Compartimenten van vernietiging

over genocidale regimes en hun daders

Auteur(s): Abram de Swaan
Taal: Nederlands
2 recensies
Compartimenten van vernietiging
Compartimenten van vernietiging

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Jaap Cohen

Het regime en de dader

Hoe gaan mensen over tot een genocidale massamoord? Vaak wordt gewezen op de omstandigheden als bepalende factor. In potentie schuilt in iedereen een massamoordenaar, stelde Hannah Arendt. Abram de Swaan gaat in zijn nieuwe boek Compartimenten van vernietiging de strijd aan met die zienswijze.

[Recensie] “De enige manier waarop ik kon leven, was door mijn denken te compartimentaliseren.” Dat vertelde de oud-commandant van het vernietigingskamp Treblinka, Franz Stangl, in 1974 aan interviewster Gitta Sereny over de manier waarop hij zijn rol in de Jodenvernietiging tegenover zichzelf kon verantwoorden. Op de politieacademie had hij geleerd dat voor een misdaad vier elementen nodig waren: een subject, een object, een actie en een intentie. Stangl zei tegen zichzelf dat weliswaar de eerste drie elementen waren ingevuld (object was ‘het regime’, subject ‘de Joden’, actie ‘de vergassingen’), maar dat zijn eigen intentie ontbrak. Met andere woorden: door in hokjes te denken kon hij zichzelf wijsmaken dat hij geen misdaad pleegde. Compartimentalisatie – het is een ingewikkelde term, maar in Compartimenten van vernietiging, Over genocidale regimes en hun daders, de nieuwe studie van de eminente socioloog en P.C. Hooftprijs-winnaar Abram de Swaan, komt het op allerlei verschillende niveaus terug. De Swaan probeert in zijn boek antwoord te geven op enkele van de meest intrigerende vragen uit de geschiedenis: hoe kan het dat er regimes zijn die zich te buiten gaan aan genocide, en waarom ontwikkelen sommige mensen zich onder bepaalde omstandigheden tot massamoordenaars? Op basis van het werk van beroemde auteurs – Christopher Browning, Daniel Goldhagen, Zygmunt Bauman, Michael Mann – analyseert De Swaan de machinaties van niet minder dan achttien genocides uit de bloedige 20e eeuw. Steeds merkt hij op hoezeer in de bewuste samenlevingen een bevolkingsgroep – vaak behorend tot een denkbeeldige of minder denkbeeldige elite – stelselmatig werd weggezet. Of het nu ging om de Joden in nazi-Duitsland of de Tutsi’s in Rwanda onder het Hutu-powerbewind, jarenlange propaganda maakte van hen volledig geïsoleerde groepen, oftewel eigen compartimenten in de maatschappij. Aan het einde van dit ‘desidentificatieproces’ kwam dan de genocide. Weerloze slachtoffers werden meestal naar een afgezonderde plek vervoerd – een fysiek compartiment, zoals een vernietigingskamp, of een afgelegen bos –, waarna het massale doden kon beginnen. Ook de daders bestonden meestal uit afgesloten moordcompartimenten. De Swaan noemt ze cynisch ‘geweldspecialisten’, die na het moorden weer terugkeerden in de vertrouwde huiselijke omgeving. Alsof er niets was gebeurd.

Categorieën

De achttien genocides mogen dan bijna allemaal een vorm van compartimentalisatie herbergen, ze verschillen natuurlijk ook van elkaar. Om orde in deze gruwelijke chaos te scheppen maakt De Swaan onderscheid tussen verschillende categorieën van massavernietiging. Een imperialistische terreurcampagne als die van het Duitse leger tegen het Herero-volk in Zuidwest-Afrika (1904) plaatst hij bijvoorbeeld onder de noemer ‘razernij van de overwinnaars’. In deze gevallen besluiten overwinnaars in het morele vacuüm van de nasleep van een verovering om weerloze mensen uit de overwonnen bevolking uit te roeien, al dan niet uit wraak voor de geboden tegenstand. Vrijwel het tegenovergestelde komt ook voor: de ‘triomf van de verliezers’. Als een regime inziet dat in een oorlog de nederlaag nabij komt, besluit het om zich volledig te wijden aan zijn historische missie – het elimineren van de ongewapende, zwartgemaakte doelgroep –, ondanks dat hierdoor de militaire positie van het regime verder onder druk komt te staan. Dit was het geval in nazi-Duitsland: toen de geallieerden oprukten, besloot Hitler zich te richten op het elimineren van het Europese jodendom in Oost-Europese vernietigingskampen. En toen in Rwanda het Hutu Powerregime het einde zag naderen, kreeg de genocide op de Tutsi’s vaste vorm. Dit zijn op zichzelf interessante observaties, maar helaas is het lastig om door dit middengedeelte van het boek heen te komen. Het bevat veel herhalingen, passieve zinnen en alinealange citaten uit secundaire literatuur. De Swaans veelgeroemde, heldere schrijfstijl – die wel in de eerste twee hoofdstukken en in de conclusie van het boek aanwezig is – laat hem regelmatig in de steek. Een zin als “De sociale regulering van de zelfregulering van geweldsimpulsen werd sterker en breder, in elk individu en voor steeds meer individuen” is nodeloos ingewikkeld. Een redacteur had hier goed werk kunnen doen.

Verschillende soorten daders

De Swaan bestudeert niet alleen verschillende soorten moorddadige regimes, maar ook – en dat is eigenlijk interessanter voor zijn betoog – de daders die binnen deze regimes opereerden. Niemand heeft het algemene beeld van de massamoordenaar zozeer bepaald als Hannah Arendt, die in 1963 naar aanleiding van het Eichmannproces haar theorie van de banaliteit van het kwaad ontvouwde. Hoewel de feiten absoluut niet in overeenstemming waren met haar betoog, beklijfde het beeld van een door en door normale, bijna onbenullige man. Het leidde ertoe dat veel mensen ervan overtuigd raakten dat in iedereen een massamoordenaar schuilt, en dat het alleen aan de situatie ligt of die massamoordenaar zich openbaart. ‘Als u en ik in dezelfde omstandigheden zouden zijn geweest, dan…’ Het beroemde psychologische experiment van Stanley Milgram, waarbij proefpersonen steeds heviger elektrische schokken moesten toebrengen aan een ‘student’ als diegene een vraag fout beantwoordde, leek deze notie te bevestigen. Het merendeel van de proefpersonen bracht inderdaad de (in schijn) levensgevaarlijke schokken toe. Bij hen wonnen gehoorzaamheid en plichtsgetrouwheid het van geweten en moreel besef. In ‘Befehl ist Befehl’, de klassieke verklaring van ex-nazi’s voor hun misdaden, zat blijkbaar een flinke kern van waarheid. Maar De Swaan verzet zich hevig tegen dit vertoog. Want hoewel veel van Milgrams proefpersonen inderdaad gehoorzaamden, was er ook een aanzienlijk deel dat de elektrische schokken weigerde uit te voeren. Aan deze weigeraars is nooit veel aandacht besteed, maar De Swaan wijst er terecht op dat alleen al het bestaan van deze groep cruciale informatie voor onze kijk op daderschap bevat. Ja, omstandigheden spelen een grote rol bij iemands ontwikkeling tot massamoordenaar, evenals de aard van het regime en de collectieve mentaliteit van een samenleving waarin een massamoordenaar leeft, maar individuele dispositie mag je als factor niet onderschatten. Dat is alleen al te zien aan het feit dat je binnen de categorie daders allerlei verschillen kunt aanbrengen: je hebt ‘gretige daders’ – de gewillige beulen die een sadistisch genoegen beleven aan het leed van hun slachtoffers – maar er zijn ook onwillige daders die zich voortdurend verzetten, of onverschillige daders die zonder na te denken de meest verschrikkelijke bevelen uitvoeren.

Genocidehandboek

Bij het lezen van Compartimenten van vernietiging hoop je dat De Swaans historische beschrijvingen, sociologische categoriseringen en psychologische theorieën uiteindelijk leiden tot de beantwoording van één cruciale vraag: in welk opzicht verschillen moordenaars van de mensen die in dezelfde omstandigheden weigeren zich aan moordlust over te geven? Maar ook De Swaan kan deze immens ingewikkelde kwestie niet beantwoorden, hij kan alleen antwoorden suggereren: dat het bijvoorbeeld ligt aan een beperkt moreel geweten, een gebrek aan empathisch vermogen, of het ontbreken van inzicht in het eigen aandeel aan de levensloop. Om daderschap écht te begrijpen, is, zoals De Swaan zelf schrijft, ‘langdurige en intensieve observatie ter plaatse vereist’. En in het geval van genocides is zo’n langdurige observatie nu eenmaal vrijwel onmogelijk. Wat overblijft is een boek dat zich laat lezen als een interdisciplinair handboek voor Holocaust- en genocidestudies, waarin zowel de belangrijkste genocides uit de 20e eeuw als de belangrijkste literatuur hierover overzichtelijk naast elkaar zijn gezet en met elkaar in verband gebracht. En misschien wel belangrijker: het boek biedt een krachtig en allerminst overbodig tegengeluid aan de trend van de relativering van het daderschap. Dat ‘gewone mensen’ zich kunnen ontwikkelen tot massamoordenaars ligt misschien grotendeels aan de omstandigheden, maar ook in de moeilijkste omstandigheden is het mogelijk om ‘nee’ te zeggen – voor De Swaan kan het, terecht, niet genoeg benadrukt worden.

Eerder verschenen in het NIW

Recensie door: Jaap Cohen

Het ondenkbare verklaren – Recente  studies over de Holocaust

De Holocaust was een unieke gebeurtenis die zich nergens mee laat vergelijken, zo is vaak gezegd. Maar wordt ons inzicht niet vergroot door hem juist wél in de geschiedenis te plaatsen? Enkele historici deden dit en trekken lessen voor nu.

[Recensie] Is het mogelijk te leren van het verleden? Kunnen we door de geschiedenis te bestuderen ervoor zorgen dat gemaakte fouten niet meer worden gemaakt in de toekomst? Dit zijn vragen waarmee historici doorgaans behoedzaam omgaan. Op geschiedenisopleidingen worden docenten niet moe om te verkondigen dat de geschiedenis zich nóóit herhaalt; de wereld is immers voortdurend in verandering, de omstandigheden van vandaag verschillen van die van gisteren. Als opiniemakers of politici zich toch wagen aan een historische vergelijking, dan zijn historici er vaak als de kippen bij om de gemaakte analogie te ontkrachten. Dat geldt helemaal voor vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog; geen ander drama uit de geschiedenis wordt als zo uniek beschouwd als de Holocaust. Om iets of iemand te vergelijken met het Ultieme Kwaad, moet je wel heel sterk in je schoenen staan.

De afgelopen decennia kenmerkt de geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog zich dan ook vooral door het streven om te begrijpen hoe het ondenkbare mogelijk heeft kunnen zijn.

Die opgave is groot genoeg, zou je zeggen, de afgelopen jaren zijn enkele vuistdikke boeken verschenen die méér willen. Ze benaderen de Holocaust als een gebeurtenis die in potentie helemaal niet uniek is en zoeken nadrukkelijk naar de lessen die we in het heden uit dit duistere verleden kunnen trekken.

Cultiveren van gevoelloosheid

Hitler wordt vaak gezien als een eenling binnen de geschiedenis, als een maniak die volledig leefde in zijn eigen bizarre wereld, maar door de specifieke omstandigheden van zijn tijd onvoorstelbare wreedheden tegen de mensheid kon begaan. De Franse rechtsfilosoof Jean-Louis Vullierme verzet zich tegen deze opvatting. In De spiegel van het westen pleit hij ervoor om het gedachtegoed van Hitler en de zijnen uiterst serieus te nemen. Op basis van documentatie van de nazi’s zelf – het dagboek van Goebbels, redevoeringen van Himmler en in het bijzonder Hitlers Mein Kampf – probeert hij de nationaalsocialistische ideologie te ontrafelen.

Vullierme stelt dat Hitlers denken vrijwel volledig was verankerd in de westerse cultuur en aansloot bij grote positivistische, wetenschappelijke tradities: “In wezen was Hitler modernistisch.” Om deze bewering inzichtelijk te maken, stelt Vullierme een matrix samen van negentien inzichten uit de westerse cultuur die samen het nationaalsocialisme vormden, en die allemaal door Hitler in zijn jonge, Weense jaren in meer of mindere mate zijn opgeslorpt. Zo gaat hij uitgebreid in op het ‘industriële antisemitisme’, dat zich onder andere in de Verenigde Staten aan de hand van tycoon Henry Ford, een fervent verspreider van de Protocollen van de wijzen van Zion, had uitgekristalliseerd.

Niet voor niets was een portret van Ford het enige schilderij dat Hitler in zijn werkkamer had hangen. Hij keek sowieso bewonderend naar de Amerikanen: zijn queeste voor Lebensraum in Oost-Europa – oftewel: zijn ‘kolonialisme’ – is volgens Vullierme geïnspireerd op de manier waarop Amerika zijn grondgebied naar het westen uitbreidde.

Voor een ander grondbeginsel dat een grote rol speelde in de denkwereld van de nazi’s, draagt Vullierme zelf een nieuwe term aan: ‘anempathisme’, oftewel het afleren van iedere emotie bij het lijden van een ander. Het vormde een integraal onderdeel van de westerse cultuur: in de meeste begin-20ste-eeuwse Europese legers werd een vorm van gevoelloosheid gecultiveerd. Hoezeer de nazi’s dit anempathisme uitbouwden en propageerden onder hun aanhangers, blijkt uit een geheime redevoering van Himmler voor ss-hoogwaardigheidsbekleders: “De meesten van u begrijpen hoe het is om honderden lichamen naast elkaar te zien liggen, of vijfhonderd of duizend. Dat u dat hebt door- staan en dat u (…) daarbij netjes bent gebleven, dat heeft ons gehard, en dat is een glorieuze bladzijde (…) die nooit nadrukkelijk zal worden genoemd.” Gruwelijkheden begaan en geen krimp geven: als ss’er wist je wat je te doen stond.

Hitler zag de Joden als een non-ras dat het hele natuurlijke systeem verstoorde

Behalve dat ze door de nazi’s in hun ideologie werden geïmplementeerd, hadden de bewuste cultuurelementen nóg een ding gemeen: ze zijn allemaal gericht tegen andere groepen mensen; ze zijn ‘antagonistisch’. En hier ligt de kern van de les die Vullierme trekt uit de Holocaust. Hij roept op om meer compassie met elkaar te hebben en naastenliefde in de praktijk te brengen, net zoals mensen als Gandhi en Mandela dat deden.

Staatloosheid

De Amerikaanse historicus Timothy Snyder, bekend van het even baanbrekende als controversiële Bloedlanden. Europa tussen Hitler en Stalin (2011), doet in zijn nieuwste boek Zwarte aarde Hitlers geschriften evenmin af als hersenspinsels. Sterker nog, hij benadrukt dat ze behalve ‘eindeloos narcistisch’ ook ‘meedogenloos consistent’ waren. Hitlers wereldbeeld werd in de kern bepaald door de strijd tussen rassen om het land en voedsel van onze planeet. Omdat het Arische ras het sterkste was, zag hij het als zijn recht om inferieure rassen te onderwerpen, van hun land te beroven en uit te hongeren ten bate van het Duitse volk. Tegelijk zag hij het als zijn taak om de planeet te bevrijden van de Joden, die eigenlijk een ‘non-ras’ waren en het hele natuurlijke systeem verstoorden.

Voor beide opdrachten kon Hitler het beste terecht in Oost-Europa. Landen als Polen, de Baltische staten en Oekraïne konden de Duitsers Lebensraum verschaffen en als graanschuur dienen voor het Derde Rijk. Bovendien had Stalin hier tussen 1939 en 1941 een ongebreidelde terreurcampagne gevoerd, gepaard gaande met hongersnoden, moordpartijen en een ingrijpende uitholling van de staatsinstellingen. Hitler werd er in 1941 dan ook met open armen door de bevolking ontvangen. Op basis van uitgebreide documentatie laat Snyder zien dat de Führer feitelijk twee dingen deed: het staatsapparaat nog verder ontmantelen, zodat hij vrij spel had, en de schuld van de ellende geven aan het ‘judeo-bolsjewisme’. De bewust ontketende anarchie in combinatie met de introductie van een zondebok leidde uiteindelijk tot de gruwelijke massamoord op miljoenen Joden, veelal gepleegd door ‘gewone’ burgers die zich hadden ontwikkeld tot brute moordmachines.

Snyder benadrukt voortdurend dat het ontbreken van staats-bescherming – ‘staatloosheid’ – in de veroverde Oost-Europese landen essentieel was voor de uitvoering van Hitlers plannen: er werd geen recht meer gesproken en er was geen bureaucratie meer die een zorgvuldige behandeling van procedures garandeerde. Om het belang van staatloosheid als factor voor terreur en massamoord te onderstrepen, maakt Snyder een uitstapje naar West-Europa. Een land als Frankrijk behield tijdens de oorlog staatshoofd, regering en andere fundamentele instituties, die collaboreerden met de nazi’s. Ondanks de substantiële aanwezigheid van antisemitisme zou ongeveer driekwart van de Franse Joden de oorlog overleven. In Nederland daarentegen waren regering en staatshoofd uitgeweken naar het buitenland. Hier was dus meer sprake van een situatie van staatloosheid, en Snyder concludeert dan ook dat het niet voor niets is dat uit Nederland het hoogste percentage Joden van West-Europa is gedeporteerd en vermoord; de ss had er vrij spel. Dit is ietwat kort door de bocht, want uitgebreid onderzoek heeft aangetoond dat veel meer factoren een rol speelden, bijvoorbeeld de late opkomst van het verzet en de hoge mate van integratie van de Joodse bevolkingsgroep.

Zo biedt inzicht in de Holocaust ook volgens Snyder een les. Sterker nog, hij ziet hierin niets minder dan een kans “om de mensheid te redden”. We moeten er alles aan doen om situaties van staatloosheid te vermijden en ervoor zorgen dat linkse anarchisten noch rechtse vrijemarktdenkers aan de macht komen. Dat kan alleen, aldus Snyder, door te investeren in “goed doordachte, meervoudige instituties” en “plurale structuren”.

“Nee” zeggen

Hoe is het mogelijk dat gewone mensen ineens kunnen veranderen in brute moordenaars? Na het lezen van Zwarte aarde zou je tot de opvatting kunnen komen dat dit alleen door omgevingsfactoren – bijvoorbeeld staatloosheid – wordt bepaald. Dat is in lijn met de door Hannah Arendt ontwikkelde theorie van de banaliteit van het kwaad, die ervan uitgaat dat in iedereen een massamoordenaar schuilt. Ook het beroemde psychologische experiment van Stanley Milgram, waarbij proefpersonen steeds heftiger elektrische schokken moesten toebrengen aan een ‘student’ als deze een vraag fout beantwoordde, leek deze notie te bevestigen. Het merendeel van de proefpersonen bracht inderdaad (in schijn) levensgevaarlijke schokken toe. “U en ik zouden onder dezelfde omstandigheden hetzelfde hebben gedaan” – vanaf de jaren zestig was dit een veelgehoorde uitspraak.

De eminente Nederlandse socioloog Abram de Swaan verzet zich in zijn vorig jaar verschenen boek Compartimenten van vernietiging hevig tegen dit vertoog. Behalve de Holocaust legt hij niet minder dan zeventien genocides uit de 20ste eeuw onder de loep. Hij concludeert dat omstandigheden inderdaad een rol spelen bij iemands ontwikkeling tot massamoordenaar, evenals voorafgaande maatschappelijke ontwikkelingen en het optreden van het genocidale regime, maar dat je individuele aanleg als factor niet mag onderschatten. Een moreel geweten en empathisch vermogen kunnen van doorslaggevend belang zijn. Kijk maar naar het Milgramexperiment: hoewel veel proefpersonen de schokken toebrachten, was er ook een aantal dat weigerde – en dat wordt vaak vergeten. Zelfs in de moeilijkste omstandigheden is het mogelijk om “nee” te zeggen, dat is De Swaans allerminst overbodige les voor het heden.

Ontkrachten  van waarden

Het serieus nemen van Hitler en zijn nationaalsocialistische ideologie, de worteling van het nazistische geweldimperium in de moderniteit, de transformatie van gewone burgerjongens tot nietsontziende moordenaars – al deze thema’s komen samen in het grandioze, 960 pagina’s tellende KL. Een geschiedenis van de naziconcentratiekampen van de Britse historicus Nikolaus Wachsmann. Het is een integrale geschiedenis van het ss-kamp- systeem (de KL uit de titel verwijst naar Konzentrationslager) en bevat alle kenmerken van een regelrecht standaardwerk.

Hoe is het mogelijk dat gewone mensen ineens kunnen veranderen in brute moordenaars?

Wachsmann laat zien hoezeer de ss-concentratiekampen ontsproten uit het Duitse, begin-20ste-eeuwse gevangenissysteem, maar hij toont ook aan hoe grillig de ontwikkeling ervan was.

Het had bijvoorbeeld weinig gescheeld of de concentratiekampen – in eerste instantie bedoeld voor vermeende linkse extremisten die ervan werden verdacht het regime geen warm hart toe te dragen – waren in 1934 door Hermann Göring gesloten; hij vond dat het naziregime stevig genoeg was verankerd in de maatschappij. Maar zijn tegenspeler, Heinrich Himmler, zag het uitgebreide netwerk van concentratiekampen juist als een fundamenteel en onmisbaar onderdeel van het Derde Rijk. Dit gold helemaal voor de terreur die in de kampen plaatsvond; door de mengeling van gereguleerd en spontaan geweld ging er een ongewone kracht uit van de ss-kampen. Himmler won de strijd: de concentratiekampen zouden zich meer en meer ontwikkelen tot naargeestige centra van dood en verderf, waarvan voornamelijk Joden het slachtoffer werden.

Het is de verdienste van Wachsmann dat hij niet alleen de grote structuren van het kampsysteem analyseert, maar ook oog heeft voor individuele verhalen van daders en slachtoffers. Een van die daders was bijvoorbeeld Rudolf Höss, die als jonge dertiger in 1934 aantrad als bewaker in het concentratiekamp dat als voorbeeld diende voor alle andere: Dachau. Hier maakte hij kennis met het gebruik van meedogenloos geweld. Aan het begin van de oorlog raakte hij als adjunct-commandant van Sachsenhausen betrokken bij het systematisch vermoorden van gevangenen. Ten slotte zou hij zich als commandant van Auschwitz inzetten voor de grootste, industriële genocide uit de geschiedenis. Hij ging dus steeds een stapje verder en raakte elke keer weer gewend aan optreden dat eerder nog ondenkbaar zou zijn geweest. “Het kl-systeem was heel goed in het ontkrachten van waarden”, concludeert Wachsmann.

Met zijn overvloedige beschrijvingen van bruut geweld biedt KL, zacht gezegd, geen vrolijke lectuur. Maar door de geslaagde combinatie van macro- en microgeschiedenis, van analyse en anekdotiek en van diepgravend literatuur- en bronnengebruik weet Wachsmann van alle recente Holocauststudies het meest tot de kern door te dringen van het slechtste dat de mensheid te bieden heeft. En daarmee levert hij, zonder dat nadrukkelijk te formuleren, misschien wel de krachtigste les van allemaal.

Jaap Cohen is onderzoeker aan het niod in Amsterdam. In 2015 jaar promoveerde hij op De onontkoombare afkomst van Eli d’Oliveira. Een Portugees-Joodse familie- geschiedenis, uitgegeven door Querido.

Eerder verschenen in Geschiedenis Magazine

Samenvatting

In de afgelopen eeuw zijn keer op keer miljoenen mensen vermoord in campagnes van grootscheepse vernietiging, met de Holocaust als het absolute dieptepunt. Hoe zijn deze verschrikkingen te begrijpen?Al ruim een halve eeuw is één verklaring pasmunt: de massamoordenaars zijn 'gewone mensen'. Dus: 'U en ik zouden onder dezelfde omstandigheden hetzelfde gedaan hebben.' Abram de Swaan bestrijdt deze 'banalisering van het kwaad' en geefteen nieuwe interpretatie van het beroemde Milgram-experiment. Compartimenten van vernietiging bevat een uitvoerig overzicht van de grootste massamoorden in de twintigste eeuw. Voor een beter inzicht in deze massale uitroeiing is het niet genoeg om alleen de directe genocidale situatie in aanmerking te nemen. Ook de voorafgaande maatschappelijke ontwikkelingen moeten erbij betrokken worden, evenals de rol van het genocidale regime, en: de persoonlijke eigenschappen van de daders. De Swaan, opgeleid als politicoloog, gevormd als psychoanalyticus en van beroep socioloog en essayist, probeert vanuit deze brede achtergrond tot een beter begrip te komen van het moderne kwaad: massamoord.Abram de Swaan (1942) was van 1973 tot zijn emeritaat in 2007 hoogleraar sociologie en sinds 2001 universiteitshoogleraar sociale wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Tot zijn succesvolste boeken behoren De mens is de mens een zorg, Zorg en de staat, De mensenmaatschappij en Woorden van de wereld, die in vele talen verschenen. Hij was jarenlang columnist voor NRC Handelsblad en ontving in 2008 de P.C. Hooft-prijs voor zijn volledige oeuvre.'De Swaan is een groot stilist. (...) Hij pakt je volledig in met zijn heldere zinnen, met zijn prachtige voorbeelden en bovenal met zijn strikte systematiek.'VRIJ NEDERLAND'De Swaan dwingt bewondering af door de scherpte van de waarnemingen in het veld, van de zinnen op het papier, en door de scherpzinnigheid van zijn redeneringen.'TROUW'Een van De Swaans grote kwaliteiten is zijn onstilbare nieuwsgierigheid, die uiteindelijk de begrenzingen van zijn vakgebied verre te buiten gaat. Zijn werk heeft niet alleen de sociologie verrijkt, maar ook de Nederlandse essayistiek.'JURYRAPPORT P.C. HOOFT-PRIJS

Toon meer Toon minder
€ 21,99

Verwachte leverdatum: donderdag 12 december


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789035143722
Verschijningsdatum
juni 2015
Druk
1
Aantal pagina's
320 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
756: Sociologie algemeen

Uitgever
Prometheus/Bert Bakker

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden