Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Oogst

Auteur(s): Sien Volders
Taal: Nederlands
0,175/5
2 recensies
Oogst
Oogst
Oogst

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Marnix Verplancke
3/5

Roemeense vrouwen op Sicilië

De eerste zin

“Sissend komt de bus tot stilstand op het marktplein.”

Recensie

Alina en haar elfjarige zoon Lucian kunnen het niet langer bolwerken thuis. Sinds Roemenië lid werd van de EU is de koopkrachtigste helft van bevolking naar het westen getrokken, de anderen achterlatend in bittere armoede. Alina werd werkloos, ging terug bij haar ouders wonen en ziet uiteindelijk maar een uitweg: Sicilië, waar naar verluidt werk te over is in de tomatenkassen. En dus vertrekken ze, voor een busreis van twee dagen die hen bij de norse boer Giuseppe brengt, waar ze in een vervallen schuurtje mogen wonen. Terwijl Alina in de serres werkt en getuige is van heel wat quasifeodale misstanden, gaat Lucian naar school, en raakt hij bevriend met Paolo, de zoon van Giuseppes collega Salvatore, en Anwar, wiens Tunesische vader aan de slag is bij diezelfde Salvatore. Naarmate de seizoenen verstrijken gaat het steeds slechter met Alina die haar in Roemenië achtergebleven ouders amper kan steunen met haar hongerloon, terwijl Lucian steeds beter zijn draai vindt tussen zijn vrienden. Tot de escalatie volgt natuurlijk en zowat alles uit elkaar spat.

Twee jaar geleden kwam Sien Volders de Vlaamse literatuur binnen langs de grote poort. Haar debuut Noord was een indrukwekkende roman die speelde in de Canadese Yukon, en waarin de lezer heen en weer geslingerd werd tussen de kracht van de menselijke passies en de grandioos beschreven pracht van de natuur. Het was een boek met Wuthering Heights-achtige allures. Voor Oogst trok Volders naar het zuiden, waarbij de liefde plaats moest maken voor de uitbuiting en de wilde natuur gereduceerd werd tot verdord gras en eindeloos lange rijen aan een steundraad groeiende tomatenplanten. Schriele mensen in een schrale omgeving dus, en dat tekent Volders’ roman. Wanneer ze Lucian in een bosje een nest jonge vossen laat ontdekken, bereikt ze het niveau van Noord, maar meestal blijft ze daar onder. Alle bussen sissen en zuchten, mannen dragen morsige hemden en hun broekspijpen glanzen van de vetvlekken. Oogst mist reliëf en nuance. En dat laatste vooral wat Volders’ engagement betreft. Zowat iedere Siciliaanse man ziet in een Roemeense vrouw een hoer en tegenover die algemene verdorvenheid van de Siciliaan staat de oneindige goedheid van de Roemeen.

Drie vragen aan Sien Volders

Je debuutroman Noord speelde in Canada, Oogst op Sicilië. Is locatie belangrijk voor je?

Volders: “Net zoals met Noord was ik ook deze keer niet van plan om een boek te schrijven. Toen dacht ik het dat het een kort verhaal zou worden, maar dat bleef maar groeien. Nu begon het met een artikel in de Britse krant The Guardian dat ik in de lente van 2017 las. Het ging over het harde leven van Roemeense arbeidsmigrantes op Sicilië. Het stuk liet me niet meer los tot ik er iets over geschreven had. En dat is dus Oogst geworden. Het was dus niet Sicilië dat me triggerde, maar het verhaal van die vrouwen.”

En het engagement, neem ik aan? Want ook op dat vlak is Oogst een heel ander boek dan Noord.

Volders: “Dit boek is inderdaad vanuit maatschappelijke urgentie geschreven, zonder dat ik er meteen de wereld mee zou willen veranderen. Ik weet trouwens niet of dat wel de taak is van boeken. Anderzijds zou ik het wel mooi vinden mocht Oogst mensen de ogen openen voor de tragedie die vaak gepaard gaat met intra-Europese arbeidsmigratie. We denken nogal makkelijk dat we voor bepaalde rechten gevochten hebben en dat die intussen verworven zijn, voor heel Europa. Daens ligt toch al lang achter de rug? Maar de realiteit blijkt anders te zijn. Het eerste wat dreigt te verdwijnen bij arbeidsmigratie, leerde ik uit een paar academische studies en bij research te velde, is de waardigheid van de migranten. En dat geldt ook voor de Poolse bouwvakkers die naar hier komen of voor de Oost-Europeanen die in onze slachthuizen werken. Ze komen naar hier om geld te verdienen, zijn officieel ingeschreven, en weten dat er hun zwaar en vaak vuil werk wacht. Waarom moeten er daar bovenop dan nog kantjes afgelopen worden qua uren en omstandigheden? Waarom moeten zij het pikken dat ze tien uur per dag werken en met achten op een appartement wonen?”

Noord was qua stijl een ‘Amerikaans’ boek. Oogst voelt ‘Italiaans’ aan. Hoe doe je dat?

Volders: “Ik heb blijkbaar sterk de neiging om op zoek te gaan naar de zintuiglijkheid van het landschap, en naar de muziek die erbij hoort. In Noord waren dat bluegrass en folk, hier Maria Tănase, die wel eens de Roemeense Edith Piaf wordt genoemd en de geliefde was van Brancusi, en de Siciliaanse Rosa Balistreri. Het was niet mijn bedoeling om met hun teksten te gaan werken. Die zijn er bijna ongemerkt ingeslopen, net zoals het gevoel dat ze uitdragen wellicht.”

Eerder verschenen op Knack

Recensie door: Jan Stoel
4/5

Waardigheid en veerkracht

[Recensie] Europese arbeidsmigranten worden vaak gedwongen naar het westen te komen om geld te verdienen. Er wordt hen van alles beloofd: goede huisvesting, een goed loon. Ze zijn echter afhankelijk van de werkgevers en agentschappen/bemiddelaars. Die bepalen, want zij hebben geld, macht. Het leidt soms tot schrijnende omstandigheden op het gebied van gezondheid, huisvesting, arbeidsomstandigheden. En wie komt er voor deze rechtelozen op? Wij sluiten onze ogen ervoor en vragen ons niet af wie die mensen zijn die in de slachterijen werken, die seizoensarbeid in de tuinbouw verrichten, die ervoor zorgen dat wij goedkope producten kunnen kopen.

Sien Volders (1983) heeft met Oogst een meeslepende geëngageerde roman geschreven die als een van de thema’s de arbeidsmigratie binnen Europa onder de aandacht brengt. Ze gebruikt daar fictie voor en laat voelen wat het betekent om arbeidsmigrant te zijn. Ze vertelt het verhaal vanuit twee perspectieven, dat van de hoofdpersonages Alina en haar elfjarige zoon Lucian.

“Sissend komt de bus tot stilstand op het marktplein. De deuren zuchten open.” Zo begint de roman. De Roemeense Alina en Lucian stappen uit op Sicilië en gaan op zoek naar een nieuw perspectief. Meteen voel je de beklemming op het dorpsplein waar de mensen naar hen kijken:

“Een wolvenroedel. De koppen laag, de ogen vervaarlijk, de prooi zo goed als gevangen, de buit al bijna binnen.”

Net als zoveel anderen hebben ze geen vrije keuze. “Het was Europa dat plots binnenkwam. Met de opening van de grenzen spoelde de goede arbeidskrachten weg, en kwamen per kerende stroom de ketens.” Supermarkten drukten de groentewinkels weg. Zo ook die van Alina’s ouders, die zonder inkomsten kwamen te zitten. De ongehuwde moeder Alina verloor haar werk als inkoper bij een textielfabriek toen die de productie naar Maleisië verplaatste. Er moet geld verdiend worden en daarom gaat ze werken op een tomatenplantage op Sicilië. Ze neemt haar zoon Lucian mee. Haar achterneef Dumitriu heeft voor haar een plek geregeld en reist ook mee, samen met zijn echtgenote Iona. Hij heeft de situatie ter plaatse rooskleuriger voorgesteld. Alina en Lucian worden ondergebracht in een krot, en tomatenkweker Giuseppe Cascone laat hen voor alles betalen, knijpt hen uit, minacht, discrimineert en vernedert hen. Aan de andere kant heeft de economie de boer ook in die situatie gebracht. De tomaten leveren op de veiling steeds minder op. Het loon van mannen kan hij niet langer betalen. Daarom laat hij vrouwen het werk doen. De neergaande spiraal doet zijn werk.

Alina wil haar zelfrespect, haar eigenwaarde bewaren. Dit thema meandert door de hele roman. Zo houdt ze de schijn op naar het thuisfront door te zeggen dat het allemaal goed gaat. “Een erf hou je proper, een bloementuin is essentieel, een huis hou je netjes en je nagels altijd schoon.” Een ritmische zin die nog een aantal keren terugkomt in het verhaal. Het krot waarin ze woont probeert ze op te knappen en ze legt zelfs een tuintje aan. Ze moet veerkracht tonen. Contact met andere vrouwen heeft Alina niet. En ze accepteert uiteindelijk haar lot.

Een derde thema in de roman is vriendschap. Lucian verkent de omgeving, sluit vriendschap met twee leeftijdsgenoten, Anwar en Paolo. Een verlaten herdershut op een verboden plek wordt hun ‘clubhuis.’ Anwar is een Tunesische jongen wiens vader op de tomatenplantage van Paolo’s vader werkt. Ze sluiten een bloedband, komen vanaf dat moment voor elkaar op. Lucian gaat naar school, leert de taal, helpt zijn moeder, ontdekt met zijn vrienden de wereld. Hij ziet dat Roemeense vrouwen zich prostitueren en schrikt daarvan.

“Nee wij zijn beter (dan de andere Roemenen, red.), we zijn ánders. En wat zij laten gebeuren, zal met ons nooit gebeuren, dat laat ik nooit toe. Nooit!”, zegt Alina.

Het verhaal van Lucian is er een van hoop op de toekomst. Hij past zich aan, zoekt contact. Bij Alina is een tegengestelde beweging te zien. Eerst staat ze bol van de veerkracht, maar langzamerhand boet die kracht in en lijkt ze zich neer te leggen bij haar situatie. Als ze haar moeder belt zegt ze :

“Het is niet zoals we verwacht hadden. Het werk is niet wat ik verwacht had, de mensen niet, het huis niet, niks. Maar dit is wat we hebben.”

Ook moederschap is belangrijk in de roman. Het blijkt al uit het motto aan Moeder van Gerard Walschap ontleend: “Een vrouw is onuitsprekelijk, maar een moeder dan.” Alina wil voor Lucian een goede moeder zijn, wil niet dat hij opgroeit in het krot en gaat denken dat hun manier van leven normaal is. Omgekeerd heeft Lucian veel respect voor zijn moeder en vraagt hij aan de vader van Paolo of zij niet bij hem mag komen werken. Zonder succes. Het gaat steeds slechter met Alina, maar ze houdt haar rug recht. Totdat Lucian in de herdershut ontdekt waartoe armoede kan leiden. Een aangrijpend einde volgt met de regels:

“De zon gaat weg
Keert morgen terug
Maar jij, mijn zoon
Keer jij nog terug?”

De roman laat de pijn van de mensen, het uitzichtloze voelen en zien. De geuren, de kleuren van de seizoenen op Sicilië word je gewaar: “Het landschap rondom hen vult zich met groen en bloemen, uitbundig en wild, alsof alles nu moet omdat het enkel nu kan, nog snel, voor de wereld weer te heet wordt.” En steeds is er bij Alina die veerkracht.

Volders verstaat de kunst om met veel gevoel en inlevingsvermogen een verhaal te schrijven over mensen die onder schrijnende omstandigheden proberen te overleven. Het verhaal bestaat uit korte hoofdstukken, korte zinnen. Nergens wordt het belerend. En toch is de thematiek van het verhaal stevig: uitbuiting, discriminatie, segregatie en vernedering. Sien Volders schrijft in een mooi ritme, ontroert en weet wat personages beweegt in sterke beelden neer te zetten. Als het gaat om teleurstelling schrijft ze bijvoorbeeld ‘Splinters in haar borstkas.’

Het verhaal is opgebouwd uit vier delen. Ieder deel is een liedtekst van de Siciliaanse zangeres Rosa Balistreri en past perfect bij de inhoud en de sfeer van dat deel, van ‘cu ti lu dissi’ (wie heeft het je verteld), via ‘Buttana di to mà’(Hoerenjong), ‘mi votu e mi rivotu’ (ik draai en ik draai), tot ‘terra ca nun senti’ (het land dat niet voelt) tot slot ‘ti nni vai’ (jij gaat weg).

Oogst vertelt een universeel verhaal van mensen die in onze tijd om economische redenen gedwongen worden elders te gaan werken en voor ons eigenlijk niet zichtbaar zijn. Het laat je anders kijken naar de kiloknallers en de goedkope tomaten in de winkel.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Samenvatting

Aangrijpende roman over moderne slavernij op Sicilië

€ 22,99

Verwachte leverdatum: dinsdag 02 maart


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789048848249
Verschijningsdatum
oktober 2020
Druk
1
Aantal pagina's
224 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
300: Literaire fictie algemeen
Categorieën

Auteur
Uitgever
Hollands Diep

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden