De wereld van gisteren

herinneringen van een Europeaan

Auteur(s): Stefan Zweig
Taal: Nederlands
0,25/5
3 recensies
De wereld van gisteren
De wereld van gisteren
De wereld van gisteren

Recensie

Aantal recensies: 3

Recensie door:

Europa is een broze beschaving

Europese verkiezingen. Maarten Doorman herlas Stefan Zweigs De wereld van gisteren aan de vooravond van de verkiezingen. Hij beseft dat bij het stemmen niet alleen de toekomst, maar ook het verleden een richtsnoer moet zijn.

[Essay] Op 1 september 1939 ging de Joodse schrijver Stefan Zweig in het Engelse Bath in ondertrouw om zo mogelijk de volgende dag nog in het huwelijk te treden. Terwijl iemand van de burgerlijke stand de formulieren zat in te vullen, stormde een ambtenaar het kantoor in en riep dat Duitsland Polen binnenviel. De Tweede Wereldoorlog was begonnen.

Omdat Zweig, die uit Oostenrijk gevlucht was, uit vijandelijk gebied kwam, was het niet ondenkbaar dat hij binnen luttele dagen zou worden geïnterneerd. Veiligheidshalve schortte de ambtenaar het huwelijk op. En zo werd de meest succesvolle schrijver van het interbellum uit het door hem altijd bejubelde Europa verdreven. In februari 1942 maakte hij in Brazilië samen met zijn vrouw een eind aan hun leven.

Dit moordlustige Europa behoort tot ‘de wereld van gisteren’, zoals Stefan Zweig het boek noemde dat hij kort voor zijn dood voltooide en waarin hij zijn eigen geschiedenis met een grotere verbindt. Dat verleden met zijn slachtpartijen, ook die van de Eerste Wereldoorlog, is het nu vaak vergeten fundament van het hedendaagse, verenigde Europa. Een Europa dat al bijna driekwart eeuw geen oorlog meer kent, afgezien van de al te vaak genegeerde Balkanoorlog uit de jaren ’90 met zeker honderdduizend doden.

Dit Europa is welvarender dan ooit en vooralsnog, grotendeels, democratisch, sociaal en (relatief) tolerant. Maar schokkend aan Zweigs De wereld van gisteren is dat Europa dat eerder ook was, of althans leek. Met aanstekelijk enthousiasme beschrijft hij het optimisme uit het begin van de vorige eeuw. Het lichaam bevrijdde zich van een puriteinse moraal: er kwam sport, vrije tijd, een openbaar uitgaansleven, badkamers, telefoons. Overal was vooruitgang. “Nooit”, aldus Zweig, “was Europa sterker, rijker en mooier geweest, nooit had het zo vast in een nog betere toekomst geloofd.”

Het Europa van de vele natiestaten, waar romantisch rechts nu zo naar verlangt, leek eeuwig te duren. De bourgeoisie verdiende geld en ging naar de opera, het ideaal van de Britse filosoof Roger Scruton en zijn Nederlandse discipel Thierry Baudet glansde: er was nog geen abstracte kunst, geen atonale muziek, geen wanklank uit de koloniën, de klassenstrijd taande bij toenemende welvaart. ’s Zomers was het prachtig weer. Maar plotseling viel er een schot, in diezelfde Balkan, en was het allemaal voorbij.

Binnen enkele weken stapten honderdduizenden jongens zingend op de trein en vertrokken onder nationale vlag naar de loopgraven, de granaten, het gifgas, gangreen, de doodslag en waanzin. De Europese beschaving die Zweig hartstochtelijk beleefde, bleek broos als de vleugel van een opgezette vlinder. “Zoals nooit tevoren”, schreef hij in een schitterende zin, “voelden de duizenden, honderdduizenden mensen wat ze beter in vredestijd hadden kunnen voelen: dat ze bij elkaar hoorden.”

Nerveus optimisme

In de jaren twintig keert het optimisme geleidelijk terug, zij het nerveuzer, actiever. De succesvolle Zweig is in Italië en merkt hoe vergevingsgezind de mensen zijn. Hij hoopt dat men toch iets heeft geleerd, gelooft het zelfs even, tot hij vanuit een steegje een groep jongemannen met stokken ziet marcheren. Het fascisme kondigt zich aan. En “de oorlog van weleer”, in de woorden van Leo Vroman, “wederkeert op vilten voeten / dat we, eigenlijk al niet meer / kunnend alles, toch weer moeten.”

Het is een naïeve gedachte dat de geschiedenis zich herhaalt. De Tweede Wereldoorlog was geen herhaling van de vorige. Maar het is een bijna even naïeve gedachte dat we helemaal niets over Europa kunnen leren van het verleden. Van een optimisme dat aan onverschilligheid grenst, van de broosheid van internationale afspraken, van de desinteresse die we nu terugzien in de lage opkomstpercentages voor Europese verkiezingen, van het vertrouwen in een toekomst die zomaar als een zeepbel uit elkaar spat.

En van het Europa dat Stefan Zweig, en zijn Franse vriend, de schrijver Roman Rolland, voor ogen stond. Zweig schetst een prachtig beeld van het Wenen uit zijn jeugd, waar het onderwijs weliswaar geestdodend saai was en de burgerlijke moraal benepen en hypocriet, maar waar ook minderheden uit heel Europa vreedzaam samenleefden, met verschillende religies, talen en gebruiken en een bloeiende cultuur. Hij geloofde in de rijkdom van al die verschillen.

Europa is echter niet meer het centrum van de wereld zoals dat uit zijn werk naar voren komt, en zal zich evenzeer om andere, geopolitieke redenen moeten verenigen om zich te kunnen handhaven tussen grootmachten als de Verenigde Staten, China en andere opkomende economieën. Maar nu democratische waarden binnen Europa onder spanning komen te staan, antisemitisme weer salonfähig wordt, de vluchteling her en der als indringer wordt beschouwd, de rechterlijke macht onder druk staat en het verlangen naar theatrale, autoritaire leiders opnieuw opbloeit, zou niet alleen de toekomst, maar ook het verleden een richtsnoer mogen zijn.

De wereld van gisteren laat zien dat onverschilligheid jegens een humaan en democratisch Europa onverwachts snel tot een onaangename toekomst kan leiden, dat we daarom niet schouderophalend aan deze verkiezingen voorbij mogen gaan en dat we al helemaal niet moeten denken dat terugkeer naar de natiestaat van weleer enige bescherming tegen een boze buitenwereld biedt.

Eerder verschenen in NRC Handelsblad en op Maarten Doorman

Recensie door: Thomas Dobbelaer
5/5

Opkomst van nationalisme gaat gepaard met culturele regressie

[Essay] Norbert Hofer, van de extreemrechtse, Oostenrijkse partij FPÖ, behaalde op 24 april jl. een grote overwinning in de eerste ronde van de presidentverkiezingen (uiteindelijk greep hij echter toch mis in de race om het presidentschap). In zijn overwinningsspeech stelde Hofer vast dat het oude systeem nu vervangen zal worden voor iets nieuws. “Meine lieben Freunde, wir haben heute ein Rendezvous mit der Geschichte”, sprak hij en dit geldt niet alleen voor Oostenrijks. Onmiddellijk kwamen namelijk de felicitaties van gelijkgestemden, zoals Wilders en Le Pen, die beiden het ook erg goed doen in de peilingen. Ze noemden Wenen een ‘les voor heel Europa’. Dit bevestigde de wijdverspreidheid van het extreemrechtse sentiment. Hofer heeft gelijk, Wenen en Europa hebben inderdaad een ‘rendezvous’ met het verleden. Dit ‘verleden’ is het einde van de 19e eeuw. Ook toen kreeg het nationalisme de overhand in Europa, wat uiteindelijk desastreuze gevolgen had. Dit ‘rendezvous’ kent echter nog een andere kant, één die veel onopgemerkter Europa insluipt: de culturele teloorgang.

De grootse schrijver Stefan Zweig publiceert in 1942 vanuit Brazilië zijn laatste boek, Die Welt von Gestern, vlak voor hij later dat jaar zichzelf berooft (of in zijn geval bevrijdt) van het leven. Hij beschrijft in dit boek, wat gezien kan worden als een uitgebreide zelfmoordbrief, hoe de wereld van kunst, esthetiek en menselijkheid waarin hij is opgegroeid bruut werd vervangen door een barbaarse tijd van wereldoorlogen en massavernietiging. Zweig groeide op in Wenen in een gegoed, Joods milieu. Hij vertelt dat hij in zijn middelbare schooltijd een onuitputtelijke hartstocht ontwikkelde voor de kunsten en dat deze nooit wegebte. Stefan Zweig had geluk, want een persoon met een dergelijke hartstocht kan zich geen betere thuisplaats wensen dan het Wenen van de 19e eeuw. Wenen bereikte namelijk op dat moment, net als Parijs en Berlijn, een culturele climax en kende talloze grote kunstenaars, waaronder Schönberg, Hofmannsthal en Strauss.

Weense cultuurbloei

Een tweetal factoren lag aan de grondslag van deze Weense cultuurbloei: enerzijds was het Avondland Europa nog niet geïnfecteerd met het nationalisme dat uiteindelijk twee wereldoorlogen tot gevolg had en waren de Europeanen en dus ook de Weners grenzeloos tolerant tegenover andere volken. Dit leidde tot het samenvloeien van alle stromen van de Europese cultuur en het ontstaan van een hele eigen Weense cultuur die al die invloeden als een spons opzoog en tot een harmonisch geheel maakte. Anderzijds heerste er in Wenen een collectieve, universele liefde voor de kunst. Belangstelling in de hogere kunsten was geen elitair privilege, maar was van iedereen. Ook de arme arbeider, met te weinig geld voor theaterbezoeken of boeken leefde mee met de culturele ontwikkelingen en was op de hoogte van de activiteiten van de geroemde toneelschrijvers, acteurs, dichters en componisten. Ondanks het feit dat de eerste emancipatiebewegingen en politieke stromingen ontsprongen gaf bijna niemand om politiek of religie, alle aandacht ging uit naar cultuur en esthetiek. Dit leidde tot een moordende culturele druk op kunstenaars om te presteren en vooral ook om te blijven presteren. Culturele misbaksels werden ongenadig afgestraft door de gemeenschap. Ook bij de bevolking (en zo ook bij Zweig en zijn vrienden) was er een druk om zelf ook kunst te produceren of op zijn minst er verstand van te hebben. Deze bijna heilige combinatie van maximale etnische tolerantie en torenhoge culturele druk zorgde voor een cultureel florerend Wenen.

Maar dat was de wereld van gisteren, de wereld van ‘vandaag’ voor Zweig was een verschrikking. De Eerste Wereldoorlog had een einde gemaakt aan een internationaal open en verbonden Europa en de Tweede Wereld oorlog was bezig met ook een einde te maken aan de binnenlandse tolerantie. Boeken werden verbrand en verboden, bevolkingsgroepen werden uitgesloten en de vrijheid van het individu ging verloren. Ondanks het feit dat de Joodse Zweig tijdig wist te vluchten naar Brazilië, had hij alles waar hij van hield en voor leefde verloren zien gaan en daarom besloot hij samen met zijn vrouw afscheid te nemen van de op dat moment zo wrede, schoonheidsloze wereld. In zijn daadwerkelijke afscheidsbrief schrijft hij nog wel: “Ich grüsse alle meine Freunde! Mögen sie die Morgenröte noch sehen nach der langen Nacht! Ich, allzu Ungeduldiger, gehe ihnen voraus.” Zweig had dus nog wel hoop op een terugkeer van de wereld van gisteren, maar hij kon het niet opbrengen om daar op te wachten. Wij weten dat ‘der langen Nacht’ uiteindelijk opgehouden is, maar de wereld van morgen (voor Zweig), de wereld van na de nacht, waar wij nu in leven heeft nooit meer het ideaal van de wereld van gisteren bereikt.

Parijse Banlieue

Het nationalisme en de haat en angst jegens andere volken is nooit verdwenen uit Europa. In de tweede helft van de 20e eeuw was Europa bang voor de Sovjet-Unie en nu is Europa bang voor de Islam. In 1890 werd elke nieuwkomer omarmd en bewonderd in Parijs, maar nu is de Banlieue gevuld met gesegregeerde groepen Islamieten en Afrikanen, die zich verre van geaccepteerd voelen in het ooit zo gastvrije Europa. Er is geen spoor meer te bekennen van de eerste steunpilaar van de bloei van het 19e-eeuwse Wenen: etnische tolerantie. Ook de tweede steunpilaar, die van de culturele druk, is nauwelijks meer aanwezig, want paradoxaal aan onze etnische intolerantie zijn we uiterst tolerant op cultureel gebied. We leven in een tijd waarin schrikbarend weinig mensen oprechte interesse en gevoel hebben voor de hogere kunst. Onder het mom van ‘smaken verschillen’ wordt Bach gelijk gesteld aan Jan Smit, Picasso aan Jeff Koons en Proust aan het zoveelste glamour-roddelblaadje. De ‘lagere klasse’ heeft geen oprechte belangstelling voor musea, maar gaat zo nu en dan toch om een selfie te kunnen maken voor de Nachtwacht staan en vervalt dan weer in hersenloze vegetatie, kijkend naar SBS 6 of RTL 7. De opgelegde verplichting dat we ‘iedereen zichzelf moeten laten zijn’ geeft ruimte voor het ontspruiten van stijlloze subculturen, zoals hipsters of techo-liefhebbers. Deze eeuwige gelijkstelling van kunst aan anti-kunst heeft geleid tot het verlies van preferentie aan het mooie, het esthetische, het intellectuele. Zelfs programma’s als De Wereld Draait Door, die zich voordoen als kunstminnend, zijn nu slechts een schim van een echt intellectueel programma en nodigt alleen nietszeggende opiniemakers uit, die met miezermeninkjes voortdrijven op de heersende, politiek correcte opvattingen.

Het Europa van na de oorlogen is dus eigenlijk precies omgekeerd aan het Europa van voor de oorlogen, waar ze in Zweigs tijd etnisch tolerant waren en cultureel intolerant, zijn wij nu etnisch zeer intolerant en haatdragend en cultureel over-tolerant. Wij, levend in de wereld van morgen, mogen de duistere nacht van de oorlogen dan wel overleefd hebben en onze individuele vrijheid teruggewonnen, maar we zijn de schemer nog niet uit en hebben het licht van de culturele wedergeboorte nog niet gezien.

Thomas Dobbelaer (1998) studeert filosofie en rechten in Leiden

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Recensie door: Roeland Dobbelaer
5/5

Wat te doen? Deel 1

[Essay] De opstand der horden is weer in volle gang. “Maar wij jongeren, totaal ingesponnen in onze literaire ambities, merkten weinig van de[ze] gevaarlijke veranderingen in ons vaderland: wij hadden alleen oog voor boeken en kunst. We hadden niet de minste belangstelling voor politieke en sociale problemen: wat betekenden deze schreeuwerige ruzies in ons leven? De stad raakte in opwinding over de verkiezingen en wij gingen naar de bibliotheek. De massa kwam in opstand en wij schreven en bediscussieerden gedichten. We zagen de vurige tekens aan de wand niet, we deden ons onbezorgd […] tegoed aan alle exquise gerechten van de kunst zonder angstig vooruit te kijken. En pas toen tientallen jaren later het dak en de muren op ons neerstortten, zagen we in dat de fundamenten allang ondergraven waren geweest en dat tegelijk met de nieuwe eeuw de ondergang van de individuele vrijheid in Europa was begonnen.”

Het zou een citaat van Bas Heijne uit de NRC van vandaag kunnen zijn. Met een beschouwing over hoe we de afgelopen 20 jaar onze kop in het zand hebben gestoken om nu langzaam wakker te worden en om ons te realiseren dat met de komende verkiezingen aan de overkant van de oceaan en in ons oude Europa, de populisten weer de macht gaan grijpen. Trump, Le Pen, Wilders en het AfD zijn allemaal vertegenwoordigers van hetzelfde kwaad. En in het Oosten zijn ze al aan de macht, Poetin, Erdogan.

Nee, het citaat is van de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig en komt uit zijn memoires De wereld van gisteren – herinneringen van een Europeaan. Deze maand verscheen de achtste druk in de reeks Privé Domein van de Arbeiderspers. Wie wil weten wat er nu op het spel staat, moet dit boek lezen. Gisteren in begonnen en kleine 100 bladzijden verder ben ik helemaal verkocht. Wat een mooi boek, wat een verdrietig boek, wat hebben we veel om voor te vechten.

Ik lees nu, eigenlijk al meer dan een jaar, boeken van schrijvers en filosofen uit het interbellum en van vlak voor de Eerste Wereldoorlog en verdiep me in kunstenaars uit die tijd. Hoe analyseerden zij de opstand van de horden? En wat deden zij? In Nederland keerden Menno ter Braak en zijn kompaan E. du Perron zich tegen het fascisme. Ze stierven vrijwel tegelijkertijd toen de Duitsers Nederland binnenvielen, Ter Braak pleegde zelfmoord, Du Perron stierf aan een hartaanval. Hemingway en Orwell kozen voor de wapens en vochten mee. Zweig ging op de vlucht voor de Nazi’s, bereikte Brazilië en pleegde daar samen met zijn vrouw zelfmoord, het verdriet over het verval van de oude wereld was te groot. Filosoof Walter Benjamin pleegde ook zelfmoord, tijdens zijn vlucht voor de nazi’s aan de Spaanse grens. Karl Popper net als Zweig geboren in Wenen, moest ook vluchten, maar pakte de pen en schreef zijn prachtige The Open Society and its Enemies, een van de meest geëngageerde filosofie boeken die ik ooit mocht lezen. Hannah Arendt was ook op tijd weg en heeft haar hele verdere leven gewijd aan het bestuderen van het totalitarisme.

Kunstenaars als Mondriaan hadden nauwelijks wat in de gaten, vonden het alleen vervelend dat hun kunst niet meer mee mocht doen. Kirchner trok zich terug in de bergen in Zwitserland en beroofde zich daar van het leven, vlak voor WO II losbarstte. Picasso en vele andere Parijse kunstenaars vluchtten naar New York. In 1937 schilderde Picasso zijn Guernica, een groots protest tegen de barbarij van de horden. Eind april gaan we onder andere naar Madrid om de kinderen dit schilderij te laten zien.

Als de geschiedenis zich echt zou herhalen hebben we nog een jaar of 5 à 10. We zitten nu net na de economische crisis, vlak voor 1933 toen Hitler aan de macht kwam. Mussolini (Poetin, Erdogan) is al aan de macht. Wat te doen? De straat op? Ik geloof er niet in. Weimar en de Spaanse Burgeroorlog laten zien dat de horden betere straatvechters zijn dan intellectuelen. Intellectuelen discussiëren liever dan dat ze schieten. Lees Orwell in Homage to Catalonia er maar op na. Zelfmoord om politieke redenen is geen optie voor wie kinderen heeft lijkt me zo. De politiek in? Zou het een kans hebben? Ons organiseren, manifesten maken, schrijven dan maar, denken, ageren? Ik weet niet?

‘Wat te doen?’ was de leuze waarmee Lenin zijn communistische regime grondvestte. Lenin speelde leentjebuur bij Nikolaj Tsjernysjevski die in zijn roman met deze titel opriep tot een activistische strijd tegen de Tsaren. We weten waar dat allemaal toe heeft geleid.

De behoefte is groot om me terug te trekken en me te koesteren aan kunst en literatuur, aan filosofie en muziek, ontsnappen. Dat lukt me hoogstens een paar momenten op een dag, maar daarna komt de twijfel weer. Wat te doen? We kunnen dit niet nog een keer laten gebeuren.

Wat te doen? Deel 2

“Het is misschien moeilijk voor de generatie van vandaag, die opgegroeid is te midden van rampen, ineenstorting en crises en voor wie de oorlog een constant aanwezige mogelijkheid en een bijna dagelijkse verwachting is geweest, het optimisme en het vertrouwen in de wereld te beschrijven die ons jonge mensen van het begin van de eeuw al bezielden. Veertig jaar van vrede had het economische organisme van de verschillende landen krachtig gemaakt, de techniek had het levensritme vleugels gegeven, wetenschappelijke ontdekkingen hadden die generatie een trots zelfbewustzijn geschonken. […] Wie waagde die won. Wie een huis, een zeldzaam boek, een schilderij kocht, zag de waarde ervan stijgen; hoe stoutmoediger, hoe grootser een onderneming werd aangepakt, des te zekerde loonde ze. […] Nooit was Europa sterker, rijker en mooier geweest, nooit had het zo vast in een nog betere toekomst geloofd.”

Woorden van toen, die, lijkt het wel, naadloos ook op onze tijd toepasbaar zijn. Nog een citaat. “Men ziet: al de monsterachtigheden als boekverbrandingen en schandpaalfeesten die een paar jaar later al tot de dagelijkse feiten hoorden, waren een maand na de machtsovername van Hitler (in 1933/rd) zelfs voor mensen die de wereld kenden nog absoluut ondenkbaar. Want het nationaalsocialisme hoedde er zich voor in zijn gewetenloze misleidingtechniek wel voor zijn doeleinden in al hun radicaliteit te laten zien voordat het de wereld gehard had. Dus oefenden ze hun methode voorzichtig: steeds een kleine dosis en na die dosis een kleine pauze. Steeds maar een enkele pil en dan een ogenblik afwachten of die niet te sterk was geweest, of het geweten van de wereld deze dosis nog kon verdragen. Het meest geniale dat Hitler heeft gepresteerd is, deze tactiek van behoedzaam aftasten en dan steeds genaderlozer toeslaan tegen een moreel en algauw ook steeds zwakker wordend Europa. Ook de intern allang geplande actie ter vernietiging van ieder vrij woord en ieder onafhankelijk boek in Duitsland vertrok zich volgens deze methode van aftasten. Er werd bijvoorbeeld niet meteen een wet afgekondigd – dat kwam pas twee jaar later – die onze boeken verbood; in plaats daarvan werd een een behoedzaam experiment opgezet om te kijken hoever men kon gaan.”

Zweig beschrijft hoe het verbod op boeken van linkse en Joodse schrijvers werd georkestreerd. Eerst vielen rechts-radicale studenten een aantal boekhandels aan. Ze sloegen de boel kort en klein en staken boeken in de fik. Toen de protesten meevielen, ging het verder, steeds heviger. En een paar jaar later werd het een nationale boekverbranding en kort daarna werden alle boeken van linkse en Joodse denkers en schrijvers bij de wet verboden. En de nazi’s waren weer een stap verder met het bereiken van hun monsterlijk ideaal.

Eerst een idee poneren, wachten, kijken hoe het valt en het dan verder voeren. Wilders met zijn PVV en andere populisten, Erdogan, Trump, Poetin, hanteren exact dezelfde tactiek. Iets roepen in het parlement, bij een lezing, in het buitenland, kijken of er een storm opsteekt en daarna zorgen dat het gemeengoed wordt. Een jaar of wat geleden waren in Nederland de Polen het mikpunt met het Polenmeldpunt, waar uiteindelijk meer Nederlanders dan er Polen zijn in Nederland, hun klachten over Polen meldden. Daarna waren het de Marokkanen met ‘het minder, minder’. Vraag nu maar eens in een poll wat de gemiddelde Nederlander ervan vindt? Over de kopvoddentaks kreeg Wilders zoveel kritiek dat hij daar snel zijn mond over hield. Na afgelopen zomer riep Wilders op tot verzet tegen de testosteronbommen, lees vluchtelingen, en de komst van de azc’s en zowaar de ene vaak gewelddadige demonstratie na de andere volgden. Vaak als Wilders wordt bekritiseerd in een spotprent, in een boek of tekst, recent nog door een wetenschapper, roept hij om een verbod of ontslag. Wedden dat er straks weer spotprenten, boeken en teksten verboden worden, mensen ontslagen. De horden van Wilders c.s. gaan nu voor het eerst massaal de straat op en Wilders neemt er geen afstand van. Gemeenten weten zich er geen raad mee. Steeds meer aanslagen tegen buitenlanders, moskeeën en andere instellingen zijn het gevolg. We kijken naar de afschuwelijke aanslagen in Parijs en Brussel, het is terecht dat we ons daar ook zorgen om maken, maar ik hoor te weinig over wat er nu in Nederland gebeurt. Afgelopen week riep Wilders dat hij de Islam wil verbieden en ook nu zullen veel mensen hem weer napraten. Grondrechtelijk kan dat absoluut niet, nog niet inderdaad. Maar over een paar weken of maanden of jaren zal blijken uit een enquête dat meer dan de helft van de mensen het met hem eens is. En de andere partijen zullen weer opschuiven, naar Wilders. En zo kan uiteindelijk zelfs een grondwet worden veranderd. En zo verstikt het gif langzaam onze wereld.

Samenvatting

Op 22 februari 1942 pleegde de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig samen met zijn vrouw zelfmoord in Brazilië. Deze in 1944 postuum verschenen autobiografie biedt een indrukwekkend beeld van het Europa en met name van het Oostenrijk van zijn tijd. Hij schrijft over zijn kinderjaren, z'n studententijd, z'n reizen en ontmoetingen met invloedrijke intellectuelen, kunstenaars en schrijvers van zijn tijd: Maxim Gorki, Einstein, Gustav Mahler, Sigmund Freud en vele anderen.

Toon meer Toon minder
Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789041712219
Verschijningsdatum
november 2016
Druk
1
Aantal pagina's
pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
320: Literaire non-fictie algemeen
Categorieën

Auteur
Uitgever
Rainbow

Vertaald door
Willem Toorn

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden