Verstrooid van schoot

Auteur(s): Jean Pierre Rawie
Taal: Nederlands
0,2/5
1 recensie
Verstrooid van schoot
Verstrooid van schoot
Verstrooid van schoot

Recensie

Aantal recensies: 1

Recensie door: Roeland Dobbelaer
4/5

Lachen met een dichter van het verdriet

[Recensie] De grootste misvatting die in de bundel columns Verstrooid van schoot van Jean Pierre Rawie wordt rechtgezet is dat dichters van het zwaarmoedige genre, waar Rawie zichzelf ook toerekent, in het dagelijks leven ook zwaarmoedig moeten zijn. Deze rechtzetting zou je het thema van het boek kunnen noemen. Niet alleen heeft Rawie in zijn columns het er regelmatig over. Zo schrijft hij dat hem vaak wordt verweten dat “Het [niet] kán dat iemand die zulke ‘sombere’ gedichten schrijft, daarnaast de lolbroek uithangt.” In dezelfde column schrijft hij over die grappige kant van zijn bestaan: “Op literaire avondjes pleeg ik de voordracht van mijn merendeels ernstige poëzie af te wisselen me wat luchtiger kout, omdat ik het zou betreuren indien de toehoorders zich bij thuiskomst massaal zouden verdoen.” Anderzijds valt er in de bundel zoveel te lachen dat het inderdaad niet afkomstig zou kunnen zijn van een suïcidale dichter, à la Jotie ’T Hoofd om maar een ernstig geval te noemen. De eerste week van deze tijden van thuiswerken en zelf-quarantaine heb ik lachend doorgebracht door elke avond een paar van Rawie’s columns te lezen. Zeker voor degenen die het nu even niet meer zien zitten, ik kan het u aanraden. U klaart er van op.

Rawie rakelt in elke column vaak vol zelfspot een anekdote op uit zijn leven: zijn jeugd, zijn studie (of liever het gebrek daarvan), zijn collega dichters en schrijvers, zijn vrienden of zijn geliefden, zoals De Jonge Vrouw Die De Beste Jaren Van Haar Leven Aan Mij Vergooit (hoofdletters van Rawie). Dan vertelt hij er ‘en passant’ nog wat leerzaams bij, iets over oude dichters, een interessant literair of historisch weetje en dan komt er steevast een mooie grap. Zijn wat archaïsch taalgebruik helpt hierbij. Rawie – altijd in pak – is een heer van de oude stempel die van zaken als slobbertruien, tatoeages en onverzorgde mensen gruwt. Hij fulmineert bij herhaling tegen de verloedering van de Nederlandse taal, het feminisme of de wens van lezers om te willen weten wat er in een roman of gedicht staat echt is gebeurd. Bij sommige van zijn standpunten moet je weleens je wenkbrauwen fronsen, maar alles is met veel humor opgeschreven (“De schaarse keer dat er een schrijver op de televisie komt, wordt hem steevast gevraagd of zijn boek autobiografisch is, en wee z’n gebeente als hij bekent de hele rotzooi uit zijn duim gezogen te hebben”).

Een enkel stukje van Rawie valt dood, maar de meeste zijn hilarisch. Voorbeelden te over. Laat ik er één samenvatten: Sterfbed. Rawie verhaalt dat nu hij op leeftijd komt het steeds stiller om hem heen wordt, mensen gaan dood. “’Ouderdom is eenzaamheid,’ zegt de dichter.” Maar zo zwaar tilt Rawie daar weer niet aan. Hij schrijft: “Ik overdrijf wel eens dat ik ‘het zwarte pak de laatste tijd vrijwel niet uit heb gehad,’ maar dat valt best mee, en sommige uitvaarten zijn trouwens alleszins genoeglijk. […] Zo zie je je oude makkers nog eens, en ondanks gepaste treurnis is iedereen heimelijk opgelucht dat het nog niet zijn beurt is.” Dan schakelt Rawie over op het fenomeen van het sterfbed en zegt hij dat dat “misschien juist door alle pathetiek, kans op onverhoedse kluchtigheid” biedt. Zo zou de stervende culinair journalist Johannes van Dam, al half in coma, nadat de zuster het bezoek had verteld dat hij zoeven nog wat zalmsalade had gegeten, “Makreel!” geroepen hebben. “Beroepseer,” merkt Rawie droog op. Hij vervolgt met nog wat anekdotes over mensen op hun sterfbed zoals een fransman uit het fin de siècle die in zijn laatste uur nog geen keer uitpakt met een mooie grap. Zijn vrienden die hem op zijn sterfbed omringen, denken op een gegeven moment dat hij al dood is. Een van hen roept: “Laten we zijn voeten voelen […] want er is nog nooit iemand gestorven met warme voeten.” Het antwoord van de stervende: “Behalve Jeanne d’Arc dan”.

Ergens schrijft Rawie in Verstrooid van schoot: “Bij voordrachten wordt me onveranderlijk de vraag gesteld wanneer men een roman van mijn hand kan verwachten. Ik antwoord dan meestal dat ik viool speel, en geen tuba.” Gelukkig speelt Rawie ook uitstekend de piccolo want anders hadden we deze vrolijke lichtvoetige columns niet van hem te lezen gekregen.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Samenvatting

Dat de meest gelezen dichter van Nederland ook voor het schrijven van proza zijn gesoigneerde hand niet omdraait, hebben zijn lezers reeds mogen ondervinden. Na de jubelende ontvangst van zijn eerste twee prozawerken, Vroeger was alles beter, behalve de tandarts en Mijn ouders hadden één kind en een dochter, bundelt Jean Pierre Rawie andermaal zijn ‘kleine beschouwingen’ tot een waar prozaïsch feest. Met zijn flamboyante stijl en zelfspot laat Rawie ons met nieuwe ogen naar de wereld en onszelf kijken, en verhaalt hij over zijn meer en minder vermaarde, maar steevast opmerkelijke vrienden en vriendinnen.

Opnieuw overtuigt Jean Pierre Rawie ons ervan een van de fijnzinnigste en geestigste stilisten van ons taalgebied te zijn. Zelfs in zijn meest ironische buien weet hij ons steevast te ontroeren.

Jean Pierre Rawie (Scheveningen, 1951) is een van de meest geliefde dichters van Nederland. Zijn bundel Onmogelijk geluk behoort tot de succesvolste dichtbundels aller tijden. Rawie ontving in 2008 de Charlotte Köhler Prijs voor zijn gehele oeuvre. Zijn laatstverschenen dichtbundel is Handschrift (2017).

Over Vroeger was alles beter, behalve de tandarts:

‘Vol zelfspot portretteert Rawie zichzelf als unzeitgemässe snobist, literatuurliefhebber, driedelige dandy, vrouwenverslinder, antifeminist, domineeszoon, oude lul en theatraal hater van alle (technische) vooruitgang. Geregeld is hij ook echt geestig, zeker als hij over zijn jeugd vertelt of vilein wordt.’

DE VOLKSKRANT

‘Stijl en toon zijn gedistingeerd-literair als altijd.’

TROUW

‘Ontdek de nuchtere persoon achter de bevlogen poëet.’

BN DE STEM

‘Ik raad iedereen aan zich op een drafje naar de boekhandel te spoeden en terstond deze verzorgde uitgave aan te schaffen.’

DAGBLAD VAN HET NOORDEN

Over Handschrift:

‘Melancholiek, maar met een gouden gloed en hartstikke vitaal, getuige ook de humor. Het is maar goed dat dichters als Rawie niet met pensioen gaan.’

ELSEVIER

Over De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag:

‘Hier is Rawie niet enkel charmant en dandyesk, maar ook aangrijpend.’

DE STANDAARD

Toon meer Toon minder
€ 21,99

Verwachte leverdatum: zaterdag 30 mei


Taal
Nederlands
Bindwijze
Hardcover
ISBN
9789044638455
Verschijningsdatum
oktober 2018
Druk
1
Aantal pagina's
296 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
303: Verhalenbundels
Categorieën

Uitgever
Prometheus

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden