Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Koning van Utopia

nieuw licht op het utopisch denken

Auteur(s): Hans Achterhuis
Taal: Nederlands
0,2/5
2 recensies
Koning van Utopia
Koning van Utopia
Koning van Utopia

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Thomas Heij

Nieuw licht op utopisch denken

[Recensie] “Links,” zei de Poolse filosoof Leszek Kołakowski, “scheidt utopieën af zoals een alvleesklier insuline afscheidt.” Dat bracht voormalig Denker des Vaderlands [van enkele jaren geleden/red.] Hans Achterhuis in een spagaat. Enerzijds was hij het vaak inhoudelijk eens met eigentijdse linkse dromen, anderzijds verafschuwde hij ieder spoortje van utopisme. Door een herlezing van het klassieke Utopia komt Achterhuis daar in zijn nieuwe boek Koning van Utopia op terug.

Een half millennium geleden publiceerde Thomas More zijn Utopia in 1516 te Leuven. Hoewel er voor het verschijnen van zijn beroemdste werk al ideeën leefden met utopische elementen – het verhaal van Atlantis en de ideale staat van Plato, maar ook het idee van het nieuwe Jeruzalem, Arcadië en Luilekkerland – was Utopia het begin van een nieuw genre en werd de utopie een van de meest invloedrijke ideeën allertijden.

Na de verschijning van Utopia duurde het nog bijna honderd jaar voor de gouden eeuw van de utopie aanbrak. In 1602 publiceerde de Italiaanse theoloog Tomasso Campanella de christelijke utopie De zonnestad, in 1627 volgde Francis Bacon met Het Nieuwe Atlantis en in de jaren daarna verschenen er tientallen utopieën. Ze bevatten de meest uiteenlopende sociale fantasieën, experimenten en werelden. De ideale samenleving was vaak ver weg, lang geleden gesticht en kende grote rijkdom.

In de eeuwen erna verschenen vervolgens honderden publicaties in de utopische traditie. Ter gelegenheid van 500 jaar Utopia verscheen eerder dit jaar [2016/red.] de lijvige essaybundel Andersland, waarin ook een uitgebreid overzicht is opgenomen van deze duizelingwekkende hoeveelheid publicaties.

Maar hoe populair utopieën ook geweest mogen zijn in de 17e eeuw, wie ze las in de jaren 1960, zoals Achterhuis deed, kent ook de duistere kanten van het utopisch denken. Sinds Wij van Jevgeni Zamjatin en Brave New World van Aldous Huxley kennen we de dystopie, de anti-ideale toekomststaat. Bovendien hebben de verschrikkingen van het nazistisch en communistisch utopisme de totalitaire kanten van de utopie permanent in ons geheugen gegrift.

andersland

De ommekeer van Achterhuis
In zijn voorwoord in Andersland beschrijft Achterhuis hoe hij tegen die duistere achtergrond kennis maakte met Utopia: op een druilerige zaterdagmiddag in 1963. Hij las Utopia in de jaren erna nog tweemaal, telkens met Zamjatin en Huxley in het achterhoofd, maar ook met Stalin en Mao, en ging in debat met iedereen die utopisch denken verdedigde. Het leverde hem de bijnaam de ‘nationale anti-utopie-filosoof’ op.

Pas bij de vierde lezing van Utopia, veranderde Achterhuis’ oordeel en zijn nieuwste boek Koning van Utopia is daar de vrucht van. Dat nieuwe oordeel komt erop neer dat we Utopia niet moeten lezen als een serieuze utopie. Wie dat wél doet, ziet namelijk een totalitaire samenleving die alleen door geweld bereikt en behouden kan worden. More beoogde echter geen serieuze blauwdruk voor de perfecte samenleving, maar een ironische schets met complexe retorische trucs.

De ommekeer van Achterhuis had twee aanleidingen, schrijft hij zelf. De eerste was de nieuwe vertaling van Paul Silverentand, die in tegenstelling tot eerdere vertalingen de Griekse namen in Utopia vertaalde naar het Nederlands. Zo werd het gewichtig klinkende Raphael Hythlodeus in de nieuwe vertaling Rafaello Babbelario. Met andere woorden, de fictieve verteller werd nog duidelijker een praatjesmaker en ook de ironie in de beschrijving van Utopia kwam nadrukkelijker naar voren.

Ook Wolf Hall, de historische roman van Hilary Mantel, waarop een gelijknamige BBC-serie werd gebaseerd, zette Achterhuis aan het denken. More lijkt in Wolf Hall in niets op de vriendelijke humanist die hij in zijn jonge jaren geweest zou zijn en ontpopt zich als gehaaide machtspoliticus. Achterhuis verdiepte zich in de biografie die Peter Ackroyd schreef en kwam tot de conclusie dat More een harde en intolerante politicus was die fanatiek ketters vervolgde en op de brandstapel bracht. Dat stond haaks op de ideeën in Utopia.

Open einde
In utopisch denken gaat het mis bij de wens de samenleving in zijn geheel te plannen. Dat soort totalitarisme leidt onherroepelijk tot gewelddadige dictatuur. Maar waar de utopie onaf blijft, kan ze van onmisbare waarde zijn, zegt Achterhuis.

Het beste voorbeeld daarvan is Het Nieuwe Atlantis van Francis Bacon. In Het Nieuwe Atlantis strandt een groep reizigers op een eiland in de Stille Oceaan en vinden er een samenleving waar wetenschap en religieuze tolerantie centraal staan. In tegenstelling tot de grappen en woordspelingen van More, is Bacon heel ernstig. Zijn utopie onderscheidt zich van andere, omdat hij tot op zekere hoogte is uitgekomen: de Royal Society werd gemodelleerd op het instituut dat Bacon schetste. Nieuwe technologische uitvindingen die door Bacon werden verzonnen, bijvoorbeeld gemodificeerd voedsel, zijn later daadwerkelijk uitgevonden.

Het Nieuwe Atlantis eindigt met “the rest was not perfected”. En precies daarin schuilt volgens Achterhuis de kracht. Omdat Bacon afzag van een uitgewerkte en gedetailleerde blauwdruk voor de samenleving, zoals het tweede boek van Utopia, werd Het Nieuwe Atlantis niet totalitair. Het kan dus wel.

Toch is de vraag of Bacons technologische utopie niet snel ontaardt in een dystopie. Hoewel we erg goed zijn geworden in het verzinnen van en waarschuwen voor dystopieën, is er volgens Achterhuis niks engs aan de hand op het moment. We leven niet in Huxley’s Brave New World, dat is slechts technofobie van filosofen. Achterhuis illustreert die fobie met de weerstand die er was tegen melk in een kartonnen pak, of voorgesneden worteltjes in cellofaan.

Dat lijken inderdaad veilige innovaties, maar Achterhuis zet serieuzere critici hiermee wel erg makkelijk weg. Wat te denken van de bril van Google die overal foto’s kan maken? Wat te denken van drones die overal kunnen filmen? En wat te denken van de massahysterie bij de onthullingsfeestjes en de rijen mensen die dag en nacht buiten wachten op het verschijnen van de nieuwste iPhone?

De koning van utopia
Het gevaar van nieuwe technologie en gedachteloos consumeren ligt echter niet in iedere utopie besloten. Achterhuis signaleert naast de allesomvattende blauwdruk nog een ander gevaar in het utopisch denken, namelijk het zoeken naar een ‘koning van utopia’.

Net als de utopie van Bacon is de utopische/dystopische roman Atlas Shrugged van Ayn Rand onaf, maar waar bij Bacon de koning nauwelijks een rol speelt, is er bij Rand een duidelijke leider. Het Nieuwe Atlantis kende volgens de overlevering vroeger een koning, maar het blijft vaag hoe het land wordt bestuurd op het moment dat de reizigers er aankomen. Rand daarentegen heeft in de figuur van John Galt wel een messias geschapen.

Volgens Achterhuis is populistisch rechts tegenwoordig opzoek naar een dergelijke figuur; denk aan Trump en Wilders. Zo’n koning van utopia mag er echter niet komen, want die zal zich altijd ontpoppen tot een almachtig, onfeilbaar staatshoofd, zoals de Weldoener bij Zamjatin of Big Brother in George Orwells 1984.

Geld, water en zaden voor iedereen
Aan het eind van Koning van Utopia komt Achterhuis te spreken over mini-utopieën, die mogelijk de moeite waard zijn. Het basisinkomen, zoals verdedigd door Philippe van Parijs en Rutger Bregman, kunnen Achterhuis’ goedkeuring wegdragen, zolang het maar wordt gezien als een kleine, beperkte utopie in plaats van de opmaat naar een totalitaire communistische staat – zoals sommige tegenstanders vrezen. Achterhuis suggereert dat het basisinkomen misschien nu nog wordt afgedaan als een utopische, onhaalbare droom, maar in de toekomst vanzelfsprekend kan zijn.

Ook ziet Achterhuis wel toekomst in de verdediging van het gemeengoed zoals dat wordt geschetst door Lieven de Cauter in Andersland, gebaseerd op het eerste boek van Utopia. Vandaag de dag maken we een oneigenlijke onteigening mee, bijvoorbeeld door privatisering van water en watervoorzieningen of door het vastleggen van patenten op zaden. Tegelijkertijd waarschuwt Achterhuis de kleine utopist om niet alle goederen tot gemeenschappelijk staatseigendom te maken.

Het doel van kleine utopieën is te laten zien hoe het anders, hoe het beter kan. Achterhuis munt daarvoor een ‘nieuwe’ term, de ‘meent’: een ruimte tussen privé- en staatseigendom in. Die ruimte, geïnspireerd op de commons in het eerste boek van Utopia, moet volgens Achterhuis heroverd worden. Bij More ging het om gedeelde akkers, weiden en bossen en de houtsprokkel en veehouderij. Hoe de meent er tegenwoordig uit moet zien, houden we nog van Achterhuis tegoed.

Koning van Utopia
 is een opmaat naar omvangrijkere studies naar mini-utopieën. Vooralsnog werpt Achterhuis geen nieuw licht op het utopisch denken in het algemeen, maar wel op zijn eigen denken over de utopie. Hij keert zich overtuigend af van het strenge anti-utopisme dat hij voorheen verdedigde. Doordat Achterhuis uitgebreid schrijft over zijn eigen leeservaringen en zelfs over hoe hij, als opa met kennis van zaken, zijn kleindochter helpt met huiswerk. Dat leidt al met al tot een boek met veel zelfreflectie en een persoonlijke noot.

Eerder verschenen in iFilosofie en op Thomas Heij

Recensie door: Marnix Verplancke
4/5

Heeft het utopische denken een half millennium na het verschijnen van Thomas Mores Utopia nog enig nut? Of is het alleen maar gevaarlijk? We spraken erover met een jonge en een oudere filosoof: Rutger Bregman en Hans Achterhuis.

[Dubbelinterview] Vijfhonderd jaar geleden verscheen in Leuven Thomas Mores Utopia, het boek dat het woord utopie zou enten en een maatstaf zou worden waaraan men alle latere denkbeeldige ideale samenlevingen zou aftoetsen. Utopia is het eiland waar de perfecte staatsvorm in de praktijk wordt gebracht, waar alles gemeenschappelijk is, alleen kinderen pronken met uiterlijke rijkdom en absolute godsdienstvrijheid heerst. In de eeuwen erna werd utopisch denken soms een synoniem voor naïef gezwets. Anderen wezen op de totalitaire trekken van het utopische denken. Wilden Lenin en Stalin immers de samenleving niet op een volstrekt nieuwe en rationele wijze heruitvinden? En bleek hun utopie geen nachtmerrie?

Kunnen we vandaag nog iets met utopisch denken, vroegen we ons af en daarom nodigden we een notoir verdediger en een al even notoir tegenstander uit aan tafel: Rutger Bregman en Hans Achterhuis. Of dat dachten we toch, want Achterhuis (74), emeritus hoogleraar in Twente, tussen 2011 en 2013 de Nederlandse Denker des Vaderlands en al decennia lang de man die eenieder die het woord utopie ook maar durfde te laten vallen eens flink op zijn plaats zette, bleek van gedacht veranderd. Naar aanleiding van een half millennium Utopia was hij het boek gaan herlezen en hij ontdekte dat More een satire had geschreven in plaats van een serieuze blauwdruk van een ideale maatschappij. “Mijn blik werd vertroebeld door wat er allemaal gebeurde in de laten jaren 1980 en 1990,” verklaart hij. “Er bleek toen zoveel misgegaan met de communistische utopie dat ik meteen ieder utopisch denken op de schop nam. Hans, denk in nu, misschien heb je mensen die wel in het utopische denken geloven er al te veel van langs gegeven, zoals Rutger hier.”

“Ach, dat valt wel mee hoor,” grinnikt Bregman (28). Hij is de auteur van boeken met veelzeggende titels als Gratis geld voor iedereen en Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers. “Ik ben net zo goed door mijn verleden bepaald. Jij groeide op in de tijd toen zo’n beetje alle studenten radicale leninisten en trotskisten waren. En daar zette je je tegen af. Ik ben in deze tijd opgegroeid, nu de meeste studenten eerder radicale apaten zijn. Mijn reactie was daardoor: kom op mensen, kunnen we nog een heel klein beetje utopisch denken?”

Leidt niet iedere utopie tot een tirannie?

Bregman: “Je moet onderscheid maken tussen de utopie als blauwdruk die een mateloze regelzucht vertoont en die andere, misschien wat vagere of abstractere variant van utopisch denken. De blauwdruk wordt steeds een dystopie waarin je kop eraf gaat als je maar even van de norm afwijkt. De vagere variant begint echter bij het basale besef dat alles wat nu bestaat ooit ook utopisch was en dat vooruitgang niets meer of minder is dan het realiseren van een utopie.”

Zonder utopisch denken is er dus geen vooruitgang?

Bregman: “Natuurlijk niet, wezenlijk vooruitgang begint altijd bij de gekkies. Zij komen met onbetaalbare en onrealiseerbare ideeën op de proppen, zoals het basisinkomen vandaag. Ik denk dat we onderschatten hoe radicaal het idee van een basisinkomen wel is. Voor het eerst sinds de zestiende-eeuwse armenwetten van de Engelse koningin Elizabeth zou de rechtstreekse link tussen werk en inkomen doorgeknipt worden. Het gevolg daarvan zou een grote machtsverschuiving zijn omdat heel wat mensen die nu aan de onderkant zitten de macht zouden krijgen om hun werk niet langer te doen. Mensen die achter de vuilniswagen lopen zouden dan zonder enig probleem kunnen stoppen met werken. Dat is een vrijheid die nu niet bestaat.”

Achterhuis: “Ik zou het basisinkomen willen verdedigen vanuit het idee van de commons: de meent of het gemeengoed. Het is hetgeen dat tussen privaat en publiek in ligt. Ten tijde van Thomas More waren het de gemeenschappelijke gronden waarop arme mensen hun dieren konden laten grazen. De commons zijn gedurende de geschiedenis steeds schaarser geworden, tot ze vandaag bij wijze van spreken alleen nog uit de lucht bestaan. Landbouwgewassen die gedurende duizenden jaren door boeren zijn gecultiveerd, worden opeens geprivatiseerd door een firma als Monsanto. Terwijl die natuurlijk ook van ons allemaal zouden moeten zijn.”

Bregman: “Het ironische is dat we pas beseffen dat we die commons hebben op het moment dat ze geprivatiseerd worden. Het strand is daar een mooi actueel voorbeeld van. Sommigen willen dat volbouwen, terwijl we het juist moeten beschermen tegen bouwpromotoren. Het is van ons allemaal.”

Achterhuis: “Het valt me op hoe het verhaal van de meent wereldwijd speelt momenteel. Volgend jaar wordt er in Utrecht zelfs een vijfdaags congres over gehouden met sprekers uit alle continenten. Mensen beseffen dat het dringend is en dat hetgeen ons verbindt bedreigd wordt. En zo kom je uiteindelijk toch weer bij Utopia uit. More schreef zijn boek uit protest tegen de privatisering van de gemeenschappelijke gronden in de zestiende eeuw. Niet de landdieven, zag More, maar wel degenen die opeens geen middelen van bestaan meer hadden en zich de misdaad in gedreven zagen, werden opgehangen. Voor mij is basisinkomen iets waar iedereen recht op heeft en dat ons verbindt.”

Ach wees toch realistisch, is een vaak gehoorde kritiek op utopische ideeën als het basisinkomen voor iedereen. Hoe reageren jullie hierop?

Bregman: “Zoom even in op het woord realistisch. Dat wordt heel vaak gebruikt in termen van machtspolitiek en niet in de betekenis van wat rationeel haalbaar is. Een mooi voorbeeld daarvan kregen we toen minister van financiën Jeroen Dijsselbloem vorige zomer in de Tweede Kamer zei dat hij helemaal gek werd van zijn Griekse collega Yanis Varoufakis. Dat is een linkse ideoloog, ging hij verder, die man is niet realistisch. De radicale ideeën die Varoufakis erop nahield, werden echter gedeeld door zowat alle economen: Griekenland had nood aan schuldverlichting omdat de schulden het land de nek omwrongen en ze nooit terugbetaald konden worden. Dat was volgens die economen rationeel en realistisch. Maar niet volgens Dijsselbloem dus. Want waar hij het over had was realpolitik: Griekenland was een klein rotlandje dat zijn waffel moest houden. Zijn realisme kwam er dus op neer dat de machthebber kon definiëren wat realistisch was. Zo heb in de afgelopen paar jaar een berg literatuur gelezen waaruit blijkt dat het basisinkomen absoluut niet onbetaalbaar is of leidt tot massale luiheid. Maar toch word ik als onrealistisch weggezet. De verklaring daarvoor is dat ik wil sleutelen aan de bestaande orde – niet dat ik onwetenschappelijke dingen zou zeggen.”

Achterhuis: “Concrete experimenten met het basisinkomen hebben allerlei voordelen getoond waar niemand aan gedacht had. Zo blijkt de gezondheidstoestand bijvoorbeeld spectaculair te stijgen, waardoor er flink bespaard kan worden op de gezondheidszorg. Daar was geen enkele theoreticus opgekomen. Het komt er dus vooral op aan er mee te beginnen. Je moet dit natuurlijk niet van de ene dag op de andere in de hele wereld invoeren. Begin in één land, of zelfs in een kleine gemeenschap en garandeer dat mensen op een waardige manier kunnen overleven. Ik weet ook niet wat er zal gebeuren. Misschien gaat iedereen wel werk zoeken bovenop dat basisinkomen, of zal het geestdodende basiswerk juist veel beter betaald worden. Het is ook mogelijk dat mensen uit Afrika geïmporteerd worden om het vuile werk te doen. Dat is geen kritiek. Ik hou gewoon alle mogelijkheden open.”

Realistisch is dus conform met onze liberale realiteit. Maar is die niet net zo goed utopisch?

Achterhuis: “Natuurlijk. Een typisch voorbeeld daarvan is natuurlijk Ayn Rand, de Russisch- Amerikaanse filosofe die in haar boeken een beeld schetste van een ultrakapitalistische utopie waarin iedereen op fervente wijze zijn eigenbelang nastreeft. Op die manier zouden we allemaal rijk en gelukkig worden, zei ze. Haar Atlas Shrugged is nog steeds het meest gelezen boek in Amerika. Daar zou ik dan toch liever een paar kleine utopietjes tegenaan gooien van links.”

Bregman: “Dat doet me denken aan het raam van Overton. Robert Overton was een Amerikaans politicoloog die in de jaren 1990 zei dat politieke veranderingen niet plaatsvinden volgens het liberale model dat er een discussie plaatsvindt en degene met de beste argumenten wint. Volgens Overton bevinden alle zogenaamd redelijke ideeën zich binnen een raam. Daarbuiten vind je allerhande onrealistische en bizarre ideeën. De grote taak van degene die de wereld wil veranderen is dat raam bewegen. In het verleden is dat ook gebeurd. Zaken die we nu volstrekt normaal vinden, zoals extreme uitspraken over vluchtelingen bijvoorbeeld, konden in de jaren 1970 echt niet. Het raam is dus verschoven, en je verschuift het door hard tegen de randen te duwen. Wie is daar goed in? Mensen als Trump en Wilders. Het valt op dat de mensen die in de afgelopen twintig jaar het raam van Overton hebben verschoven aan de rechterkant zaten, terwijl linkse politici steevast midden in het raam zaten te vrezen als onrealistisch te worden weggezet. Vroeger had je nog wel de linkse gekkies, zoals de communisten en de maoïsten. Natuurlijk waren zij potsierlijk, maar zij hadden wel een functie, want zij zorgden ervoor dat de mainstream een stukje linkser kwam te liggen.”

Achterhuis: “En toen was er ook nog een reëel bestaand socialisme achter het ijzeren gordijn. Een communistische partij had geen plaats meer eens dat reële socialisme weg was. En daarom kon de PvdA zich opwerpen als het redelijke alternatief .”

Bregman: “Precies, en indirect had radicaal links dus nog een grote invloed. Net zoals de PVV van Wilders vandaag grote invloed heeft op het beleid, zonder in de regering te zitten. Ik weet nu al dat de zogenaamd liberale VVD met een verkiezingsprogramma zal komen dat een verwaterde versie zal zijn van dat van de PVV. Wilders zegt bijvoorbeeld dat alle moskeeën dicht moeten. In Nederland vinden we dat niet eens schokkend meer. ‘Weinig verrassends in verkiezingsprogramma Wilders’  kopte de Volkskrant. Nu moet je eens even denken hoe radicaal dit is en hoe ver die man gekomen is in het afgelopen decennium dat hij dergelijke zaken kan zeggen en niemand er nog van op kijkt.”

Zouden jullie Wilders utopisch noemen?

Bregman: “Het is een nostalgische utopie die beweert dat we de grenzen moeten sluiten en dat er dan iets heel moois zal gebeuren.”

Achterberg: “Ik zou het toch eerder een dystopie noemen (lacht). Hij weet inderdaad mensen aan te spreken met zijn idealen. En hij heeft invloed. Alle moskeeën sluiten, dat kan natuurlijk niet, maar een nieuwe moskee bouwen? Dat toch maar liever niet. Dat is de raamverschuiving waar Rutger het over heeft.”

Is een wereld zonder grenzen een werkbare utopie?

Achterhuis: “Nee, in dat soort grote utopieën geloof ik niet. Ik zie het liever kleinschalig, zoals in de meent. We kunnen kleine gemeenschappelijkheden en een gevoel van verbondenheid weer tot leven wekken. En dat kan ook grotere vormen aannemen, denk maar aan wikipedia, maar opeens alle grenzen opengooien lijkt me ondoenbaar.”

Bregman: “Mijn voorstel van open grenzen is niet bedoeld om morgen in één klap in te voeren. Het is in de eerste plaats een provocatie, zodat  mensen zich afvragen wat vandaag het grootste onrecht is. Is dat niet gewoon dat zestig procent van je inkomen bepaald wordt door het simpele geluk dat je in het juiste land bent geboren? En wat nu als we stapje voor stapje gaan experimenteren in de richting van zo’n radicale utopie? Bijvoorbeeld ieder jaar een procent meer migranten toelaten. Wat zijn de gevolgen daarvan? Er is veel economisch bewijs dat migratie verreweg het beste medicijn tegen de mondiale armoede is. En zo zie ik utopisch denken trouwens, ook het basisinkomen. Ik weet niet precies hoe het er uit moet zien en hoe het precies gefinancierd moet worden. Het basisinkomen is dan ook niet één idee, het zijn duizend ideeën. Je kunt stapjes zetten en de sociale zekerheid van vandaag steeds meer laten lijken op een basisinkomen. Zo kun je in twintig of dertig jaar tijd ineens in een andere wereld terechtkomen. Maar je moet nooit de illusie hebben te weten hoe het er precies zal uitzien. Ik vind dat ook zo vermoeiend aan al die debatten over het basisinkomen. Dat er steeds weer iemand anders opstaat en zegt: ‘Ik heb het opnieuw doorgerekend.’ Alsof je een utopie zomaar even kan doorrekenen.”

Maak je jezelf dan niet heel erg kwetsbaar voor kritiek?

Bregman: “Nee, want je bent juist heel erg concreet bezig. In januari 2017 gaat in Utrecht een experiment van start met een basisinkomen. Het heet Weten wat werkt. Slim gekozen, denk ik dan, want alleen een holbewoner wil dat niet weten. Dat experiment is een eerste stap. Daarna volgt een evaluatie en als die positief is, experimenteren we gewoon door. Zo gaat het momenteel ook in Finland, Canada en Silicon Valley. Dat is hoe het zal gebeuren, en dus niet nadat een of ander planbureau het nog eens heeft doorgerekend.”

Achterhuis: “Mensen hebben het er soms moeilijk mee dat er geen groot alternatief geboden wordt voor het bestaande, maar ze moeten beseffen dat ook in het utopische denken de grote verhalen afgedaan hebben. Ik gebruik wel eens de term olifantenpaadjes: wanneer een aantel mensen dezelfde richting uitgaan, krijg je vanzelf een paadje. Je moet gewoon gaan. En kijken waar je uitkomt. Komt het niet goed, dan verander je. En neem jezelf ook niet te serieus. Een utopie zonder humor wordt een dystopie. Ook dat wist Thomas More al. In Utopia wordt de ideale wereld beschreven door Rafael Hythlodaeus, wat letterlijk ‘spreker van onzin’ betekent. In de recentste vertaling is dat Rafael Babbelarius geworden. En inderdaad, hij babbelt maar door, als een nar.”

Bregman: “Ik denk dat heel veel ideeën waar we het hier over hebben, zoals de commons of het basisinkomen passen bij een revival van het anarchisme. Het negentiende-eeuwse anarchisme is een beetje het vergeten zielige kindje van de ideologieën. Wanneer je leest wat iemand als Kropotkin schreef, zie je dat hij een mensbeeld had dat radicaal botst met het onze. Zo zei hij dat de meeste mensen deugen en gewoon iets leuks willen doen met hun leven. Kapitalisme en communisme gaan daar recht tegenin. Zij zien het overgrote deel van de mensen als wezens die van buitenaf geprikkeld moet worden, door managers of ambtenaren, om in beweging te komen.”

Achterhuis: “Je moet nooit een absoluut mensbeeld koesteren. Dat doen totale utopieën altijd. Voor neoliberalen is de mens een egoïstisch wezen dat je in vrijheid met de anderen moet laten onderhandelen zodat hij zijn egoïsme ten volle uit kan buiten. Communisten stellen dat we altruïstisch zijn, en ga zo maar door. De realiteit ligt altijd ergens in het midden.”

Bregman: “Een mensbeeld is ook altijd performatief. Wat je erin steekt, krijg je er ook weer uit. Een tijd geleden verteld iemand me dat hij voor een Nederlandse gemeente werkte. Af en toe deed men daar slecht-nieuwsgesprekken met mensen die in de bijstand zaten en voortaan maandelijks minder zouden krijgen. De ambtenaren waren bang dat die gesprekken wel eens uit de hand zouden kunnen lopen, dus voorzagen ze het ergste. Ze maakten de muur hufterproof met kussens, zetten een bodyguard met een oortje bij de deur en haalden alles uit de kamer waarmee gegooid kon worden. En ja hoor, iedere keer liep het uit de hand. Tot er een of andere goeroe langskwam die zei dat ze het volstrekt verkeerd aanpakten. Dus hup: bodyguard naar huis gestuurd, kussens van de muren af, begonia’s in de kamer en lauwe koffie op tafel. Nooit meer problemen gehad. Ik vind dat een treffend voorbeeld. Misschien moeten we wat vaker het goede in mensen veronderstellen, dan zullen ze zich ook beter gedragen.”

Achterhuis:. “Ik heb een anarchistische achtergrond. Ik weet daardoor dat je altijd heel goed moet opletten met machtsstructuren, en dan bedoel ik niet de macht uit Brussel of Den Haag, maar die tussen individuen. Zo gingen mijn kinderen naar een crèche die op anarchistische principes draaide. Je mocht die kindertjes niets in de weg leggen en dan kwam het allemaal wel goed. De kinderen moesten dus ook zelf voor hun eten zorgen. Ze kregen brood en beleg, en dan moesten ze het zelf maar klaarmaken. Dus was er een jongen die alle jam en pindakaas voor zich nam. Je moet delen, kreeg hij dan te horen, waarop hij repliceerde: ‘Waarom? Ik vind het lekker.’ Die kinderen kunnen een nieuwe wereld beginnen, geloofden de anarchisten. Forget it.”

Bregman: “Je moet ideologische vragen niet in absolute termen stellen. Niet hét anarchisme dus, of dé privatisering, maar wel: willen we meer of minder anarchisme, of meer of minder privatisering. Anders wordt het totalitair. We leven nu in een maatschappij die ervan uitgaat dat 90% van de mensen fraudeurs en oplichters zijn. Temper dat een beetje, dan krijg je al een heel andere wereld.”

Achterhuis: “En toch zou ik opletten met dat anarchisme. Een van de mooiste boeken die ik ken is Afscheid van Catalonië van George Orwell. Daarin wordt feilloos getoond hoe de georganiseerde communisten de chaotische anarchisten makkelijk in de pan konden hakken. Door een gebrek aan organisatie zijn de anarchisten tijdens de Spaanse burgeroorlog gewoon vermorzeld. En eerder was hetzelfde gebeurd in Rusland, waar ze ook niet op konden tegen Trotski. Je kan anarchist zijn zoveel je wil, je moet je wel organiseren.”

Bregman: “Daar moeten wij een oplossing voor vinden Hans. (lacht) Daar moet ons volgende boek over gaan. Ik ben wel te vinden voor de anarchistische staat, ook al klinkt dat wat contradictorisch.”


Van 24 september tot 17 januari loopt in Leuven het festival The Future is More, met tentoonstellingen, theater, stadswandelingen en zoveel meer. Info op http://www.utopialeuven.be/nl

Eerder verschenen in De Morgen

Samenvatting

Het is hoog tijd dat we op zoek gaan naar alternatieven voor de desastreuze 'utopie van de vrije markt'. Daarbij kan Utopia van Thomas More ons goede diensten bewijzen, maar we moeten dat 'oerboek' uit 1516 dan wel met nieuwe ogen bekijken. Door de eeuwen heen is de tekst opgevat als een serieuze blauwdruk van een ideale samenleving, maar dat gaat geheel tegen More's bedoeling in. More schreef Utopia nu juist - in het verlengde van Erasmus' Lof der zotheid - als een boek vol spot, maatschappijkritiek, ironie en zotternij. Intussen bevat Utopia wel degelijk allerlei bruikbare suggesties voor verbetering van wantoestanden in de rechtspraak, van scheefgegroeide machtsstructuren en onrechtvaardige economische verhoudingen. Als het ons lukt om juist die suggesties ernstig op te vatten, dan kunnen we daar nu nog ons voordeel mee doen. Zo kan Utopia, een boek van 500 jaar oud, ons helpen om in het hier en nu nieuwe inspirerende idealen te formuleren.

'De tijdgeest is veranderd. Ik wil er geen misverstand over laten bestaan dat de grote utopie van een totaal andere samenleving voor mij nog steeds uit den boze is. Maar zonder kleinere utopische experimenten en ideeën dreigt de kapitalistische utopie ons te verlammen. Dat ik voor deze mini-utopieën nu juist inspiratie vind bij Thomas More, is voor mij een van de grootste verrassingen van mijn hernieuwde zoektocht door Utopia.'

- Hans Achterhuis

Filosoof en theoloog Hans Achterhuis (1942) was van 2011 tot 2013 de eerste Denker des Vaderlands en ontving de Pierre Bayle Prijs voor maatschappijkritiek. Hij behoort tot 'de twaalf grootste denkers van Nederland' (Vrij Nederland) en 'de denkers die ons wereldbeeld veranderden' (NRC Handelsblad). Zowel De utopie van de vrije markt als Met alle geweld werd onderscheiden met de Socrates Wisselbeker voor het beste, meest prikkelende filosofieboek van het jaar.

Toon meer Toon minder
€ 14,95

Verwachte leverdatum: vrijdag 25 september


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789047708742
Verschijningsdatum
september 2016
Druk
1
Aantal pagina's
pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
730: Filosofie algemeen
Categorieën

Uitgever
Lemniscaat B.V., Uitgeverij

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen