Voor 23:00 besteld, overmorgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Buiten dienst

Toen God kleiner moest gaan wonen en ik meekeek

Auteur(s): Anton Stolwijk
Taal: Nederlands
2 recensies
Buiten dienst
Buiten dienst
Buiten dienst

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Jos Palm

Het langzame uitsterven van de katholieke kerk in Nederland

[Recensie] Rooms-Katholieke kerk Anton Stolwijk volgde het laatste jaar van de parochiekerk uit zijn jeugd, de Sint Jozef in Alkmaar. Dat leverde een fijn portret van binnenuit op.

‘Aan de eredienst onttrokken’. Het zijn vier woorden waarvan de laatste gelovigen vrezen ze op een kwade dag op een bordje aan de deur van hun kerk gespijkerd te zien. Vooral gebedshuizen van katholieke signatuur hangt zo’n toekomst boven het hoofd. Want als ergens de loop uit is, dan is het wel uit de katholieke kerk. Die kerkmijding kende al een vroeg begin in de jaren zeventig. Men ging niet meer voor God, maar alleen nog voor elkaar, totdat ook dat niet meer hoefde, en men helemaal niet meer ging. 

Het is een bekende geschiedenis en een bekend fenomeen: secularisatie leidt tot lauw of tot geen geloof en dat op haar beurt heeft lege kerken tot gevolg, die in het beste geval kunnen worden omgebouwd tot Dance Studio zoals de Amsterdamse Chassékerk of tot woon- en zorgcentrum zoals de Sint Jan in Arnhem.

Religieus erfgoed moet, wil het van waarde zijn voor het ontkerkelijkte vaderland, herkenbaar zijn aan uiterlijke merktekens, net als de piramiden voor de Egyptenaren: aan pinakels, torens, bogen, klokken en – als het even kan – aan een menstype dat voor de geseculariseerde meerderheid van ons land aanvaardbaar is (en dat er niet op losslaat bij pottenkijkers). Het moet herinneringen oproepen aan de zondagen, aan de kerkgang aan de hand van je vader en moeder, aan het huis- tuin- en keukengeloof van een generatie die niet meer geloven kan, maar wier neus vertrouwd is met de geur van wierook en het nat van wijwater. 

Maar wie vinden het echt erg dat de kerken met torenspitsen en neogotische gewelven verdwijnen? Schrijver Anton Stolwijk, zoon van een progressieve katholieke vader uit de jaren zeventig, stelde zich die vraag. Hij volgde het laatste jaar van de parochiekerk uit zijn jeugd, de Sint Jozef in Alkmaar, en schreef een verslag van binnenuit.

Rechtstreeks naar het crematorium

Daar gaan we weer, vreesde ik toen ik het boek opensloeg, met een verhaal over een uitstervend mensensoort dat al vaker is verteld, en waar ik van dacht dat mijn vader en moeder – gelovig gestorven in de vorige eeuw – zo ongeveer de laatsten waren. Met ditmaal in de hoofdrol: de allerlaatste restgelovigen op vaderlandse bodem. 

Maar het moet meteen gezegd. Het is een fijnbesnaard en bescheiden requiem geworden, geheel passend bij de religieuze werkelijkheid die ten grave wordt gedragen. En met het vizier op mensen zoals ze misschien niet meer gemaakt worden, mensen met het hart op de juiste plaats en een scherp oog voor de gebreken van onze tijd. 

Zo is er Hans, klusjesman van de kerk, dag en nacht oproepbaar. Hij beklaagt zich over de zoon van een medeparochiaan die het bestaat zijn vader, veertig jaar zanger in het koor en gelovige van de oude stempel, vanuit zijn doodsbed rechtstreeks naar het crematorium te rijden. “Een paar anekdotes en wat vakantiefoto’s op zo’n beamer – dat leek hem een waardig afscheid van zijn vader; alsof het belangrijk is waar je op vakantie bent geweest als je aan de hemelpoort staat, of dat je van worteltjes hield.”

En zo is er oud-pastoor Jan, woonachtig in een Vinex-wijk. “Kijk naar de tijdschriften in de supermarkt!”, roept hij, “ze gaan alleen nog maar over het antwoord in jezelf” (“de mensen zijn toeristen geworden in hun eigen leven”, vindt ook een parochiaan).

En dan is er Bea. Ze hebben laatst in de stad een kattencafé geopend, vertelt ze de schrijver. Kun je het geloven, vraagt ze hem: “Een café voor katten, en onze kerk moet dicht. Noem dat maar eens rationeel.” Of neem Hanny, die al haar derde kerksluiting meemaakt, maar net als Bea als vrijwilligster welgemoed op pad blijft gaan om hoogbejaarde, knorrige, eenzame parochianen op te zoeken. 

Rozenhoedje

Het boek geeft niet alleen dit soort portretten van de katholieken uit de jaren zeventig die bleven, maar schenkt ook pijnlijke beschrijvingen van de nieuwe jonge Zuid-Amerikaanse priesters die de parochie bedienen. Ze spreken geen woord Nederlands, en zijn als de dood dat ze het altaar moeten verruilen voor de straat. In hun extreme formalistische opvattingen zijn ze het tegendeel van de laatste gelovigen die hun vermenselijkte geloof ten onder zien gaan aan de rigiditeit van de buitenlandse missiepaters (“die Argentijn is een onbenul”, zegt meneer Bakker, bij wie de auteur op huisbezoek gaat met Bea). 

En natuurlijk ontleent het boek zijn betekenis aan de speurtocht van de auteur naar zijn overleden vader, zijn leven lang werkzaam bij het bisdom Haarlem. De zoon hoopt uit zijn papieren op te kunnen maken waarom het geloof zo belangrijk was voor de vooruitstrevende gelovigen die de kerk probeerden te behoeden voor de leegloop. Hij vindt alleen rapporten en kritische notities, maar geen enkele persoonlijk religieuze ontboezeming (katholieken van zijn vaders generatie wisten niet hoe dat moest. Ze spraken via het rozenhoedje en geloofden door naar de hemelachtige gewelven in hun kerk te staren). 

Een religie die een landschap achterlaat van verlaten godshuizen. De gelovigen die de schrijver erover spreekt op de laatste bijeenkomst van de Sint Jozef halen er wat laconiek hun schouders over op. “De mensen die nooit naar de kerk gaan, roepen het hardst als er eentje dichtgaat”, zegt Hanny. Vanzelfsprekend vindt ze het erg, maar ze maakt er geen drukte om (er zijn ergere dingen in de wereld, zegt ze). Wij zouden ermee moeten zitten dat, als straks de laatste kerk sluit, mensen als Hanny, Hans en Bea uit onze samenleving verdwenen zijn.

Eerder verschenen in NRC

Recensie door: Lalagè

Afscheid van een kerk

[Recensie] Op een avond fietst Anton Stolwijk langs de Josephkerk, waar hij in zijn jeugd kwam. Het is jaren geleden dat hij er binnen is geweest. De deur staat open en het orgel speelt. Blijkbaar gaan er nog steeds mensen heen. Terwijl Anton naar de bekende muziek luistert, komen herinneringen boven. Hij gaat die avond niet naar binnen, maar een week later wel. Zo komt hij erachter dat deze katholieke kerk binnenkort gaat sluiten. Journalist Anton besluit om deze laatste maanden van de kerk mee te maken. Wie zijn de laatste kerkgangers? Wat verdwijnt er door het verkopen van kerken, iets wat niet alleen in Alkmaar gebeurt?

De schrijver heeft ervoor gekozen om in Buiten dienst een aantal fictieve personages op te voeren, die wel gebaseerd zijn op echte mensen, maar niet één op één zijn terug te voeren. Een aantal bijpersonen worden wel met hun eigen naam genoemd. De kerkgangers zijn herkenbare types: Hans die keihard zingt in het koor, Hanny die allerlei praktische klussen doet, Bea die als één van de weinigen echt gelooft en niet alleen voor de gezelligheid naar de kerk komt. Ze zijn allemaal boven de zeventig jaar. Anton leert ze kennen door aan alle mogelijke activiteiten mee te doen, zoals zingen bij het koor en mee op pelgrimstocht naar Heiloo, op de fiets. Een paar keer schiet ik in de lach om hoe hij het allemaal beschrijft.

De belevenissen van nu worden afgewisseld met historische feitjes, maar niet te veel. Bij de interviews met medewerkers van de kerk besteedt hij net zo veel aandacht aan hoe het gesprek verloopt als aan de inhoud ervan. Op die manier blijft het levendig en krijg ik een goed beeld van de mensen.

Niemand uit zijn verdriet over het sluiten van de kerk openlijk. Ze proberen zich er maar bij neer te leggen. ‘Het is in Gods hand’ zeggen sommigen, ‘je kunt er toch niks aan doen,’ menen anderen. De betekenis van de kerk is moeilijk in woorden te vangen. Een oude meneer in een huis vol boeken weet het nog het beste te treffen:

De katholieke kerk biedt een overvloed aan hoopvolle en mooie dingen. Verhalen en rituelen en heiligen en kerkvaders. En Jezus en Onze-Lieve-Heer natuurlijk. Het heeft niets met geloven in sprookjes te maken. Het gaat over de zoektocht naar een zinvol leven, niets meer en niets minder.

Beter kan Anton het niet zeggen. Hij voelt het wel als hij met kerst in het koor zingt, inmiddels in een kleine kapel en niet meer in de Josephkerk. En dan schiet ook ik een beetje vol, want samen die oude liederen zingen blijft mooi, wat je ook vindt van de kerk.

Eerder verschenen op Lalageleest

Samenvatting

Op een avond fietst Anton langs de kerk van zijn jeugd, de Josephkerk in Alkmaar. Dankzij zijn religieuze vader heeft hij daar vroeger vele uren doorgebracht, maar tot enige interesse in het geloof heeft dat nooit geleid. Wanneer hij besluit er uit nostalgie weer eens rond te kijken, blijkt hij niet de enige die de kerk is vergeten. De parochie is op sterven na dood en het gebouw staat op het punt verkocht te worden aan een projectontwikkelaar.
Gedurende een jaar blijft Anton terugkeren naar de Josephkerk. Hij wordt lid van het jongerenkoor vol ouderen, fietst mee op de bedevaart naar het putje van Heiloo, en wordt samen met het handjevol overgebleven kerkgangers op uitgedroogde aardbeiencarrés getrakteerd.


Buiten dienst is een tragikomisch portret van de restanten van het Nederlands katholicisme, en van een samenleving die veel meer dan alleen de gebouwen van haar geloofsgemeenschappen in de uitverkoop heeft gedaan.

Toon meer Toon minder
€ 21,50

Verwachte leverdatum: zaterdag 04 december


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789044542325
Verschijningsdatum
maart 2021
Druk
1
Aantal pagina's
304 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
320: Literaire non-fictie algemeen
Thema's
  • Filosofie en religie
  • Religie en overtuigingen
  • Religie: algemeen
Categorieën

Uitgever
De Geus

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden