Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Meer

Hoe overvloed de wereld juist duurzamer en welvarender maakt

Taal: Nederlands
0,05/5
3 recensies
Meer
Meer
Meer

Recensie

Aantal recensies: 3

Recensie door: Rijkert Knoppers
1/5

Kan overvloed de wereld duurzamer en welvarender maken?

[Recensie] Een daverend succes! Dat is de mening van Marco Visscher over de zestien waterkrachtcentrales, die de Tennessee Valley Authority (TVA) aan het begin van de vorige eeuw langs de Tennessee River bouwde. Een mooie prestatie, aldus ‘ecomodernist’ Visscher, want: in 1930 beschikte slechts tien procent van de Amerikaanse boeren over elektriciteit, tien jaar later, na de bouw van de hydrocentrales, was dat negentig procent. En elektriciteit betekent: vooruitgang!

Gedwongen verhuizing

De vrolijke optimistische schrijfstijl is echter misplaatst en verdoezelt het feit dat het ontwikkelingsproces rond de waterkrachtcentrales destijds behoorlijk problematisch is verlopen. Allereerst betekende de bouw van de centrales dat vijftienduizend families gedwongen moesten verhuizen. Dit feit heeft Visscher ook opgemerkt, maar volgens hem was dit “een acceptabel offer” omdat de hydrocentrales welvaart zouden opleveren. Wie echter andere bronnen raadpleegt komt er snel achter dat de werkelijkheid minder rooskleurig was. Neem bijvoorbeeld de constructie van de Tellico dam, één van de TVA-dammen die ook in het artikel van Visscher voorkomt. “Het verzet tegen het project groeide onmiddellijk na de aankondiging,” schreef William Chandler in een gezaghebbende studie over stuwdammen van het Wadebridge Ecological Centre. Zo eisten de tegenstanders dat er eerst een milieueffectrapportage zou plaatsvinden, om de gevolgen voor het milieu van de waterkrachtcentrale in kaart te brengen. Aan de hand van deze studie kwam aan het licht dat er een bedreigde vissoort in het stroomgebied leefde. Deze ontdekking van de perscina tanasi was dus niet, zoals Visscher suggereert, een toevallige ontdekking door een bioloog maar de uitkomst van een systematisch onderzoek. Het verplaatsen van de vis leidde ertoe dat de bouw van de dam vele jaren stil kwam te liggen.

Tennessee River

Volgens Chandler was de vele kritiek op de dam terecht, want uiteindelijk kwam er weinig terecht van de beloofde industriële ontwikkeling. Daarnaast vielen de voordelen voor de scheepvaart tegen, terwijl de hoeveelheid opgewekte stroom marginaal was: de TVA waterkrachtcentrales in de Tennessee River hadden in 1963 een totaalvermogen van 5.000 MW, het vermogen van de Tellico Dam was slechts 22 MW. “Tellico Dam was een verlies voor iedere betrokkene,” concludeerde de aan het World Watch Institute verbonden Chandler in 1984.
Het nauwkeurig weergeven van de mening van anderen zou in dit artikel wel eens beter kunnen. Zo citeert Visscher uit een rapport van het Internationale Energieagentschap (IEA) hoeveel energie een mens gemiddeld nodig zou hebben voor een leven in welzijn, hierbij onder meer uitgaande van een minimum aan elektriciteit, voldoende voedsel en drinkwater, een goede gezondheid en toegang tot onderwijs. Dit zou per huishouden in de stad 500 kWh zijn. Maar wat het artikel niet vermeldt is dat dit volgens het IEA-rapport slechts een tijdsopname is, waarbij het nadrukkelijk de bedoeling is dat de genoemde hoeveelheid energie stijgt tot het nationale gemiddelde is bereikt.

De centrale stelling van de Amerikaanse energiespecialist Amory Lovins is niet om “zo weinig mogelijk energie” te gebruiken, maar om de grootste onbenutte energiebron ter wereld in te zetten, namelijk energie-efficiency. Op een ander moment suggereert Visscher een tegenstelling tussen president Franklin Roosevelt en de Amerikaanse politicus Al Gore. De eerste had er ooit op gewezen dat elektriciteit een absolute noodzaak voor de bevolking is, Al Gore beweerde in 1992, dat de aanleg van elektriciteitsnetten binnen ontwikkelingslanden niet strikt noodzakelijk was. Al Gore heeft het dus over elektriciteitsnetten, het al dan niet kunnen beschikken over elektrische stroom stelt hij helemaal niet ter discussie.
Los van dit soort onvolkomenheden is het grootste bezwaar tegen dit artikel dat er helemaal niets nieuws in staat. De centrale stelling, dat een milieubeleid alleen succesvol kan zijn als er voldoende energie en economische ontwikkeling is, is zo oud als maar kan zijn, sla het rapport Our common future van de Brundtland-commissie uit 1987 er maar eens op na.

Club van Rome

Correct citeren is ook niet de sterkste kant van wetenschapsjournalist Hidde Boersma, die in de inleiding van dit boek Paul Ehrlich aanhaalt met een citaat over goedkope energie. Wat Boersma buiten beschouwing laat is dat Ehrlich zijn uitspraak doet in reactie op de toepassing van kernenergie. Hiermee komt deze uitspraak in een ander daglicht te staan. En om de opvatting van Greenpeace nu indirect weer te geven door gebruik te maken van een publicatie van twee Finse energiedeskundigen is ook niet sterk, overal op internet zijn rapporten van de milieuorganisatie te vinden.

Het valt op dat de auteurs nauwelijks de discussie aangaan met andersdenkende deskundigen. Bijvoorbeeld met degenen die ervan uitgaan dat je eerst energie moet besparen, zodat je meer kunt doen met minder energie, zie bijvoorbeeld het boek Factor Vier van de Club van Rome (1995): factor vier slaat op het verkrijgen van een dubbele welvaart met de helft van de grondstoffen. Of wat te denken van de in Nederland bedachte Trias Energetica: beperk eerst de energievraag, gebruik vervolgens duurzame energie en zet dan pas eindige energiebronnen zo efficiënt mogelijk in. Het zou interessant zijn om de mening van de Ecomodernisten op deze stellingnames te weten. Door alleen oneliners te lanceren zoals “De wereld heeft meer energie nodig, niet minder” kom je natuurlijk niet ver.

De vraag is daarbij ook waarom dit boek vier verschillende onderwerpen behandelt en dat onder één noemer ‘meer’: duurzaamheid, groei en ontwikkeling, landbouw en natuur en: leven en vrijheid.  Het zijn vier onderwerpen die in feite los staan van elkaar. Waarom ook niet over: meer woningen, meer ziekenhuizen, meer verkeer, meer recycling, meer kinderopvang en meer muziek? Al met al is dit een weinig inspirerend boek, dat vooral door een gebrek aan systematische onderbouwing meer vragen oproept dan beantwoordt.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Recensie door: Gerald Schut

Vrolijk vliegen tegen klimaatverandering

Een essaybundel over vooruitgang doet prikkelende voorstellen, maar getuigt door het eenzijdig weglachen van consumptiebeperking van weinig gevoel voor urgentie.

[Recensie] Meer is een boeiend boek met veel lezenswaardige hoofdstukken. Een kerngedachte is ‘Half Earth’. De Amerikaanse bioloog E.O. Wilson kwam hier 4 jaar geleden mee: de mensheid trekt zich terug op de helft van het grondgebied op aarde en laat de andere helft aan de natuur. Om deze utopie te realiseren is een forse intensivering van de landbouw nodig. De journalisten Hidde Boersma (het coördinerende brein van de bundel) en Joost van Kasteren werken dit idee in het hart van het boek op overtuigende manier uit. Het juiste gewas op de juiste plaats (de agrarische hoofdstructuur) zorgt voor een hogere opbrengst met minder kunstmest en bestrijdingsmiddelen en laat grond over voor veel meer onderling verbonden natuurgebieden dan nu. Door landbouw en natuur uit elkaars vaarwater te trekken, zoals de WRR in 1992 voorstelde in Grond voor Keuzen (zie ook ‘Bèta in de politiek’), kan de biodiversiteit juist toenemen. Natuur vormt niet de enige beweegreden voor innovatie en intensivering. Zonder vooruitgang blijft de helft van de wereldbevolking veroordeeld tot armoede. Bovendien wijst Van Kasteren erop dat ‘agrificatie’ vaak vergeten wordt: de snel groeiende vraag naar biomassa als industriële grondstof, die nóg meer vergt van een landbouwproductie die al op zijn tenen loopt.

De bundel is helaas niet bepaald evenwichtig door alleen ecomodernistische krijgers aan het woord te laten. Zo detoneren een wrange revisionistische geschiedenis van de Club van Rome en een gemakzuchtige samenvatting van ‘Meer met minder’ van Andrew McAfee met een memorabel hoofdstuk van Maarten Boudry over ‘effectief altruïsme’. Tragisch genoeg blijkt uit onderzoek dat mensen minder geneigd zijn tot geven als er wetenschappelijke gegevens over effectiviteit van een doel getoond worden. Gelukkig zet de organisatie GiveWell precies op een rij op welke manier jouw liefdadige euro het meeste goed doet en kan je op givingwhatwecan.org ‘The Pledge’ ondertekenen om de rest van je leven 10% van je inkomen weg te geven. Hartverwarmend en motiverend.

Het is dan ook jammer dat aan het eind van de bundel Boersma zijn stokpaardje over toerisme als wegbereider voor mondiale empathie nog eens berijdt. “Minder vliegen gaat van zijn levensdagen het klimaatprobleem niet oplossen. Willen we klimaatverandering nog op enige manier binnen de perken houden dan is er maar één oplossing en dat is zo snel mogelijk naar nul emissie.” Helaas is – zolang we nog geen synthetische brandstoffen hebben en niet genoeg windmolens om die te maken – niet vliegen toch echt de enige nul-emissie-oplossing. Het tekent de gemakzuchtigheid, waarmee de bundel consuminderen als oplossing van de hand wijst. Waarom zouden we niet beide doen: vol inzetten op nieuwe efficiëntere technieken én ons gedachteloos hedonisme een beetje in toom houden?

Eerder verschenen in TW

In tegenstelling tot Jason Hickel, zien de auteurs van de bundel Meer juist toekomst in méér groei, consumptie en globalisering. Hoewel deze invalshoek waardevolle inzichten oplevert, is het jammer dat sommige auteurs als kleuters achter hun modernistisch geloof in vooruitgang aanhollen.

Modernisering als afgoderij

[Recensie] Wat is er mooier dan een wereld waarin mensen liefdevol omgaan met de natuur, waarin hun behoeften beperkt zijn en de wereld klein en overzichtelijk is? Voor wie naar zo’n wereld streeft, is ‘minderen’ de aangewezen strategie: minder groei, minder natuurvernietiging, minder verkwisting.
Op zich valt voor zo’n benadering veel te zeggen. Mits je die niet verabsoluteert, goed de alternatieven afweegt en onderzoekt wat de mogelijke gevolgen zijn. Hetzelfde geldt voor degenen die in de bundel Meer. Hoe overvloed de wereld juist duurzamer en welvarender maakt vooruitgang met ‘modernisering’ associëren: met meer groei, meer consumptie, meer globalisering, meer verstedelijking, meer wetenschap, meer technologie, meer innovatie en ‘creatieve destructie’.
De bundel is een vervolg op de bundel Ecomodernisme. Het nieuwe denken
over groen en groei
uit 2017. Elf van de zestien hoofdstukken zijn door dezelfde auteurs geschreven.

Ecomodernisten nemen afstand van het doemdenken van de oude natuurbeweging, die het Antropoceen uitsluitend beschouwt als een potentiële ecologische ramp. In plaats daarvan verwelkomen zij dit ‘tijdperk van de mens’ als een nieuwe stap in de vooruitgang van de mensheid. De techno-fobie van de traditionele natuurbeweging maakt bij de ecomodernisten plaats voor een uitgesproken techno-triomfalisme. Anders dan de traditionele milieuactivisten en natuurbeschermers beschouwen de ecomodernisten het bedrijfsleven niet langer als grote boosdoener maar juist als belangrijke bondgenoot, waarmee je moet samenwerken om natuurbeleidsdoelstellingen en economische activiteiten doelmatiger op elkaar af te stemmen.
De ecomodernisten verleggen de nadruk op de bescherming van de biodiversiteit omwille van zichzelf naar de versterking van die natuurlijke systemen die aan een zo groot mogelijk aantal mensen ten goede komt, in het bijzonder aan de armen. Zij zien de natuur niet zozeer als een verzameling van soorten maar eerder als een bundel van ecosysteemdiensten. En zij pleiten voor een aanpak waarin de mens en de verbetering van het menselijk welzijn een centrale rol spelen.
Ook deze invalshoek levert waardevolle inzichten op. Mits je voldoende ruimte tussen de begrippen ‘vooruitgang’ en ‘modernisering’ overlaat om te kijken of de keuze voor ‘meer’ in alle gevallen de aangewezen weg is.

Karikatuur
Wie een zinnige discussie wil opstarten over welke aanpak onder welke omstandigheden de voorkeur verdient, moet vóór alles voorkomen dat voor en tegenstanders een karikatuur van elkaar scheppen. Maar dat is precies wat in dit boek gebeurt. Heb je bedenkingen tegen de ecomodernistische verabsolutering van economische groei? Dan ben je tegen vooruitgang! Zijn er bezwaren tegen ongebreideld toerisme? Dat houdt de welvaart tegen! Twijfel je aan de waarde van genetische modificatie? Daar spreekt irrationele afkeur tegen modernisering uit! Sterker nog, dan ben je volgens de auteurs waarschijnlijk links. Want links kiest blind voor minderen. Erger nog, links bedreigt ieders individuele vrijheid omdat ze de gemeenschap boven het individu stelt, het voorzorgsprincipe heilig acht en daarmee innovatie tegenhoudt.
Natuurlijk zijn er altijd voorbeelden te vinden van ‘minderaars’ die deze karikatuur bevestigen. Net zoals sommige auteurs in dit boek omgekeerd als kleuters achter hun modernistisch geloof in vooruitgang aanhollen.

Collectieve verdwazing
Neem bijvoorbeeld Jaffe Vink die in zijn ‘intermezzo’ elke criticus die het waagt kanttekeningen te plaatsen bij het succes van de Groene Revolutie – de laatste, grote landbouwrevolutie die zich voor een groot deel tussen 1960 en 1980 voornamelijk in de Aziatische landbouw voltrok – onmiddellijk van ‘collectieve verdwazing’ beticht. Of neem Ralf Bodelier hoofdstuk 13) die zo sterk overtuigd is van het wetmatig verband tussen individuele vrijheid en de moderniseringstrits van innovatie, welvaart en duurzaamheid dat hij geheel vergeet dat China – een land dat hij in zijn artikel expliciet verfoeit – in korte tijd, zonder enige ontwikkelingshulp, twintig miljoen mensen uit de armoede heeft getild. China loopt sinds kort voorop op het gebied van onderzoek naar AI en doet wat aantallen innovaties en patenten betreft niet onder voor het vrije Westen. Bovendien heeft het land onlangs aangekondigd dat het in 2060 volledig klimaatneutraal hoopt te zijn. Bodelier vermeldt in zijn stuk weliswaar de kapitale fouten die China bij de uitbraak van het coronavirus maakte, maar vermeldt niet dat China het virus inmiddels beter onder controle lijkt te hebben dan de VS of Europa. China is een dictatuur. Het kan zijn dat de cijfers die naar buiten komen de werkelijkheid mooier voorstellen dan ze is. Maar ook als de cijfers minder rooskleurig zijn, laten de ontwikkelingen in dat land zien dat individuele vrijheid geen noodzakelijke noch een voldoende voorwaarde is voor de vooruitgang die volgens Bodelier wetmatig op de individuele vrijheid volgt. Individuele vrijheid is een groot goed. Maar de link tussen vrijheid en vooruitgang is stukken complexer dan Bodelier in zijn naïeve vooruitgangsgeloof veronderstelt.

Juichverhalen
Vrijwel elk hoofdstuk in het boek begint met juichverhalen over Meer!, waarna, in het beste geval, de link met de gewenste vooruitgang van een stevig aantal mitsen en maren wordt voorzien. Zo blijkt ‘meer toerisme’ (hoofdstuk 15) niet vanzelf tot meer ‘begrip voor andere culturen’ te leiden; leidt ‘meer welvaart’ (hoofdstuk 14) niet automatisch tot ‘meer geluk’; levert ‘meer betutteling’ (hoofdstuk 16) niet vanzelf ‘meer vrijheid’; blijkt ‘meer ontwikkelingshulp’ (hoofdstuk 6) niet altijd even goed te werken; en biedt verstedelijking (hoofdstuk 5) niet zonder meer een uitweg uit de armoede. Zo heftig gaan de auteurs te keer tegen alles wat naar minderen zweemt dat ze overal vijanden zien. Neem Bruno Latour, in hun ogen een belachelijke minderaar. Ze vergeten dat Latour een essay over Mary Shelley’s roman Frankenstein schreef – Love Your Monsters – dat een prominente plaats kreeg in een bundel van, jawel, twee grondleggers van het ecomodernisme, Shellenberger en Nordhaus. Die vonden de titel van Latours essay zo mooi dat ze hun bundel prompt dezelfde benaming gaven.
Volgens Latour was het niet Frankensteins misdaad dat hij een monster had geschapen, maar dat hij zijn schepsel in de steek had gelaten. Hij had hem beter met wat meer attentie en toewijding op het rechte pad kunnen houden. De bundel is op z’n sterkst op de enkele plekken in het boek waar de auteurs hetzelfde doen: hun voorstellen met zorg de wereld insturen. Verstokte doemdenkers en exuberante modernisten: de enige manier waarop ze in hun blindheid kunnen volharden is door zich te spiegelen in elkaars excessen.

Eerder verschenen in De Helling

Jozef Keulartz is emeritus hoogleraar milieufilosofie aan de Radboud Universiteit en als senior onderzoeker verbonden aan Wageningen Universiteit. Onlangs verscheen zijn boek Boommensen (Noordhoek natuur). Pieter Pekelharing doceerde jarenlang filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds zijn emeritaat is hij publicist.

Samenvatting

Hoe lossen we de grote problemen van deze tijd op: de klimaatverandering, de groeiende ongelijkheid en de biodiversiteitscrisis? Moeten we soberder leven, met minder groei, consumptie en reizen, zoals de groene beweging wil? Of ligt de oplossing in minder overheid, minder ontwikkelingsgeld en minder wetenschap, zoals het rechts-populisme voorstaat?
Niet mínder, maar méér is de enige weg, volgens de auteurs van dit uitdagende boek. Zo pleiten ze voor meer economische groei en welvaart om armoede te bestrijden en duurzame technologie mogelijk te maken, en voor meer overheidsingrijpen om individuele vrijheid te creëren. Een overvloedige, moderne wereld leidt tot meer geluk en autonomie. Als we dan ook nog in onszelf en ons vernuft durven geloven, ligt er een stralende toekomst in het verschiet.

Over Ecomodernisme:

'Dit frisse pleidooi van de ecomodernisten is een belangrijke bijdrage aan de zo noodzakelijke dialoog over duurzaamheid.' Louis O. Fesco

'Een vrijere, meer optimistische kijk op het vraagstuk van mens en natuur.' De Groene Amsterdammer over het ecomodernisme

'Verfrissend om nieuwe, optimistische ideeën te lezen in plaats van de bekende doemdenkersriedel.' New Scientist

Toon meer Toon minder
€ 24,99

Verwachte leverdatum: vrijdag 16 april


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789046826959
Verschijningsdatum
augustus 2020
Druk
1
Aantal pagina's
256 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
740: Mens en maatschappij algemeen
Thema's
  • Aardwetenschappen, aardrijkskunde, milieu en planning
  • Milieu
  • Milieubescherming gedachtegoed en ideologie

Uitgever
Nieuw Amsterdam

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden