sargasso

Samenvatting

Johan van Oldenbarnevelt was de grondlegger van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Tientallen jaren speelde hij een hoofdrol op het terrein van de Europese politiek. Zijn executie op 13 mei 1619 op het Binnenhof in Den Haag was een schokkende gebeurtenis. Duidelijk is dat prins Maurits de drijvende kracht achter zijn arrestatie was. In 1623 beraamden Oldenbarnevelts zoons Reinier en Willem een aanslag op de prins, die ternauwernood mislukte. Dat leidde tot de onthoofding van Reinier in Den Haag en een levenslange ballingschap van Willem in Brussel. Prins Maurits leek met de uitschakeling van zijn tegenstanders de eindoverwinnaar van het conflict, maar postuum trok Johan van Oldenbarnevelt aan het langste eind.

Toon meer Toon minder
€ 22,99

Verwachte leverdatum: dinsdag 21 september


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789029529921
Verschijningsdatum
april 2019
Druk
1
Aantal pagina's
360 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
320: Literaire non-fictie algemeen
Thema's
  • Biografie, literatuur en literatuurstudies
  • Biografie en non-fictieproza
Categorieën

Uitgever
De Arbeiderspers

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden