Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

De geschiedenis van de joden

De geschiedenis van de joden

Auteur(s): Simon Schama
Taal: Nederlands
0,225/5
2 recensies
De geschiedenis van de joden
De geschiedenis van de joden
De geschiedenis van de joden

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Hanneke Arts-Honselaar
4/5

De woorden vinden 1000 v.C. – 1492

[Recensie] Ieder die maar een beetje interesse in het Jodendom heeft kent de auteur van dit boek, Simon Schama, ongetwijfeld van zijn indrukwekkende serie The Story of the Jews op BBC, in vijf delen uitgezonden in september 2013. De serie vormt een organisch geheel met dit gelijknamige eerste deel van De geschiedenis van de Joden dat eveneens in 2013 verscheen en het tweede deel dat in 2017 is verschenen onder de titel De geschiedenis van de Joden. Deel 2: Erbij horen 1492-1900.

Schama wilde met deze boeken een geschiedenis voor een breed publiek schrijven die veel nadruk legt op gedeelde ervaring en niet alleen over vervolging en massamoord gaat. Hij wilde laten zien dat de Joodse geschiedenis veel meer omvat dan pogroms en rabbinica. Hij wilde de heroïek van het dagelijks leven beschrijven, maar ook van de grote tragedies.

De geschiedenis van de Joden- deel I vertelt deze geschiedenis tussen 1000 v. C. en 1492 aan de hand van het bronnenmateriaal dat er nog van beschikbaar is. In een eerste deel aan de hand van papyrus, potscherf en perkament en in het tweede deel aan de hand van mozaïeken, perkament en papier.

Het eerste wat me opvalt in deze geschiedenis van de Joden is de intense betrokkenheid van de auteur die eruit blijkt. In het voorwoord noemt hij het samenstellen van de tv-serie en de twee boeken die ermee verbonden zijn een ‘werk van liefde’. Precies dat herken je in het boek. Het is dan ook geen geschiedenis van het Jodendom (van de religie an sich), maar een geschiedenis van de Joden (dus, van ménsen). Dat verhaal van mensen probeert Schama aan de hand van associaties naar aanleiding van archeologische vondsten te beschrijven. Het is daarbij alsof Schama met familie praat hen herinnerend aan gebeurtenissen uit hun gezamenlijke familiale verleden. Zonder veel omhaal, zonder veel uitleg, verhalend. Dat is aantrekkelijk en fascinerend omdat verhalen nu eenmaal aantrekkelijk zijn en je als luisteraar naar die verhalen in zekere zin intieme deelgenoot van dat verhaal wordt gemaakt. Het heeft echter ook nadelen. Als buitenstaander is het me niet makkelijk gevallen om de associaties te volgen en het gehele plaatje te blijven zien. Een inleiding waarin de methodologie beschreven wordt, zou dan ook in mijn ogen een grote aanwinst voor dit boek zijn geweest.

Al was het alleen maar om duidelijk te krijgen hoe het boek zich tot de serie verhoudt. Daar moet de lezer nu zelf naar raden. Ik heb het idee dat het script voor de tv-serie eerst is ontstaan en het boek grotendeels de neerslag vormt van het onderzoek dat Schama heeft gedaan voor dit script. En misschien is dat wel de voornaamste reden waarom ik dit boek echt werk vraagt van de lezer. De archeologische vondsten aan de hand waarvan Schama de geschiedenis van de Joden beschrijft en de wijze waarop hij deze geschiedenis beschrijft verlangt de beelden die in de serie getoond zijn. Zonder die beelden lijkt het boek te zwalken, tenminste voor een buitenstaander. Dat laat niet onverlet dat er juweeltjes van verhalen over mensen in het boek te vinden zijn, kleine stukjes van het grote verhaal, verhaaltjes in het verhaal, die vanwege hun intimiteit schitterend zijn. Want dat kan Schama als de beste, het vertellen van ‘kleine verhalen’, die aan de hand van een archeologische vondst het leven van een enkeling schilderen in zijn of haar dagelijkse beslommeringen en in de culturele context waarin de hoofdpersoon leeft.

Duidelijk wordt ook dat Schama zich niet thuis voelt bij de orthodoxe stromingen in het Jodendom. Door de tekst heen wordt zijn (seculiere en liberale) houding tot de Tora duidelijk, zijn verhouding tot het Jodendom en zijn kijk op haar geschiedenis. Daarbij speelt de continue aanpassing van de joodse identiteit aan de gegeven omstandigheden een belangrijke rol. Het belangrijkste kenmerk van de Joodse geschiedenis ligt voor Schama in diens diversiteit.

Het boek wordt voorafgegaan door een zestal kaarten. Deze tonen de Bijbelse gebieden van de 10e eeuw v.C. tot 70 n. C; de synagogen in de late oudheid; de joodse nederzettingen in Arabië aan de vooravond van de opkomst van de Islam, in de tijd van Mohammed; de joodse wereld, geopenbaard door de Geniza van Caïro; Joden in christelijk Iberië va. 1390 en moordpartijen en verdrijvingen in het Middeleeuwse christendom. Aan het eind wordt een tijdbalk geboden die loopt van 1500 v.C. tot 1497. Daarnaast biedt het boek een uitgebreid notenapparaat, een bibliografie, een verantwoording van de illustraties (er staan 45 kleurenfoto’s in het boek), een dankwoord en een register (naam en zaak gecombineerd).

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Recensie door: Roeland Dobbelaer
5/5

De historische achtergrond van De bekeerlinge, een verlaten verhaal uit de middeleeuwen

De roman De bekeerlinge van Stefan Hertmans maakte indruk op Roeland Dobbelaer, op een dusdanige manier dat hij zich afgelopen maanden verdiepte in de Jodenvervolging in de middeleeuwen. Volgens Dobbelaer kloppen niet alle historische aannames van Hertmans en maakt hij dezelfde vergissing als Simon Schama. 

[Essay] Annejet van der Zijl vertelt in de inleiding van haar kleine boekje Het weeshuis voor verlaten verhalen hoe ze regelmatig per mail, per post, bij lezingen en andere gelegenheden verhalen van mensen krijgt aangereikt over een familielid, een kennis of een verre vriend van hen, verhalen die allemaal de moeite waard zijn om te vertellen. Deze ‘petites histoires’, Van der Zijl noemt ze ‘verlaten verhalen’, zijn elk een boek in de dop, verdienen het om vertelt te worden en wachten op een schrijver. Het verhaal van de vrouw uit Monieux uit de 11de eeuw waar Stefan Hertmans zijn succesvolle roman De Bekeerlinge over schreef kun je ook beschouwen als een dergelijk verlaten verhaal. Alles wat er van haar bekend is, is afkomstig uit een middeleeuwse brief van zo’n 500 woorden, die in een Geniza (een opslagruimte in een synagoge waarin oude documenten werden gegooid) in Cairo was gevonden. In enkele studies is de vrouw al eens beschreven, maar niet meer als anekdote. Hertmans reisde van Frankrijk via Italië naar Egypte om te speuren naar het verleden van zijn heldin en schreef een heel boek over haar.

Laat ik voorop stellend dat ik De Bekeerlinge een mooi boek vond, een van de weinig romans van de afgelopen tijd die me echt raakte. Wat een verhaal ook. De bekeerlinge gaat over het dramatische liefdesverhaal van de christelijke Vlaams-Normandische Vigdis Adelaïs uit Rouen en haar joodse geliefde David Todros. Ze bekeert zich tot het joodse geloof en moeten vluchten voor haar familie. Het stel komt terecht in Monieux, vlak bij de Mont Ventoux. Een paar jaar later wordt daar haar man vermoord. Twee van haar kinderen worden ontvoerd. Ze start een zoektocht om haar kinderen terug te vinden. Hartverscheurend. Hertmans trekt alle registers open om hartstocht, pijn en verdriet van de vrouw bij de lezer binnen te laten komen en vooral romantische lezers kunnen zich daar dan fijn in verliezen. Voor meer afstandelijke lezers was het hier en daar wat over de top.

Vreedzame co-existentie

Hoe het ook zij, dit artikel gaat minder over de romankwaliteiten van het boek, maar wil ingaan op de historische achtergrond. Verbijsterend vond ik het om te lezen hoe in de middeleeuwen, na eeuwenlange redelijke vreedzame co-existentie van christenen en joden, aan de vooravond van de eerste kruistochten de vlam in de pan sloeg en er in Europa pogroms losbarstten en er een ongekende Jodenhaat werd ontketend. Maar hoe zat dat precies met de Jodenvervolgingen in die tijd?

De pogroms ontstonden in de Duitse Reinstreek toen een kruisvaardersleger onder leiding van Graaf Emicho van Leiningen in 1096 steden als Mainz, Worms, Trier en Metz aandeed. In een joodse kroniek uit die tijd staat het volgende citaat: “Wij [de kruisvaarders] zijn op weg naar een ver land, om daar oorlog te voeren tegen de koningen van dat land. Wij nemen onze ziel in onze handen om diegenen te doden en te onderwerpen die niet geloven in de Gekruisigde. Hoe veel te meer moeten wij de Joden [doden en onderwerpen] die hem gedood en gekruisigd hebben”. Er volgde een bloedig spoor van moorden, in elke stad die de troepen aandeden werden de Joden massaal gelyncht, niemand werd gespaard. De plaatselijke (christelijke) gezagdragers die de Joden wilden beschermen werden zelf slachtoffer van aanvallen. In Mainz moesten Emicho en zijn troepen eerst de stad belegeren om binnen te komen omdat de bisschop van Mainz weigerde de Joden te laten doden. Maar het verzet was te vergeefs. De troepen vielen de stad binnen en hiermee was ook daar het lot van de Joden bezegeld. Er vielen in een paar weken tijd 2.500 doden in Duitsland.

Duivelsaanbidders

De gebeurtenissen in de Reinstreek waren de opmaat voor 400 jaar bloedige Jodenvervolging in West Europa. De Joden kregen de eeuwen daarna van alles te schuld: het waren woekeraars, duivelsaanbidders, kindermoordenaars, verspreiders van de pest. Dit waren nieuwe verwijten. Tijdens de eerste 1000 jaar van het christendom werd het de Joden vooral verweten Christus te hebben vermoord en niet in te willen zien dat de Messias, op wiens komst de Joden maar bleven wachten, al lang was gekomen. Vergeleken met de latere beschuldigen was dit nog maar kinderspel. Met de nieuwe reeks verwijten, behoorlijke gevoed door bijgeloof, werden de Joden vogelvrij. In Engeland moesten de Joden na vreselijke vervolgingen in 1290 het land verlaten. In de 15de eeuw gebeurde er Spanje en Portugal hetzelfde. Joden moesten zich of bekeren of vertrekken. Ook Frankrijk verbood de aanwezigheid van Joden, in de 13 eeuw, maar dat werd weer teruggedraaid in 1322. Nederland was relatief veilig, veel Joden vluchtten uit genoemde landen naar Nederland, vooral naar Amsterdam. Rond 1700 woonden er in Amsterdam ca. 10.000 Joden, toen de grootste Joodse gemeenschap in West-Europa. Wel werden er veel Joden in de IJsselsteden tijdens de pestepidemie vermoord.

Ik haal deze informatie uit de uitstekende studie Anti-Joodse beeldvorming en Jodenhaat, de geschiedenis van het antisemitisme in West-Europa van Chris Quispel, historicus aan de Universiteit van Leiden. Quispel doceert al twintig jaar over dit onderwerp en heeft zijn kennis in een overzichtelijk studie op een rijtje gezet. Het boek is traditioneel van opzet, en schets de Jodenhaat vanaf onze jaartelling tot nu. Het is geen vrolijke lectuur. Wat een gruwelijke aaneenschakeling van geweld en haat. Zeker zo schokkend is dat veel grote denkers en schrijvers zich bezondigden aan Jodenhaat en antisemitisme. Van Luther was dit algemeen bekend, maar dat mensen als Voltaire, Proudhon, Fourier, Bakunin, Fichte,  en in Nederland Abraham Kyuper en zelfs de grote Immanuel Kant (weliswaar maar beetje), de Joden van alles en nog wat verweten, dat wist ik niet. Quispel vertelt het zonder emotie, hij brengt de feiten, geeft verklaringen en citeert studies.

Kerkvaders

Toch valt er nog wel enige hoop te ontlenen aan het boek. Quispel laat zien dat in de laat Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen christenen en joden doorgaans vredig samenleefden. Ze gingen bij elkaar op bezoek, gingen naar elkaars feesten, huwelijken tussen joden en christenen waren geen enkele uitzondering. Bekeerlingen waren van beide kanten een veel voorkomend en normaal verschijnsel. In de vroege middeleeuwen konden Joden de meeste beroepen uitoefenen. Ze waren handwerksman, landbouwer of handelaar. Omdat de Joden over een handelswerknetwerk beschikten tot ver in het Midden-Oosten waren ze populair bij vorsten en religieuze leiders. Via de Joden bereikten bijzondere goederen uit het oosten Europa en dat viel in de smaak bij de machthebbers. Pas nadat rond 900 het uitoefenen van een aantal ambachten en van de landbouw voor Joden werden verboden, kregen ze de uitzonderingsstatus die uiteindelijk mede tot vervolging in de late middeleeuwen leidde.

Niet dat er in de eerste 1000 jaar van het christendom geen conflicten waren. Veel kerkvaders ergerden zich aan het feit dat Joden en christenen zo vriendschappelijk met elkaar om gingen en toen het christendom de leidende godsdienst in het Romeinse rijk werd, kwamen er ook de eerste wetten tegen de Joden om hen te beperken in hun vrijheden. Antisemitisme was er toen vooral om te zorgen dat het christendom groter en machtiger werd.

Simon Schama noemt in het eerste deel van zijn studie De Geschiedenis van de Joden het ‘geharrewar’ tussen joden en christenen in de laat Romeinse tijd ‘een familieruzie’, het zijn immers twee religies die dezelfde bron hebben. Schama besteedt veel pagina’s aan het beschrijven van een aantal christelijke voormannen die met een anti-Joods programma kwamen en vonden dat Joden een gevaar voor de (christelijke) samenleving vormden. In hun geschriften kunnen we het allemaal nog nalezen, maar tot werkelijke systematische Jodenvervolging kwam het niet.

Maimonides

Wie een overzicht wil hebben van de geschiedenis van de Joden moet overigens niet met De Geschiedenis van de Joden van Schama starten. Het is een grillig boek, zonder heldere lijn. Schama bedrijft ‘anekdotische geschiedschrijving’, hij beschrijft de levens van een groot aantal mensen en aan de hand van deze levens probeert hij de historische context te schetsen. De levensbeschrijvingen leveren mooie passage op zoals over de Joodse medicus en filosoof Maimonides, die de Joden leerde om niet al te halsstarrig aan hun godsdienst vast te houden in tijden van pogroms, maar daar pragmatisch mee om te gaan. Maar als historisch overzichtswerk schiet Schama’s boek schromelijk te kort. Schama schenkt bijvoorbeeld nauwelijks aandacht voor de eerste 500 jaren van de Middeleeuwen. Als of er toen geen Joden waren. Waarom in de tweede helft van de Middeleeuwen Joden het slachtoffer werden van antisemitisme maakt hij maakt hij niet systematisch duidelijk. Dat doet Quispel beter.

Terug naar de bekeerlinge uit Monieux. Op pagina 358 van deel 1 van De Geschiedenis van de Joden komt ze ook bij Schama ter sprake. Voor een lezer een magisch moment als ook in een ander boek dan in De Bekeerlinge deze dame verschijnt. Bij Schama komt ze langs als hij een opsomming geeft van bijzondere joodse vrouwen die in de periode van 1096 tot en met de 15de eeuw slachtoffer werden van anti-Joods geweld: “Zulke prachtige namen, zo verschrikkelijk aan hun einde gekomen. Doulcea, de zoete lieve, ‘esjet chajil’, de waardige dame, door haar echtgenoot, de piëtistische rabbi Eleazar bar Jehoeda (die ook bekend stond als ‘de parfumeur’), hoger geschat dan robijnen, in 1096 op straat in Worms in stukken gehakt, […], Licordia, spijkerhard, al twee keer weduwe en steenrijk, die maar liefst drie perioden van gevangenschap in de Tower of London overleefde om vervolgens in 1277 te worden vermoord in haar eigen huis in Winchester […],  [en dan is ze daar/rd] de naamloze bekeerlinge die omdat ze getrouwd was met rabbi David Todros van Narbonne achtervolgd werd door haar verontwaardigde familie en uiteindelijk een anoniem en veilig leven leek te hebben gevonden in Monieux, totdat een bende kruisvaarders rabbi David vermoordde, de twee van hun kinderen meenam om ze gedwongen te bekeren, en de bekeerde weduwe berooid achterliet met haar pasgeboren zoontje.”

Pestepidemie

Mooi schrijven kan Schama wel. Toch maakt hij dezelfde vergissing als Stefan Hertmans. De meeste Joden in Frankrijk in de middeleeuwen leefden in Zuid-Frankrijk, met Narbonne als een van de grotere Joodse gemeenschappen. Door slim handelen van de verschillende geestelijke en wereldse machthebbers uit die tijd werd voorkomen dat bij de start van de eerste kruistochten er niet net als in Duitsland massaal Joden werden vermoord. Het is een aanname van Schama dat het kruisridders waren die David Todros vermoorden, daar zijn geen bewijzen voor, net zomin dat er in dat jaar in Monieux een pogrom plaatsvond.

Quispel: “Het is te verleidelijk te concluderen dat de vervolgingen van 1096 een keerpunt waren in de geschiedenis van de Joden in West-Europa en het begin van een lange reeks Jodenvervolgingen zouden inluiden. Joden zouden opnieuw worden vervolgd tijdens en rond de Tweede Kruistocht (1145-1149), niet alleen in Duitsland, maar ook in Frankrijk en Engeland. De meeste massale vervolgingen zouden plaatsvinden tijdens de pestepidemie in het midden van de 14de eeuw. […] Toch wordt 1096 vaak nog beschouwd als een uniek incident.”

De kans dat de Joodse gemeenschap van Monieux uitgemoord werd in 1096 is buitengewoon klein. Niet dat er geen incidenten tegen Joden plaatsvonden, maar niet zoals Schama en Hertmans dat beschrijven. Het is veel aannemelijker dat de synagoge van Monieux werd verwoest in de tijd dat die ook van Narbonne en andere Zuid-Fransen steden werd verwoest, namelijk halverwege de 14de eeuw, ten tijde van de pest. Hertmans weet dat hij veel heeft moeten verzinnen om het verhaal kloppend te krijgen. In een interview met het tijdschrift De Boeksalon zegt hij dat hij zich voor zijn verhaal van de pogrom in Monieux op slechts één bron kon beroepen en dat was de tekst uit de Geniza. Echter, daar wordt niet gesproken over een pogrom, wel over het feit dat de man van Hamoutal in de synagoge werd vermoord en hun spullen werden geplunderd, niet dat de synagoge werd verwoest of de gehele gemeenschap werd vermoord.

En daarmee vervalt een groot deel van de aannames waar Hertmans zijn roman op baseert. Is het daarom een minder mooie roman? Misschien toch wel. Vanaf het moment dat de bekeerlinge, Hamoutal genoemd door Hertmans, haar lange zoektocht start in het boek, verliest het boek aan kracht en wordt de plot steeds ongeloofwaardiger. De Bekeerlinge is vooral de eerste 200 pagina’s adembenemend, daarna een poging om de geschiedenis recht te doen, “maar welke geschiedenis?” kunnen we ons nu afvragen. De ergste vormen van Jodenvervolging zouden pas later in de middeleeuwen komen, lang nadat Hertmans’ bekeerlinge leefde. Neemt niet weg dat Hertmans op een aangrijpende manier de Jodenvervolging uit dat tijdperk aan de vergetelheid heeft willen ontrukken. Dat is los van de literaire kwaliteit van zijn boek een verdienste op zich.

Bovenstaand essay is een bewerking van een voordracht die Roeland Dobbelaer afgelopen weken voor DLVAlive in Utrecht en Rotterdam en voor de Utrechtse Salon In de Schuur hield.

Samenvatting

Dit is het boek dat Simon Schama altijd al heeft willen schrijven: Possibly the greatest story ever told, een grootse geschiedenis van het Joodse volk in de geschiedenis van de wereld. Van Mozes tot psycho­analyse, van de Bijbel tot de Westelijke Jordaanoever, van de cultuur tot en met de wetenschap: op al deze terreinen zijn Joden van een beslissende invloed geweest op de ontwikkeling van de wereld. Zoals John Adams, de tweede president van de Verenigde Staten ooit schreef:De Joden hebben meer bijgedragen aan de beschaving van de mensheid dan willekeurig welk land. Schama vertelt dit verhaal met de weidse blik die hem tot een van de beste historici van onze tijd maakt: een geschiedenis waarin schoonheid en gruwelen een even grote rol spelen.

Toon meer Toon minder
€ 25,99

Verwachte leverdatum: donderdag 06 augustus


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789045027623
Verschijningsdatum
maart 2014
Druk
3
Aantal pagina's
448 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
680: Geschiedenis algemeen
Thema's
  • Geschiedenis en archeologie
  • Geschiedenis
Categorieën

Auteur
Uitgever
Atlas Contact, Uitgeverij

Vertaald door
Leen Van Den Broucke, Karina van Santen, Huub Stegeman, Martine Vosmaer

Meer van deze serie
  • De geschiedenis van de joden

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen