Bazarow stopt per 25 mei als boekverkoper, maar gaat door als boekenplatform. Lees hier het nieuwsbericht !

Gehavende stad

muziek en literatuur in Rotterdam van 1960 tot nu

Auteur(s): Erik Brus, Fred de Vries
Taal: Nederlands
2 recensies
Gehavende stad
Gehavende stad
Gehavende stad

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Alek Dabrowski

Muziek en literatuur in Rotterdam

[Recensie] In Gehavende Stad beschrijft Mike Redmen de Hiphopscene in Rotterdam. Rond de Lijnbaan klonken Ghettoblasters, cassettebandjes met zelfgemaakte tracks werden uitgewisseld en je werd uitgedaagd jezelf te bewijzen. “Ik was een vreemde eend in de bijt, maar ik voelde me nergens buitengesloten.” De omslag kwam eind jaren 80. Rappers pochten te veel. Ze speelden dat ze in een gang zaten; er waren wapens en vechtpartijen. Uiteindelijk kon het niet meer heftiger, met als gevolg dat de scene uitstierf.

Dit is een kenmerk van veel muzikale stromingen in Rotterdam. Het komt op, er is talent en creativiteit, maar het gaat even hard ten onder als het is opgekomen. Voor de literatuur geldt hetzelfde. Erik Brus en Fred de Vries hebben er een  prachtboek over geschreven. Gehavende Stad gaat over muziek en literatuur in Rotterdam van 1960 tot nu.

Elk van de vijf hoofdstukken van het boek beslaat een decennium en begint met een plek waar hét gebeurde: De Fles, Eksit, Parkzicht, Nighttown, Rotown. Ik interesseer mij al jaren voor cultuur in het naoorlogse Rotterdam. Hoe verder ik in het boek las, hoe dichter ik bij de tijd kwam die ik zelf bewust heb meegemaakt en ik mijn eigen geschiedenis werd ingezogen.

De basis voor het boek bestaat uit interviews met mensen die de tijd, de scene, hebben meegemaakt en met materiaal uit die tijd (tijdschriften, platen, boeken). En uiteraard putten de auteurs uit hun eigen herinnering.

Eén schrijver domineert het boek, Cornelis Bastiaan Vaandrager. Volgens de auteurs de representant van de Rotterdamse cultuur. Een groot talent: rauw, authentiek en compromisloos, zoals Rotterdam zelf. De keerzijde is zijn zelfdestructieve vermogen. Vanaf 1955 schreef Vaandrager in diverse tijdschriften, hij volgde de moderne jazz en was bevriend met Hans Sleutelaar. Samen zochten zij aansluiting bij het Vlaamse tijdschrift Gard Sivik. Zij ontmoetten Armando en met Hans Verhagen vormden zij korte tijd de Bende van Vier. Hier werd de basis gelegd voor de stijl van Vaandrager: krachtig, zakelijk en experimenteel. In deze tijd schreef hij zijn beste verhalen. ‘Leve Joop Massaker’ doet niet onder voor het vroege werk van Reve. Erik Brus laat in latere hoofdstukken zien hoe het werk van Vaandrager hierna meer een meer experimenteel wordt. De belangstelling voor het werk neemt echter af. De persoon Vaandrager raakt met name door zijn drugsgebruik steeds meer ontregeld.

Het zelfdestructieve gedrag zie je bij andere Rotterdamse schrijvers. Riekus Waskowsky schreef een paar mooie bundels, werd korte tijd geprezen, waarna hij zich op de drank stortte en zijn leven verwoestte; weg talent. Robert Loesberg verwierf in 1974 met  ‘Enige Defecten’ in kleine kring waardering maar hij werd daarna snel vergeten. De hoofdpersoon uit dit boek is rancuneus, hij haat de mensen om hem heen: alles moet kapot!

Erik Brus besteedt een aparte paragraaf aan Loesberg. Bij hem wordt  minder nadrukkelijk de link met de stad gelegd. Loesberg had weinig vrienden in Rotterdam, maar kende bijvoorbeeld wel Rien Vroegindeweij goed. Erik Brus beschrijft Loesberg meer als uniek verschijnsel dan als voortbrengsel van deze stad. Hetzelfde geldt voor A. Moonen. Erik geeft een mooie persoonlijke beschrijving van met name de laatste jaren van zijn leven, maar gaat niet diep in op het werk en legt weinig verband met de stad. Moonen wordt niet geciteerd, terwijl zijn rauwe stijl prachtig aansluit bij Rotterdam.

Deelder komt veelvuldig aan bod. Zijn stijl sluit naadloos aan op Rotterdam. Hij weet van geen wijken, is een uniek fenomeen. Maar niet iedereen was even gecharmeerd van hem. Punks spuwden hem in het gezicht bij een optreden in Kaasee. Veel platenzaken zagen hem liever gaan dan komen, gezien zijn verzamelwoede gecombineerd met een tekort aan contanten. Vaandrager lazerde hem een keer van de trap in de Jazzhouse. Deelder: ‘Hij stond mij naar het leven.’ Eerst was Cor nog handelbaar, maar ineens sloeg het om. Had met mijn succes te maken. En natuurlijk met drugs. Daar kon hij volgens Deelder niet tegen.

Deelder probeerde wel alles uit, maar over heroïne zei hij: ‘dat accordeerde niet met mij. Dan ging ik over mijn nek. En ik zat niet te wachten om als een plantje… Nee dan zocht ik niet. Wel tripten we ons de pleuris. Jezus. Die ecstasy van nu stelt toch geen reet voor. Acid, daar steek je wat van op.’ Een helder standpunt! En hij leeft nog, waar Vaandrager bezweek.

Zelfdestructie zie je ook terug in de muziek uit Rotterdam. Een stroming komt snel op, het is uniek, het is anders dan in Amsterdam, en er is succes. Even snel is zo’n stroming weer verdwenen omdat het uit de hand loopt. Fred de Vries beschrijft de gabberscene, de hardcorepunk en de hiphop. Hij staat stil bij plekken als Eksit en Backstreet Records, de platenzaak van Peter Graute, en spreekt met onder anderen Mark Ritsema en Ted Langenbach.

De punkscene vond ik het meest interessant om te lezen. De opkomst wordt in het boek een raketaanval genoemd. In de Lantaren traden in januari 1977 de Sex Pistols op, later ook de Ramones. Eksit begon daarna met punk. De eerste Rotterdamse punkband heette Vissepunk, toen kwam de Debiele Eenheid en was de beer los: humor, chaos, gestoordheid en de overtuiging dat iedereen met een gitaar op een podium kon staan en muziek kon maken.

In dit hoofdstuk staan De Rondo’s centraal. Natuurlijk zijn ze belangrijk geweest – ook interlokaal – maar zij waren van een ander slag dan de doorsnee punkband. Net als Crass waren zij politiek tamelijk fanatiek. Zij hielden zaken in eigen beheer en lieten anderen zien dat dat kon. Hun huis functioneerde als studio, oefenruimte, slaapplaats en plek om ideeën op te doen. De Rondo’s waren daarin grensverleggend. Maar het waren ook serieuze jongens zonder interesse in geestverruimende middelen.

Na het uiteenvallen van de Rondo’s ging de punk in Rotterdam snel ten onder. Je kunt ook zeggen, het werd echt Rotterdams: chaotisch en zelfdestructief. Drank en drugs kwamen in plaats van creativiteit. Kaasee en Exit gingen dicht en punk was dood.

Eenzelfde proces beschrijft Fred de Vries voor de hiphop en de gabber. Op een bepaald moment wordt de sfeer steeds ruiger, er komen wapens tevoorschijn en de meisjes blijven weg. Dan gaat het hard achteruit, er valt een dode en het is over met een plek waar alles mogelijke leek.

In de keuze van muziekstromingen die Fred de Vries bespreekt zit wel een subjectief element. In het jaar 2012 zie je duidelijker wat belangrijke bands en trends waren dan in de tijd zelf. Dit is in elke cultuurgeschiedenis een discussie. Was een groot kunstenaar – een vernieuwer – representatief voor zijn tijd? De schrijvers geven in de inleiding hier een verantwoording voor. Het gaat niet om wat er populair was bij een breed publiek, maar waar de drang naar vernieuwing het hevigst was. Het gaat om underground als product van een rauwe stad. En het duurt kort: drank, drugs, geweld en chaos nemen het over voordat de scene tot volle bloei kan komen.

De bijna 400 pagina’s Gehavende Stad las ik in één ruk uit. Toch ontbreken er dingen. Arie Gelderblom komt slechts eenmaal voorbij, terwijl zijn stijl en zijn levenswandel past in het Rotterdamse patroon. Ook over Bob den Uyl en Leyn Leynse had ik graag meer gelezen. Tobias Ritman is misschien weer teveel gevraagd. (Wanneer schrijft iemand eens over deze wonderlijke man?) Backstreet Records wordt terecht geroemd. Leuk is dat Hans aan de Spoorsingel voorbij komt. De Plaatboef en Haddock horen in hetzelfde rijtje thuis. Eén band had wat mij betreft een heel hoofdstuk moeten krijgen: Kiem! Meer Rotterdam kun je niet krijgen.  Maar ik zeur. De Gehavende Stad biedt een rijke Rotterdamse cultuurgeschiedenis.

De antipathie voor Zuid vind ik fascinerend. Ted Langenbach en Deelder hebben een behoorlijke afkeer van Zuid. Terwijl daar alles nog een tandje harder en Rotterdamser is dan in Noord. Wat Rotterdam is voor Amsterdam, is Rotterdam-Zuid voor noorderlingen: de goot. Dat moet de schrijvers van dit boek toch aanspreken.

Dave von Raven van de Kik werd er heel neerslachtig van. ‘Een achtergebleven gebied waar alleen uitschot woonde: “’s ochtends naar de Edah om een frikandel te halen. We hadden ook geen wc, dus we stonden allemaal te zeiken in een soort vaas.” Er werd wel eens iemand op straat neergeknald, maar er gebeurde ook leuke dingen: “een hoop blowen en lekker platen luisteren.”

Er was meer op Zuid. De rij jongerencentra is lang: Larenkamp, Baroeg, Uitbraak, Berenei, Blokhut en natuurlijk de Chillup. Deze jongerencentra gaven beginnende bands een podium.

In het laatste decennium, hoofdstuk 5 in het boek, is de literatuur als subversieve beweging zo goed als verdwenen. Er is ook minder goed één Rotterdamse stroming aan te wijzen. Sanneke van Hassel, Anne Vegter en Abdelkader Benali zijn heel verschillend; bovendien niet aan de drank of rijp voor het gesticht. In de muziek geldt hetzelfde. De Kik en Rats on Rafts hebben niet veel meer gemeen dan dat ze uit Rotterdam komen en de bandleden een recht-voor-zijn-raap-mentaliteit hebben.

Misschien zijn stadsgrenzen minder belangrijk geworden. Maar het kan ook te maken hebben met ons nabije standpunt. De echte underground beweging wordt pas over 20 jaar met terugwerkende kracht zichtbaar.

Treurig is het tegenwoordige gezeur van een aantal helden uit het boek. Paul Elstak leeft weggestopt in Rhoon en komt nauwelijks meer in de stad, vooral vanwege het groot aantal buitenlanders aldaar: “vroeger was het er nog gezellig”. Ted Langenbach ziet het evenmin nog zitten: “we worden steeds minder tolerant.” Ook voor Ted tijd om naar Reetketelpikkummerschans te verkassen. Mike Redman blijft ondertussen zoeken naar andere wegen in de muziek en daarbuiten, en is nog steeds productief.

Eerder verschenen op Uitgelezen Boeken

Recensie door: Quis leget haec?

Muziek en literatuur van Rotterdam

[Recensie] Gehavende stad van Erik Brus en Fred de Vries is een boek over muziek en literatuur in Rotterdam van 1960 tot nu, waar nu dan het jaar 2012 is toen dit boek verscheen. Ik kwam het tegen toen ik mij verdiepte in het werk van C.B. Vaandrager. Omdat ik ook wat van Jules Deelder gelezen had en sowieso iets met muziek heb was ik benieuwd naar dit boek.

Het boek van ruim 370 bladzijden is verdeeld in vijf hoofdstukken die beginnen eind jaren vijftig en zo naar het heden toewerken, het jaar 2012 dus. Ieder hoofdstuk begint met de beschrijving van een bekende locatie die een rol heeft gespeeld in het literaire en/of muzikale klimaat van die tijd. Het leven van Cor Vaandager wordt als leitmotiv gebruikt en komt als een soort mini-biografie in ieder hoofdstuk terug.

Eén van die locaties die ik uit de biografie van Vaandrager ken is kunstenaarscafé De Fles. Moderne jazz, discussiëren over kunst en existentialisme en er gebeurde alles wat nu geen opzien meer baart maar wat de God van de jaren vijftig verboden had. Cor Vaandrager, Jules Deelder, Riekus Waskowsky en Frans Vogel zijn maar een paar namen van de vaste bezoekers.

Jules Deelder was een groot pleitbezorger van de jazz, maar de jazzclubs van Willem ‘Wodka’ van Empel bezorgden Rotterdam zowaar een uniek jazzgezicht. Dat bestaat nog steeds in de vorm van het North Sea Jazz Festival.

Het aantrekkelijke van dit boek zijn de portretten van markante Rotterdammers die in literair of muzikaal opzicht een rol speelden. Peter Graute bijvoorbeeld is een begrip. Het is de man die in 1976 de Backstreet Record-shop opende en met zijn encyclopedische kennis de jeugd voorzag van de meest bijzondere muziek. Een ander begrip is Anna Vingerhoets. Zij runde het café Oom Tom van haar vader, maar in de volksmond heette het gewoon ‘Anna’.  Het café was een soort ludieke vrijstaat waarin alles kon, zoals het oude gebak opkopen van de bakkers in de buurt en er mee los gaan. Anna;

‘Er is weleens iemand binnengekomen en die had meteen een tompoes op zijn muil. Die dacht een lekker biertje te gaan drinken…’

Rotterdamser krijg je het niet. Het gaat over het tragische verhaal van de Rotterdamse drummer Cor van der Beek van Shocking Blue en even later over de inmiddels gezochte uitgaven van uitgeverij Cold Turkey Press, opgericht doort Gerard Bellaart. Hij wist Charles Bukowski zo gek te krijgen vertaald werk van hem uit te mogen geven. Die afwisseling van muziek en literatuur werkt prima want even later zitten we weer bij Hoeny Chen als oprichter van de Swinging Soul Machine. Daar zou Ivan Groeneveld weer zingen die later bekend werd van het duo Spooky and Sue.

Ik was geboeid door het verhaal van dichter Riekus Waskowsky. Adriaan Morriën prees hem als een van de begaafdste vernieuwers van de poëzie. Hij verstond de kunst om grote filosofen en machtsbeluste staatsmannen, oude kunstschatten en hedendaagse jazz, levensbeschouwelijke regels en platte seksgrappen af te wisselen, vaak binnen één gedicht. Ik heb zijn Verzamelde Gedichten aangeschaft en ben zeer benieuwd.

Ineens bevinden we ons alweer in de club Eksit, de Rotterdamse tegenhanger van het Amsterdamse Paradiso. Punk was in en de Eksit was het centrum. Er werden ook literaire avonden gehouden, waar beginnend dichter M.M.M. Kneepkens nog even moest wennen;

Hij komt nog maar net kijken in de literaire scene van Rotterdam en weet niet wat hij meemaakt…Kneepkens: ‘De avond zelf was alsof ik in de hel was afgedaald. Men kon de dichters daar in dat duistere jeugdhonk ruwweg verdelen in twee kampen. De druggebruikers en de alcoholici…Met uitzondering van Peter Bulthuis zat er geen ‘normaal’ consumerend mens tussen. Naast mij zat Jules Deelder coke te snuiven. Riekus Waskowsky…lag al starnakel dronken onder tafel.

Dichters maar ook punk dus, zoals de groep Vissepunk. Het klinkt bijna aandoenlijk als je leest dat ze zich hullen in grijze vuilniszakken met veiligheidsspelden, maar dat ze na afloop vergeten zijn een televisie in elkaar te trappen als apotheose van het optreden.

Er wordt ruimschoots aandacht besteed aan gabberhouse met als centrum Villa Parkzicht bij de Euromast. Ted Langenbach met zijn MTC-party’s en DJ Paul Elstak met de hardcoremuziek maakten furore net als hiphop en de Redrum Party’s van Mike Redman. Ik kende ze niet, maar ze waren van groot belang voor de muziek in Rotterdam. Dit is hoe het er aan toeging volgens Redman zelf;

‘Af en toe kreeg ik kippenvel van de sfeer. Die freestyle-sessies. Mensen duwden elkaar van het podium af. Het was een agressieve sfeer zonder agressie, als je begrijpt wat ik bedoel. Iedereen rapte of zijn leven er werkelijk van af hing.’

Redman richtte zelfs een platenlabel op en werkte samen met de Amerikaanse supergroep Public Enemy. Het is mooi dat de schrijvers hem in de traditie plaatsen van Cor Vaandrager. Dat was de oersampler die met zijn ready-mades in taal bestaande teksten een nieuwe betekenis gaf, Redman deed dat met geluiden die hij gebruikte voor zijn samples.

Een ander fenomeen is A. Moonen (lees A punt Moonen). Wel omschreven als de vieste schrijver van Nederland, met zijn autobiografische bundels vol beschrijvingen over vluchtige seks met hoeren, jongens, Turkse mannen en toevallige passanten. Aan de andere kant een groot stilist en een lastig heerschap af en toe. Hij had daar geen last van bij zijn bezoek aan de tv-show van Jules Deelder (te vinden op Youtube), ik vond hem daar onderhoudend en grappig. Hij stierf eenzaam en de schrijver Erik Brus schrijft een mooi verhaal over hem in dit boek.

Even later zitten we weer midden in de muziek met de klanken van de Rotterdamse band Spasmodique. Ik had er van gehoord maar het was mooi om mij er even verder in te verdiepen. Het is een prima live-band die inmiddels weer optreedt ook; dat konden de schrijvers van dit boek toen nog niet weten. Ook The Kik met hun zanger Dave von Raven is geen onbekende en krijgt aandacht.

Er is veel meer te vertellen over dit boek en het heeft mij mooie tips opgeleverd over muziek en poëzie en dat is altijd winst, maar het is mooi hoe constant de verbinding wordt gezocht tussen de literatuur en de muziek uit Rotterdam, de mensen die het maakten, de omgeving waarin dat gebeurde maar vooral de invloed van de stad waaruit dit alles voortkwam.

Eerder verschenen op Quis leget haec?

Samenvatting

Erik Brus en Fred de Vries - hardcore Rotterdammers - behandelen in dit schitterende, kloeke overzichtswerk de muzikale en literaire geschiedenis van hun stad van 1960 tot nu. Van C.B. Vaandrager tot de punkband de Rondos, van Jules Deelder tot de misantroop Robert Loesberg, van Ted Langenbach tot A. Moonen, van jazz tot de gabberscene en van Cold Turkey Press tot Backstreet Recordshop: alle (sub)culturele stromingen van
Rotterdam komen aan bod. Portretten, interviews en uniek beeldmateriaal bieden
een rijkgeschakeerd beeld van een gehavende stad en maken het boek een feest voor iedereen die geïnteresseerd is in de vaak heftige carrières van veel van de schrijvers en muzikanten uit Rotterdam.

Toon meer Toon minder
€ 25,00

Verwachte leverdatum: vrijdag 27 mei


Taal
Nederlands
Bindwijze
Hardcover
ISBN
9789048815043
Verschijningsdatum
oktober 2012
Druk
1
Aantal pagina's
400 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
640: Kunst algemeen
Thema's
  • Fictie
  • Fictie: algemeen en literair
Categorieën

Uitgever
Lebowski Publishers

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden