Goede mannen

Auteur(s): Arnon Grunberg
Taal: Nederlands
0,25/5
2 recensies
Goede mannen
Goede mannen
Goede mannen

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Marnix Verplancke
5/5

Arnon Grunberg over zijn laatste boek, zijn schrijverschap en de politieke situatie in de wereld

Goede mannen, luidt de titel van Arnon Grunbergs nieuwste boek. Bestaan ze wel, en zo ja, waar moeten we ze zoeken? In de politiek? En spreken ze dan de waarheid? Samen met de schrijver keken we in alle hoeken en gaten: “Laten we de reflex van het gemakzuchtig cultuurpessimisme vermijden en aan waarheidsvinding blijven doen.”

Interview “Nee, nee, nee,” benadrukt hij mijn misvatting dat hij boek na boek de mens van zijn illusies wil ontdoen. Alle waardevols, zoals rechtvaardigheid, vrijheid en liefde blijken in zijn romans immers doorgestoken kaart te zijn. En ook goedheid, zoals mag blijken uit zijn nieuwste, Goede mannen, waarin iemand door zijn makkers op de vreselijkste manier wordt vernederd en misbruikt. “Je gaat toch geen klacht indienen,” vragen ze hem uiteindelijk, “Je bent toch geen matennaaier?” En dat is hij natuurlijk niet, want in feite wil hij niet meer zijn dan een goed man.

“Nee dus,” zegt Arnon Grunberg, “ik wil geen illusies doorprikken, ik wil alleen tonen welke stakkers wij zijn. En dat je ook van deze stakkers kunt houden. Het masker van het succes interesseert me inderdaad weinig, hooguit als amateur-antropoloog of amateur-socioloog. Ik zoek liever de stakker in de ander om zelf onbekommerd een stakker te mogen zijn. Een trotse stakker. Dat wel. Want ook de stakker weet wat waardigheid is.”

Goede mannen gaat over de Pool Geniek Janowski, een fatsoenlijke burger uit Heerlen, die gelukkig is met zijn baan bij de brandweer en thuis geniet van zijn vrouw en twee zonen. Tot een van hen zelfmoord pleegt en het verval inzet. ‘De Pool’, zoals iedereen hem noemt, gaat er helemaal aan onderdoor. Hij gaat in de stal naast de pony staan waar zijn zoon zoveel van hield, zoekt troost in de pijn die de vrouw van een collega hem bezorgt en gaat zelfs over tot zelfkastijding in het kippenhok van een strikte religieuze orde. En dan, wanneer hij denkt er eigenlijk weer wat bovenop te zijn, volgt het ultieme verraad van de goede mannen op zijn werk.

Zowat ieder personage in Goede mannen is eenzaam. Echt contact met anderen is er niet. Waarom een boek over eenzaamheid?

Grunberg: “Onlangs schreef een lezeres me dat ze Kadoke, het hoofdpersonage uit mijn vorige roman Moedervlekken, de eenzaamste man vond die ze ooit had ontmoet. Ze voegde eraan toe dat vriendschap in mijn boeken zelden redding lijkt te brengen. Dat is waar. Misschien moet ik eens een boek over vriendschap schrijven. Hoewel ik sceptisch ben over de reddende kracht ervan. Een van de mooiste verhalen die ik ken over vriendschap is Jules et Jim en dat is toch een film die vriendschap romantiseert maar ook problematiseert om het zacht te zeggen. Om terug te keren naar de vraag, er zit wat mij betreft een fundamentele en onoplosbare eenzaamheid in mensen. En dat hoeft geen tragedie te zijn. Het is eerder de vlucht uit de eenzaamheid die tragisch is. En komisch.”

U houdt van extreme scènes. In Goede mannen bijvoorbeeld die waarin Geniek gepenetreerd wordt met een winterpeen en een naaldhak. Sommige mensen vinden dat erover. Waarom acht u zo’n scènes nodig?

Grunberg: “Is dat extreem? Alles in mij verzet zich tegen deze kwalificatie, als ik het wat dramatisch mag uitdrukken. De zogenaamde werkelijkheid zit vol met extremiteiten. De menselijke seksuele fantasie is veelal extreem. Dit hier, deze naaldhakgebeurtenis, vindt plaats tussen volwassenen, en met wederzijdse toestemming. Er zijn denk ik wel raardere voorwerpen in menselijke gaten gestopt. Als we wat minder bang zouden zijn voor onze fantasie, zouden we deze scenes niet extreem vinden. Het is geen geweld, het is hooguit een enscenering van geweld. Het is niet het trauma, het is een poging dat trauma te overwinnen, hoe onbeholpen ook. Ergens stemt het mij droevig dat dit niet wordt begrepen. Niet omdat ik word misverstaan, maar omdat de het besef dat menselijke seksualiteit op de een of andere manier transgressie of grensoverschrijding vereist zoveel weerstand oproept. Hier botsen geen literaire opvattingen, hier botsen wereldbeelden. Als ik zo vrij mag zijn.”

De teneur is dat troost pijn moet doen om te werken, om het leed te verwerken. In feite is dat toch een heel diep en wijs inzicht, terwijl we altijd zoete troost verwachten?

Grunberg: “Liefde is zoet, troost is zoet, het leven moet zoet zijn. Volledige apathie is natuurlijk geen oplossing en ook moreel gezien problematisch, maar de maakbaarheidsgedachte achter dat zoete leven is ondoordacht, en een vorm van hoogmoed. De mens wil God zijn, dat moet hij niet doen. Ook hier geldt dat het begrijpelijk is dat mensen op extreme ervaringen reageren met gecontroleerde extremiteit. In jezelf snijden kan extreem worden genoemd, maar het is ook gecontroleerd. Je snijdt zelf. Je eigen beul zijn of je eigen beul mede controleren kan troosten, met de ene pijn de andere pijn verdringen omdat het genot dit niet kan doen. Het is eigenlijk een kwestie van zelfmedicatie.”

Zijn we te sentimenteel, zoals de boer bij wie de pony op stal staat opmerkt?

Grunberg: “Ik denk van wel. Of we bekijken het sentiment zo eenzijdig. Sentimentaliteit is misschien onvermijdelijk en kan ook de aanzet zijn voor wat wij goedheid noemen en empathie, maar het zwelgen in sentimentaliteit is, vrees ik, weinig meer dan zelfmedelijden en zelfmedelijden is net als ijdelheid iets dat men in zichzelf zou moeten bestrijden.”

De flagellanten begrepen dit, en Geniek ook nadat hij in het kippenhok heeft gezeten. Er is een liefde die niet van deze wereld is, zegt hij. Wat zijn we samen met het geloof verloren?

Grunberg: “Het noodlot en het tragische. Ik denk zelfs een zekere verbeelding. Ik ben niet gelovig, maar het discours van de atheïst die de gelovige wil bekeren vind ik veelal getuigen van stuitende platheid. Stuitend? Nou ja, opzichtige platheid dan. De behoefte aan God is infantiel, maar we moeten volwassenen ook de ruimte geven infantiel te zijn, zolang ze maar over die infantiliteit kunnen reflecteren. Mensen zoeken betekenis en betekenis bestaat altijd uit verhalen. De wellicht infantiele maar zeer werkelijke behoeftes van mensen moeten niet bestreden worden met het jargon van de overspannen kostschoolleraar.”

Zijn we allemaal hulpbehoevenden, zoals een van de personages uit Goede mannen zegt?

Grunberg: “De een al meer dan de ander natuurlijk. En het is belangrijk te beseffen dat je niet de enige hulpbehoevende bent. Naast jou zit er nog een. Weg met onze te hoge verwachtingen dus, wat niet hetzelfde is als weg met alle verwachtingen, maar we kunnen wel wat meer reality check gebruiken, iets beter voorbereid zijn op tegenslagen. Het besef dat we allemaal gelijk zijn in onze hulpbehoevendheid vind ik essentieel voor het leven, want zodra dat wegvalt is de ander op weg slachtvee te worden.”

U heeft het over goede mannen in uw boek, en niet over goede mensen. Gaat uw roman ook over de witte man en alles wat hij vandaag over zich heen krijgt?

Grunberg: “De witte man, en dan zeker de witte man die zich niet tot de elite ziet behoren, voelt zich verdrukt en niet serieus genomen. Zijn wreedheid is niet uniek, het verschil is dat hij vaak in een positie verkeerde dat hij ongestraft wreed kon zijn. Nu moet hij wennen dat dat niet meer zo is, en dat doet pijn. Je kunt extreemrechts en het nieuwe fascisme alleen bestrijden als je een groot deel van hun kiezers niet bij voorbaat als verloren beschouwt en het niet de moeite vindt hen serieus te nemen. Dat betekent niet dat je het discours van extreemrecht moet kopiëren, je moet wel proberen te begrijpen waar die wanhoop en angst vandaan komen. Overigens zal identiteitspolitiek altijd andere identiteitspolitiek baren. Als emancipatorische kracht heeft identiteitspolitiek daarom zijn beste tijd gehad. Ik blijf pleiten voor meer individualisme en een grotere basissolidariteit die, in tegenstelling tot sommigen denken, elkaar niet in de weg hoeven te staan. Integendeel.”

Hoe staat u tegenover de huidige polarisering in Amerika?

Grunberg: “Het Westen is er niet goed aan toe. Europa denkt graag dat Amerika zieker is dan Europa. Dat is typische Europese hoogmoed. Ook al woon ik al jaren in New York, toch blijf ik een Europeaan. Ik wil in Europa, in Oekraïne, in de geboorteplaats van Joseph Roth begraven worden. Ook de Derde Wereldoorlog zou best eens in Europa kunnen beginnen trouwens. We hoeven niet eens naar Weimar te kijken, Joegoslavië is vandaag dichterbij en misschien veelzeggender. Joegoslavië was een relatief welvarend en relatief open land. In een mum van tijd ontwikkelde zich daar een bloedige burgeroorlog die niemand had zien aankomen. En die enigszins vergeten lijkt. Wanneer ik rellen zie zoals onlangs nog in Chemnitz vrees ik het ergste. Overal in Europa komen bewegingen op die steeds meer als milities optreden en de belangrijkste functie van de staat ondermijnen, het voorkomen van de burgeroorlog.”

Ook in de Europese politiek lijken er geen goede mannen meer rond te lopen?

Grunberg: “Nee, maar wel halfgoede. We moeten af van dat absolute denken. Mensen zijn empathisch, maar ze kunnen ook heel wreed zijn. Mensen zijn groepsdieren. Hun goedheid hangt veelal af van de normen van de groep. En we moeten leren dat zelfbeheersing een deugd is. Het gaat erom dat van niemand volledige goedheid kan worden verwacht en dat het een maatschappelijke en individuele verantwoordelijkheid is om de kwalijke effecten van de minder goede menselijke kanten zo klein mogelijk te houden. En dat doet de een al beter dan de ander natuurlijk, waardoor ik liever Macron heb dan Le Pen. Tegen iedereen van links die hoopt de revolutie naderbij te brengen zeg ik: u brengt alleen de revolutie van de fascisten naderbij. Ik ben antirevolutionair. Liever het neoliberalisme dan de revolutie.”

Wat is het woord daarbij nog waard, in onze tijden van fake news?

Grunberg: “Net zoveel als een paar decennia terug. Anders zou ik niet schrijven. Laten we de reflex van gemakzuchtig cultuurpessimisme vermijden. We moeten aan waarheidsvinding blijven doen. Er is in het verleden geprobeerd de bevolking met propaganda te vergiftigen en dat zal weer gebeuren. Politici zouden er beter aan doen zich in te houden. Dat doen ze helaas steeds minder.”

U zal ook wel geen goede man zijn, aangezien goede mannen volgens de boer in uw boek cynisch noch ironisch zijn.

Grunberg: “Wanneer iemand tegen mijn moeder zei dat ze een goed mens was, antwoordde ze: “Nee, ik ben een heel normaal mens.” Dat humanisme wil ik graag voortzetten. Ik ben halfgoed. Of halfslecht. Ik kan beter schrijven dan andere mensen maar daardoor kan ik weer andere dingen niet. Je moet als schrijver af en toe geloven dat je fantastisch bent maar alleen als niemand erbij is.”

Eerder verschenen in Knack

Recensie door: Marnix Verplancke
5/5

Wanneer troost pijn doet

In Arnon Grunbergs nieuwe roman gaat een vader na de zelfmoord van zijn zoon op zoek naar troost en betekenis. Zijn hele wereld valt in duigen, net zoals zijn geloof in goede mannen.

[Recensie] “Je hebt me getroost,” fluistert Geniek Janowski in het oor van de stervende mevrouw Beckers. Hij had haar meer dan een decennium niet meer gezien, maar toen hij hoorde dat ze terminaal was, repte hij zich naar het ziekenhuis om afscheid te nemen. “Er komt iets na het verdriet,” voegt hij er voor haar man en drie dochters aan toe, gewoon omdat ‘klote’ zo hard aankomt, ook al vat het de situatie wel helemaal samen.

Geniek is een typische Grunberg-antiheld. Hij is een buitenstaander van Pools-Duitse afkomst die in het Limburgse Heerlen zijn kost verdient als brandweerman. Hij heeft het beste voor met iedereen, bijt wegens het gebrek aan ruggengraat nooit van zich af en neemt het leven zoals het komt. Alleen bij de goede mannen van de C-ploeg, zijn werkmakkers dus, voelt hij zich thuis. Stuk voor stuk fatsoenlijke mannen zijn het, met het hart op de juiste plaats. Samen onder de douche knijpen ze wel eens in elkaars vetrollen, omdat ze al zo lang collega’s zijn. De Pool noemen ze Geniek, net zoals iedereen trouwens, ook zijn vrouw Wen en hun twaalfjarige zoon Jurek, die ook al vlug doorheeft wat voor iemand zijn vader is. Wanneer de Pool opmerkt dat hij tijdens het eten niet de hele tijd naar zijn GSM moet zitten staren, antwoordt de jongen gevat: “Waar moet ik dan naar staren? Naar jou? Denk je dat het zo leuk is om jou te zien?”

De Pool is inderdaad geen plaatje, en dat heeft alles te maken met het verleden, want ooit hadden Wen en hij twee zonen. Borys heette de schuchtere en teruggetrokken jongen. Toen Borys een jaar of twaalf was begon hij opeens in zijn broek te poepen. Kinderen lachten hem uit en de schooljuf zette hem bij het open raam. Niets leek te helpen tot Borys zelf met het idee op de proppen kwam dat hij een pony wou. Voortaan ging de jongen vrijwel dagelijks bij het dier in de stal staan. Hij fluisterde tegen hem, poepte naast hem in het stro en had voor het eerst werkelijk contact. Maar ook dat bleek uiteindelijk niet voldoende, en dus sprong hij onder de intercity en werd zijn vader opgeroepen om hem van de rails te krabben. Van die dag af ging de Pool zelf naar de pony en stond hij uren naast hem op stal.

In Goede mannen scheert Arnon Grunberg toppen van bitterheid en cynisme, want het voorval met Borys en de pony is nog maar een onschuldige inleiding op wat komen gaat: Genieks zoektocht naar troost en betekenis en het uiteindelijke verraad door die goede mannen uit de titel van het boek.    Meedogenloos gidst Grunberg je door scènes waarvan je aanvankelijk niet begrijpt waarom ze zo overdreven gedetailleerd of zelfs ietwat sullig langdradig zijn, tot je beseft dat zij je in de juiste sfeer dienden te brengen zodat het genadeloze einde nog harder aan zou komen. En dat doet het, keihard. Nog maar zelden bleven we zo onthutst achter na het lezen van een roman.

Maar eerst die troost dus, die de vrouw van zijn collega Beckers hem wil bezorgen. Ook zij treurt, om een liefde die altijd een belofte is gebleven, vertelt ze de Pool die in feite alleen maar geïnteresseerd lijkt in seks. Ze liggen naakt op bed en ze gebiedt hem zich op zijn buik draaien, waarna ze hem neukt met een winterpeen en toont dat de ene pijn de andere kan verdrijven. Ze laat hem kennismaken met de troost die pijn doet, die ook flagellanten en kluizenaars zochten.

Normale mensen bestaan niet, shockeerde Freud een eeuw of wat geleden de goegemeente. Hetzelfde zou je na het lezen van Grunbergs nieuwe roman over goede mensen kunnen zeggen. Of zoals ‘de mensenknecht’ zegt die de boer en de boerin verzorgt op de boerderij waar de pony op stal staat: “Ik sta niet boven de hulpbehoevenden, diep vanbinnen ben ik ook een hulpbehoevende, als je goed kijkt zijn er alleen hulpbehoevenden.”

Centrale zin

“Als je goed kijkt zijn er alleen hulpbehoevenden.”

Over de auteur

Arnon Grunberg (1971). De troost van de slapstick en De kunst van het lijden zijn twee non-fictietitels uit Arnon Grunbergs steeds imposanter wordende oeuvre. Grunberg wordt wel eens de meest cynische en nihilistische schrijver uit ons taalgebied genoemd, terwijl hij niet meer doet dan de vuige gronden van de menselijke psyche verkennen. Dat zijn romans daarbij als case-studies gezien kunnen worden die de stellingen uit zijn non-fictieboeken onderbouwen mag ook blijken uit Goede mannen.

Eerder verschenen KnackFocus

Samenvatting

Geniek Janowski, brandweerman, liefdevolle echtgenoot, vader van twee zonen, mede-eigenaar van een pony en fatsoenlijk burger te Heerlen, wordt op een dag getuchtigd door het noodlot.

De mannen van de C-ploeg slepen Janowski, die door iedereen de Pool wordt genoemd, erdoorheen en de vrouw van collega Beckers staat voor de deur met eetbare troost. Hun troost blijkt echter nog meer onheil te brengen. De Pool besluit daarop niet te walgen van zijn lot maar het te beminnen.

Goede mannen is een ontroerende en wanhopige roman over een vader die denkt dat een goede man altijd een stapje opzij doet, dat goed zijn niet veel anders is dan verlangen naar het goede. Minder goede verlangens leg je gewoon het zwijgen op.

Kan zo het onheil worden voorkomen? Wat kán een mens eigenlijk voorkomen?

Toon meer Toon minder
€ 26,99

Verwachte leverdatum: vrijdag 21 februari

Niet bestelbaar

Taal
Nederlands
Bindwijze
Hardcover
ISBN
9789038805351
Verschijningsdatum
september 2018
Druk
1
Aantal pagina's
512 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Thema's
  • Fictie
  • Fictie: algemeen en literair
Categorieën

Uitgever
Nijgh & Van Ditmar

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden